Instrukcja obsługi GasGas MC 65 (2023)

GasGas Silnik MC 65 (2023)

Przeczytaj poniżej 📖 instrukcję obsługi w języku polskim dla GasGas MC 65 (2023) (118 stron) w kategorii Silnik. Ta instrukcja była pomocna dla 8 osób i została oceniona przez 2 użytkowników na średnio 4.5 gwiazdek

Strona 1/118
BEDIENINGSHANDLEIDING 2023
MC 65
Artikelnr. 3215092nl
BESTE GASGAS KLANT,
*3215092nl*
3215092nl
20.05.2022
BESTE
BESTE
BESTE
BESTEBESTE GASGAS
GASGAS
GASGAS
GASGASGASGAS KLANT,
KLANT,
KLANT,
KLANT,KLANT,
Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw GASGAS-motorfiets. U bent nu in het bezit van een modern en sportief voer-
tuig dat, mits goed onderhouden, u en uw kind lang plezier zal schenken.
We wensen uw kind altijd een goede en veilige rit!
Hieronder het serienummer van uw voertuig invullen.
Voertuigidentificatiennummer ( pag. 12) Stempel van dealer
Motornummer ( pag. 12)
De bedieningshandleiding komt op het tijdstip van publicatie gaat overeen met de nieuwste stand van deze modelserie.
Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet worden uitgesloten.
Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend. GASGAS Motorcycles GmbH houdt zich het recht voor technische gegevens,
prijzen, kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder vooraf-
gaande aankondiging en zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te annuleren, deze aan te passen
aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. GAS-
GAS Motorcycles is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, druk-
fouten en vergissingen. De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzien van speciale uitrustingen die niet standaard bij
de leveromvang horen.
© 2022 GASGAS Motorcycles GmbH, Mattighofen Oostenrijk
Alle rechten voorbehouden
Nadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldigingen van welke aard dan ook zijn uitsluitend toegestaan met schriftelijke toe-
stemming van de auteur.
ISO 9001(12 100 6061)
GASGAS Motorcycles past kwaliteitsborgingsprocessen toe in de zin van de internationale kwaliteitsmanage-
mentsnorm ISO 9001 om een zo hoog mogelijke productkwaliteit te bereiken.
Afgegeven door: TÜV Management Service
GASGAS Motorcycles GmbH
Stallhofnerstraße 3
5230 Mattighofen, Oostenrijk
Dit document is geldig voor de volgende modellen:
MC 65 (F0001W6)
INHOUDSOPGAVE
2
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVEINHOUDSOPGAVE
1 SYMBOLEN EN FORMATERINGEN ............................... 5
1.1 Gebruikte pictogrammen.............................. 5
1.2 Gebruikte formatteringen............................. 5
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN ....................................... 6
2.1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruik .............. 6
2.2 Onjuist gebruik .............................................. 6
2.3 Veiligheidsaanwijzingen ................................ 6
2.4 Gevarenniveau en pictogrammen ................ 6
2.5 Waarschuwing voor manipulaties ................ 7
2.6 Veilig gebruik ................................................. 7
2.7 Beschermende kleding.................................. 7
2.8 Werkinstructies ............................................. 8
2.9 Milieu............................................................. 8
2.10 Bedieningshandleiding.................................. 8
3 BELANGRIJKE AANWIJZINGEN..................................... 9
3.1 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffen ...................... 9
3.2 Reserveonderdelen, toebehoren.................. 9
3.3 Service ........................................................... 9
3.4 Afbeeldingen ................................................. 9
3.5 Klantenservice ............................................... 9
4 AFBEELDING VOERTUIG ............................................ 10
4.1 Afbeelding voertuig linksvoor
(symbolische weergave).............................. 10
4.2 Afbeelding voertuig rechtsachter
(symbolische weergave).............................. 11
5 SERIENUMMERS ........................................................ 12
5.1 Voertuigidentificatiennummer ................... 12
5.2 Typeplaatje .................................................. 12
5.3 Motornummer............................................. 12
5.4 Artikelnummer voorvork............................. 12
5.5 Artikelnummer schokdemper..................... 13
6 BEDIENINGSELEMENTEN........................................... 14
6.1 Koppelingshendel........................................ 14
6.2 Remhendel .................................................. 14
6.3 Gashendel.................................................... 14
6.4 Uitschakelknop............................................ 14
6.5 Tankdop openen ......................................... 15
6.6 Tankdop sluiten ........................................... 15
6.7 Brandstofkraan............................................ 16
6.8 Choke........................................................... 16
6.9 Versnellingshendel ...................................... 16
6.10 Kickstarterhendel ........................................ 17
6.11 Rempedaal................................................... 17
6.12 Plug-in standaard ........................................ 17
7 INBEDRIJFSTELLING ................................................... 18
7.1 Aanwijzingen voor eerste
inbedrijfstelling............................................ 18
7.2 Motor inrijden ............................................. 20
8 RIJ-INSTRUCTIES ........................................................ 21
8.1 Controle en onderhoud voor iedere
inbedrijfstelling............................................ 21
8.2 Voertuig starten .......................................... 21
8.3 Beginnen met rijden.................................... 22
8.4 Schakelen, rijden ......................................... 22
8.5 Afremmen.................................................... 23
8.6 Stoppen, parkeren....................................... 23
8.7 Transporteren.............................................. 24
8.8 Brandstof tanken......................................... 24
9 SERVICESCHEMA........................................................ 26
9.1 Extra informatie........................................... 26
9.2 Verplichte werkzaamheden ........................ 26
9.3 Aanbevolen werkzaamheden...................... 27
10 CHASSIS AFSTELLEN................................................... 28
10.1 Basisinstelling chassis voor
bestuurdersgewicht controleren ................ 28
10.2 Luchtvering XACT 5235 ............................... 28
10.3 Ingaande demping schokdemper ............... 29
10.4 Ingaande demping lowspeed van de
schokdemper instellen................................ 29
10.5 Ingaande demping highspeed van de
schokdemper instellen................................ 29
10.6 Uitgaande demping van de
schokdemper instellen................................ 30
10.7 Maat achterwiel zonder belasting
bepalen........................................................ 31
10.8 Statische veerweg schokdemper
controleren.................................................. 31
10.9 Dynamische veerweg schokdemper
controleren.................................................. 32
10.10 Veervoorspanning schokdemper
instellen ................................................... 32
10.11 Dynamische veerweg instellen ............... 33
10.12 Basisinstelling voorvork controleren .......... 34
10.13 Voorvorkluchtdruk instellen........................ 34
10.14 Uitgaande demping voorvork instellen ...... 35
10.15 Stuurpositie ................................................. 36
10.16 Stuurpositie instellen .............................. 36
11 SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS........................ 38
11.1 Motorfiets met hefbok opkrikken............... 38
11.2 Motorfiets van hefbok nemen .................... 38
11.3 Vorkpoten ontluchten................................. 38
11.4 Vuilschrapers vorkpoten reinigen............... 39
11.5 Voorvorkprotector demonteren................. 40
11.6 Voorvorkprotector monteren ..................... 40
11.7 Vorkpoten demonteren .......................... 41
11.8 Vorkpoten monteren .............................. 41
11.9 Onderste kroonplaat demonteren ......... 42
11.10 Onderste kroonplaat monteren .............. 43
11.11 Speling balhoofdlager controleren ............. 45
11.12 Speling balhoofdlager instellen .............. 45
11.13 Balhoofdlager smeren ............................. 46
11.14 Brandstoftank demonteren .................... 46
11.15 Brandstoftank monteren ........................ 47
INHOUDSOPGAVE
3
11.16 Startnummerbord demonteren.................. 48
11.17 Startnummerbord monteren...................... 49
11.18 Spatbord voor demonteren ........................ 49
11.19 Spatbord voor monteren ............................ 49
11.20 Schokdemper demonteren ..................... 50
11.21 Schokdemper monteren ......................... 50
11.22 Zadel afnemen............................................. 51
11.23 Zadel monteren........................................... 51
11.24 Luchtfilter demonteren ........................... 51
11.25 Luchtfilter monteren ............................... 52
11.26 Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen ...... 52
11.27 Einddemper demonteren............................ 53
11.28 Einddemper monteren................................ 53
11.29 Glasvezelvulling van einddemper
vervangen ................................................ 54
11.30 Kettingvervuiling controleren ..................... 54
11.31 Ketting reinigen ........................................... 55
11.32 Kettingspanning controleren ...................... 55
11.33 Kettingspanning instellen............................ 56
11.34 Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel
en kettinggeleiding controleren ................. 57
11.35 Frame controleren .................................. 59
11.36 Achterbrug controleren .......................... 59
11.37 Gaskabellegging controleren ...................... 59
11.38 Rubberen stuurcovers controleren............. 60
11.39 Rubberen stuurcovers vastzetten............... 60
11.40 Uitgangspositie koppelingshendel
instellen ....................................................... 60
11.41 Vloeistofpeil hydraulische koppeling
controleren.................................................. 60
11.42 Vloeistofpeil hydraulische koppeling
corrigeren.................................................... 61
11.43 Vloeistof van de hydraulische koppeling
verversen ................................................. 62
12 REMSYSTEEM............................................................. 64
12.1 Vrije slag remhendel controleren ............... 64
12.2 Uitgangspositie van de remhendel
instellen ....................................................... 64
12.3 Remschijven controleren ............................ 64
12.4 Remvloeistofpeil voorwielrem
controleren.................................................. 65
12.5 Remvloeistof van de voorwielrem
bijvullen ................................................... 66
12.6 Remplaketten voorwielrem controleren .... 67
12.7 Remplaketten van de voorwielrem
vervangen ................................................ 67
12.8 Vrije slag rempedaal controleren ............... 70
12.9 Vrije slag aan het rempedaal
instellen ................................................... 70
12.10 Uitgangspositie van het rempedaal
instellen ................................................... 71
12.11 Remvloeistofpeil achterwielrem
controleren.................................................. 71
12.12 Remvloeistof achterwielrem bijvullen .... 72
12.13 Remplaketten achterwielrem
controleren.................................................. 73
12.14 Remplaketten van de achterwielrem
vervangen ................................................ 74
13 WIELEN, BANDEN ...................................................... 76
13.1 Voorwiel demonteren ............................. 76
13.2 Voorwiel monteren ................................. 76
13.3 Achterwiel demonteren .......................... 77
13.4 Achterwiel monteren .............................. 78
13.5 Bandentoestand controleren...................... 79
13.6 Bandenspanning controleren...................... 80
13.7 Spaakspanning controleren ........................ 80
14 KOELSYSTEEM............................................................ 81
14.1 Koelsysteem ................................................ 81
14.2 Antivries en koelmiddelpeil controleren .... 81
14.3 Koelmiddelpeil controleren ........................ 82
14.4 Koelmiddel aftappen ............................... 82
14.5 Koelmiddel vullen .................................... 83
14.6 Koelmiddel verversen ............................. 84
15 MOTOR AFSTELLEN ................................................... 86
15.1 Speling gaskabel controleren...................... 86
15.2 Speling gaskabel instellen ....................... 86
15.3 Carburateur - stationair toerental .............. 87
15.4 Carburateur - stationair toerental
instellen ................................................... 87
15.5 Vlotterkamer carburateur aftappen ....... 88
16 SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR......................... 90
16.1 Cardanoliepeil controleren ......................... 90
16.2 Cardanolie verversen .............................. 90
16.3 Cardanolie bijvullen ................................. 91
17 REINIGING, ONDERHOUD.......................................... 93
17.1 Motorfiets reinigen ..................................... 93
18 STALLING.................................................................... 95
18.1 Stalling ......................................................... 95
18.2 Inbedrijfname na stalling ............................ 96
19 OPSPOREN VAN FOUTEN .......................................... 97
20 TECHNISCHE GEGEVENS............................................ 99
20.1 Motor........................................................... 99
20.2 Aanhaalmomenten motor .......................... 99
20.3 Carburateur .............................................. 101
20.3.1 Carburateur afstellen.......................... 101
20.4 Vulhoeveelheden ..................................... 102
20.4.1 Cardanolie ........................................... 102
20.4.2 Koelmiddel........................................... 102
20.4.3 Brandstof............................................. 102
20.5 Voorvork ................................................... 102
20.6 Schokdemper............................................ 102
20.7 Chassis ...................................................... 103
20.8 Banden...................................................... 104
20.9 Aanhaalmomenten chassis ...................... 104
21 GEBRUIKSSTOFFEN ................................................. 106
INHOUDSOPGAVE
4
22 HULPSTOFFEN......................................................... 108
23 NORMEN ................................................................. 110
24 LIJST MET AFKORTINGEN ....................................... 111
INDEX ............................................................................... 113
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN 1
5
1.1 Gebruikte pictogrammen
Hieronder wordt het gebruik van bepaalde pictogrammen toegelicht.
Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).
Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een werkstap handeling of functie).
Kenmerkt werkzaamheden die specialistische kennis en technisch inzicht vereisen. Laat de werkzaamhe-
den voor de veiligheid van uw kind uitvoeren in een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage. Daar
wordt uw motorfiets door speciaal geschoolde vakkundige medewerkers met het benodigde speciale
gereedschap optimaal onderhouden.
Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).
Kenmerkt een aanwijzing met verdere informatie of tips.
Kenmerkt het resultaat uit een test-/controlestap.
Kenmerkt het einde van een werkzaamheid, inclusief eventuele nabewerkingen.
Kenmerkt een spanningsmeting.
Kenmerkt een stroommeting.
1.2 Gebruikte formatteringen
Hieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.
Eigennaam Kenmerkt een eigennaam.
Naam®Kenmerkt een beschermde naam.
Merk™ Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.
Onderstreepte woorden Verwijzen naar technische details van het voertuig of kenmerken vaktermen die
in de begrippenlijst worden uitgelegd.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
6
2.1 Gebruiksdefinitie - beoogd gebruik
Dit voertuig is zodanig ontworpen en gebouwd dat het gangbare belastingen bij normale races kan weerstaan. Dit voertuig
voldoet aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale motorsportbonden.
Info
Gebruik dit voertuig uitsluitend op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet.
2.2 Onjuist gebruik
Gebruik het voertuig uitsluitend op de beoogde wijze.
Het niet op de beoogde wijze gebruiken van het voertuig kan leiden tot gevaren voor personen, materiaal en milieu.
Elk gebruik van het voertuig anders dan op de beoogde wijze geldt als onjuist gebruik.
Als onjuist gebruik geldt ook het gebruik van bedrijfs en hulpmiddelen die niet voldoen aan de vereiste specificaties voor
het toepassingsgebied.
2.3 Veiligheidsaanwijzingen
Voor een veilige omgang met het beschreven product dienen enkele veiligheidsaanwijzingen in acht te worden genomen.
Lees daarom deze handleiding en alle andere handleidingen in de omvang van de levering zorgvuldig door. De veiligheids-
aanwijzingen zijn geaccentueerd en met links gekoppeld aan de relevante plaatsen in de tekst.
Info
Op goed zichtbare plaatsen op het beschreven product zijn verschillende aanwijzings- en waarschuwingsstickers
aangebracht. Geen stickers met aanwijzingen en waarschuwingen verwijderen. Als deze ontbreken kunt u of andere
personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen.
2.4 Gevarenniveau en pictogrammen
Gevaar
Waarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolg heeft als u
niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Waarschuwing
Waarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste
voorzorgsmaatregelen neemt.
Voorzichtig
Waarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen
neemt.
Aanwijzing
Waarschuwing voor een gevaar dat aanmerkelijke schade aan machine of materiaal tot gevolg heeft als u niet de juiste
voorzorgsmaatregelen neemt.
Aanwijzing
Waarschuwing voor een gevaar dat schade aan het milieu tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen
neemt.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN 2
7
2.5 Waarschuwing voor manipulaties
Het is niet toegestaan wijzigingen aan te brengen aan de componenten van de geluidsdemping. De volgende maatregelen
of de realisatie van de betreffende toestanden zijn wettelijk verboden:
1 Verwijderen of buiten werking stellen van systemen of componenten van een nieuw voertuig die de geluidsdemping
dienen voordat het wordt verkocht of geleverd aan de eindklant of tijdens de gebruiksduur van het voertuig voor
andere doeleinden dan voor service, reparatie of vervanging, evenals
2 Gebruik van het voertuig nadat een dergelijk systeem of een dergelijke component verwijderd of buiten werking is
gesteld.
Voorbeelden van wettelijk verboden manipulaties:
1 Verwijderen of doorboren van einddempers, geluidsdempers, bochtstukken of andere componenten die uitlaatgassen
geleiden.
2 Verwijderen of doorboren van delen van het inlaatsysteem.
3 Gebruik in niet-correcte onderhoudstoestand.
4 Vervangen van bewegende onderdelen van het voertuig, onderdelen van het uitlaatsysteem of onderdelen van het
inlaatsysteem door onderdelen die niet door de fabrikant zijn toegelaten.
2.6 Veilig gebruik
Gevaar
Gevaar voor ongevallenBestuurders die niet geschikt zijn voor het verkeer vormen een gevaar voor zichzelf en
voor anderen.
Rijd niet met het voertuig, als u door alcohol, drugs of medicijnen ongeschikt voor het verkeer bent.
Rijd niet met het voertuig, als u hiertoe fysiek of psychisch niet in staat bent.
Gevaar
Gevaar voor vergiftigingUitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.
Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
Waarschuwing
Gevaar voor verbrandingSommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig zeer heet.
Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, koeler, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voertuig-
componenten zijn afgekoeld.
Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert.
Het voertuig uitsluitend in technisch goede staat, op de boogde wijze, en veiligheids- en milieubewust gebruiken.
Het voertuig mag uitsluitend door geïnstrueerde personen worden gebruikt.
Storingen die de veiligheid beïnvloeden, moeten onmiddellijk door een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage worden
verholpen.
De op het voertuig aangebrachte stickers met aanwijzingen en waarschuwingen in acht nemen.
2.7 Beschermende kleding
Waarschuwing
Gevaar voor letselGeen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico.
Zorg ervoor dat uw kind bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen
alsmede broek en jas met bescherming draagt.
Zorg ervoor dat uw kind altijd beschermende kleding draagt die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan
de wettelijke eisen.
Als u zelf motorfiets rijdt zorg er dan voor dat u altijd het goede voorbeeld geeft en zelf ook geschikte bescher-
mende kleding draagt tijdens het rijden.
2 VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
8
Voor uw eigen veiligheid adviseert GASGAS Motorcycles om het voertuig uitsluitend met geschikte beschermende kleding
te gebruiken.
2.8 Werkinstructies
Voor zover niet anders aangegeven moet bij alle werkzaamheden het contact zijn uitgeschakeld (modellen met contactslot,
modellen met transpondersleutel) resp. de motor stilstaan (modellen zonder contactslot of transpondersleutel).
Voor enkele werkzaamheden zijn hulpgereedschappen vereist. Deze maken geen deel uit van het voertuig, maar kunnen
worden besteld onder vermelding van de aangegeven nummers tussen haakjes. Voorbeeld: lagertrekker (15112017000)
Tenzij anders vermeld gelden de normale voorwaarden voor alle werkzaamheden en beschrijvingen.
Omgevingstemperatuur 20 °C
Omgevingsluchtdruk 1.013 mbar
Relatieve luchtvochtigheid 60 ± 5 %
Onderdelen die niet kunnen worden hergebruikt (bijvoorbeeld zelfborgende schroeven en moeren, expansieschroeven,
afdichtingen, dichtringen, keerringen, splitpennen, borgplaten) tijdens de montage door nieuwe onderdelen vervangen.
Voor enkele schroefverbindingen is schroefborging (bijvoorbeeld Loctite®) vereist. Specifieke aanwijzingen van de fabrikant
bij het gebruik in acht nemen.
Als op een nieuw onderdeel reeds schroefborgmiddel (bijv. Precote®) is aangebracht, geen extra borgmiddel aanbrengen.
Onderdelen die na de demontage worden hergebruikt, reinigen en controleren op beschadiging en slijtage. Beschadigde of
versleten onderdelen vervangen.
Na een reparatie of servicebeurt controleren of het voertuig verkeersveilig is.
2.9 Milieu
Door op een verantwoorde manier met uw motorfiets om te gaan kunt u ervoor zorgen dat er geen problemen en conflic-
ten ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebruiken, dient u mili-
eubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren.
Houdt u zich bij het afvoeren van oude olie, andere verbruiks- en hulpstoffen en oude onderdelen aan de geldende wet- en
regelgeving in het betreffende land.
Omdat motorfietsen niet onder de EU-richtlijn voor de afdanking van oude voertuigen vallen, bestaat er geen wettelijke
regeling voor het afdanken van een oude motorfiets. Uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer is u graag van dienst.
2.10 Bedieningshandleiding
Lees de bedieningshandleiding beslist goed en volledig door voordat uw kind voor het eerst gaat rijden. In de bedienings-
handleiding vinden u en uw kind veel informatie en tips die bediening, gebruik en service eenvoudiger maken. Alleen zo
komt u te weten hoe u het voertuig het beste afstemt op uw kind en hoe u en uw kind zich kunnen beschermen tegen let-
sel.
Tip
Bewaar deze bedieningshandleiding op uw eindapparaat, zodat deze altijd kan worden nagelezen.
Neem contact op met een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer als u meer over het voertuig wilt weten of als tijdens
het lezen iets niet duidelijk is.
De bedieningshandleiding is een belangrijk deel van het voertuig. Bij verkoop moet de bedieningshandleiding door de
nieuwe eigenaar opnieuw worden gedownload.
De bedieningshandleiding kan via de QR-code of de link op het leveringscertificaat meerdere keren worden gedownload.
De bedieningshandleiding is bovendien als download op uw geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer en op de GAS-
GAS Motorcycles-website beschikbaar. Via uw gecertificeerde GASGAS Motorcycles dealer kan ook een afgedrukt exem-
plaar worden besteld.
Internationale GASGAS Motorcycles-website: http://www.gasgas.com
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN 3
9
3.1 Bedrijfsmiddelen, hulpstoffen
Aanwijzing
Gevaar voor het milieuOndeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
Bedrijfsmiddelen en hulpstoffen volgens de bedieningshandleiding en specificaties gebruiken.
3.2 Reserveonderdelen, toebehoren
Gebruik voor de veiligheid van uw kind alleen reserveonderdelen en toebehoren die door GASGAS Motorcycles zijn vrijge-
geven en/of aanbevolen en laat deze alleen in een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage monteren. Voor andere
producten en daardoor veroorzaakte schade is GASGAS Motorcycles niet aansprakelijk.
Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uw geautori-
seerde GASGAS Motorcycles-dealer adviseert u graag.
De actuele voor uw voertuig vindt u op de GASGAS Motorcycles-website.GASGAS Technical Accessories
Internationale GASGAS Motorcycles-website: http://www.gasgas.com
3.3 Service
Voorwaarde voor een storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de bedie-
ningshandleiding genoemde service-, onderhouds- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een onjuist
afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Wanneer het voertuig onder zwaardere omstandigheden wordt gebruikt, zoals op zand of op een nat, stoffig of modderig
traject/terrein, kunnen componenten zoals aandrijving, remsystemen, luchtfilters of veringscomponenten duidelijk sneller
verslijten. Daarom kan het nodig zijn onderdelen reeds voor het bereiken van het volgende service-interval te controleren
of te vervangen.
Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtneming daarvan
draagt in belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets.
Bij de intervallen gebaseerd op tijd of kilometerstand is het interval dat als eerste komt doorslaggevend.
3.4 Afbeeldingen
De in de handleiding weergegeven afbeeldingen tonen deels speciale uitrustingen.
Voor een betere weergave en toelichting kunnen enkele onderdelen gedemonteerd of niet afgebeeld zijn. Voor de betref-
fende beschrijving is het echter niet altijd noodzakelijk dat deze onderdelen worden gedemonteerd. Houdt u zich aan de
aanwijzingen in de tekst.
3.5 Klantenservice
De geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealer beantwoordt graag uw vragen over uw voertuig of over GASGAS Motorcy-
cles.
De lijst met geautoriseerde GASGAS Motorcycles-dealers vindt u op de GASGAS Motorcycles-website.
Internationale GASGAS Motorcycles-website: http://www.gasgas.com
4 AFBEELDING VOERTUIG
10
4.1 Afbeelding voertuig linksvoor (symbolische weergave)
V02812-10
Remhendel ( pag. 14)
Klep voor vorkluchtdruk
Koppelingshendel ( pag. 14)
Brandstofkraan ( pag. 16)
Snelsluiting zadelvergrendeling
Choke ( pag. 16)
Versnellingshendel ( pag. 16)
Oliekijkglas
AFBEELDING VOERTUIG 4
11
4.2 Afbeelding voertuig rechtsachter (symbolische weergave)
V02816-10
Tankdop
Uitschakelknop ( pag. 14)
Voorvorkinstelling uitgaande demping
Gashendel ( pag. 14)
Voertuigidentificatiennummer ( pag. 12)
Kickstarterhendel ( pag. 17)
Rempedaal ( pag. 17)
Schokdemperinstelling ingaande demping
Schokdemperinstelling uitgaande demping
5 SERIENUMMERS
12
5.1 Voertuigidentificatiennummer
401945-10
Het voertuigidentificatienummer is aan de rechterkant van het bal-
hoofd gegraveerd.
5.2 Typeplaatje
402154-10
Het typeplaatje is vooraan op de framebuis aangebracht.
5.3 Motornummer
401949-10
Het motornummer is in de linkerkant van de motor onder het
ketting-aandrijfwiel gegraveerd.
5.4 Artikelnummer voorvork
401947-10
Het artikelnummer van de voorvork is aan de buitenkant van de
asopname gegraveerd.
SERIENUMMERS 5
13
5.5 Artikelnummer schokdemper
H01141-10
Het artikelnummer van de schokdemper is op het bovenste deel van
de schokdemper boven de stelring naar de linkerzijde toe gegraveerd.
6 BEDIENINGSELEMENTEN
14
6.1 Koppelingshendel
V02820-10
De koppelingshendel is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.
6.2 Remhendel
V02821-10
De remhendel is aan de rechterzijde van het stuur aangebracht.
Met de remhendel wordt de voorwielrem bediend.
6.3 Gashendel
V02821-11
De gashendel is aan de rechterzijde van het stuur aangebracht.
6.4 Uitschakelknop
V02820-11
De uitschakelknop is links op het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
Uitschakelknop in de uitgangspositie In deze stand is het ont-
stekingscircuit gesloten en kan de motor worden gestart.
Uitschakelknop ingedrukt In deze stand is het ontstekingscir-
cuit onderbroken. Een draaiende motor schakelt uit en een stil-
staande motor schakelt niet in.
BEDIENINGSELEMENTEN 6
15
6.5 Tankdop openen
Gevaar
Gevaar voor brandBrandstof is licht ontvlambaar.
De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.
Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.
Zet de motor uit, als u brandstof tankt.
Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.
Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.
Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftigingBrandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.
Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.
Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.
Adem geen brandstofdampen in.
Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als brandstof in
de ogen zijn gekomen.
Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.
Bewaar brandstof correct in een geschikt reservoir en buiten het bereik van kinderen.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieuOndeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
F03051-10
Ontgrendelknop indrukken, tankdop tegen de klok in draaien en
naar boven toe verwijderen.
6.6 Tankdop sluiten
F03050-10
Tankdop plaatsen en met de klok mee draaien tot de ontgrendel-
knop vergrendelt.
Info
Slang van de brandstoftankontluchting zonder knikken
leggen.
6 BEDIENINGSELEMENTEN
16
6.7 Brandstofkraan
F03052-10
De brandstofkraan bevindt zich aan de linkerzijde van de brandstof-
tank.
Mogelijke toestanden
Brandstofkraan gesloten De kartelschroef is tot de aanslag met
de klok mee gedraaid. Er kan geen brandstof uit de brandstoftank
stromen.
Brandstofkraan geopend De kartelschroef is tot de aanslag tegen
de klok in gedraaid. Er kan brandstof uit de brandstoftank stromen.
6.8 Choke
F03053-11
De chokehendel is aan de linkerkant van de carburateur aange-
bracht.
Als de chokefunctie is geactiveerd wordt er in de carburateur een ope-
ning vrijgegeven waardoor de motor extra brandstof kan aanzuigen.
Daardoor ontstaat een rijker brandstof-luchtmengsel dat voor de koude
start nodig is.
Info
Bij een warme motor moet de chokefunctie gedeactiveerd zijn.
Mogelijke toestanden
Chokefunctie geactiveerd Chokehendel is helemaal omlaag
gedrukt.
Chokefunctie gedeactiveerd Chokehendel is helemaal omhoog
gedrukt.
6.9 Versnellingshendel
401950-10
De versnellingshendel is aan de linkerkant van de motor gemon-
teerd.
401950-11
De positie van de versnellingen kan afgelezen worden van de afbeelding.
De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnel-
ling.
BEDIENINGSELEMENTEN 6
17
6.10 Kickstarterhendel
401954-10
De kickstarterhendel 1is rechts aan de motor aangebracht.
De kickstarterhendel kan worden gezwenkt.
Info
Voor het rijden eerst de kickstarterhendel naar de motor zwen-
ken.
6.11 Rempedaal
401956-10
Het rempedaal 1bevindt zich voor de rechter voetsteun.
Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.
6.12 Plug-in standaard
402581-10
De bevestiging van de plug-in standaard 1bevindt zich aan het frame
aan de linkerkant van het voertuig.
De plug-in standaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motor-
fiets.
Info
De plug-in standaard verwijderen voordat u gaat rijden.
7 INBEDRIJFSTELLING
18
7.1 Aanwijzingen voor eerste inbedrijfstelling
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Ontbrekende fysieke of psychische geschiktheid van het kind vormt een groot risico.
Kinderen kunnen gevaren vaak onderschatten of geheel niet herkennen.
Uw kind moet al zelf kunnen fietsen.
Uw kind moet het voertuig na vallen zelf weer rechtop kunnen zetten.
Bovendien moet uw kind begrijpen dat voorschriften en aanwijzingen van u of van een andere toezichthou-
dende persoon opgevolgd moeten worden.
Vertel uw kind dat het in geen geval zonder toezichthoudende persoon met het voertuig mag rijden.
Vertel uw kind dat het niet sneller mag rijden dan voor uw kind beheersbaar.
Vraag niet teveel van uw kind.
Doe pas mee aan wedstrijden, als conditie, rijtechniek en motivatie voldoende zijn.
Laat uw kind uitsluitend met het voertuig rijden, als uw kind zowel lichamelijk als geestelijk in staat is een voer-
tuig te rijden.
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico.
Zorg ervoor dat uw kind bij alle ritten geschikte, beschermende bekleding zoals helm, laarzen, handschoenen
alsmede broek en jas met bescherming draagt.
Zorg ervoor dat uw kind altijd beschermende kleding draagt die zich in een goede staat bevindt en voldoet aan
de wettelijke eisen.
Als u zelf motorfiets rijdt zorg er dan voor dat u altijd het goede voorbeeld geeft en zelf ook geschikte bescher-
mende kleding draagt tijdens het rijden.
Waarschuwing
Gevaar voor vallen Verschillende profielen van voor- en achterwiel beïnvloeden het rijgedrag.
Verschillende profielen kunnen de controle over het voertuig aanzienlijk moeilijker maken.
Zorg ervoor dat voor- en achterwiel steeds van banden met hetzelfde profiel zijn voorzien.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Onaangepast rijgedrag vormt een groot risico.
Let erop dat uw kind de rijsnelheid aanpast aan de situatie op de rijweg en de rijvaardigheden.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Het voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder.
Vertel uw kind dat het geen bijrijder mag meenemen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Het remsysteem valt uit bij oververhitting.
Als het rempedaal niet wordt vrijgegeven slijten de remplaketten ononderbroken.
Let erop dat uw kind de voet van het rempedaal neemt als hij of zij niet wil afremmen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen De rijwerkcomponenten worden door overbelasting beschadigd of onbruikbaar.
Overschrijd het hoogst toegelaten bestuurdersgewicht niet.
INBEDRIJFSTELLING 7
19
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen zijn eventueel niet met het voertuig vertrouwd.
Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait.
Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden.
Info
Houd er bij het gebruik van de motorfiets rekening mee dat andere mensen last kunnen hebben van overmatig
lawaai.
Ervoor zorgen dat de werkzaamheden van de controle voor de verkoop worden uitgevoerd door een geautoriseerde
GASGAS Motorcycles-garage.
U ontvangt het leveringsdocument bij de overdracht van het voertuig.
Voor de eerste rit samen met uw kind de volledige bedieningshandleiding aandachtig doorlezen.
Info
Daarbij vooral ingaan op de veiligheidsaanwijzingen en het risico op letsel.
Uw kind uitleg geven over de rij- en valtechnieken, zoals de effecten van gewichtsverschuivingen op het rijge-
drag.
Ervoor zorgen dat uw kind vertrouwd raakt met de bedieningselementen.
Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. ( pag. 60)
Uitgangspositie van de remhendel instellen. ( pag. 64)
Uitgangspositie van het rempedaal instellen. ( pag. 71)
Voor de eerste inbedrijfstelling controleren of de basisinstelling van het chassis geschikt is voor het gewicht van uw
kind.
Laat uw kind op een geschikt terrein wennen aan het rijgedrag van de motorfiets, bij voorkeur op een groot open veld.
Info
Om ervoor te zorgen dat uw kind een gevoel krijgt voor de werking van de rem, moet u uw kind eerst aandu-
wen. Pas als uw kind de voorwielrem kan doseren, kan de motor worden gestart.
Laat uw kind eerst naar een andere persoon rijden, die uw kind helpt bij het stoppen en draaien.
Obstakels neerzetten waar uw kind omheen moet rijden, zodat uw kind kan wennen aan het rijgedrag van het voertuig.
Uw kind moet ook proberen om zo langzaam mogelijk en staand te rijden om een beter gevoel voor de motorfiets te
krijgen.
Uw kind mag niet over een terrein rijden dat te veel vergt van de capaciteiten en de ervaring van uw kind.
Uw kind moet tijdens het rijden het stuur met beide handen vasthouden en de voeten op de voetsteunen laten rusten.
Ervoor zorgen dat het hoogst toelaatbare bestuurdersgewicht niet wordt overschreden.
Voorgeschreven waarde
Maximaal bestuurdersgewicht 50 kg
Spaakspanning controleren. ( pag. 80)
Info
De spaakspanning moet na een half uur rijden worden gecontroleerd.
Motor inrijden. ( pag. 20)
7 INBEDRIJFSTELLING
20
7.2 Motor inrijden
Tijdens de inrijperiode het aangegeven motorvermogen niet overschrijden.
Voorgeschreven waarde
Maximaal motorvermogen
tijdens de eerste 3 rij-uren < 70 %
tijdens de eerste 5 rij-uren < 100 %
Info
Het gebruik van een bedrijfsurenteller wordt aanbevolen om de kilometerstand steeds te kunnen controleren.
Vol gas geven vermijden!
RIJ-INSTRUCTIES 8
21
8.1 Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfstelling
Info
Telkens voordat u gaat rijden controleren of het voertuig in een goede staat is en of er veilig mee kan worden gere-
den.
Bij het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.
H02217-01
Cardanoliepeil controleren. ( pag. 90)
Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. ( pag. 65)
Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. ( pag. 71)
Remplaketten van de voorwielrem controleren. ( pag. 67)
Remplaketten van de achterwielrem controleren. ( pag. 73)
Controleren of het remsysteem goed werkt.
Koelmiddelpeil controleren. ( pag. 82)
Kettingvervuiling controleren. ( pag. 54)
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding contro-
leren. ( pag. 57)
Kettingspanning controleren. ( pag. 55)
Bandentoestand controleren. ( pag. 79)
Bandenspanning controleren. ( pag. 80)
Spaakspanning controleren. ( pag. 80)
Info
De spaakspanning moet regelmatig worden gecontroleerd,
omdat bij verkeerde spaakspanning de rijveiligheid ernstig
nadelig wordt beïnvloed.
Vuilschrapers van de vorkpoten reinigen. ( pag. 39)
Vorkpoten ontluchten. ( pag. 38)
Luchtfilter controleren.
Controleren of alle bedieningselementen goed zijn ingesteld en soe-
pel bewegen.
Alle schroeven, moeren en slangklemmen regelmatig op goed vast-
zitten controleren.
Brandstofvoorraad controleren.
8.2 Voertuig starten
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
Zorg bij gebruik van de motor steeds voor voldoende ventilatie.
Gebruik een geschikte uitlaatgasafzuiging als u de motor in een gesloten ruimte start of laat draaien.
Aanwijzing
Motorschade Hoge toerentallen bij koude motor hebben een negatief effect op de levensduur van de motor.
Zorg ervoor dat de motor met een laag toerental wordt warm gereden.
Info
Als de motorfiets niet goed start kan dat worden veroorzaakt door oude brandstof in de vlotterkamer. De licht ont-
vlambare stoffen in de brandstof vervluchtigen als de motorfiets langere tijd stilstaat.
Als de vlotterkamer met verse ontsteekbare brandstof is gevuld zal de motor meteen starten.
8 RIJ-INSTRUCTIES
22
Motorfiets staat meer dan 1 week stil
Vlotterkamer van de carburateur aftappen. ( pag. 88)
Kartelschroef op de brandstofkraan tegen de klok in draaien tot de aanslag.
Er kan brandstof van de brandstoftank naar de carburateur stromen.
Motorfiets van de standaard nemen.
Versnelling in stationair schakelen.
Motor koud
Chokehendel helemaal omlaag drukken.
Kickstarterhendel krachtig en volledig intrappen.
Info
Geen gas geven.
8.3 Beginnen met rijden
Info
Voordat u gaat rijden moet de plug-in standaard worden verwijderd.
Koppelingshendel trekken, in de 1e versnelling zetten, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gelijktijdig voorzichtig
gas geven.
8.4 Schakelen, rijden
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Terugschakelen bij een hoog motortoerental blokkeert het achterwiel en overbelast de
motor.
Vertel uw kind dat het bij een hoog toerental niet naar een lagere versnelling mag terugschakelen.
Info
Als u tijdens het rijden ongewone geluiden hoort, meteen stoppen, de motor uitzetten en contact opnemen met
een geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage.
De 1e versnelling is de start- of bergversnelling.
Als de verhoudingen het toestaan (helling, rijsituatie etc.) kan uw kind naar een hogere versnelling schakelen. Daarvoor
gas loslaten, tegelijkertijd koppelingshendel trekken, naar de volgende versnelling schakelen, koppelingshendel vrijge-
ven en gas geven.
Als de chokefunctie is geactiveerd, moet deze worden gedeactiveerd als de motor warm is.
Nadat met een volledig opengedraaide gashendel de maximale snelheid is bereikt, deze tot ¾ gas terugdraaien. Pas
uw snelheid aan de weggesteldheid en weersituatie aan. De snelheid verlaagt nauwelijks, maar er wordt aanmerkelijk
minder brandstof verbruikt.
Uw kind mag altijd slechts zoveel gas geven als de motor op dat moment kan verwerken abrupt opendraaien van de
gashendel verhoogt het verbruik.
Voor het terugschakelen de motorfiets afremmen en tegelijkertijd gas terugnemen.
Aan de koppelingshendel trekken en naar een lagere versnelling schakelen, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gas
geven resp. nog een keer schakelen.
Uw kind moet de motor uitzetten, als de motorfiets langere tijd stationair draait of stilstaat.
Voorgeschreven waarde
≥ 2 min
RIJ-INSTRUCTIES 8
23
Uw kind moet frequent of lang laten slippen van de koppeling vermijden. Hierdoor wordt de motorolie verwarmd en
dus ook de motor en het koelsysteem.
Leg uw kind uit dat het beter is met een lager toerental dan met een hoog toerental en slippende koppeling te rijden.
8.5 Afremmen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Door te sterk afremmen blokkeren de wielen.
Vertel uw kind dat het de manier van remmen moet aanpassen aan de rijsituatie en de toestand van de weg.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Een poreus drukpunt van voor- en/of achterwielrem vermindert de remwerking.
Controleer het remsysteem en laat het kind pas verder rijden, als het probleem is opgelost. (De geautoriseerde
GASGAS Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Vocht en vuil beïnvloeden het remsysteem nadelig.
Vertel uw kind om meerdere keren voorzichtig te remmen, om de remplaketten en remschijven te drogen en
vuil te verwijderen.
Op zandige, natte of gladde ondergrond moet overwegend de achterwielrem worden gebruikt.
Het remmen moet altijd voor het begin van de bocht zijn afgerond. Uw kind moet daarbij afhankelijk van de snelheid
naar een lagere versnelling schakelen.
Spoor uw kind aan om bij langdurig bergaf rijden de remwerking van de motor te gebruiken. Daarvoor een of twee ver-
snellingen terugschakelen, maar daarbij de motor niet overbelasten. Zo hoeft uw kind veel minder te remmen en raakt
het remsysteem niet oververhit.
8.6 Stoppen, parkeren
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Onbevoegd handelende personen zijn eventueel niet met het voertuig vertrouwd.
Laat het voertuig nooit onbeheerd achter als de motor draait.
Beveilig het voertuig tegen gebruik door onbevoegden.
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden bij gebruik van het voertuig zeer heet.
Raak onderdelen zoals uitlaatsysteem, koeler, motor, stootdemper en remsysteem pas aan, als deze voertuig-
componenten zijn afgekoeld.
Laat de voertuigcomponenten afkoelen voordat u werkzaamheden uitvoert.
Aanwijzing
Materiaalschade Een onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.
Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan aanzienlijke schade ontstaan.
De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.
Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.
8 RIJ-INSTRUCTIES
24
Aanwijzing
Gevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar.
Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen.
Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken.
Motorfiets afremmen.
Versnelling in stationair schakelen.
Uitschakelknop bij stationair toerental van de motor indrukken totdat de motor stilstaat.
Kartelschroef op de brandstofkraan met de klok mee draaien tot de aanslag.
Motorfiets op vaste ondergrond parkeren.
8.7 Transporteren
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen of omvallen.
Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
Aanwijzing
Gevaar voor brand Hete voertuigdelen vormen een brand- en explosiegevaar.
Plaats het voertuig niet in de buurt van licht ontvlambare of explosiegevaarlijke materialen.
Laat het voertuig afkoelen alvorens het te bedekken.
401475-01
Motor uitzetten.
Motorfiets met spanriemen of andere geschikte bevestigingsmidde-
len beveiligen tegen omvallen en wegrollen.
8.8 Brandstof tanken
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
De brandstof in de tank wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uit de tank stromen.
Tank het voertuig niet in de buurt van open vuur of brandende sigaretten.
Zet de motor uit, als u brandstof tankt.
Voorkom dat brandstof wordt gemorst, in het bijzonder op hete delen van het voertuig.
Wis eventueel gemorste brandstof onmiddellijk weg.
Neem de gegevens over het tanken van brandstof in acht.
RIJ-INSTRUCTIES 8
25
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is gevaarlijk voor de gezondheid.
Voorkom contact van brandstof met de huid, de ogen of kleding.
Raadpleeg onmiddellijk een arts, als brandstof werd ingeslikt.
Adem geen brandstofdampen in.
Bij contact met de huid desbetreffende plek onmiddellijk met veel water afspoelen.
Ogen minstens onmiddellijk grondig met water uitspoelen en onmiddellijk een arts opzoeken, als brandstof in
de ogen zijn gekomen.
Wissel uw kleding, als er brandstof op is gekomen.
Aanwijzing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
Motor uitzetten.
Tankdop openen. ( pag. 15)
400382-10
Brandstoftank maximaal tot maat Amet brandstof vullen.
Voorgeschreven waarde
Maat A35 mm
Inhoud brandstoftank
ca.
3,5 l Superbrandstof
loodvrij (95 octaan)
gemengd met 2-takt
motorolie (1:60)
( pag. 107)
Tankdop sluiten. ( pag. 15)
9 SERVICESCHEMA
26
9.1 Extra informatie
Voor alle verdergaande werkzaamheden, die resulteren uit de verplichte werkzaamheden resp. de aanbevolen werkzaam-
heden, moet een extra opdracht worden verstrekt, die ook apart in rekening wordt gebracht.
Afhankelijk van de lokale gebruiksomstandigheden kunnen in uw land afwijkende service-intervallen gelden.
In het kader van technische ontwikkelingen kunnen intervallen en omvang van afzonderlijke servicebeurten
veranderen. Het meest recente serviceschema is altijd te vinden op GASGAS Motorcycles Dealer.net. Uw geautoriseerde
GASGAS Motorcycles-dealer adviseert u graag.
Het gebruik van een bedrijfsurenteller wordt aanbevolen om de kilometerstand steeds te kunnen controleren.
Bedrijfsurenteller (A54012920000)
9.2 Verplichte werkzaamheden
om de 80 bedrijfsuren
om de 40 bedrijfsuren
om de 20 bedrijfsuren
na 10 bedrijfsuren
Remplaketten van de voorwielrem controleren. ( pag. 67) ○●●●
Remplaketten van de achterwielrem controleren. ( pag. 73) ○●●●
Remschijven controleren. ( pag. 64) ○●●●
Remkabels controleren op beschadiging en dichtheid.
Afdichtmanchet voetremcilinder vervangen.
Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. ( pag. 71) ○●●●
Vrije slag van het rempedaal controleren. ( pag. 70) ○●●●
Frame controleren. ( pag. 59) ●●●
Achterbrug controleren. ( pag. 59) ●●●
Achterbruglager op speling controleren.
Schokdemper-zwenklager op speling controleren.
Bandentoestand controleren. ( pag. 79) ○●●●
Bandenspanning controleren. ( pag. 80) ○●●●
Wiellager op speling controleren.
Wielnaven controleren.
Velgslag controleren. ○ ● ● ●
Spaakspanning controleren. ( pag. 80) ○●●●
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren. ( pag. 57) ○●●●
Kettingspanning controleren. ( pag. 55) ○●●●
Alle bewegende onderdelen (bijv. hendels, ketting enz.) smeren en controleren of ze soepel bewe-
gen.
○●●●
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling controleren. ( pag. 60) ○●●●
Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. ( pag. 65) ○●●●
Vrije slag van de remhendel controleren. ( pag. 64) ○●●●
Speling balhoofdlager controleren. ( pag. 45) ○●●●
Bougie en bougiedop vervangen.
Cardanolie verversen. ( pag. 90) ● ●
Cardanoliepeil controleren. ( pag. 90)
Koppeling controleren.
Alle slangen (bijv. brandstof-, radiateur-, ontluchting-, aftapslangen, ...) en manchetten controleren
op scheuren, dichtheid en correcte legging.
○●●●
Antivries en koelmiddelpeil controleren. ( pag. 81) ○●●●
Kabels controleren op beschadiging en legging zonder knikken.
SERVICESCHEMA 9
27
om de 80 bedrijfsuren
om de 40 bedrijfsuren
om de 20 bedrijfsuren
na 10 bedrijfsuren
Bowdenkabels controleren op beschadiging, knikken en instelling.
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen. ( pag. 52) ○●●●
Glasvezelvulling van einddemper vervangen. ( pag. 54) ●●●
Voorvorkservice uitvoeren.
Schokdemperservice uitvoeren.
Controleren of makkelijk toegankelijke, veiligheidsrelevante schroeven en moeren goed vastzitten.
Stationair toerental controleren. ○ ● ● ●
Eindcontrole: controleren of het voertuig verkeersveilig is en een proefrit maken.
Service in het GASGAS Motorcycles Dealer.net noteren.
Eenmalig interval
Periodiek interval
9.3 Aanbevolen werkzaamheden
om de 48 maanden
om de 12 maanden
om de 80 bedrijfsuren
om de 40 bedrijfsuren
na 20 bedrijfsuren / om de 20 bedrijfsuren
na 10 bedrijfsuren
Remvloeistof van de voorwielrem verversen.
Remvloeistof van de achterwielrem verversen.
Vloeistof van de hydraulische koppeling verversen. ( pag. 62) ● ●
Balhoofdlager smeren. ( pag. 46) ● ●
Voorvorkservice uitvoeren.
Schokdemperservice uitvoeren.
Carburateurcomponenten controleren/instellen. ● ● ● ●
Koelmiddel verversen. ( pag. 84)
Klein motoronderhoud uitvoeren. (Cilinders en zuigers controleren. Inlaatmembraan con-
troleren. Uitlaatregeling op goede werking en soepelheid controleren.)
●●●
Groot motoronderhoud uitvoeren, inclusief demontage en montage van de motor. (Veer
van de uitlaatbesturing vervangen. Zuigers vervangen. Drijfstang, drijfstanglager en kruktap
vervangen. Krukaslager vervangen. Transmissie en versnelling controleren. Alle motorlagers
vervangen.)
Eenmalig interval
Periodiek interval
10 CHASSIS AFSTELLEN
28
10.1 Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht controleren
Info
Voor de basisinstelling van het chassis eerst de schokdemper en daarna de voorvork instellen.
401030-01
Om optimale rijeigenschappen van de motorfiets te bereiken en om
beschadiging aan voorvork, schokdemper, achterbrug en frame te
voorkomen moeten de basisinstelling en veringscomponenten bij
het gewicht van de bestuurder passen.
Dit voertuig is in de leveringstoestand ingesteld op het standaardge-
wicht van een bestuurder (met complete beschermende kleding).
Voorgeschreven waarde
Standaard bestuurdersgewicht 35 … 45 kg
Als het gewicht van de bestuurder buiten dit bereik ligt moet de
basisinstelling van de veringscomponenten worden aangepast.
Kleine afwijkingen van het gewicht kunnen door het wijzigen van de
veervoorspanning worden gecompenseerd, bij grotere afwijkingen
moet een aangepaste vering worden gemonteerd.
10.2 Luchtvering XACT 5235
In de voorvork wordt een luchtvering gebruikt.WP XACT 5235
Bij dit systeem bevindt de vering zich in de linker voorvorkpoot en de demping in de rechter voorvorkpoot.
Aangezien de voorvorkveren niet nodig zijn, wordt een aanzienlijk gewichtsvoordeel bereikt ten opzichte van conventionele
voorvorken. Ook het reageren op kleine oneffenheden wordt aanzienlijk verbeterd.
Onder normale rij-omstandigheden zorgt alleen een luchtkussen voor de vering. Als eindslag bevindt zich een stalen veer in
de linkervorkpoot.
Info
Als de voorvork regelmatig doorslaat, moet de luchtdruk in de voorvork worden verhoogd om beschadiging van de
voorvork en het frame te voorkomen.
De luchtdruk in de voorvork kan met een voorvorkpomp snel worden aangepast aan het bestuurdersgewicht, de omstan-
digheden van het terrein en de wens van de bestuurder. De voorvork hoeft niet te worden gedemonteerd. De ingewikkelde
montage van hardere of zachtere vorkveren kan achterwege blijven.
Als de luchtkamer als gevolg van een beschadigde pakking lucht zou verliezen, zakt de voorvork desondanks toch niet door.
De lucht wordt in dit geval in de vork tegengehouden. De veerweg blijft grotendeels behouden. De demping wordt harder
en het rijcomfort neemt af.
De demping kan in de uitgaande demping worden ingesteld.
De instelling uitgaande demping bevindt zich aan de bovenzijde van de rechter vorkpoot.
CHASSIS AFSTELLEN 10
29
10.3 Ingaande demping schokdemper
De ingaande demping van de schokdemper is verdeeld in twee bereiken: highspeed en lowspeed.
High- en lowspeed hebben betrekking op de snelheid waarmee het achterwiel inveert en niet op de rijsnelheid.
De highspeed instelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed op de landing na een sprong. Het achterwiel
veert daarbij snel in.
De lowspeed instelling voor ingaande demping is bijvoorbeeld van invloed bij het rijden over lange hobbels op de onder-
grond. Het achterwiel veert daarbij langzaam in.
Beide bereiken kunnen apart worden ingesteld, de overgang tussen high- en lowspeed is echter vloeiend. Daarom zijn wijzi-
gingen in het highspeedbereik van de ingaande demping ook van invloed op het lowspeedbereik en omgekeerd.
10.4 Ingaande demping lowspeed van de schokdemper instellen
Voorzichtig
Gevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvakkundig uit
elkaar wordt genomen.
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof.
Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Info
De lowspeed instelling voor ingaande demping toont zijn effect wanneer de schokdemper langzaam tot normaal
inveert.
F02172-10
Stelschroef 1met een schroevendraaier met de klok mee draaien
tot de laatste voelbare klik.
Info
Schroef2niet losdraaien!
Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen de
klok in draaien.
Voorgeschreven waarde
Ingaande demping lowspeed
Comfort 18 klikken
Standaard 15 klikken
Sport 12 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien
tegen de klok in verlaagt de demping.
10.5 Ingaande demping highspeed van de schokdemper instellen
Voorzichtig
Gevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvakkundig uit
elkaar wordt genomen.
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof.
Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
10 CHASSIS AFSTELLEN
30
Info
De highspeed instelling voor ingaande demping toont zijn effect wanneer de schokdemper snel inveert.
F02172-11
Stelschroef 1met een dopsleutel tot de aanslag met de klok mee
draaien.
Info
Schroef2niet losdraaien!
Afhankelijk van het schokdempertype een aantal slagen tegen de
klok in draaien.
Voorgeschreven waarde
Ingaande demping highspeed
Comfort 2,5 omw
Standaard 2 omw
Sport 1,5 omw
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien
tegen de klok in verlaagt de demping.
10.6 Uitgaande demping van de schokdemper instellen
Voorzichtig
Gevaar voor letsel Delen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvakkundig uit
elkaar wordt genomen.
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof.
Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
F02173-10
Stelschroef 1met de klok mee draaien tot de laatste voelbare klik.
Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen de
klok in draaien.
Voorgeschreven waarde
Uitgaande demping
Comfort 18 klikken
Standaard 15 klikken
Sport 12 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien
tegen de klok in verlaagt de demping bij het uitveren.
CHASSIS AFSTELLEN 10
31
10.7 Maat achterwiel zonder belasting bepalen
Voorwerk
Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 38)
402415-10
Hoofdwerk
Veerwegmal in de achterwielas positioneren en de afstand tot de
markering op het achterspatbord meten.SAG
Veerwegmal (00029090200)
Waarde als maat noteren.
Nawerk
Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 38)
10.8 Statische veerweg schokdemper controleren
402416-10
Maat achterwiel zonder belasting bepalen. ( pag. 31)
De motorfiets met behulp van iemand die assisteert rechtop hou-
den.
Opnieuw met de veerwegmal de afstand tussen de achterwielas en
de markering op het achterspatbord meten.SAG
Waarde als maat noteren.
Info
De statische veerweg is het verschil tussen maat en .
Statische veerweg controleren.
Statische veerweg 30 mm
» Als de statische veerweg kleiner of groter is dan de aangegeven
maat:
Veervoorspanning van de schokdemper instellen.
( pag. 32)
10 CHASSIS AFSTELLEN
32
10.9 Dynamische veerweg schokdemper controleren
402417-10
Maat achterwiel zonder belasting bepalen. ( pag. 31)
Met behulp van een persoon, die de motorfiets vasthoudt, gaat de
bestuurder met volledige beschermende kleding in een normale
zitpositie (voeten op de voetsteunen) op de motorfiets zitten en
beweegt enkele keren op en neer.
De achterwielophanging slingert zo in de juiste positie.
Een tweede persoon meet nu opnieuw met de veerwegmal de
afstand tussen de achterwielas en de markering op hetSAG
achterspatbord.
Waarde als maat noteren.
Info
De dynamische veerweg is het verschil tussen maat
en .
Dynamische veerweg controleren.
Voorgeschreven waarde
Dynamische veerweg 70 mm
» Als de dynamische veerweg afwijkt van de aangegeven maat:
Dynamische veerweg instellen. ( pag. 33)
10.10 Veervoorspanning schokdemper instellen
Voorzichtig
Gevaar voor letselDelen van de schokdemper worden rondgeslingerd, als de schokdemper onvakkundig uit
elkaar wordt genomen.
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof.
Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde GASGAS Motorcycles-garage is u graag van dienst.)
Voorwerk
Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 38)
Schokdemper demonteren. ( pag. 50)
Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.
CHASSIS AFSTELLEN 10
33
F02171-10
Hoofdwerk
Totale veerlengte in gespannen toestand meten en de waarde note-
ren.
Contraring losdraaien.
Stelring draaien tot de veer volledig ontspannen is.
Combinatiesleutel (50329080000)
Haaksleutel (T106S)
Info
Als de veer niet geheel kan worden ontspannen, moet de
veer worden gedemonteerd voor een nauwkeurige meting
van de veerlengte.
Totale veerlengte in ontspannen toestand meten.
Veer door het draaien van de stelring op de aangegeven
maat spannen.
Voorgeschreven waarde
Veervoorspanning 5 mm
Info
De veervoorspanning is het verschil tussen de ontspannen
veerlengte en de gespannen veerlengte.
Afhankelijk van de statische of dynamische veerweg kan een
hogere of lagere veervoorspanning nodig zijn.
Contraring vastdraaien.
Nawerk
Schokdemper monteren. ( pag. 50)
Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 38)
10.11 Dynamische veerweg instellen
Voorwerk
Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 38)
Schokdemper demonteren. ( pag. 50)
Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.
B00292-10
Hoofdwerk
Een passende veer kiezen en monteren.
Voorgeschreven waarde
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 35 kg 35 N/mm
Gewicht bestuurder: 40 kg 40 N/mm
Gewicht bestuurder: 45 kg 45 N/mm
Info
De veerconstante staat vermeld op de buitenkant van de
veer.
Kleine afwijkingen in gewicht kunnen worden gecompen-
seerd door het wijzigen van de veervoorspanning.
Nawerk
Schokdemper monteren. ( pag. 50)
Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 38)
10 CHASSIS AFSTELLEN
34
Statische veerweg van de schokdemper controleren. ( pag. 31)
Dynamische veerweg van de schokdemper controleren. ( pag. 32)
Uitgaande demping van de schokdemper instellen. ( pag. 30)
10.12 Basisinstelling voorvork controleren
Info
Bij de voorvork kan om verschillende redenen geen exacte dynamische veerweg worden vastgelegd.
401000-01
Kleinere afwijkingen van het bestuurdersgewicht kunnen worden
gecompenseerd door de vorkluchtdruk.
Als de voorvork echter vaker doorslaat (harde eindaanslag bij het
inveren) moet de vorkluchtdruk volgens de voorschriften worden
verhoogd om beschadiging aan voorvork en frame te voorkomen.
10.13 Voorvorkluchtdruk instellen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallenWijzigingen aan de instelling van het chassis kunnen het rijgedag sterk beïnvloeden.
Extreme wijzigingen in de basisinstelling van het chassis kunnen het rijgedrag aanzienlijk verslechteren en compo-
nenten overbelasten.
Voer instellingen alleen binnen het aanbevolen bereik uit.
Laat uw kind na wijzigingen eerst langzaam rijden, om het rijgedrag te kunnen inschatten.
Info
De luchtdruk op zijn vroegst 5 minuten na het uitzetten van de motor onder dezelfde omstandigheden controleren
of instellen.
De luchtvering bevindt zich in de linker vorkpoot. De uitgaande demping bevindt zich in de rechter vorkpoot.
Voorwerk
Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 38)
F03054-10
Hoofdwerk
Beschermkap verwijderen.
Vorkpomp helemaal in elkaar schuiven.
Vorkpomp (79412966100)
Info
De vorkpomp wordt bij de motor geleverd.
Vorkpomp op de linker vorkpoot aansluiten.
Het display van de vorkpomp wordt automatisch ingeschakeld.
Bij het aansluiten ontsnapt wat lucht uit de vorkpoot.
CHASSIS AFSTELLEN 10
35
Info
Dit komt door het volume van de slang en is geen defect van
de vorkpomp of voorvork.
De bijgevoegde handleiding voor GASGAS Technical Accesso-
ries in acht nemen.
Luchtdruk volgens de richtlijn instellen.
Voorgeschreven waarde
Luchtdruk 3 bar
Verandering in de luchtdruk
stapsgewijs met
0,2 bar
Minimale luchtdruk 1,4 bar
Maximale luchtdruk 4 bar
Info
Luchtdruk nooit buiten de aangegeven grenswaarden instel-
len.
Vorkpomp van de linker vorkpoot loskoppelen.
Bij het loskoppelen ontsnapt druk uit de slang, niet uit de vork-
poot.
Het display van de vorkpomp schakelt na 80 seconden automa-
tisch uit.
Beschermkap monteren.
Info
Beschermkap alleen met de hand monteren.
Nawerk
Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 38)
10.14 Uitgaande demping voorvork instellen
Info
De hydraulische uitgaande demping bepaalt het gedrag bij het uitveren van de voorvork.
F03055-10
Instelelement tot de aanslag met de klok mee draaien.
Info
Het stelelement bevindt zich aan het bovenste uiteinde
van de rechter vorkpoot.
Afhankelijk van het voorvorktype een aantal klikken tegen de klok in
draaien.
Voorgeschreven waarde
Uitgaande demping
Comfort 15 klikken
Standaard 12 klikken
Sport 10 klikken
10 CHASSIS AFSTELLEN
36
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien
tegen de klok in verlaagt de demping bij het uitveren.
10.15 Stuurpositie
C00248-10
Op de bovenste kroonplaat bevinden zich 2 boringen op een afstand
van elkaar.
Afstand boringen 15 mm
De boringen op de stuuradapters zijn op een afstand van het mid-
den geplaatst.
Afstand boringen 3,5 mm
De stuuradapters kunnen in 4 verschillende standen worden gemon-
teerd. Daardoor is het mogelijk het stuur in de aangenaamste positie
voor de bestuurder te zetten.
10.16 Stuurpositie instellen
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallenEen gerepareerd stuur vormt een veiligheidsrisico.
Als het stuur werd verbogen of uitgelijnd, treedt materiaalmoeheid op. Hierdoor kan het stuur breken.
Vervang het stuur, als het stuur is verbogen of beschadigd.
C00249-10
Schroeven verwijderen. Stuurklemmen verwijderen. Stuur ver-
wijderen en opzij leggen.
Info
Componenten door afdekken tegen beschadiging bescher-
men.
Kabels en leidingen niet knikken.
Schroeven verwijderen. Stuuradapters verwijderen.
Stuuradapters in de gewenste positie zetten. Schroeven monte-
ren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stuur-
adapter
M10 40 Nm
Loctite®243™
Stuur positioneren.
Info
Erop letten dat de kabels en leidingen correct worden
gelegd.
Stuurklemmen positioneren. Schroeven monteren en gelijkma-
tig vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stuurplaat M8 20 Nm
CHASSIS AFSTELLEN 10
37
Info
Op gelijkmatige spleetmaten letten.
11 SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
38
11.1 Motorfiets met hefbok opkrikken
Aanwijzing
MateriaalschadeEen onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.
Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan aanzienlijke schade ontstaan.
De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.
Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.
401942-01
Motorfiets aan het frame onder de motor opkrikken.
Beide wielen hebben geen contact met de grond.
Motorfiets borgen tegen omvallen.
11.2 Motorfiets van hefbok nemen
Aanwijzing
MateriaalschadeEen onjuiste handelwijze bij parkeren beschadigt het voertuig.
Als het voertuig wegrolt of omvalt, kan aanzienlijke schade ontstaan.
De onderdelen voor parkeren van het voertuig zijn alleen berekend op het voertuiggewicht.
Zet het voertuig op een stevige en vlakke ondergrond.
Zorg ervoor dat niemand op het voertuig gaat zitten wanneer het voertuig op de standaard staat.
402581-10
Motorfiets van hefbok nemen.
Hefbok verwijderen.
Voor het neerzetten van de motorfiets de plug-in standaard
in de adapter voor de plug-in standaard aan de linkerzijde van het
voertuig plaatsen.
Info
De plug-in standaard verwijderen voordat u gaat rijden.
11.3 Vorkpoten ontluchten
Voorwerk
Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 38)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS 11
39
F02179-10
Hoofdwerk
Ontluchtingsschroeven losdraaien.
Als de druk te hoog is, dan verdwijnt de overtollige druk uit de
binnenruimte van de voorvork.
Ontluchtingsschroeven vastdraaien.
Nawerk
Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 38)
11.4 Vuilschrapers vorkpoten reinigen
Voorwerk
Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 38)
Voorvorkprotector demonteren. ( pag. 40)
F02975-10
Hoofdwerk
Vuilschrapers van beide vorkpoten naar beneden schuiven.
Info
De vuilschrapers schrapen stof en grof vuil van de binnen-
poot af. In de loop van de tijd kan er vuil achter te vuilschra-
pers terechtkomen. Als dit vuil niet wordt verwijderd, kun-
nen de daarachter liggende afdichtringen gaan lekken.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallenOlie of vet op de remschijven
vermindert de remwerking.
Houd de remschijven steeds olie- en vetvrij.
Reinig de remschijven indien nodig met remreinigings-
middel.
Vuilschrapers en de binnenpoten aan beide vorkpoten reinigen en
smeren met olie.
Universele oliespray ( pag. 109)
Vuilschrapers terugduwen in de inbouwpositie.
Overtollige olie verwijderen.
Nawerk
Voorvorkprotector monteren. ( pag. 40)
Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 38)
11 SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
40
11.5 Voorvorkprotector demonteren
F03100-10
Schroeven verwijderen en klem verwijderen.
Schroeven aan linker vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotector
verwijderen.
F03099-10
Schroeven aan rechter vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotec-
tor verwijderen.
11.6 Voorvorkprotector monteren
F03099-11
Voorvorkprotector op rechter vorkpoot positioneren. Schroeven
monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroeven
chassis
M6 10 Nm
F03100-11
Voorvorkprotector op linker vorkpoot positioneren. Schroeven
monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Resterende schroeven
chassis
M6 10 Nm
Remkabel en klem positioneren. Schroeven monteren en vast-
draaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remkabelhou-
der
EJOT 1,7 Nm
De remleiding alleen met de metalen bus klemmen.
Controleren of de bovenkant van de bus zo goed mogelijk gelijk
zit met de klem.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS 11
41
11.7 Vorkpoten demonteren
Voorwerk
Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 38)
Voorwiel demonteren. ( pag. 76)
K01422-10
Hoofdwerk
Schroeven verwijderen en klem verwijderen.
Schroeven verwijderen en remzadels verwijderen.
Remzadel met remkabel spanningsvrij opzij hangen.
Info
Remkabel niet knikken.
F03097-10
Schroeven losdraaien. Vorkpoot links verwijderen.
Schroeven losdraaien. Vorkpoot rechts verwijderen.
11.8 Vorkpoten monteren
F02179-10
Hoofdwerk
Vorkpoten positioneren.
De ontluchtingsschroeven zijn naar achteren gepositio-
neerd.
Info
De tweede gefreesde groef in de vorkpoot moet door de
bovenkant van de bovenste kroonplaat worden afgesloten.
F03097-11
Schroeven vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste
kroonplaat
M8 20 Nm
Schroeven vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef onderste
kroonplaat
M8 15 Nm
11 SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
42
K01422-11
Remzadel positioneren, schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remzadel
voor
M8 20 Nm
Loctite®243™
Remkabel en klem positioneren. Schroeven monteren en vast-
draaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remkabelhou-
der
EJOT 1,7 Nm
De remleiding alleen met de metalen bus klemmen.
Controleren of de bovenkant van de bus zo goed mogelijk gelijk
zit met de klem.
Nawerk
Voorwiel monteren. ( pag. 76)
11.9 Onderste kroonplaat demonteren
Voorwerk
Motorfiets met hefbok opkrikken. ( pag. 38)
Voorwiel demonteren. ( pag. 76)
Vorkpoten demonteren. ( pag. 41)
Startnummerbord demonteren. ( pag. 48)
Spatbord voor demonteren. ( pag. 49)
F03101-10
Hoofdwerk
Brandstoftankontluchting uit de vorkbuis trekken.
Moer verwijderen.
Schroef losdraaien, bovenste kroonplaat met stuur verwijderen
en opzij leggen.
Info
Componenten door afdekken tegen beschadiging bescher-
men.
Kabels en leidingen niet knikken.
F03102-10
Beschermring verwijderen.
Onderste kroonplaat met vorkbuis verwijderen.
Bovenste balhoofdlager verwijderen.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS 11
43
11.10 Onderste kroonplaat monteren
F02885-10
Hoofdwerk
Lagers en afdichtelementen reinigen, op beschadiging controleren
en invetten.
Smeervet met hoge viscositeit ( pag. 108)
Onderste kroonplaat met vorkbuis plaatsen. Bovenste balhoofdla-
ger monteren.
Controleren of de balhoofdafdichting boven correct is gepositio-
neerd.
Beschermring erop schuiven.
F03103-10
Bovenste kroonplaat met stuur positioneren.
Moer monteren, maar nog niet vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer balhoofd M20x1,5 10 Nm
F02179-11
Vorkpoten positioneren.
De ontluchtingsschroeven zijn naar achteren gepositio-
neerd.
Info
De tweede gefreesde groef in de vorkpoot moet door de
bovenkant van de bovenste kroonplaat worden afgesloten.
11 SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
44
F03104-10
Schroeven vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef onderste
kroonplaat
M8 15 Nm
F03105-10
Moer vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer balhoofd M20x1,5 10 Nm
Brandstoftankontluchting in de vorkbuis positioneren.
F03106-10
Schroef vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef vorkbuis M8 20 Nm
Met een kunststofhamer zacht op de bovenste kroonplaat kloppen
om spanning te voorkomen.
Schroeven vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste
kroonplaat
M8 20 Nm
K01422-12
Remzadel positioneren, schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remzadel
voor
M8 20 Nm
Loctite®243™
Remkabel en klem positioneren. Schroeven monteren en vast-
draaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remkabelhou-
der
EJOT 1,7 Nm
De remleiding alleen met de metalen bus klemmen.
Controleren of de bovenkant van de bus zo goed mogelijk gelijk
zit met de klem.
Nawerk
Controleren of kabelstreng, bowdenkabel, rem- en koppelingskabel
ongehinderd kunnen bewegen en juist zijn gemonteerd.
Spatbord voor monteren. ( pag. 49)
Startnummerbord monteren. ( pag. 49)
Voorwiel monteren. ( pag. 76)
Speling balhoofdlager controleren. ( pag. 45)
Motorfiets van hefbok nemen. ( pag. 38)


Specyfikacje produktu

Marka: GasGas
Kategoria: Silnik
Model: MC 65 (2023)

Potrzebujesz pomocy?

Jeśli potrzebujesz pomocy z GasGas MC 65 (2023), zadaj pytanie poniżej, a inni użytkownicy Ci odpowiedzą




Instrukcje Silnik GasGas

Instrukcje Silnik

Najnowsze instrukcje dla Silnik