Instrukcja obsługi Canon IXUS 125HS
Canon
Aparat cyfrowy
IXUS 125HS
Przeczytaj poniżej 📖 instrukcję obsługi w języku polskim dla Canon IXUS 125HS (222 stron) w kategorii Aparat cyfrowy. Ta instrukcja była pomocna dla 20 osób i została oceniona przez 2 użytkowników na średnio 4.5 gwiazdek
Strona 1/222

Gebruikershandleiding
NEDERLANDS
• Lees voordat u de camera gebruikt eerst deze handleiding
door, met name het gedeelte “Veiligheidsmaatregelen”.
• De handleiding maakt u vertrouwd met het juiste gebruik
van de camera.
• Houd de handleiding bij de hand, zodat u hem later nog
eens kunt raadplegen.

2
Controleer, voordat u de camera in gebruik neemt, of de verpakking de
onderstaande onderdelen bevat.
Indien er iets ontbreekt, kunt u contact opnemen met uw leverancier.
•Een geheugenkaart is niet bijgesloten (p. 2).
Voor informatie over de meegeleverde software raadpleegt u de
ImageBrowser EX Gebruikershandleiding op de cd DIGITAL CAMERA
Manuals Disk (p. 27).
De volgende geheugenkaarten (afzonderlijk verkrijgbaar) kunnen, ongeacht
de capaciteit, worden gebruikt.
•SD-geheugenkaarten*
•SDHC-geheugenkaarten*
•SDXC-geheugenkaarten*
•Eye-Fi-kaarten
* Voldoet aan de SD-specificaties. Niet voor alle geheugenkaarten is de werking in deze
camera geverifieerd.
Inhoud van de verpakking
Gebruikershandleidingen
•
U hebt Adobe Reader nodig om de PDF handleidingen te openen. U kunt
de Word-handleidingen raadplegen met Microsoft Word/Word Viewer
(alleen noodzakelijk voor handleidingen voor het Midden-Oosten).
Compatibele geheugenkaarten
Camera Batterij NB-11L
(met kapje)
Batterijlader
CB-2LD/CB-2LDE
Interfacekabel IFC-400PCU Polsriem WS-800
Canon
garantiesysteemboekje
Introductiehandleiding Cd DIGITAL CAMERA
Solution Disk

Opmerkingen vooraf en wettelijke informatie
3
Ondersteuning van de Eye-Fi-kaartfuncties (inclusief draadloze overdracht)
wordt niet gegarandeerd voor dit product. Als u een probleem hebt met een
Eye-Fi-kaart, kunt u contact opnemen met de fabrikant van de kaart.
Denk er ook aan dat u in veel landen of gebieden toestemming nodig hebt voor
het gebruik van Eye-Fi-kaarten. Zonder toestemming is het gebruik van de kaart
niet toegestaan. Als het niet duidelijk is of de kaart in een bepaald gebied mag
worden gebruikt, neemt u contact op met de fabrikant van de kaart.
•Maak enkele proefopnamen en bekijk deze om te controleren of de beelden
goed zijn opgenomen. Canon Inc., dochterondernemingen van Canon en
andere aangesloten bedrijven en distributeurs zijn niet aansprakelijk voor
welke gevolgschade dan ook die voortvloeit uit enige fout in de werking van
een camera of accessoire, inclusief kaarten, die ertoe leidt dat een opname
niet kan worden gemaakt of niet kan worden gelezen door apparaten.
•De beelden die met deze camera worden opgenomen, zijn bedoeld voor
persoonlijk gebruik. Zie af van het onbevoegd maken van opnamen dat een
overtreding is van het auteursrecht, en denk eraan dat, ook al is de opname
gemaakt voor persoonlijk gebruik, het fotograferen in strijd kan zijn met
het auteursrecht of andere wettelijke rechten op bepaalde voorstellingen
of tentoonstellingen, of in bepaalde commerciële omstandigheden.
•Meer informatie over de garantie voor uw camera vindt u in de garantie-
informatie die bij uw camera wordt geleverd.
Raadpleeg voor de Canon Klantenservice de contactgegevens in de
garantie-informatie.
•Hoewel het LCD-scherm onder productieomstandigheden voor uitzonderlijk
hoge precisie is vervaardigd en meer dan 99,99% van de pixels voldoet
aan de ontwerpspecificaties, kunnen pixels in zeldzame gevallen gebreken
vertonen, of als rode en zwarte punten zichtbaar zijn. Dit is geen teken
van beschadiging van de camera en heeft geen invloed op de
opgenomen beelden.
•Er zit mogelijk een dunne plastic laag over de LCD-monitor om deze te
beschermen tegen krassen tijdens het vervoer. Verwijder deze laag voordat
u de camera gaat gebruiken.
•De camera kan warm worden als deze gedurende langere tijd wordt gebruikt.
Dit is geen teken van beschadiging.
Over Eye-Fi-kaarten
•Bevestig altijd tevoren of geheugenkaarten in andere apparaten als kaartlezers
en computers (inclusief de huidige versie van uw besturingssysteem)
worden ondersteund.
Opmerkingen vooraf en wettelijke informatie

4
•: Wat u beslist moet weten
•: Opmerkingen en tips voor deskundig cameragebruik
•(p. xx): Pagina’s met verwante informatie (in dit voorbeeld staat “xx” voor
een paginanummer)
•De instructies in deze handleiding gelden voor een camera die op de
standaardinstellingen is ingesteld.
•Voor het gemak verwijst “de geheugenkaart” naar alle ondersteunde
geheugenkaarten.
•De tabbladen boven namen geven aan of de functie wordt gebruikt voor
foto’s, films of voor beide.
: Geeft aan dat de functie wordt gebruikt bij het nemen
of bekijken van foto’s.
: Geeft aan dat de functie wordt gebruikt bij het maken
of bekijken van films.
Namen van onderdelen en conventies
die in deze handleiding worden gebruikt
Lens
Luidspreker
Zoomknop
Opnamen maken: i (telelens) /
j(groothoek)
Afspelen: k (vergroten) / g (index)
Ontspanknop
ON/OFF-knop
Modusschakelaar
Microfoon
Flitser
Lampje
Foto’s
Films

Namen van onderdelen en conventies die in deze handleiding worden gebruikt
5
•In deze handleiding worden pictogrammen gebruikt om de bijbehorende
cameraknoppen en –schakelaars, waarop de pictogrammen zijn afgebeeld
of die er op lijken, aan te duiden.
•De onderstaande cameraknoppen worden met de volgende pictogrammen
aangeduid:
oKnop omhoog aan de achterkant
qKnop links aan de achterkant
mKnop FUNC./SET aan de achterkant
rKnop rechts aan de achterkant
pKnop omlaag aan de achterkant
•De op het scherm weergegeven tekst staat tussen haakjes.
Aansluiting statief
Scherm (LCD-monitor)
Geheugenkaart-/batterijklepje
Indicator
1 (afspeelknop)
Kabelpoort gelijkstroomkoppeling
n-knop
Riembevestigingspunt
HDMITM-aansluiting
AV OUT (audio/video-uitgang) /
DIGITAL-aansluiting
Filmknop
b (Belichtingscompensatie) /
knop Omhoog
e (macro) / knop Links
FUNC./SET-knop
h (Flitser) / knop Rechts
l (Weergave) / knop Omlaag

6
Inhoud van de verpakking..................2
Compatibele geheugenkaarten..........2
Opmerkingen vooraf en wettelijke
informatie.........................................3
Namen van onderdelen
en conventies die in deze
handleiding worden gebruikt............4
Inhoud................................................6
Inhoud: basishandelingen..................8
Veiligheidsmaatregelen ...................10
Voordat u begint ..............................13
De interne oplaadbare
lithiumbatterij recyclen ...................20
De camera testen ............................22
Meegeleverde software,
handleidingen ................................27
Accessoires .....................................33
Specificaties.....................................34
1
Basishandelingen
van de camera ..................39
Aan/Uit .............................................40
Ontspanknop ...................................41
Opnamemodi ...................................41
Opties opnameweergave.................42
Menu FUNC.....................................43
Menu n....................................44
Indicatorweergave ...........................45
Klok..................................................45
2
Smart Auto-modus...........47
Opnamen maken in
Smart Auto-modus.........................48
Algemene, handige functies ............57
Gezichts-ID gebruiken .....................63
Functies voor de beeldaanpassing ..73
Handige opnamefuncties .................78
De camerabewerkingen
aanpassen .................................... 81
3
Andere opnamemodi .......83
Specifieke scènes ........................... 84
Speciale effecten toepassen ........... 88
Speciale modi voor andere
doeleinden .................................... 97
Verschillende films opnemen ........ 105
4
Modus G.........................107
Opnamen maken in de modus
Programma automatische
belichting (modus G) .................. 108
Helderheid van het beeld
(Belichtingscompensatie) ............ 109
Kleur- en continu-opnamen
maken ......................................... 112
Opnamebereik en scherpstellen ... 116
Flitser ............................................ 123
Overige instellingen....................... 125
5
Afspeelmodus ................127
Bekijken......................................... 128
Door beelden bladeren en
beelden filteren ........................... 132
Informatie van Gezichts-ID
bewerken .................................... 135
Opties voor het weergeven
van foto’s..................................... 137
Beelden beveiligen........................ 141
Beelden wissen ............................. 145
Beelden roteren............................. 148
Beeldcategorieën .......................... 150
Foto’s bewerken............................ 154
Films bewerken ............................. 159
Inhoud

Inhoud
7
6
Menu Instellingen...........161
Basisfuncties van de camera
aanpassen .................................. 162
7
Accessoires....................173
Tips voor het gebruik van
bijgesloten accessoires............... 174
Optionele accessoires................... 175
Optionele accessoires
gebruiken .................................... 177
Beelden afdrukken........................ 183
Een Eye-Fi-kaart gebruiken .......... 196
8
Bijlage .............................199
Problemen oplossen...................... 200
Voorzorgsmaatregelen .................. 203
Berichten op het scherm ............... 204
Informatie op het scherm............... 206
Functies en menutabellen .............210
Index.............................................. 218

8
4Opnamen maken
zGebruik de door de camera bepaalde instellingen
(Auto-modus) ................................................................................ 48
zScherpstellen op gezichten............................................. 48, 84, 118
zZonder gebruik van de flitser (Flitser Uit)...................................... 60
zOpname met mezelf erbij (zelfontspanner)........................... 58, 100
zOpnamedatum en -tijd toevoegen (Datum stempel)..................... 61
zGezichtsdetectie gebruiken .................................................. 63, 135
zFilmclips en foto’s combineren (Filmsynopsis) ............................. 97
Inhoud: basishandelingen
Monochroom
(p. 93)
IP
In de sneeuw
(p. 85)
Portretten
(p. 84)
Goede opnamen van mensen maken
Specifieke scènes afstemmen S
Speciale effecten toepassen
Weinig licht
(p. 85)
Onderwater
(p. 85)
Miniatuureffect
(p. 90)
Speels effect
(p. 91)
Nachtscènes
(p. 84)
Levendige kleuren
(p. 88)
Poster-effect
(p. 88)
Egale huid
(p. 87)
Soft focus
(p. 92)
Fisheye-effect
(p. 89)

Inhoud: basishandelingen
9
1Bekijken
zBeelden bekijken (afspeelmodus). ............................................. 128
zAutomatisch afspelen (Diavoorstelling) ...................................... 138
zOp een tv .................................................................................... 177
zOp een computer.......................................................................... 28
zSnel door beelden bladeren ....................................................... 132
zBeelden wissen .......................................................................... 145
EFilms opnemen/bekijken
zFilms opnemen ..................................................................... 48, 105
zFilms bekijken............................................................................. 128
zSnel bewegende onderwerpen, afspelen in slow motion ........... 105
cAfdrukken
zFoto’s afdrukken ......................................................................... 183
Opslaan
zBeelden opslaan op een computer............................................... 28

10
•Lees de volgende veiligheidsvoorschriften goed door voordat u het product gebruikt.
Gebruik het product altijd op de juiste wijze.
•De veiligheidsvoorschriften op de volgende pagina’s zijn bedoeld om letsel bij uzelf of bij
andere personen, of schade aan de apparatuur te voorkomen.
•Lees ook altijd de handleidingen van alle afzonderlijk aangeschafte accessoires die
ugebruikt.
Veiligheidsmaatregelen
Waarschuwing Hiermee wordt gewezen op het risico van
ernstig letsel of levensgevaar.
•Gebruik de flitser niet dicht bij de ogen van mensen.
Blootstelling aan het sterke licht van de flitser kan het gezichtsvermogen aantasten. Houd
vooral bij kleine kinderen ten minste één meter afstand wanneer u de flitser gebruikt.
•Berg de apparatuur op buiten het bereik van kinderen.
Riem: het plaatsen van de riem om de nek van een kind kan leiden tot verstikking.
•Gebruik alleen de aanbevolen energiebronnen voor stroomvoorziening.
•Probeer het product niet te demonteren, wijzigen of op te warmen.
•Laat het product niet vallen en voorkom harde schokken of stoten.
•Raak om letsel te voorkomen de binnenkant van het product niet aan als dit is
gevallen of op een andere wijze is beschadigd.
•Stop onmiddellijk met het gebruik van het product als dit rook of een vreemde geur
afgeeft of andere vreemde verschijnselen vertoont.
•Gebruik geen organische oplosmiddelen zoals alcohol, wasbenzine of thinner om
het product schoon te maken.
•Laat het product niet in contact komen met water (bijvoorbeeld zeewater) of
andere vloeistoffen.
•Voorkom dat vloeistoffen of vreemde objecten in de camera komen.
Dit kan leiden tot een elektrische schok of brand.
Als er vloeistoffen of vreemde voorwerpen in de camera komen, schakelt u de camera
onmiddellijk uit en verwijdert u de batterij.
als de batterijlader nat is geworden, haalt u het netsnoer uit het stopcontact en neemt
u contact op met uw leverancier of een helpdesk van Canon Klantenservice.
•Gebruik alleen de aanbevolen batterij.
•Plaats de batterij niet in de buurt van of in open vuur.
•Maak het netsnoer regelmatig los en veeg het stof en vuil dat zich heeft opgehoopt
op de stekker, de buitenkant van het stopcontact en het gebied eromheen weg met
een droge doek.
•Raak het netsnoer niet aan met natte handen.
•Gebruik de apparatuur niet op een manier waarbij de nominale capaciteit van het
stopcontact of de kabelaccessoires wordt overschreden. Gebruik de apparatuur
niet als het netsnoer of de stekker is beschadigd of als deze niet volledig in het
stopcontact is geplaatst.
•Zorg ervoor dat stof of metalen objecten (zoals spelden of sleutels) niet in contact
komen met de contactpunten of stekker.
De batterij kan exploderen of gaan lekken, wat kan leiden tot een elektrische schok of brand.
Dit kan persoonlijk letsel en schade aan de omgeving veroorzaken. In het geval dat een
batterij lekt en uw ogen, mond, huid of kleding met de batterijvloeistof in aanraking komen,
moet u deze onmiddellijk afspoelen met water.

Veiligheidsmaatregelen
11
•Zet de camera uit op plaatsen waar het gebruik van een camera niet is toegestaan.
De elektromagnetische golven uit de camera hinderen de werking van elektronische
instrumenten en andere apparatuur. Denk goed na voordat u de camera gebruikt op
plaatsen waar het gebruik van elektronische apparatuur verboden is, zoals in vliegtuigen
en medische instellingen.
•Speel de meegeleverde cd-rom(s) met gegevens alleen af in een cd-speler die
hiervoor geschikt is.
Uw gehoor kan beschadigd raken als u een koptelefoon draagt terwijl u de harde geluiden
van een cd-rom via een cd-speler voor muziek-cd’s afspeelt (muziekspeler). Dit kan ook de
luidsprekers beschadigen.
Voorzichtig Hiermee wordt gewezen op het risico van letsel.
•Zorg dat de camera niet tegen voorwerpen stoot, wordt blootgesteld aan schokken
en stoten of achter voorwerpen blijft haken wanneer u deze aan de polsriem draagt.
•Zorg dat u niet tegen de lens stoot of drukt.
Dit kan verwondingen veroorzaken of de camera beschadigen.
•Zorg dat het scherm niet aan schokken wordt blootgesteld.
Als het scherm barst, kunnen de splinters letsel veroorzaken.
•Zorg dat u de flitser niet per ongeluk met uw vingers of een kledingstuk bedekt
wanneer u een foto maakt.
Dit kan brandwonden of schade aan de flitser tot gevolg hebben.
•Gebruik, plaats of bewaar het product niet op de volgende plaatsen:
-plaatsen die aan sterk zonlicht blootstaan;
-plaatsen die blootstaan aan temperaturen boven 40°C;
-vochtige of stoffige plaatsen.
Hierdoor kan lekkage of oververhitting ontstaan of de batterij kan ontploffen, wat kan leiden
tot elektrische schokken, brand, brandwonden of ander letsel.
Bij hoge temperaturen kan de behuizing van de camera of de batterijlader vervormd raken.
•Door langdurig naar beelden op een camerascherm te kijken kunt u zich onprettig
gaan voelen.
Voorzichtig Hiermee wordt gewezen op het risico van schade aan
de apparatuur.
•Richt de camera niet direct op een sterke lichtbron (zoals de zon op een
heldere dag).
Dit kan de beeldsensor beschadigen.
•Als u de camera gebruikt op een strand of op een winderige plek, moet u erop letten
dat er geen zand of stof in het apparaat terechtkomt.
Dit kan de werking van het product negatief beïnvloeden.

Veiligheidsmaatregelen
12
•Bij normaal gebruik kan er soms een beetje rook uit de flitser komen.
Dit komt door de hoge intensiteit van de flitser, waardoor er stofdeeltjes verbranden die
vastzitten aan de voorkant van het apparaat. Gebruik een wattenstaafje om vuil, stof of
ander materiaal van de flitser te verwijderen. Zo kunt u oververhitting en schade aan het
apparaat voorkomen.
•Verwijder de batterij en berg deze op wanneer u de camera niet gebruikt.
Als de batterij in de camera wordt gelaten, kan deze gaan lekken.
•Breng voordat u de batterij weggooit, tape of ander isolatiemateriaal aan over
de polen van de batterij.
Contact met andere metalen kan leiden tot brand of een explosie.
•Als de batterij is opgeladen en als u de batterijlader niet gebruikt, haalt u deze uit
het stopcontact.
•Dek de batterijlader tijdens het opladen van een batterij niet af met voorwerpen als
een stuk textiel.
Als u de lader gedurende een lange periode in het stopcontact laat, kan deze oververhit en
beschadigd raken, waardoor brand kan ontstaan.
•Plaats de batterij niet in de buurt van huisdieren.
Als huisdieren op de batterij kauwen, kan dit leiden tot lekkage, oververhitting of een
explosie, wat weer kan leiden tot brand of schade.
•Ga niet zitten terwijl u de camera in uw zak hebt.
Dit kan leiden tot storingen of schade aan het scherm.
•Let erop dat harde voorwerpen niet in contact komen met het scherm als u de
camera in uw tas stopt.
•Bevestig geen harde voorwerpen aan de camera.
Dit kan leiden tot storingen of schade aan het scherm.

13
Tref de volgende voorbereidingen voordat u opnamen maakt.
zSteek het uiteinde van de riem door de
opening van de riem ( ) en haal het andere
uiteinde van de riem door het oog aan het
draadeinde ( ).
zDoe de riem om uw pols.
zHoud bij het maken van opnamen uw armen
tegen uw lichaam gedrukt en houd de
camera stevig vast om te voorkomen dat
deze beweegt. Laat uw vingers niet op de
flitser rusten.
Voordat u begint
De riem bevestigen
De camera vasthouden

Voordat u begint
14
Laad voor gebruik de batterij op met de meegeleverde oplader. Bij aankoop
van de camera is de batterij niet opgeladen. Zorg er dus voor dat u de batterij
eerst oplaadt.
Verwijder het klepje.
Plaats de batterij.
zZorg eerst dat de markering S op de batterij
overeenkomt met die op de oplader en plaats
dan de batterij door deze naar binnen ( ) en
naar beneden ( ) te drukken.
Laad de batterij op.
zVoor CB-2LD: Kantel de stekker naar buiten
( ) en steek de oplader in een
stopcontact ( ).
zVoor CB-2LDE: sluit het netsnoer aan op de
oplader en steek het andere uiteinde in een
stopcontact.
XHet oplaadlampje gaat oranje branden en
het opladen begint.
XAls het opladen is voltooid, wordt het
lampje groen.
Verwijder de batterij.
zHaal het netsnoer van de batterijlader uit het
stopcontact en verwijder de batterij door deze
naar binnen ( ) en omhoog ( ) te drukken.
De batterij opladen
CB-2LD
CB-2LDE

Voordat u begint
15
Plaats de meegeleverde batterij en een geheugenkaart (afzonderlijk verkrijgbaar).
Denk eraan dat u voordat u een nieuwe geheugenkaart (of een geheugenkaart
die in een ander apparaat is geformatteerd) gaat gebruiken, de geheugenkaart
met deze camera moet formatteren (
p. 166
).
Controleer het schuifje voor
schrijfbeveiliging van de kaart.
zAls de geheugenkaart een schuifje voor
schrijfbeveiliging heeft, kunt u geen opnamen
maken als het schuifje is ingesteld op
vergrendeld (omlaag). Duw het schuifje
omhoog totdat het op niet vergrendeld staat.
Open het klepje.
zSchuif het klepje naar buiten ( ) en omhoog
( ) om het te openen.
Plaats de batterij.
zDuw de batterijvergrendeling in de richting van
de pijl en plaats de batterij in de getoonde
richting totdat hij vastklikt en is vergrendeld.
zHet is niet mogelijk om in de verkeerde richting
geplaatste batterijen te vergrendelen.
Controleer altijd of de batterij in de juiste
richting is geplaatst en wordt vergrendeld.
•Laad de batterij niet langer dan 24 uur achtereen op, om de batterij te
beschermen en in goede staat te houden.
•Voor batterijladers die een netsnoer gebruiken: bevestig de lader of het
snoer niet aan andere voorwerpen. Dit kan schade aan of een defect
van het product tot gevolg hebben.
•Zie “Specificaties” (p. 34), voor meer informatie over de oplaadduur, het aantal
opnamen en de opnameduur met een volledig opgeladen batterij.
De batterij en geheugenkaart plaatsen
Batterij-
vergrendeling
Aansluit-
punten

Voordat u begint
16
Plaats de geheugenkaart.
zPlaats de geheugenkaart in de getoonde
richting totdat hij vastklikt en is vergrendeld.
zControleer altijd of de geheugenkaart in de
juiste richting is geplaatst. Als u de
geheugenkaart in de verkeerde richting
probeert te plaatsen, kunt u de camera
beschadigen.
Sluit het klepje.
zSluit het klepje ( ) en duw het lichtjes aan
terwijl u het naar binnen schuift, totdat het
vastklikt ( ).
Verwijder de batterij.
zOpen het klepje en duw de
batterijvergrendeling in de richting van de pijl.
XDe batterij wipt nu omhoog.
Verwijder de geheugenkaart.
zDuw de geheugenkaart naar binnen tot u een
klik hoort en laat de kaart langzaam los.
XDe geheugenkaart wipt nu omhoog.
Aansluitpunten
De batterij en geheugenkaart verwijderen

Voordat u begint
17
Wanneer u de camera de eerste keer inschakelt, verschijnt een scherm voor
het instellen van de datum en tijd. Zorg dat u de datum en tijd instelt, want dat
vormt de basis voor de datums en tijden die aan uw beelden worden
toegevoegd.
Schakel de camera in.
zDruk op de ON/OFF-knop.
XHet scherm [Datum/Tijd] verschijnt.
Stel de datum en tijd in.
zDruk op de knoppen qr om een optie te
selecteren.
zDruk op de knoppen opom de datum en tijd
op te geven.
zAls u klaar bent, drukt u op de knop m.
Stel de lokale tijdzone in.
zDruk op de knoppen qr om uw lokale
tijdzone te selecteren.
Voltooi de instellingsprocedure.
zAls u klaar bent, drukt u op de knop m.
Nadat een bevestigingsbericht is
weergegeven, wordt het instellingenscherm
niet meer weergegeven.
zDruk op de ON/OFF-knop om de camera uit
te schakelen.
De datum en tijd instellen

Voordat u begint
18
Wijzig de datum en tijd als volgt.
Open het cameramenu.
zDruk op de knop n.
Kies [Datum/Tijd].
zBeweeg de zoomknop om het tabblad 3
te selecteren.
zDruk op de knoppen op om [Datum/Tijd]
te selecteren en druk vervolgens op de
knop m.
Wijzig de datum en tijd.
zVolg stap 2 op p. 17 om de instellingen
te wijzigen.
zDruk op de knop n om het menu
te sluiten.
•Het scherm [Datum/Tijd] verschijnt steeds als u de camera
inschakelt, tenzij u de datum, tijd en lokale tijdzone al hebt ingesteld.
Geef de juiste informatie op.
•Om de zomertijd in te stellen (normale tijd plus 1 uur), kiest u in stap 2 en
vervolgens kiest u door op de knoppen op te drukken.
De datum en tijd wijzigen
•De datum/tijd-instellingen blijven tot ongeveer drie weken na het verwijderen
van de accu behouden dankzij de ingebouwde datum/tijd-batterij
(reservebatterij).
•De datum/tijd-batterij wordt in ongeveer vier uur opgeladen nadat u een geladen
batterij hebt geplaatst of de camera hebt aangesloten op een
voedingsadapterset (afzonderlijk verkrijgbaar, p. 175), zelfs als de camera is
uitgeschakeld.
•Zodra de datum/tijd-batterij leeg is, verschijnt het scherm [Datum/Tijd] als u de
camera inschakelt. Volg de stappen op p. 17 om de datum en tijd in te stellen.

Voordat u begint
19
U kunt de weergavetaal desgewenst wijzigen.
Open de afspeelmodus.
zDruk op de knop 1.
Open het instellingenscherm.
zHoud de knop m ingedrukt en druk direct op
de knop n.
Stel de taal van het LCD-scherm in.
zDruk op de knoppen opqr om een taal
te selecteren en druk vervolgens op de
knop m.
XNadat u de taal van het LCD-scherm hebt
ingesteld, wordt het instellingenscherm niet
langer weergegeven.
Taal van LCD-scherm
•Er verschijnt een klokpictogram als u in stap 2, nadat u op de knop m hebt
gedrukt, te lang wacht voordat u op de knop n drukt. Druk in dat geval
op m om het klokpictogram te verwijderen en herhaal stap 2.
•U kunt de taal van het LCD-scherm ook wijzigen door op n te drukken
en [Taal ] te selecteren op het tabblad 3.

20
Als u uw camera afdankt, moet u eerst de interne oplaadbare lithiumbatterij
verwijderen voor recycling volgens de lokale voorschriften.
Draai de schroeven van
de behuizing los.
zOpen het klepje van de aansluitingen,
verwijder de kabelpoort van de koppeling
en draai de schroeven van de behuizing
aan de zijkanten en onderzijde los.
Verwijder klep van de achterkant.
zVerwijder de klep van de achterkant door
deze onderaan op te tillen.
Draai de schroef van de behuizing
los en verwijder de klep van
de voorkant.
zDraai de schroef van de behuizing
bovenaan los en verwijder de klep van
de voorkant.
De interne oplaadbare lithiumbatterij
recyclen
Raak de flitser nooit aan!
Raak de flitser nooit aan. Dit kan leiden
tot een zware elektrische schok.

De interne oplaadbare lithiumbatterij recyclen
21
Til de bovenkant van de camera
op en verwijder de batterij.
Raak de flitser nooit aan!
Raak de flitser nooit aan. Dit kan leiden tot
een zware elektrische schok.
Verwijder nooit de camerabehuizing om een
andere reden dan om de interne oplaadbare
lithiumbatterij te verwijderen voor recycling,
wanneer u de camera afdankt.

22
Volg deze instructies om de camera in te schakelen, foto- of filmopnamen te
maken en deze daarna te bekijken.
Laat de camera het onderwerp en de opnameomstandigheden bepalen voor
volledig automatische selectie van de optimale instellingen voor specifieke
composities.
Schakel de camera in.
zDruk op de ON/OFF-knop.
XHet opstartscherm wordt weergegeven.
Open de modus A.
zStel de modusschakelaar in op A.
zRicht de camera op het onderwerp. Als de
camera de compositie bepaalt maakt deze
een licht klikkend geluid.
XDe pictogrammen die de modus voor
speciale opnamen en de
beeldstabilisatiemodus aanduiden, worden
rechtsboven in het scherm weergegeven.
XKaders rond gedetecteerde onderwerpen
geven aan dat de camera daarop
is scherpgesteld.
Kies de compositie.
zOm in te zoomen en het onderwerp te
vergroten, duwt u de zoomknop naar i
(telelens) en om uit te zoomen duwt u de
knop naar j (groothoek).
De camera testen
Opnamen maken (Smart Auto)
Foto’s
Films

De camera testen
23
Maak de opname.
Foto’s maken
Stel scherp.
zDruk de ontspanknop half in. De camera
piept twee keer nadat is scherpgesteld en er
worden AF-kaders weergegeven om aan
te geven op welke beeldgebieden is
scherpgesteld.
Maak de opname.
z
Druk de ontspanknop helemaal naar beneden.
XWanneer de camera de opname maakt, hoort
u het sluitergeluid en wanneer er weinig licht
is, gaat de flitser automatisch af.
X
Houd de camera stil tot het sluitergeluid stopt.
XUw opname wordt ongeveer twee seconden
lang op het scherm weergegeven.
zZelfs wanneer de foto nog op het scherm
staat, kunt u al op de ontspanknop drukken
om een volgende foto te maken.
Films opnemen
Start met opnemen.
zDruk op de filmknop. U hoort één pieptoon
zodra de camera met de filmopname begint
en op het scherm verschijnen [ Rec] en de
verstreken tijd.
AF-kaders

De camera testen
24
XZwarte balken aan de boven- en onderkant
op het scherm geven aan welke gebieden
niet worden opgenomen.
XKaders rond gedetecteerde gezichten geven
aan dat de camera daarop is scherpgesteld.
zZodra de opname is begonnen, kunt u uw
vinger van de filmknop wegnemen.
Voltooi de opname.
zDruk nogmaals op de filmknop om het
opnemen te stoppen. De camera piept
tweemaal als de opname stopt.
XDe camera stopt automatisch met opnemen
zodra de geheugenkaart vol raakt.
Na het opnemen van beelden of films kunt u deze op de volgende manier op
het scherm bekijken.
Open de afspeelmodus.
zDruk op de knop 1.
XUw laatste opname wordt weergegeven.
Blader door uw beelden.
zAls u het vorige beeld wilt bekijken, drukt u op
de knop q. Als u het volgende beeld wilt
bekijken, drukt u op de knop r.
Verstreken tijd
Bekijken

De camera testen
25
zVoor toegang tot de modus Beeld scrollen
houdt u de knoppen qr gedurende ten
minste één seconde ingedrukt. Druk in deze
modus op de knoppen qr om door uw
opnamen te bladeren.
zDruk op de knop m om terug te keren naar
de enkelvoudige weergave.
zDruk in de modus Beeld scrollen op de
knoppen op om door beelden te bladeren
in de groepen van elke opnamedatum.
z
Films zijn herkenbaar aan het pictogram
. Ga naar stap 3 als u films wilt afspelen.
Films afspelen
zDruk op de knop m, druk op de knoppen
op om te selecteren en druk dan weer
op de knop m.
zHet afspelen begint en na de film
verschijnt .
zOm het volume aan te passen, drukt u tijdens
het afspelen op de knoppen op.
•Als u vanuit de afspeelmodus naar de opnamemodus wilt gaan, drukt u de
ontspanknop half in.

De camera testen
26
U kunt beelden die u niet meer nodig hebt één voor één selecteren en wissen.
Wees voorzichtig bij het wissen van beelden, want ze kunnen niet
worden hersteld.
Selecteer het beeld dat u wilt wissen.
zDruk op de knoppen qr om een beeld
te selecteren.
Wis het beeld.
zDruk op de knop m en daarna op de
knoppen op om a te selecteren.
Druk vervolgens nogmaals op de knop m.
zAls [Wissen ?] verschijnt, drukt u op de
knoppen qr om [Wissen] te selecteren.
Druk daarna op de knop m.
XHet huidige beeld wordt nu gewist.
zAls u het wissen wilt annuleren, drukt u op de
knoppen qr om [Annuleer] te kiezen en
drukt u vervolgens op de knop m.
Beelden wissen
•U kunt ook alle beelden tegelijk wissen (p. 145).

27
De software en handleidingen die op de bijgeleverde cd-roms staan, komen
hieronder aan de orde, met instructies voor de installatie, het opslaan van
beelden op een computer en het gebruik van de handleidingen.
Nadat u de software op de cd-rom hebt geïnstalleerd, kunt u het volgende
op uw computer doen.
ImageBrowser EX
zBeelden importeren en camera-instellingen wijzigen
zBeelden beheren: weergeven, zoeken en organiseren
zBeelden afdrukken en bewerken
zDe software bijwerken tot de nieuwste versie met de functie voor
automatisch bijwerken
Met de bijgeleverde software kunt u de nieuwste versie installeren en nieuwe
functies downloaden via internet (exclusief bepaalde software). Installeer de
software op een computer met een internetverbinding, anders kunt u deze
functie niet gebruiken.
De volgende handleidingen worden op de cd DIGITAL CAMERA Manuals
Disk aangeboden.
Gebruikershandleiding
Als u eenmaal vertrouwd bent met de informatie in Introductiehandleiding, raadpleeg dan
deze handleiding voor nog grondiger kennis van de bediening van uw camera.
ImageBrowser EX Gebruikershandleiding
Raadpleeg deze handleiding bij gebruik van de meegeleverde software.
U kunt deze handleiding raadplegen vanuit de Help-functie van ImageBrowser EX.
Meegeleverde software, handleidingen
Eigenschappen van de meegeleverde software
De functie voor automatisch bijwerken
•Voor deze functie is internettoegang vereist; eventuele kosten
moeten afzonderlijk aan uw ISP worden betaald.
•Deze functie is wellicht niet beschikbaar, afhankelijk van uw camera
of de regio waarin u woont.
Handleidingen
•Afhankelijk van het land of de regio waar u de camera hebt gekocht, is de
ImageBrowser EX Gebruikershandleiding misschien niet toegankelijk via de
Help-functie. In dat geval is deze te vinden op de cd-rom die bij de camera is
meegeleverd of kunt u de nieuwste versie van de handleiding downloaden van
de website van Canon.

Meegeleverde software, handleidingen
28
De meegeleverde software kan op de volgende computers worden gebruikt.
Windows
* Voor Windows XP moet Microsoft .NET Framework 3.0 of hoger (max. 500 MB) zijn
geïnstalleerd. De installatie kan enige tijd duren, afhankelijk van de prestaties van
de computer.
Macintosh
Systeemvereisten
Besturingssysteem
Windows 7 SP1
Windows Vista SP2
Windows XP SP3
Computer
Computers die gebruikmaken van de eerdergenoemde
besturingssystemen (vooraf geïnstalleerd) met een ingebouwde
USB-poort en een internetverbinding
Processor Foto’s: 1,6 GHz of hoger, Films: Core 2 Duo 2,6 GHz of hoger
RAM
Windows 7 (64-bits): 2 GB of meer
Windows 7 (32-bits), Windows Vista (64-bits, 32-bits):
1 GB of meer (foto’s), 2 GB of meer (films)
Windows XP: 512 MB of meer (foto’s), 2 GB of meer (films)
Interfaces USB
Vrije ruimte op
de vaste schijf 440 MB of meer*
Weergave Resolutie van 1.024 x 768 of hoger
Besturingssysteem
Mac OS X 10.6
Computer
Computers die gebruikmaken van de eerdergenoemde
besturingssystemen (vooraf geïnstalleerd) met een ingebouwde
USB-poort en een internetverbinding
Processor Foto’s: Core Duo 1,83 GHz of hoger, Films: Core 2 Duo 2,6 GHz
of hoger
RAM 1 GB of meer (foto’s), 2 GB of meer (films)
Interfaces USB
Vrije ruimte op
de vaste schijf 550 MB of meer
Weergave Resolutie van 1.024 x 768 of hoger
•Op de website van Canon kunt u de meest recente systeemvereisten nazoeken,
inclusief de ondersteunde versies van het besturingssysteem.

Meegeleverde software, handleidingen
30
zSteek de grote stekker van de interfacekabel
in de USB-poort van de computer.
Raadpleeg de computerhandleiding voor
meer informatie over USB-aansluitingen
op de computer.
Installeer de bestanden.
zSchakel de camera in en volg de instructies
op het scherm om het installatieproces af
te ronden.
XDe software maakt verbinding met internet
om de nieuwste versie te installeren en
nieuwe functies te downloaden. De installatie
kan enige tijd duren, afhankelijk van de
prestaties van de computer en de
internetverbinding.
zKlik op [Finish/Voltooien] of [Restart/Opnieuw
opstarten] in het scherm dat wordt
weergegeven nadat de installatie is voltooid.
Verwijder de cd-rom wanneer het bureaublad
wordt weergegeven.
zSchakel de camera uit en maak de kabel los.
•De volgende beperkingen gelden wanneer er geen verbinding is met internet.
-Het scherm in stap 3 wordt niet weergegeven.
-Sommige functies worden misschien niet geïnstalleerd.
-De eerste keer dat u de camera op de computer aansluit, worden
stuurprogramma’s geïnstalleerd, zodat het enkele minuten kan duren voordat
u beelden kunt openen.
•Als u meerdere camera’s hebt die met ImageBrowser EX op de meegeleverde
cd-rom’s zijn gebundeld, gebruik dan iedere camera met de bijbehorende
cd-rom en volg de scherminstructies voor elke cd-rom. Zo krijgt elke camera de
juiste updates en nieuwe functies via de functie voor automatisch bijwerken.

Meegeleverde software, handleidingen
31
Bij wijze van illustratie zijn hier Windows 7 en Mac OS X 10.6 gebruikt.
Sluit de camera aan op de computer.
zVolg stap 3 op p. 29 om de camera op
een computer aan te sluiten.
Zet de camera aan om
CameraWindow te openen.
zDruk op de knop 1 om de camera aan
te zetten.
zOp een Macintosh-computer wordt
CameraWindow weergegeven als er een
verbinding tot stand is gebracht tussen de
camera en de computer.
zVolg voor Windows de stappen hieronder.
zKlik in het scherm dat wordt weergegeven
op de koppeling om het programma
te wijzigen.
zKies [Downloads Images From Canon
Camera using Canon CameraWindow/
Beelden van Canon-camera via Canon
CameraWindow downloaden] en klik op [OK].
zDubbelklik op .
Beelden opslaan op een computer

Meegeleverde software, handleidingen
32
Beelden opslaan op de computer.
zKlik op [Import Images from Camera/
Beelden importeren van camera] en
vervolgens op [Import Untransferred Images/
Niet-overgedragen beelden importeren].
XDe beelden worden nu in afzonderlijke
mappen op datum op de computer
opgeslagen in de map Afbeeldingen.
zWanneer de beelden zijn opgeslagen, sluit
u CameraWindow en drukt u op de knop 1
om de camera uit te schakelen.
Koppel vervolgens de kabel los.
zRaadpleeg de ImageBrowser EX
Gebruikershandleiding voor instructies over
het bekijken van beelden op een computer.
CameraWindow
•Als het scherm in stap 2 in Windows 7 niet wordt weergegeven, klik dan op het
pictogram op de taakbalk.
•Om CameraWindow in Windows Vista of XP te starten, klikt u op [Downloads
Images From Canon Camera using Canon CameraWindow/Beelden van
Canon-camera via Canon CameraWindow downloaden] dat op het scherm
wordt weergegeven als u de camera bij stap 2 inschakelt. Als CameraWindow
niet verschijnt, klik dan op het menu [Start] en kies [Alle programma’s] X
[Canon Utilities] X [CameraWindow] X [CameraWindow].
•Als CameraWindow op een Macintosh-computer niet verschijnt, zelfs nadat
u stap 2 hebt uitgevoerd, klikt u op het pictogram [CameraWindow] in de balk
onder aan het bureaublad.
•U kunt uw camerabeelden zelfs zonder de meegeleverde software op
uw computer opslaan door uw camera op de computer aan te sluiten,
maar daarvoor gelden wel de volgende beperkingen.
-Nadat u de camera hebt aangesloten op de computer, kan het enkele minuten
duren voordat u beelden kunt openen.
-
Beelden die verticaal zijn opgenomen, worden mogelijk horizontaal opgeslagen.
-Beveiligingsinstellingen voor beelden kunnen bij het opslaan van de beelden
op de computer worden verwijderd.
-Er kunnen bepaalde problemen ontstaan bij het opslaan van beelden of
beeldgegevens, afhankelijk van de versie van het besturingssysteem,
de gebruikte software of de grootte van de beeldbestanden.
-Mogelijk zijn ook enkele functies in de meegeleverde software niet
beschikbaar, zoals het bewerken van films en het terugzetten van beelden
op de camera.

33
* Ook afzonderlijk verkrijgbaar.
Accessoires
Gebruik van Canon-accessoires wordt aanbevolen.
Dit product is ontworpen om een uitstekende prestatie neer te zetten wanneer het wordt
gebruikt in combinatie met accessoires van het merk Canon. Canon is niet aansprakelijk
voor eventuele schade aan dit product en/of ongelukken zoals brand, enzovoort, die
worden veroorzaakt door de slechte werking van accessoires van een ander merk
(bijvoorbeeld lekkage en/of explosie van een batterij). Houd er rekening mee dat deze
garantie niet van toepassing is op reparaties die voortvloeien uit een slechte werking
van accessoires die niet door Canon zijn vervaardigd, hoewel u dergelijke reparaties wel
tegen betaling kunt laten uitvoeren.
AV-kabel AVC-DC400
Meegeleverde accessoires
Tv-/video-
systeem
Geheugenkaart Kaartlezer
Windows/
Macintosh-
computer
Interfacekabel IFC-400PCU*
Polsriem
WS-800
Cd
DIGITAL CAMERA
Solution Disk
Batterij
NB-11L*
(met kapje)
HDMI-kabel HTC-100
Batterijlader
CB-2LD/
CB-2LDE*
Voeding
Flitseenheid Behuizing Canon PictBridge-
compatibele printers
Voedingsadapterset
ACK-DC90
Kabel
Waterdichte behuizing
WP-DC330L
Krachtige flitser HF-DC2

34
Specificaties
Effectieve pixels
in de camera Ongeveer 16,1 miljoen pixels
Focuslengte lens 5x zoom: 4.3 (G)–21.5 (T) mm
(equivalent aan 35 mm: 24 (G)–120 (T) mm)
LCD-monitor 7,5 cm (3,0 in.) kleur TFT LCD
Effectieve pixels: Circa 461.000 dots
Bestandsformaten Design rule for Camera File system-ontwerpstandaard,
compatibel met DPOF (versie 1.1)
Gegevenstypen
Foto’s: Exif 2.3 (JPEG)
Films: MOV (H.264-videogegevens, Linear PCM (2 kanaals
mono) audiogegevens)
Interfaces
Hi-speed USB
HDMI-uitgang
Analoge audio-uitgang (mono)
Analoge video-uitgang (NTSC/PAL)
Voeding Batterij NB-11L
Voedingsadapterset ACK-DC90
Afmetingen (gebaseerd
op CIPA-richtlijnen) 93,2 x 57,0 x 20,0 mm
Gewicht (gebaseerd
op CIPA-richtlijnen)
Circa 135 g (inclusief batterijen en geheugenkaart)
Circa 120 g (alleen camerabehuizing)

Specificaties
35
*1 Tijden zijn gebaseerd op standaardinstellingen bij het uitvoeren van normale
handelingen, zoals opnemen, pauzeren, de camera in- en uitschakelen en zoomen.
*2 Beschikbare tijd voor opnemen van maximum filmlengte (tot opname automatisch
wordt gestopt).
•Het aantal opnamen dat kan worden gemaakt, is gebaseerd op richtlijnen voor metingen
van de CIPA (Camera & Imaging Products Association).
•Onder bepaalde opnameomstandigheden zijn het aantal opnamen en de opnametijd
lager dan hierboven is aangegeven.
•Aantal opnamen/opnametijd met volledig geladen batterijen.
•Deze waarden zijn gemeten volgens de normen van Canon en kunnen variëren
naargelang het onderwerp, de geheugenkaart en de camera-instellingen.
•De waarden in de tabel zijn gebaseerd op beelden met een 4:3-verhouding. Als u de
verhouding wijzigt (zie p. 73), kunnen er meer opnamen worden gemaakt, omdat per
opname minder gegevens worden gebruikt dan bij opnamen van 4:3. Bij hebben
16:9-beelden echter een resolutie van 1920 x 1080 pixels, waarvoor meer gegevens
nodig zijn dan voor 4:3-beelden.
Aantal opnamen/opnametijd, afspeeltijd
Aantal opnamen Circa 170
Opnametijd film*1Circa 30 minuten
Continu-opnamen*2Circa 1 uur
Afspeeltijd Circa 3 uur
Aantal 4:3-opnamen per geheugenkaart
Resolutie (pixels) Compressie-
verhouding
Aantal opnamen per geheugenkaart
(bij benadering)
8GB 32 GB
(Groot) 1131 4567
16M/4608x3456 1903 7684
(Medium 1) 2252 9094
8M/3264x2448 3721 15020
(Medium 2) 7442 30040
2M/1600x1200 12927 52176
(Klein) 27291 110150
0.3M/640x480 40937 165225

Specificaties
36
*1 Circa 27 min. 39 sec. voor iFrame-films (zie p. 106).
*2 Circa 1 uur 51 min. 37 sec. voor iFrame-films (zie p. 106).
•Deze waarden zijn gemeten volgens de normen van Canon en kunnen variëren
naargelang het onderwerp, de geheugenkaart en de camera-instellingen.
•Het opnemen stopt automatisch zodra de bestandsgrootte van een afzonderlijke clip die
wordt opgenomen 4 GB groot is, of wanneer de opnametijd ongeveer 10 minuten is
(bij - of -films), of ongeveer 1 uur (bij -films).
•Bij sommige geheugenkaarten kan de opname ook worden gestopt als de maximale
cliplengte nog niet is bereikt. U kunt het beste Speed Class 6-geheugenkaarten of
hoger gebruiken.
* Niet beschikbaar in bepaalde opnamemodi.
Opnametijd per geheugenkaart
Beeldkwaliteit Opnametijd per geheugenkaart
8GB 32 GB
29 min. 39 sec. 1 uur 59 min. 43 sec.
42 min. 11 sec.*12 uur 50 min. 19 sec.*2
1 uur 28 min. 59 sec. 5 uur 59 min. 10 sec.
Flitsbereik
Maximale groothoek (j) 50 cm–3,5 m
Maximale telelens (i) 90 cm–2,0 m
Opnamebereik
Opnamemodus Scherpstelbereik Maximale groothoek
(j)
Maximale telelens
(i)
A– 3 cm–oneindig 90 cm–oneindig
Andere modi
5 cm–oneindig 90 cm–oneindig
e* 3–50 cm –
u* 3 m–oneindig 3 m–oneindig
Snelheid continu-opnamen
Opnamemodus Snelheid
Circa 5,8 beelden/sec.
GCirca 2,0 beelden/sec.

Specificaties
37
•Alle gegevens zijn gebaseerd op tests door Canon.
•De cameraspecificaties of het uiterlijk kunnen zonder kennisgeving
worden gewijzigd.
Sluitertijd
Modus A, automatische
ingesteld bereik 1–1/2000 sec.
Bereik in alle opnamemodi 15–1/2000 sec.
Diafragma
f/nummer f/2.7 / f/8.0 (G), f/5.9 / f/17 (T)
Batterij NB-11L
Type Oplaadbare lithium-ionbatterij
Nominale spanning 3,6 V gelijkstroom
Nominaal vermogen 680 mAh
Oplaadcycli Circa 300 maal
Bedrijfstemperatuur 0–40 °C
Afmetingen 34,6 x 40,2 x 5,2 mm
Gewicht Circa 13 g
Batterijlader CB-2LD/CB-2LDE
Nominale invoer 100 V–240 V wisselstroom (50/60 Hz)
Nominale uitvoer 4,2 V gelijkstroom, 0,41 A
Oplaadduur Circa 2 uur (bij gebruik van NB-11L)
Oplaadlampje Opladen: oranje / Volledig opgeladen: groen (systeem met
twee indicatielampjes)
Bedrijfstemperatuur 5–40 °C
Afmetingen 85,0 x 57,6 x 24,3 mm
Gewicht Circa 59 g (CB-2LD)
Circa 56 g (CB-2LDE, exclusief netsnoer)
38

39
Basishandelingen
van de camera
Basisbewerkingen en functies van de camera
1

40
Opnamemodus
zDruk op de ON/OFF-knop om de camera
in te schakelen en gereed te maken om
op te nemen.
zDruk opnieuw op de ON/OFF-knop om
de camera uit te schakelen.
Afspeelmodus
zDruk op de knop 1 om de camera in
te schakelen en uw foto’s te bekijken.
zOm de camera uit te schakelen drukt
u opnieuw op de knop 1.
Om de batterij te sparen worden het scherm en de camera automatisch
uitgeschakeld na een bepaalde inactieve periode.
Het scherm wordt automatisch uitgeschakeld nadat het ongeveer één minuut
inactief is geweest. Ongeveer na nog 2 minuten wordt de lens ingetrokken en
de camera uitgeschakeld. Als het scherm is uitgeschakeld maar de lens nog
niet is ingetrokken, kunt u het scherm weer inschakelen en gereedmaken
voor het maken van opnamen door de ontspanknop half in te drukken (p. 41).
De camera wordt na ongeveer 5 minuten inactiviteit automatisch uitgeschakeld.
Aan/Uit
•Om van de afspeelmodus naar de opnamemodus te gaan, drukt u op de
knop 1.
•Om van de afspeelmodus naar de opnamemodus te gaan, drukt u de
ontspanknop half in (p. 41).
•Als de camera in de afspeelmodus is, wordt ongeveer na één minuut de lens
ingetrokken. U kunt de camera uitschakelen terwijl de lens is ingetrokken door
nogmaals op de knop 1 te drukken.
Spaarstandfuncties (Automatisch Uit)
Spaarstand in de opnamemodus
Spaarstand in de afspeelmodus
•U kunt deze spaarstandfuncties desgewenst uitschakelen (p. 169).
•U kunt ook de timing voor het uitschakelen van het scherm wijzigen (p. 169).

41
Om te zorgen dat uw opnamen altijd zijn scherpgesteld, drukt u altijd eerst
(licht) de ontspanknop half in. Zodra het onderwerp is scherpgesteld,
drukt u de knop helemaal naar beneden om de opname te maken.
In deze handleiding worden de handelingen van de ontspanknop
beschreven, zoals de knop half of helemaal indrukken.
Druk half in. (Licht indrukken
om scherp te stellen.)
zDruk de ontspanknop half in. De camera
piept twee keer en er worden AF-kaders
weergegeven rond de beeldgebieden
waarop is scherpgesteld.
Druk helemaal in. (Druk, vanaf de
positie halverwege, helemaal in om
de opname te maken.)
XDe camera maakt de opname en er klinkt
een sluitergeluid.
z
Houd de camera stil tot het sluitergeluid stopt.
Gebruik modusschakelaar om gewenste opnamemodus te openen.
Ontspanknop
•De beelden worden mogelijk onscherp als u de opname maakt
zonder eerst de ontspanknop half in te drukken.
•Het geluid van de sluiter kan korter of langer duren, afhankelijk van
de tijd die nodig is om de opname te maken. Bij sommige
opnamecomposities kan het langer duren en de beelden worden
vaag als u de camera beweegt (of als het onderwerp beweegt)
voordat het geluid van de sluiter stopt.
Opnamemodi
Volledig automatische opnamen, met door de camera bepaalde
instellingen (p. 48).
Maak opnamen met de optimale instellingen voor specifieke
scènes (p. 84), of neem verschillende opnamen met behulp van
uw voorkeursinstellingen (p. 107).

42
Druk op de knop p om andere informatie weer te geven op het scherm
of om de informatie te verbergen. Zie p. 206 voor meer details over de
weergegeven informatie.
Opties opnameweergave
Informatie wordt weergegeven Geen informatie weergegeven
•Als u in een omgeving met weinig licht opnamen maakt, wordt de helderheid
van het LCD-scherm met de nachtschermfunctie automatisch verhoogd, zodat
u de compositie van uw opnamen gemakkelijker kunt controleren. Mogelijk
komen de beeldhelderheid op het scherm en de helderheid van uw foto’s niet
overeen. Vervorming van het beeld op het scherm of schokkerige bewegingen
van het onderwerp hebben geen invloed op vastgelegde beelden.
•Zie p. 130 voor afspeelopties.

43
Configureer veelgebruikte functies als volgt via het menu FUNC.
Menu-items en -opties zijn afhankelijk van de opnamemodus (pp. 212–213)
of afspeelmodus (p. 217).
Open het Menu FUNC.
zDruk op de knop m.
Selecteer een menu-item.
z
Druk op de knoppen
op
om een menu-item
te selecteren en druk dan op de knop
m
of
r
.
zBij bepaalde menu-items kunnen functies
worden opgegeven door gewoon te drukken
op de knop m of r, of er wordt een ander
scherm weergegeven om de functie
te configureren.
Selecteer een optie.
zDruk op de knoppen op om een optie
te selecteren.
zOpties met het pictogram kunnen
worden geconfigureerd door op de knop
n te drukken.
zDruk op de knop q om terug te gaan naar
de menu-items.
Voltooi de instellingsprocedure.
zDruk op de knop m.
XHet scherm voordat u in stap 1 op de knop
m drukte, wordt opnieuw weergegeven en
toont de optie die u hebt geconfigureerd.
Menu FUNC.
Menu-items
Opties
•Als u per ongeluk een instelling hebt gewijzigd, kunt u dat ongedaan maken
door de standaardinstellingen van de camera te herstellen (p. 172).

44
Configureer verschillende camerafuncties als volgt via overige menu’s.
De menu-items zijn op tabbladen per doel gegroepeerd, zoals opnamen
maken (
4
), afspelen (
1
), enzovoort. De beschikbare instellingen verschillen
afhankelijk van de geselecteerde opname- of afspeelmodus (pp. 214–217).
Open het menu.
zDruk op de knop n.
Selecteer een tabblad.
zBeweeg de zoomknop of druk op de knoppen
qr om een tabblad te selecteren.
Selecteer een instelling.
zDruk op de knoppen op om een instelling
te selecteren.
zAls u instellingen met niet weergegeven
opties wilt selecteren, drukt u eerst op de
knop m of r om van scherm te wisselen en
daarna drukt u op de knoppen op om de
instelling te selecteren.
Selecteer een optie.
zDruk op de knoppen qr om een optie
te selecteren.
Voltooi de instellingsprocedure.
zDruk op de knop n om terug te gaan
naar het scherm dat werd weergegeven
voordat u in stap 1 op de knop n drukte.
Menu n
•Als u per ongeluk een instelling hebt gewijzigd, kunt u dat ongedaan maken
door de standaardinstellingen van de camera te herstellen (p. 172).

45
De indicator op de achterkant van de camera (p. 5) brandt of knippert
afhankelijk van de status van de camera.
U kunt kijken hoe laat het is.
zHoud de knop m ingedrukt.
XDe huidige tijd verschijnt.
zAls u de camera verticaal houdt wanneer u de
klokfunctie gebruik, schakelt het scherm over
naar verticale weergave. Druk op de knoppen
qr om de weergavekleur aan te passen.
zDruk nogmaals op m om de klokweergave
te annuleren.
Indicatorweergave
Kleur Indicator-
status Camerastatus
Groen
Aan Aangesloten op een computer (p. 31) of het scherm
is uitgeschakeld
Knippert
Bezig met opstarten, opnemen/lezen/verzenden van
beelden of het maken van opnamen met lange sluitertijd
(p. 101)
•Als het lampje groen knippert, mag u de camera niet uitschakelen,
het klepje van de geheugenkaart/batterijhouder niet openen en de
camera niet schudden of aanstoten, omdat hierdoor de beelden,
camera of geheugenkaart beschadigd kunnen raken.
Klok
•Als de camera is uitgeschakeld, houdt u de knop m ingedrukt en drukt u op
de ON/OFF-knop om de klok weer te geven.
46

47
Smart Auto-modus
Handige modus voor eenvoudige opnamen met een
betere controle bij het maken van opnamen.
2

48
Laat de camera het onderwerp en de opnameomstandigheden bepalen,
zodat de optimale instellingen voor specifieke composities volledig
automatisch worden geselecteerd.
Schakel de camera in.
zDruk op de ON/OFF-knop.
XHet opstartscherm wordt weergegeven.
Open de modus A.
zStel de modusschakelaar in op A.
zRicht de camera op het onderwerp. Terwijl de
camera de compositie bepaalt, maakt deze
een licht klikkend geluid.
XDe pictogrammen die de modus voor
speciale opnamen en de
beeldstabilisatiemodus aanduiden, worden
rechtsboven in het scherm weergegeven
(pp. 53, 55).
XKaders rond gedetecteerde onderwerpen
geven aan dat de camera daarop
is scherpgesteld.
Kies de compositie.
zOm in te zoomen en het onderwerp te
vergroten, duwt u de zoomknop naar i
(telelens) en om uit te zoomen duwt u de
knop naar j (groothoek). (Op het scherm
verschijnt de zoombalk, die de
zoompositie aangeeft.)
Opnamen maken in Smart Auto-modus
Foto’s
Films
Zoombalk

Opnamen maken in Smart Auto-modus
49
Maak de opname.
Foto’s maken
Stel scherp.
zDruk de ontspanknop half in. De camera
piept twee keer nadat is scherpgesteld en
er worden AF-kaders weergegeven om aan
te geven op welke beeldgebieden
is scherpgesteld.
zWanneer op meer dan één gebied is
scherpgesteld, worden meerdere AF-kaders
weergegeven.
Maak de opname.
z
Druk de ontspanknop helemaal naar beneden.
XWanneer de camera de opname maakt, hoort
u het sluitergeluid en wanneer er weinig licht
is, gaat de flitser automatisch af.
z
Houd de camera stil tot het sluitergeluid stopt.
XUw opname wordt ongeveer twee seconden
lang op het scherm weergegeven.
zZelfs wanneer de foto nog op het scherm
staat, kunt u al op de ontspanknop drukken
om een volgende foto te maken.
AF-kaders

Opnamen maken in Smart Auto-modus
50
Films opnemen
Start met opnemen.
zDruk op de filmknop. U hoort één pieptoon
zodra de camera met de filmopname begint
en op het scherm verschijnen [ Rec] en
de verstreken tijd.
XZwarte balken aan de boven- en onderkant
op het scherm geven aan welke gebieden
niet worden opgenomen.
XKaders rond gedetecteerde gezichten geven
aan dat de camera daarop is scherpgesteld.
zZodra de opname is begonnen, kunt u uw
vinger van de filmknop wegnemen.
Pas de grootte van het
onderwerp aan en wijzig zo nodig
de compositie van de opname.
zOm de grootte van het onderwerp te wijzigen,
doet u hetzelfde als in stap 3 op p. 48.
Denk er echter wel aan dat het geluid van de
camerabewerkingen ook wordt opgenomen.
zAls u tijdens de opname de compositie
wijzigt, worden de focus, helderheid en
kleurtoon automatisch aangepast.
Voltooi de opname.
zDruk nogmaals op de filmknop om het
opnemen te stoppen. De camera piept
tweemaal als de opname stopt.
zDe camera stopt automatisch met opnemen
zodra de geheugenkaart vol raakt.
Verstreken tijd

Opnamen maken in Smart Auto-modus
51
Foto’s/films
•
Om het camerageluid weer te herstellen als u dat per ongeluk hebt
uitgeschakeld (doordat u de knop
p
ingedrukt hield bij het inschakelen
van de camera), drukt u op de knop
n
en selecteert u [mute] op
het tabblad
3
. Druk dan op de knoppen
qr
en selecteer [Uit].
Foto’s
•Een knipperend -pictogram is een waarschuwing dat de beelden
mogelijk onscherp worden door camerabewegingen. Plaats in dat
geval de camera op een statief of neem andere maatregelen om
de camera stil te houden.
•Zijn uw opnamen te donker, ondanks dat er is geflitst, ga dan dichter
naar het onderwerp toe. Zie “Specificaties” (p. 34) voor meer
informatie over het flitsbereik.
•Het onderwerp is mogelijk te dichtbij als de camera maar één keer
piept wanneer u de ontspanknop half ingedrukt houdt.
Zie “Specificaties” (p. 34), voor meer informatie over het
scherpstelbereik (opnamebereik).
•Om rode ogen te corrigeren en om het scherpstellen te
vergemakkelijken, kan het lampje worden ingeschakeld bij opnamen
in een omgeving met weinig licht.
•Als een knipperend h-pictogram wordt weergegeven als u een
opname probeert te maken, dan geeft dat aan dat u pas een opname
kunt maken als de flitser klaar is met opladen. U kunt weer opnemen
zodra de flitser gereed is. U kunt nu de ontspanknop helemaal
indrukken en wachten, of u laat de knop los en drukt de ontspanknop
opnieuw in.
•Het geluid van de sluiter is niet te horen wanneer de pictogrammen voor slapen
en baby’s (p. 53) worden weergegeven.
•Wanneer de flitser tijdens de opname afgaat, geeft dat aan dat de camera
automatisch heeft geprobeerd te zorgen voor optimale kleuren in het
hoofdonderwerp en de achtergrond (witbalans voor meerdere gebieden).

Opnamen maken in Smart Auto-modus
52
Films
•De camerabehuizing kan warm worden wanneer u herhaaldelijk
gedurende langere tijd films opneemt. Dit is geen teken
van beschadiging.
•Kom tijdens het opnemen van films niet
met uw vingers aan de microfoon.
Het blokkeren van de microfoon kan
verhinderen dat het geluid wordt
opgenomen of het opgenomen geluid
klinkt daardoor gedempt.
•
Vermijd tijdens het opnemen van een film om andere camerabediening
dan de filmknoppen aan te raken, omdat de geluiden van de camera
ook worden opgenomen.
•Om niet optimale kleuren, zoals die tijdens het opnemen van -films
kunnen optreden (p. 77), te corrigeren, wijzigt u de compositie en
drukt u op de filmknop om het opnemen te stoppen. Druk de knop
daarna weer in om het opnemen te hervatten.
•Het geluid wordt in mono opgenomen
Microfoon

Opnamen maken in Smart Auto-modus
53
In de modus A geeft de camera automatisch een pictogram weer voor de
vastgestelde compositie. Vervolgens worden automatisch de bijbehorende
instellingen geselecteerd voor optimale scherpstelling, helderheid en kleur
van het onderwerp. Afhankelijk van de scène, worden de beelden mogelijk
continu opgenomen (p. 54).
* Met een statief
De achtergrondkleur van pictogrammen is lichtblauw wanneer de achtergrond een
blauwe lucht is, donkerblauw wanneer de achtergrond donker is, en grijs voor alle
overige achtergronden.
De achtergrondkleur van pictogrammen is lichtblauw wanneer de achtergrond
een blauwe lucht is en grijs voor alle overige achtergronden.
Compositiepictogrammen
Achtergrond Normaal Tegen-
licht Donker*
Zonson-
dergangen
Spot-
lights
Onderwerp
Mensen –
In beweging –––
Schaduwen op gezicht ––––
Glimlachen –––
Slapen –––
Baby’s –––
Glimlachen –––
Slapen –––
Kinderen (in beweging) –––
Overige onderwerpen
In beweging –––
Dichtbij ––

Opnamen maken in Smart Auto-modus
54
•De achtergrondkleur van , , , en is donkerblauw en de
achtergrondklleur van is oranje.
•Wanneer u films opneemt, worden alleen de pictogrammen voor mensen, andere
onderwerpen en dichtbij weergegeven.
•Wanneer u opnamen maakt met een zelfontspanner, worden de pictogrammen voor
mensen (in beweging), glimlachen, slapen, baby’s (lachend), baby’s (slapend),
kinderen, overige onderwerpen (in beweging) niet weergegeven.
•Wanneer de transportmodus is ingesteld op (p. 115), wanneer [Hg lampcorr.] is
ingesteld op [Aan] en scènes worden automatische gecorrigeerd (p. 76), worden de
pictogrammen voor glimlachen, slapen, baby’s (lachend), baby’s (slapend) en kinderen
niet weergegeven.
•Als de flitser is ingesteld op , worden de tegenlichtpictogrammen voor glimlachen en
kinderen niet weergegeven.
•De pictogrammen voor baby’s, baby’s (lachend), baby’s (slapend) en kinderen worden
weergegeven wanneer [Gezichts-ID] is ingesteld op [Aan] en het gezicht van een
geregistreerde baby (jonger dan twee jaar) of kind (twee tot twaalf jaar) wordt
gedetecteerd (p. 63). Controleer dus vooraf of de datum en tijd correct zijn
ingesteld (p. 17).
Als u een foto neemt wanneer de volgende pictogrammen worden
weergegeven, neemt de camera continu-opnamen. Als u de ontspanknop
half indrukt wanneer een van de pictogrammen in de onderstaande tabel
wordt weergegeven, kan een van de volgende pictogrammen worden
weergegeven om u te laten weten dat de camera continu-opnamen maakt:
, of W.
•Probeer om op te nemen in de modus G (p. 107) als het
compositiepictogram niet bij de huidige opnameomstandigheden
past, of als het niet mogelijk is om een opname te maken met het
effect, de kleur of de helderheid die of dat u verwacht.
Scènes continu-opnamen
Glimlachen (inclusief baby’s)
: Opeenvolgende beelden worden vastgelegd, en de
camera analyseert details, zoals gezichtsexpressie, om de
beste foto op te kunnen slaan.
Slapen (inclusief baby’s)
: Mooie opnamen van slapende gezichten doordat
opeenvolgende foto’s worden gecombineerd om
camerabeweging en beeldruis te verminderen.
Het AF-hulplicht licht niet op, de flitser wordt niet gebruikt
en het geluid van de sluiter is niet te horen.
Kinderen
W: De camera legt voor elke opname drie opeenvolgende
beelden vast, zodat u geen fraaie foto van bewegende
kinderen hoeft te missen.

Opnamen maken in Smart Auto-modus
55
Optimale beeldstabilisatie voor de opnameomstandigheden wordt
automatisch toegepast (Intelligent IS). Daarnaast worden in de modus A
de volgende pictogrammen weergegeven.
* Wordt weergegeven tijdens panning, terwijl u met de camera bewegende onderwerpen
volgt. Wanneer u een onderwerp volgt dat zich horizontaal verplaatst, heft
beeldstabilisatie alleen het effect van verticale camerabeweging op en stopt de
horizontale beeldstabilisatie. Op dezelfde wijze wordt, wanneer u een onderwerp volgt
dat zich verticaal verplaatst, alleen het effect van horizontale camerabeweging door
beeldstabilisatie opgeheven en stopt de verticale beeldstabilisatie.
•
Bij sommige scènes kunnen sommige verwachte beelden niet worden
opgeslagen en kunnen sommige beelden anders zijn dan verwacht.
•Focus, beeldhelderheid en kleur worden bij de eerste opname
vastgesteld.
•Wanneer u alleen afzonderlijke beelden wilt, drukt u op de knop m, kiest u
in het menu en vervolgens .
Pictogrammen voor beeldstabilisatie
Beeldstabilisatie voor foto’s
Beeldstabilisatie voor films,
vermindering van sterke
camerabeweging, zoals wanneer
u lopend opneemt (dynamische
beeldstabilisatie)
Beeldstabilisatie voor foto’s
tijdens panning*
Beeldstabilisatie voor subtiele
camerabeweging, zoals bij het
opnemen van films met de
telelens (Powered IS).
Beeldstabilisatie voor macro-
opnamen (Hybrid IS)
Geen beeldstabilisatie, omdat de
camera op een statief staat of
op een andere manier stil
wordt gehouden
•Om de beeldstabilisatie te annuleren stelt u de [IS modus] in op [Uit] (p. 125).
In dat geval wordt het IS-pictogram niet weergegeven.

Opnamen maken in Smart Auto-modus
56
Zodra de camera onderwerpen waarop u de camera richt, waarneemt,
worden verschillende kaders weergegeven.
•Rond het onderwerp (of het gezicht) dat door de camera als
hoofdonderwerp wordt vastgesteld, wordt een wit kader weergegeven en
om andere gezichten die zijn herkend worden grijze kaders weergegeven.
De kaders volgen bewegende onderwerpen binnen een bepaald bereik
om de camera er steeds op scherpgesteld te houden.
Als de camera echter waarneemt dat het onderwerp beweegt, blijft alleen
het witte kader op het scherm staan.
•Als de camera beweging van het onderwerp detecteert terwijl u de
ontspanknop half indrukt, dan wordt een blauw kader weergegeven en
worden de focus en helderheid voortdurend aangepast (Servo AF).
Kaders op het scherm
•Probeer in de G-modus (p. 107) op te nemen als er geen kaders
worden weergegeven, als er geen kaders om de gewenste
onderwerpen worden weergegeven, of als kaders worden
weergegeven op de achtergrond of dergelijke gebieden.

57
Als onderwerpen te ver weg zijn om met behulp van de optische zoom te
vergroten, dan gebruikt u de digitale zoom om tot 20x te vergroten.
Duw de zoomknop naar i.
zHoud de zoomknop vast totdat het
zoomen stopt.
XHet inzoomen stopt wanneer de grootst
mogelijke zoomfactor is bereikt (waarbij het
beeld niet merkbaar korrelig is) en wanneer
u de zoomknop loslaat, wordt de zoomfactor
op het scherm weergegeven.
Duw de zoomknop naar i.
XDe camera zoomt nog verder in op
het onderwerp.
Algemene, handige functies
Nader inzoomen op het onderwerp (Digitale Zoom)
Foto’s
Films
Zoomfactor
•Als u de zoomknop beweegt, wordt de zoombalk weergegeven (deze
geeft de zoompositie aan). De kleur van de zoombalk verandert aan
de hand van het zoombereik.
-Wit bereik: optisch zoombereik waarbij het beeld niet korrelig wordt.
-Geel bereik: digitaal zoombereik waarbij het beeld niet merkbaar
korrelig wordt (ZoomPlus).
-Blauw bereik: digitaal zoombereik waarbij het beeld korrelig wordt.
Omdat het blauwe bereik bij sommige resoluties niet beschikbaar is
(p. 74), kunt u de maximale zoomfactor bereiken als u stap 1 volgt.
•Als de digitale en de optische zoom worden gecombineerd, is de
brandpuntsafstand als volgt (equivalent van 35 mm film).
24–480 mm (24–120 mm, alleen met optische zoom)
•Als u de digitale zoomfunctie wilt uitschakelen, drukt u op de knop n,
selecteert u [Digitale Zoom] op het tabblad 4 en daarna kiest u [Uit].

Algemene, handige functies
58
Met de zelfontspanner kunt u een groepsfoto maken waar u zelf ook op staat.
De camera maakt de foto ongeveer 10 seconden nadat u de
ontspanknop indrukt.
Configureer de instelling.
zDruk op de knop m, kies in het menu
en kies dan de optie ] (p. 43).
XAls de instelling is voltooid, wordt ]
weergegeven.
Maak de opname.
zVoor foto’s: druk de ontspanknop half in om
scherp te stellen op het onderwerp en druk
de knop daarna helemaal naar beneden.
zVoor films: druk op de filmknop.
XZodra u de zelfontspanner start, gaat het
lampje knipperen en speelt de camera het
geluid van de zelfontspanner af.
XTwee seconden voor de opname versnellen
het knipperen en het geluid. (In het geval dat
de flitser afgaat, blijft de lamp branden.)
zAls u het maken van opnamen met de
zelfontspanner wilt annuleren nadat u deze
hebt ingesteld, drukt u op de knop n.
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, selecteert u in stap 1.
De zelfontspanner gebruiken
Foto’s
Films

Algemene, handige functies
60
Bereid de camera als volgt voor op opnemen zonder flitser.
Configureer de instelling.
zDruk op de knop r, druk op de knoppen qr
om ! te selecteren en druk op de knop m.
XAls de instelling is voltooid, wordt !
weergegeven.
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, herhaalt u deze procedure maar
selecteert u .
De flitser uitschakelen
Foto’s
•
Als bij omstandigheden met weinig licht een knipperend -pictogram
wordt weergegeven wanneer u de ontspanknop half indrukt, dan
plaatst u de camera op een statief of neemt u andere maatregelen
om deze stil te houden.

Algemene, handige functies
61
De camera kan de opnamedatum en -tijd aan beelden toevoegen in de
rechterbenedenhoek van het beeld. Ze kunnen echter niet worden verwijderd.
Controleer dus vooraf of de datum en tijd correct zijn ingesteld (p. 17).
Configureer de instelling.
z
Druk op de knop
n
, kies [Datum stempel]
op het tabblad
4
en kies de gewenste optie
(p. 44).
XAls de instelling is voltooid, wordt [DATUM]
weergegeven.
Maak de opname.
XWanneer u de opnamen maakt, voegt de
camera de opnamedatum of -tijd in de
rechterbenedenhoek van een beeld toe.
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, selecteert u [Uit] in stap 1.
De opnamedatum en -tijd toevoegen
Foto’s
•Beelden die aanvankelijk zonder datum en tijd zijn vastgelegd, kunnen als volgt
worden voorzien van deze informatie en worden afgedrukt. Als u de datum en
tijd echter toevoegt aan beelden die al van deze informatie zijn voorzien,
kan het gevolg zijn dat deze tweemaal worden afgedrukt.
-
Gebruik de DPOF-afdrukinstellingen (p. 190) van uw camera om af te drukken.
-
Gebruik de meegeleverde software om af te drukken.
Voor informatie raadpleegt u de ImageBrowser EX Gebruikershandleiding.
-Gebruik de printerfuncties om af te drukken (p. 183)

Algemene, handige functies
62
Maak als volgt een opname nadat u het onderwerp hebt gekozen waarop
moet worden scherpgesteld.
Geef AF Tracking op.
zDruk op de knop o.
X wordt weergegeven in het midden
van het scherm.
Kies een onderwerp waarop u wilt
scherpstellen.
zRicht de camera zo dat op het gewenste
onderwerp staat en druk de ontspanknop
half in.
XEr verschijnt een blauw kader en de camera
blijft scherpstellen op het onderwerp en blijft
de helderheid aanpassen (Servo AF).
Maak de opname.
zDruk de ontspanknop helemaal naar
beneden om de opname te maken.
zDruk op de knop o om AF Tracking uit
te schakelen.
Onderwerpen selecteren om op scherp
te stellen (AF Tracking)
Foto’s
•Mogelijk kan de camera het onderwerp niet volgen als dit te klein is, te snel
beweegt of als het contrast tussen het onderwerp en de achtergrond te klein is.

63
Als u een persoon registreert voordat u foto’s maakt, detecteert de camera
het gezicht van deze persoon en krijgen bij het nemen van de foto de
scherpstelling, helderheid en kleur voor deze persoon prioriteit. In A-
modus kan de camera baby’s en kinderen detecteren op basis van
geregistreerde verjaardagen en de foto-instellingen voor hen optimaliseren.
Deze functie is ook handig wanneer u tussen een groot aantal foto’s naar een
specifieke, geregistreerde persoon zoekt (p. 132).
•Informatie als gezichtsbeelden (gezichtsinfo) die met Gezichts-ID zijn
vastgelegd, en persoonlijke informatie (naam, verjaardag) worden in de
camera opgeslagen. Wanneer geregistreerde mensen worden
gedetecteerd, worden hun namen bij foto’s opgeslagen. Wees voorzichtig
bij het gebruik van de functie Gezichts-ID wanneer u de camera of beelden
met anderen deelt, bijvoorbeeld als u beelden online plaatst waar vele
anderen ze kunnen bekijken.
•Wanneer u een camera afdankt of aan iemand anders overdraagt nadat
u Gezichts-ID hebt gebruikt, moet u alle informatie (geregistreerde
gezichten, namen en verjaardagen) van de camera wissen (p. 71).
U kunt informatie (gezichtsinfo, naam, verjaardag) voor maximaal
12 personen vastleggen voor gebruik met Gezichts-ID.
Open het instellingenscherm.
zDruk op de knop n, kies [Inst. gezichts-
ID] op het tabblad 4 en druk op de knop m
(p. 44).
Gezichts-ID gebruiken
Persoonlijke informatie
Informatie van Gezichts-ID vastleggen
Foto’s

Gezichts-ID gebruiken
65
X
Het scherm [Profiel bew.] wordt weergegeven.
Voer een naam in.
zDruk op de knop m.
zDruk op de knoppen opqr om een teken
te kiezen en druk dan op de knop m om
het in te voeren.
zU kunt maximaal 10 tekens gebruiken.
zKies of en druk op de knop m
om de cursor te verplaatsen.
zKies en druk op de knop m om
het vorige teken te verwijderen.
zDruk op de knop n om terug te keren
naar het scherm voor het bewerken van
het profiel.
Voer een verjaardag in.
zDruk op de knoppen op om [Verjrdag]
te kiezen en druk op de knop m.
zDruk op de knoppen qr om een item
te kiezen.
zDruk op de knoppen opom de datum
en tijd op te geven.
zAls u klaar bent, drukt u op de knop m.
Sla de instellingen op.
zDruk op de knoppen op om [Opslaan]
te kiezen en druk op de knop m.
zEr wordt een bericht weergegeven, waarna
u op de knoppen qr kunt drukken om [Ja]
te kiezen. Druk dan op de knop m.

Gezichts-ID gebruiken
66
Ga door met het vastleggen
van gezichtsinformatie.
zAls u nog meer gezichtsinformatie
(uitdrukkingen of opnamehoeken) wilt
vastleggen (maximaal nog 4 punten),
herhaalt u stap 2–3.
zGeregistreerde gezichten worden
gemakkelijker herkend als u meerdere
gegevens toevoegt. Naast een frontale foto,
kunt u ook het gezicht in een lichte hoek
fotograferen, een lachend gezicht of foto’s
binnen en buiten.
•De flitser flitst niet wanneer u stap 2 volgt.
•Als u in stap 5 geen verjaardag vastlegt, worden de pictogrammen
voor baby’s en kinderen (p. 53) niet weergegeven in A-modus.
•U kunt vastgelegde gezichtsinformatie overschrijven en op een later moment
gezichtsinformatie toevoegen als u nog niet alle 5 informatiemogelijkheden
hebt ingevuld (p. 69).

Gezichts-ID gebruiken
67
Als u een persoon registreert voordat u foto’s maakt, geeft de camera hem of
haar prioriteit als hoofdonderwerp en worden de scherpstelling, helderheid en
kleur voor deze persoon geoptimaliseerd bij het nemen van een foto.
XWanneer u de camera op een onderwerp
richt, worden de namen van maximaal
3 geregistreerde personen weergegeven
wanneer deze worden gedetecteerd.
zMaak de opname.
XWeergegeven namen worden op foto’s
vastgelegd. Zelfs als er mensen worden
gedetecteerd, maar hun namen worden niet
weergegeven, worden de namen (van
maximaal 5 personen) op het beeld
vastgelegd.
Opnamen maken
•Als bepaalde niet-geregistreerde personen gezichtskenmerken
hebben die lijken op die van geregistreerde personen, worden deze
misschien ten onrechte gedetecteerd als de geregistreerde persoon.
•Soms worden geregistreerde personen niet goed gedetecteerd als het
vastgelegde beeld of de scène heel veel afwijkt van de vastgelegde
gezichtsinformatie.
•Als een vastgelegd gezicht niet wordt gedetecteerd of niet gemakkelijk wordt
gedetecteerd, overschrijft u de vastgelegde informatie met nieuwe gezichtsinfo.
Als u gezichtsinformatie direct voor het nemen van foto’s vastlegt, worden
geregistreerde gezichten gemakkelijker herkend.
•Als iemand voor een ander wordt aangezien en u gaat door met opnamen
maken, kunt u de naam die bij het beeld is vastgelegd, bij het afspelen
bewerken of wissen (p. 135).
•Omdat de gezichten van baby’s en kinderen snel veranderen, moet u deze
informatie regelmatig bijwerken (p. 69).
•Wanneer de weergave van informatie is uitgeschakeld (p. 42), worden geen
namen weergegeven, maar wel bij het beeld opgeslagen.
•Als u geen namen op foto’s wilt vastleggen, kiest u [Inst. gezichts-ID] op het
tabblad 4, kiest u [Gezichts-ID] en vervolgens [Uit].
•Namen die bij beelden zijn opgeslagen, kunt u in het afspeelscherm controleren
(eenvoudige informatieweergave) (p. 128).

Gezichts-ID gebruiken
68
Open het scherm [Info cntr./bew.].
zVolg stap 1 op p. 63, kies [Info cntr./bew.]
en druk op de knop m.
Kies een persoon om te controleren.
zDruk op de knoppen opqr om een
persoon te kiezen en druk op de knop m.
Controleer de vastgelegde
informatie.
zDruk op de knoppen op om een item
te kiezen en druk op de knop m.
zControleer de vastgelegde informatie.
Open het scherm [Profiel bew.].
zVolg stap 1–3 op p. 68, kies [Profiel bew.]
en druk op de knop m.
Vastgelegde informatie controleren
en bewerken
Vastgelegde informatie van het gezichts-id controleren
De naam of verjaardag wijzigen

Gezichts-ID gebruiken
69
Voer wijzigingen in.
zDruk op de knoppen op om een item
te kiezen en volg stap 4-5 op p. 65 om
wijzigingen in te voeren.
Bestaande gezichtsinformatie kunt u door nieuwe informatie overschrijven.
Gezichtsinformatie moet geregeld worden bijgewerkt, vooral bij baby’s en
kinderen, omdat hun gezichten snel veranderen.
Als nog niet alle 5 informatieslots zijn gevuld, kunt u ook gezichtsinformatie
toevoegen.
Open het scherm [Gezichtsinfo
toevoegen].
zKies op het scherm in stap 1 op p. 63
[Gezichtsinfo toevoegen] en druk op de
knop m.
Kies de naam van de persoon
die u wilt overschrijven.
zDruk op de knoppen opqr om de naam
van een persoon te kiezen die u wilt
overschrijven en druk op de knop m.
z
Als er 4 of minder slots voor gezichtsinformatie
zijn ingevuld, volgt u stap 5 op p. 70 om meer
gezichtsinformatie toe te voegen.
•Ook als u namen in [Profiel bew.] wijzigt, blijven de namen die
u op eerder genomen beelden zijn vastgelegd dezelfde.
•U kunt vastgelegde gezichtsinformatie controleren en wissen door [Gezicht info
lijst] op het scherm in stap 3 te kiezen.
•U kunt de meegeleverde software gebruiken om vastgelegde namen te
bewerken. Sommige tekens die met de meegeleverde software zijn ingevoerd,
worden op de camera mogelijk niet weergegeven, maar deze worden op
beelden wel correct vastgelegd.
Gezichtsinformatie overschrijven en toevoegen

Gezichts-ID gebruiken
70
Open het scherm voor
gezichtsinformatie.
zLees het bericht dat wordt weergegeven, druk
op de knoppen qr om [OK] te kiezen en druk
op de knop m.
zHet gezichtsinformatiescherm verschijnt.
Kies de gezichtsinfo die u wilt
overschrijven.
zDruk op de knoppen opqr om de
gezichtsinformatie te kiezen die u wilt
overschrijven en druk op de knop m.
Gezichtsinformatie vastleggen
z
Volg stap 2 –3 op p. 64 om een opname
te maken en registreer de nieuwe
gezichtsinformatie.
z
Geregistreerde gezichten worden gemakkelijker
herkend als u meerdere gegevens toevoegt.
Naast een frontale foto, kunt u ook het gezicht
in een lichte hoek fotograferen, een lachend
gezicht of foto’s binnen en buiten.
Open het scherm [Info cntr./bew.].
zVolg stap 1 op p. 63, kies [Info cntr./bew.]
en druk op de knop m.
•Als alle 5 informatieslots zijn ingevuld, kunt u geen gezichtsinformatie meer
toevoegen. Volg de bovenstaande stappen om gezichtsinformatie
te overschrijven.
•U kunt de bovenstaande stappen volgen om nieuwe gezichtsinformatie vast
te leggen wanneer er nog minstens één slot open is, maar u kunt geen
gezichtsinformatie overschrijven. In plaats daarvan moet u eerst ongewenste
bestaande informatie wissen (p. 70) en vervolgens nieuwe gezichtsinformatie
vastleggen (p. 63).
Gezichtsinformatie wissen

Gezichts-ID gebruiken
71
Kies de naam van de persoon wiens
gezichtsinformatie u wilt wissen.
zDruk op de knoppen opqr om de naam
van de persoon te kiezen wiens
gezichtsinformatie u wilt wissen en druk
op de knop m.
Open het scherm [Gezicht info lijst].
zDruk op de knoppen op om [Gezicht info
lijst] te kiezen en druk op de knop m.
Kies de gezichtsinfo die u wilt
wissen.
zDruk op de knop m, druk op de knoppen
opqr om de gezichtsinfo te kiezen die
u wilt wissen en druk op de knop m.
zAls [Wissen?] verschijnt, drukt u op de
knoppen qr om [OK] te selecteren.
Druk daarna op de knop m.
zDe geselecteerde gezichtsinfo wordt gewist.
U kunt informatie (gezichtsinfo, naam, verjaardag) wissen die met Gezichts-ID
is vastgelegd. Namen die in eerder genomen beelden zijn vastgelegd, worden
echter niet gewist.
Open het scherm [Info wissen].
zVolg stap 1 op p. 63 en kies [Info wissen].
Vastgelegde informatie wissen

73
Wijzig de verhouding (breedte-hoogteverhouding) als volgt:
Configureer de instelling.
zDruk op de knop m, kies in het menu
en kies de gewenste optie (p. 43).
XZodra de instelling is voltooid, wordt de
verhouding van het scherm gewijzigd.
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, herhaalt u deze procedure maar
selecteert u .
Functies voor de beeldaanpassing
De verhouding wijzigen
Foto’s
Dezelfde verhouding als hdtv’s, die wordt gebruikt voor de weergave
op breedbeeld hdtv’s of vergelijkbare weergaveapparatuur.
Dezelfde verhouding als 35-mm film, die wordt gebruikt voor het afdrukken van
beelden op 130 x 180 mm of briefkaartformaat.
Normale verhouding van het camerascherm, die wordt gebruikt voor het afdrukken
van afbeeldingen op 90 x 130 mm of diverse A-papierformaten.
Vierkante verhouding.
•Bij andere verhoudingen dan is digitale zoom (p. 57) niet beschikbaar
([Digitale Zoom] is ingesteld op [Uit]).
•Zoomen tijdens de filmopname is niet mogelijk bij andere verhoudingen dan .

Functies voor de beeldaanpassing
74
Kies als volgt uit 4 niveaus voor beeldresolutie. Zie “Specificaties” (p. 34),
voor richtlijnen hoeveel opnamen bij elke resolutie-instelling op een
geheugenkaart passen.
Configureer de instelling.
zDruk op de knop m, kies in het menu
en kies de gewenste optie (p. 43).
XDe optie die u hebt ingesteld, wordt nu
weergegeven.
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, herhaalt u deze procedure maar
selecteert u .
z: Voor het verzenden van beelden per
e-mail.
De beeldresolutie wijzigen (grootte)
Foto’s
Richtlijnen voor het kiezen van de resolutie op basis van
het papierformaat (voor 4:3-beelden)
A2 (420 x 594 mm)
A3–A5 (297 x 420–
148 x 210 mm)
130 x 180 mm
Briefkaart
90 x 130 mm

Functies voor de beeldaanpassing
75
Rode ogen op beelden die met de flitser zijn gemaakt, kunnen als volgt
automatisch worden gecorrigeerd.
Open het scherm [Flits Instellingen].
zDruk op de knop n, kies [Flits
Instellingen] op het tabblad 4 en druk op
de knop m (p. 44).
Configureer de instelling.
zKies [Rode-Ogen Corr.] en vervolgens [Aan]
(p. 44).
XAls de instelling is voltooid, wordt R
weergegeven.
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, herhaalt u deze procedure, maar
selecteert u [Uit].
Rode-ogencorrectie
Foto’s
•Rode-ogencorrectie kan ook op andere beeldgebieden dan ogen
worden toegepast (bijvoorbeeld als de camera rode oogmake-up
voor pupillen aanziet).
•U kunt bestaande beelden ook corrigeren (p. 158).
•U kunt het scherm ook openen in stap 2 door op de knop r te drukken en
vervolgens op de knop n.

Functies voor de beeldaanpassing
76
In opnamen van avondscènes met onderwerpen die door kwiklampen worden
verlicht, kunnen de onderwerpen of de achtergrond een groenige zweem
vertonen. Deze groenige zweem kan automatisch worden gecorrigeerd door
opnamen te maken met behulp van Witbalans voor meerdere gebieden.
Configureer de instelling.
zDruk op de knop n, selecteer
[Hg lampcorr.] op het tabblad 4 en
selecteer vervolgens [Aan] (p. 44).
XAls de instelling is voltooid, wordt
weergegeven.
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, herhaalt u deze procedure,
maar selecteert u [Uit].
Groenige beeldgebieden door kwiklampen
corrigeren
Foto’s
•Nadat u het opnemen onder kwiklampen hebt voltooid, moet u
[Hg lampcorr.] weer op [Uit] zetten. Anders worden groene tinten die
niet door kwiklampen zijn veroorzaakt, per vergissing gecorrigeerd.
•Probeer eerst een aantal testopnamen te maken om zeker te zijn dat u het
gewenste resultaat verkrijgt.

Functies voor de beeldaanpassing
77
Er zijn 3 instellingen voor beeldkwaliteit beschikbaar. Zie “Specificaties” (p. 34),
voor richtlijnen voor de maximale filmlengte die bij elk beeldkwaliteitsniveau op
een geheugenkaart past.
Configureer de instelling.
zDruk op de knop m, kies in het menu
en kies de gewenste optie (p. 43).
XDe optie die u hebt ingesteld, wordt nu
weergegeven.
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, herhaalt u deze procedure maar
selecteert u .
Beeldkwaliteit van films wijzigen
Films
Beeld-
kwaliteit Resolutie Aantal beelden Details
1920 x 1080 24 fps Voor opnamen in Full-HD-kwaliteit
1280 x 720 30 fps Voor opnamen in HD
640 x 480 30 fps Voor opnamen in SD-kwaliteit
•In de modi en geven zwarte balken aan de boven- en onderkant
op het scherm aan welke gebieden niet worden vastgelegd.

78
Als verticale en horizontale referentie tijdens het opnemen kunnen
op het scherm rasterlijnen worden weergegeven.
Configureer de instelling.
zDruk op de knop n, selecteer [Raster]
op het tabblad 4 en selecteer [Aan] (p. 44).
XZodra de instelling is voltooid, wordt het
raster op het scherm weergegeven.
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, herhaalt u deze procedure, maar
selecteert u [Uit].
Handige opnamefuncties
Raster weergeven
Foto’s
Films
•Rasterlijnen worden niet opgeslagen bij de opname.

Handige opnamefuncties
79
U kunt de scherpstelling controleren door de ontspanknop half in te drukken
om het beeldgebied binnen het AF-kader te vergroten.
Configureer de instelling.
z
Druk op de knop
n
, kies [AF-Punt Zoom]
op het tabblad
4
en kies [Aan] (p. 44).
Controleer de scherpstelling.
zDruk de ontspanknop half in. Het gezicht dat
als hoofdonderwerp is gedetecteerd, wordt
nu vergroot weergegeven.
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, selecteert u [Uit] in stap 1.
Het gebied waarop wordt scherpgesteld
vergroten
Foto’s
•De weergave wordt niet vergroot als er geen gezicht wordt
gedetecteerd, of als de persoon te dicht bij de camera is en zijn/haar
gezicht te groot is voor het scherm.
•De weergave wordt niet vergroot als u de digitale zoom (p. 57) of de Digitale
Tele-converter (p. 117), AF Tracking (p. 119), Servo AF (p. 121) of een tv als
scherm gebruikt (p. 177).

Handige opnamefuncties
80
wordt weergegeven als de camera detecteert dat personen misschien
hun ogen dicht hebben.
Selecteer .
zDruk op de knop m, kies in het menu
en kies .
Configureer de instelling.
zDruk op de knop n, selecteer
vervolgens [Knipperdetectie] op het tabblad
4 en selecteer daarna [Aan] (p. 44).
Maak de opname.
XEen kader voorzien van wordt
weergegeven als de camera iemand
detecteert die zijn/haar ogen dicht heeft.
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, selecteert u [Uit] in stap 2.
Controleren op gesloten ogen
Foto’s
•Wanneer u meerdere opnamen hebt ingesteld in de modus $, dan is deze
functie alleen beschikbaar voor de laatste opname.

81
Pas de opnamefuncties als volgt aan op het tabblad 4 van het menu.
Zie “Menu n” (p. 44) voor instructies over menufuncties.
U kunt de lamp, die normaal als u de ontspanknop half indrukt gaat branden
als hulp bij het scherpstellen, uitschakelen in omstandigheden met weinig licht.
Configureer de instelling.
zDruk op de knop n, kies [AF-hulplicht]
op het tabblad 4 en kies [Uit] (p. 44).
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, herhaalt u deze procedure,
maar selecteert u [Aan].
U kunt het lampje voor rode-ogenreductie uitschakelen, dat gaat branden om
het effect van rode ogen te verminderen dat optreedt wanneer u opnamen
maakt met de flitser in een omgeving met weinig licht.
Open het scherm [Flits Instellingen].
zDruk op de knop n, kies [Flits
Instellingen] op het tabblad 4 en druk op
de knop m (p. 44).
Configureer de instelling.
zSelecteer [Lamp Aan] en selecteer
vervolgens [Uit] (p. 44).
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, herhaalt u deze procedure,
maar selecteert u [Aan].
De camerabewerkingen aanpassen
Het AF-hulplicht uitschakelen
Foto’s
Het lampje voor rode-ogenreductie uitschakelen

De camerabewerkingen aanpassen
82
Wijzig als volgt hoe lang beelden worden weergeven na de opname.
Configureer de instelling.
z
Druk op de knop
n
, kies [Bekijken] op het
tabblad
4
en kies de gewenste optie (p. 44).
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, herhaalt u deze procedure,
maar selecteert u [2 sec.].
Wijzig als volgt de manier waarop beelden na de opname worden
weergegeven.
Configureer de instelling.
zDruk op de knop n, kies [Terugkijken]
op het tabblad 4 en kies de gewenste optie
(p. 44).
zAls u wilt terugkeren naar de oorspronkelijke
instelling, herhaalt u deze procedure, maar
selecteert u [Uit].
De weergaveduur van het beeld na
de opname wijzigen
2–10 sec. Beelden worden gedurende de
opgegeven tijd weergegeven.
Vastzetten Beelden worden weergegeven totdat
u de ontspanknop half indrukt.
Uit Na de opname worden geen beelden
weergegeven.
De weergavestijl van het beeld na
de opname wijzigen
Uit Geeft alleen het beeld weer.
Details
Weergave van opnamedetails (p. 208).
Focus check
Het gebied binnen het AF-kader wordt
vergroot weergegeven, zodat u de
focus kunt controleren. Voer de
stappen uit in “De focus controleren”
(p. 131).

83
Andere opnamemodi
Maak effectiever opnamen in verschillende
composities en maak betere opnamen met unieke
beeldeffecten of vastgelegd met speciale functies.
3

84
Kies een modus die past bij de opnamelocatie en de camera maakt
automatisch de instellingen voor optimale foto’s.
Open de modus 4.
zStel de modusschakelaar in op 4.
Selecteer een opnamemodus.
zDruk op de knop m, kies G in het menu
en kies een opnamemodus (p. 43).
Maak de opname.
IPortretopnamen maken (Portret)
zMensen fotograferen met een
verzachtend effect.
Avondcomposities maken zonder
statief (Nachtscene handm)
zMooie opnamen van avondscènes doordat
opeenvolgende foto’s worden gecombineerd
om camerabeweging en beeldruis te
verminderen.
zBij gebruik van een statief maakt u opnamen
in de modus A (p. 48).
Specifieke scènes
Foto’s
Films
Foto’s
Films
Foto’s

Specifieke scènes
85
Opnamen maken bij weinig licht
(Weinig licht)
zMaak opnamen met minimale
camerabeweging en onderwerpsvervaging,
zelfs bij weinig licht.
SOnderwateropnamen maken
(Onderwater)
zFoto’s met natuurlijke kleuren van
onderwaterleven en -landschappen wanneer
u gebruikmaakt van een optionele
waterdichte behuizing (p. 176).
zDeze modus kan de witbalans corrigeren en
kan overeenkomen met het effect dat u zou
krijgen bij gebruik van een in de winkel
verkrijgbaar kleurcompensatiefilter (p. 86).
POpnamen maken in
sneeuwlandschappen (Sneeuw)
z
Heldere foto’s met natuurlijke kleuren van
mensen tegen een besneeuwde achtergrond.
Foto’s
Foto’s
Films
Foto’s
Films
•Stabiliseer de camera aangezien deze in de modus continu-
opnamen maakt.
•In de modus kunnen opnameomstandigheden die overmatige
camerabeweging of vergelijkbare bewegingen veroorzaken ervoor
zorgen dat de camera geen beelden combineert, waardoor
u mogelijk niet het verwachte resultaat verkrijgt.
•In de modi en S kunnen opnamen korrelig lijken, omdat de ISO-waarde
(p. 110) wordt verhoogd om bij de opname-omstandigheden te passen.
•De resolutie in de modus is (2304 x 1728) en kan niet worden gewijzigd.

Specifieke scènes
86
De witbalans kan handmatig worden aangepast in de modus S (p. 85).
Deze aanpassing kan hetzelfde effect geven als wanneer u een in de winkel
verkrijgbaar kleurcompensatiefilter gebruikt.
Selecteer S.
zVolg stap 1–2 op p. 84 en selecteer S.
Selecteer de witbalans.
zDruk op de knop m, kies in het menu
en druk nogmaals op de knop m.
Wijzig de instelling.
zBeweeg de zoomknop om het
correctieniveau voor B en A aan te passen
en druk vervolgens op de knop m.
De witbalans corrigeren
Foto’s
Films
•De camera blijft de witbalanscorrectieniveaus behouden, zelfs
wanneer u omschakelt naar een andere witbalansoptie in stap 2,
maar de correctieniveaus worden hersteld wanneer u aangepaste
witbalansgegevens vastlegt.
•B staat voor blauw en A voor geel.
•U kunt de witbalans ook handmatig aanpassen door aangepaste
witbalansgegevens vast te leggen (p. 113) voordat u de bovenstaande
stappen uitvoert.

Specifieke scènes
87
Wanneer u opnamen van mensen maakt, kunt u een egalisatie-effect
toepassen voor de huid. De mate en kleur van het effect ([Lichtere huidtint],
[Donkerder huidtint]) kunt u als volgt kiezen.
Selecteer .
zVolg stap 1–2 op p. 84 en selecteer .
Open het instellingenscherm.
zDruk op de knop p.
Configureer de instelling.
zDruk op de knoppen op om een item te
kiezen. Kies het niveau van het effect door
te drukken op de knoppen qr en druk
vervolgens op de knop m.
XU ziet een voorbeeld van uw foto waarop
het effect is toegepast.
Maak de opname.
Huid egaler maken (Egale huid)
Foto’s
•U kunt ook andere gebieden dan de huid van mensen aanpassen.
•Probeer eerst een aantal testopnamen te maken om zeker te zijn dat
u het gewenste resultaat verkrijgt.
•
Het effect wordt sterker voor het gezicht dat als hoofdonderwerp is gedetecteerd.

88
Diverse effecten toevoegen aan uw opnamen.
Selecteer een opnamemodus.
zVolg stap 1–2 op p. 84 om een
opnamemodus te selecteren.
Maak de opname.
Opnamen maken in levendige
kleuren (Extra levendig)
zOpnamen met rijke, levendige kleuren.
Foto’s met postereffect
(Poster-effect)
z
Foto’s die lijken op oude posters of illustraties.
Speciale effecten toepassen
Foto’s
Films
•In de modi , , , , en moet u eerst een aantal
testopnamen maken om zeker te zijn dat u het gewenste resultaat
zult verkrijgen.
Foto’s
Films
Foto’s
Films

Speciale effecten toepassen
89
Opnamen maken met het vervormende effect van een visooglens.
Selecteer .
zVolg stap 1–2 op p. 84 en selecteer .
Kies een effectniveau.
zDruk op de knop p en op de knoppen qr
om een effectniveau te kiezen en druk
vervolgens op de knop m.
XU ziet een voorbeeld van uw foto waarop
het effect is toegepast.
Maak de opname.
Opnamen maken met een fisheye-effect
(Fisheye-effect)
Foto’s

Speciale effecten toepassen
90
Geeft het effect van een miniatuurmodel door beeldgebieden boven en onder
uw geselecteerde gebied te vervagen.
U kunt ook films maken die lijken op scènes in miniatuurmodellen door de
afspeelsnelheid te kiezen voordat de film wordt opgenomen. Mensen en
onderwerpen in de scène zullen tijdens het afspelen snel bewegen. Het
geluid wordt niet opgenomen.
Selecteer .
zVolg stap 1–2 op p. 84 en selecteer .
XOp het scherm verschijnt een wit kader dat
het beeldgebied aangeeft dat scherp blijft.
Kies het gebied waarop u wilt
scherpstellen.
zDruk op de knop p.
zBeweeg de zoomknop om de afmeting van
het kader te wijzigen en druk op de knoppen
op om het kader te verplaatsen.
Selecteer voor films de
afspeelsnelheid van de film.
zDruk op de knop n en druk op de
knoppen qr om de snelheid te kiezen.
Ga terug naar het opnamescherm
en maak de opname.
zDruk op de knop n om terug te keren
naar het opnamescherm en maak
de opname.
Opnamen met het effect van
miniatuurmodellen (Miniatuureffect)
Foto’s
Films

Speciale effecten toepassen
91
Met dit effect lijkt het alsof het beeld is gemaakt met een speelgoedcamera
doordat vignetvorming optreedt (donkerder, vage hoeken) en de algehele
kleur wordt aangepast.
Selecteer .
zVolg stap 1–2 op p. 84 en selecteer .
Selecteer een kleurtoon.
zDruk op de knop p, druk op de knoppen qr
om een kleurtoon te kiezen en druk op de
knop m.
XU ziet een voorbeeld van uw foto waarop
het effect is toegepast.
Maak de opname.
Afspeelsnelheid en geschatte afspeeltijd (voor clips van
1minuut)
Snelheid Afspeeltijd
Circa 12 sec.
Circa 6 sec.
Circa 3 sec.
•Zoomen is niet beschikbaar voor het opnemen van films.
Stel de zoomfunctie in voordat u de opname start.
•Om de richting van het kader te veranderen in verticaal, drukt u in stap 2 op de
knoppen qr. Om het kader te verplaatsen, drukt u nogmaals op de knoppen
qr. Om de richting van het kader weer horizontaal te zetten, drukt u op de
knoppen op.
•Houd de camera verticaal om de richting van het kader te wijzigen.
•De beeldkwaliteit van films is bij een verhouding van en bij een
verhouding van (p. 73). Deze kwaliteitsinstellingen kunnen niet
worden gewijzigd.
Opnamen maken met een speels effect
(Speels effect)
Foto’s

Speciale effecten toepassen
92
Met deze functie kunt u opnamen maken alsof er een soft-focuslens op de
camera is gemonteerd. U kunt het niveau van het effect naar wens aanpassen.
Selecteer .
zVolg stap 1–2 op p. 84 en kies .
Kies een effectniveau.
zDruk op de knop p en op de knoppen qr
om een effectniveau te kiezen en druk
vervolgens op de knop m.
XU ziet een voorbeeld van uw foto waarop
het effect is toegepast.
Maak de opname.
Standaard Foto’s die lijken op opnamen die zijn gemaakt met een speelgoedcamera.
Warm Beelden hebben een warmere tint dan met [Standaard].
Koel Beelden hebben een koelere tint dan met [Standaard].
Opnamen maken met een soft-focuseffect
Foto’s

Speciale effecten toepassen
93
Opnamen maken in zwart-wit, sepia of blauw en wit.
Selecteer .
zVolg stap 1–2 op p. 84 en selecteer .
Selecteer een kleurtoon.
zDruk op de knop p, druk op de knoppen qr
om een kleurtoon te kiezen en druk op de
knop m.
XU ziet een voorbeeld van uw foto waarop
het effect is toegepast.
Maak de opname.
Opnamen maken in monochroom
Foto’s
Films
Zwart/wit Zwart-witfoto’s.
Sepia Sepiakleurige foto’s.
Blauw Foto’s in blauw en wit.

Speciale effecten toepassen
94
Kies één kleur die u wilt behouden en wijzig de andere kleuren in zwart-wit.
Selecteer T.
zVolg stap 1–2 op p. 84 en selecteer T.
Open het instellingenscherm.
zDruk op de knop p.
XHet oorspronkelijke beeld en het beeld
waarop Kleur Accent is toegepast,
worden na elkaar weergegeven.
XStandaard is groen de kleur die
behouden blijft.
Geef de kleur op.
z
Plaats het middelste kader over de kleur die
moet worden behouden en druk op de knop
q
.
XDe opgegeven kleur wordt opgenomen.
Geef het kleurengamma op dat
u wilt behouden.
zDruk op de knoppen op om het gamma aan
te passen.
zKies een grote negatieve waarde als u alleen
de opgegeven kleur wilt behouden. Kies een
grote positieve waarde als u ook kleuren wilt
behouden die gelijk zijn aan de
opgegeven kleur.
zDruk op de knop m om terug te keren naar
het opnamescherm.
Opnamen maken met Kleur Accent
Foto’s
Films
Opgenomen kleur
•Als u in deze modus de flitser gebruikt, kan dat onverwachte
resultaten opleveren.
•In sommige opnamemodi kunnen beelden korrelig lijken en kleuren
kunnen anders zijn dan verwacht.

Speciale effecten toepassen
95
U kunt de ene beeldkleur vervangen door een andere voordat u een opname
maakt. U kunt slechts één kleur vervangen.
Selecteer Y.
zVolg stap 1–2 op p. 84 en selecteer Y.
Open het instellingenscherm.
zDruk op de knop p.
XHet oorspronkelijke beeld en het beeld
waarop Kleur Wissel is toegepast,
worden na elkaar weergegeven.
XGroen wordt standaard vervangen door grijs.
Geef de kleur op die u wilt
vervangen.
zPlaats het middelste kader over de kleur die
u wilt vervangen en druk op de knop q.
XDe opgegeven kleur wordt opgenomen.
Opnamen maken met Kleur Wissel
Foto’s
Films

Speciale effecten toepassen
96
Geef de nieuwe kleur op.
zPlaats het middelste kader over de nieuwe
kleur en druk op de knop r.
XDe opgegeven kleur wordt opgenomen.
Geef het kleurengamma op dat
u wilt vervangen.
zDruk op de knoppen op om het gamma aan
te passen.
zKies een grote negatieve waarde als u alleen
de opgegeven kleur wilt vervangen. Kies een
grote positieve waarde als u ook kleuren wilt
vervangen die gelijk zijn aan de
opgegeven kleur.
zDruk op de knop m om terug te keren naar
het opnamescherm.
•Als u in deze modus de flitser gebruikt, kan dat onverwachte
resultaten opleveren.
•In sommige opnamemodi kunnen beelden korrelig lijken en kleuren
kunnen anders zijn dan verwacht.

97
U kunt een korte film van een dag maken door foto’s te maken.
Voor iedere opname neemt de camera automatisch een filmclip uit de scène
op. Van alle clips die op die dag zijn opgenomen, wordt één bestand gemaakt.
Selecteer .
zVolg stap 1–2 op p. 84 en selecteer .
Maak de opname.
zDruk de ontspanknop helemaal naar
beneden om een foto te maken.
XVoordat u de opname maakt, neemt de
camera automatisch een clip op van
ongeveer 2–4 seconden.
Speciale modi voor andere doeleinden
Automatisch opnemen van clips (Filmsynopsis)
Foto’s
Films
•Clips worden mogelijk niet opgenomen als u een foto maakt direct
nadat u de camera hebt ingeschakeld, de modus hebt
geselecteerd of de camera op andere wijze bedient.
•De batterij gaat in deze modus minder lang mee dan in de modus
A, omdat voor iedere opname clips worden opgenomen.
•Als u de camera bedient terwijl er een film wordt opgenomen, worden
de geluiden van de camera opgenomen in de film.
•Films die zijn gemaakt in de modus , worden als iFrame-films (p. 106)
opgeslagen.
•In de volgende gevallen worden clips opgeslagen als aparte filmbestanden,
zelfs als ze op dezelfde dag zijn gemaakt met de modus .
-Als het filmbestand 4 GB groot is of als er in totaal ongeveer 30 minuten
lang is opgenomen
-Als een film is beveiligd (p. 141)
-Als een film is bewerkt (p. 159)
-Als een nieuwe map wordt gemaakt (p. 168)
-Wanneer zomer- of wintertijd (p. 18) of de instellingen voor de tijdzone zijn
gewijzigd (p. 170)
•Enkele camerageluiden worden gedempt. Er worden geen geluiden afgespeeld
wanneer u de ontspanknop half indrukt, camerabediening gebruikt of de
zelfontspanner instelt (p. 163).
•Films die u hebt gemaakt in de modus , kunt u op datum (p. 134) bekijken.

Speciale modi voor andere doeleinden
98
Als de camera een glimlach detecteert, wordt automatisch een opname
gemaakt, zelfs wanneer u niet op de ontspanknop drukt.
Selecteer .
zVolg stap 1–2 op p. 84 en kies .
Druk daarna op de knop p
zDruk op de knoppen qr om te kiezen.
Druk daarna op de knop m.
XDe camera gaat nu in stand-by voor opname
en op het scherm verschijnt
[Lachdetectie aan].
Richt de camera op een persoon.
zElke keer als de camera een glimlach
detecteert, gaat het lampje branden en
wordt een foto gemaakt.
zDruk op de knop q om de lachdetectie te
pauzeren. Druk nogmaals op de knop q
om de detectie te hervatten.
Automatisch opnemen na gezichtsdetectie
(Smart Shutter)
Automatisch opnemen na glimlachdetectie
Foto’s
•Selecteer een andere modus als u klaar bent, anders blijft de camera
opnamen maken van elke gedetecteerde glimlach.
•U kunt ook foto’s maken zoals gebruikelijk door gewoon de ontspanknop in
te drukken.
•Een glimlach wordt sneller gedetecteerd als het gezicht naar de camera is
gericht en als de mond een beetje geopend is zodat de tanden zichtbaar zijn.
•Als u het aantal opnamen wilt wijzigen, drukt u op de knoppen op nadat u
in stap 1 hebt gekozen. [Knipperdetectie] (p. 80) is alleen beschikbaar voor de
laatste opname.

Speciale modi voor andere doeleinden
99
Richt de camera op een persoon en druk de ontspanknop helemaal naar
beneden. De camera maakt de foto ongeveer twee seconden nadat een
knipoog wordt gedetecteerd.
Selecteer .
zVolg stap 1–2 op p. 84 en kies .
Druk daarna op de knop p
zDruk op de knoppen qr om te kiezen.
Druk daarna op de knop m.
Kies de compositie en druk
de ontspanknop half in.
zControleer of een groen kader wordt
weergegeven rond het gezicht van de persoon
die gaat knipogen.
Druk de ontspanknop helemaal
naar beneden.
X
De camera gaat nu in stand-by voor opname en
op het scherm verschijnt [Glimlach voor foto].
XHet lampje knippert en u hoort het geluid
van de zelfontspanner.
Kijk naar de camera en knipoog.
XDe camera maakt de foto ongeveer
twee seconden nadat een knipoog wordt
gedetecteerd van de persoon van wie
het gezicht in het kader valt.
zAls u het maken van opnamen met de
zelfontspanner wilt annuleren nadat u deze
hebt ingesteld, drukt u op de knop n.
De knipoogdetectie gebruiken
Foto’s
•
Als de knipoog niet wordt gedetecteerd, knipoog dan nogmaals langzaam en opzettelijk.
•
Knipogen is moeilijker te herkennen als de ogen zijn bedekt door haren, een hoed
of een bril.
•
Als beide ogen tegelijk worden gesloten en geopend, wordt dit ook gedetecteerd als
een knipoog.
•
Wanneer geen knipoog wordt gedetecteerd, maakt de camera ongeveer 15 seconden
later een foto.
•
Als u het aantal opnamen wilt wijzigen, drukt u op de knoppen
op
nadat u in stap
1 hebt gekozen. [Knipperdetectie] (p. 80) is alleen beschikbaar voor de laatste opname.
•
Als er geen personen aanwezig zijn in het opnamegebied wanneer de ontspanknop
volledig wordt ingedrukt, wordt de foto gemaakt nadat een persoon in het
opnamegebied komt en knipoogt.

Speciale modi voor andere doeleinden
100
De camera maakt de foto ongeveer twee seconden nadat het gezicht van een
andere persoon (zoals de fotograaf) het opnamegebied betreedt (p. 118).
Dit is handig wanneer u zelf ook op een groepsfoto of een vergelijkbare foto
wilt staan.
Selecteer .
zVolg stap 1–2 op p. 84 en kies .
Druk daarna op de knop p
zDruk op de knoppen qr om te kiezen.
Druk daarna op de knop m.
Kies de compositie en druk de
ontspanknop half in.
zControleer of een groen kader wordt
weergegeven rond het gezicht waarop is
scherpgesteld en of er witte kaders rond de
andere gezichten worden weergegeven.
Druk de ontspanknop helemaal
naar beneden.
XDe camera gaat nu in stand-by voor de
opname en op het scherm verschijnt [Kijk
recht naar camera om aftellen te starten].
XHet lampje knippert en u hoort het geluid van
de zelfontspanner.
Ga bij de anderen staan in het
opnamegebied en kijk naar
de camera.
XNadat de camera een nieuw gezicht
detecteert, knippert het lampje en het geluid
van de zelfontspanner versnelt. (Wanneer
de flitser afgaat, blijft het lampje branden.)
De camera maakt ongeveer twee seconden
later een opname.
zAls u het maken van opnamen met de
zelfontspanner wilt annuleren nadat u deze
hebt ingesteld, drukt u op de knop n.
De gezicht-zelfontspanner gebruiken
Foto’s

Speciale modi voor andere doeleinden
101
Geef een sluitertijd van 1–15 seconden op om opnamen met een lange
sluitertijd maken. Plaats in dit geval de camera op een statief of neem andere
maatregelen om de camera stil te houden en camerabeweging te voorkomen.
Selecteer N.
zVolg stap 1–2 op p. 84 en selecteer N.
Selecteer de sluitertijd.
zDruk op de knop o en kies de sluitertijd door
op de knoppen qr te drukken en daarna op
de knop m te drukken.
Controleer de belichting.
zDruk de ontspanknop half in om de belichting
voor de door u geselecteerde sluitertijd
te bekijken.
Maak de opname.
•Ook als uw gezicht niet wordt gedetecteerd nadat u bij de anderen bent gaan
staan, maakt de camera na ongeveer 15 seconden een opname.
•Als u het aantal opnamen wilt wijzigen, drukt u op de knoppen op nadat u
in stap 1 hebt gekozen. [Knipperdetectie] (p. 80) is alleen beschikbaar voor de
laatste opname.
Opnamen met lange sluitertijd maken
(Lange sluiter)
Foto’s
•De helderheid van het beeld kan afwijken van de helderheid van het
scherm bij stap 3 toen de ontspanknop half werd ingedrukt.
•
Als u een sluitertijd van 1,3 seconde of een langere sluitertijd gebruikt,
treedt een vertraging op voordat u opnieuw een foto kunt maken, omdat
de camera de beelden verwerkt om ruis te voorkomen.
•Stel [IS modus] in op [Uit] als u opnamen maakt met een statief of een
andere manier om de camera stil te houden (p. 125).
•Als de flitser afgaat, kan uw foto overbelicht raken. Als dit gebeurt, stelt u de
flitser in op ! en maakt u een nieuwe opname.

Speciale modi voor andere doeleinden
102
U kunt een serie opnamen maken die elkaar snel opvolgen door de
ontspanknop volledig in te drukken. Zie “Specificaties” (p. 34), voor meer
informatie over de snelheid van continu-opnamen.
Selecteer .
zVolg stap 1–2 op p. 84 en selecteer .
Maak de opname.
XHoud de ontspanknop volledig ingedrukt
om continu-opnamen te maken.
Elke set met doorlopende beelden wordt behandeld als één groep, en alleen
het eerste beeld in die groep wordt weergegeven. Om aan te geven dat het
beeld onderdeel is van een groep, wordt weergegeven linksonder in
het scherm.
Snel na elkaar continu-opnamen maken
(Snel na elkaar)
Foto’s
•De resolutie is (2304 x 1728) en kan niet worden gewijzigd.
•Focus, beeldhelderheid en kleur worden bij de eerste opname vastgesteld.
•Opnamen maken kan tijdelijk stoppen of continu-opnamen maken kan
langzamer worden, afhankelijk van de opnameomstandigheden,
camera-instellingen en zoompositie.
•Opnamen maken kan langzamer worden wanneer meer opnamen
worden gemaakt.
•Wanneer u Gezichts-ID (p. 63) gebruikt, wordt de plaats van de naam in het
beeld bepaald in de eerste opname; voor verdere opnamen wordt dezelfde
plaats gebruikt.
Beelden weergeven tijdens het afspelen
•Als u een gegroepeerd beeld wist (p. 145), worden alle andere
beelden in de groep ook gewist. Pas op bij het wissen van beelden.

105
U kunt een opname maken van snel bewegende objecten om deze af
te spelen in slow motion.
Het geluid wordt niet opgenomen.
Selecteer .
zVolg stap 1–2 op p. 84 en selecteer .
Selecteer het aantal beelden.
zDruk op de knop m en kies in het menu.
Kies het gewenste aantal beelden (p. 43).
XDe optie die u hebt ingesteld, wordt nu
weergegeven.
Maak de opname.
zDruk op de filmknop.
XEen balk met de verstreken tijd wordt
weergegeven. De maximale cliplengte is
ongeveer 30 seconden.
zDruk nogmaals op de filmknop om de
filmopname te stoppen.
Verschillende films opnemen
Super slow-motion films opnemen
Films
Aantal beelden Beeldkwaliteit Afspeeltijd
(Voor een clip van 30 sec.)
240 fps (320x240) Circa 4 min.
120 fps (640x480) Circa 2 min.
•Zoomen is niet beschikbaar tijdens het opnemen, zelfs niet wanneer
u de zoomknop gebruikt.
•De focus, belichting en kleur worden vastgesteld wanneer u op de
filmknop drukt.
•De film wordt afgespeeld in slow motion wanneer u stap 1–3 op p. 128 volgt.
•Met behulp van de meegeleverde software kunt u de afspeelsnelheid wijzigen
van films die zijn opgenomen in de modus . Voor informatie raadpleegt u de
ImageBrowser EX Gebruikershandleiding.

109
U kunt de standaardbelichting die door de camera wordt ingesteld, aanpassen
in stappen van 1/3 in een bereik van –2 tot +2.
zDruk op de knop o. Kijk naar het scherm en
druk op de knoppen qr om de helderheid aan
te passen.
z
Wanneer u films opneemt, moet de belichtings-
compensatiebalk worden weergegeven.
Wanneer u foto’s maakt, drukt u op de knop
m
om de ingestelde belichtingscompensatie weer
te geven en maakt u de opname.
Voordat u een opname maakt, kunt u de belichting vergrendelen, of u kunt de
focus en belichting afzonderlijk instellen.
Stel de flitser in op ! (p. 60).
Vergrendel de belichting.
zRicht de camera met vergrendelde belichting
op het onderwerp waarvan u een opname wilt
maken. Houd de ontspanknop half ingedrukt
en druk op de knop o.
X& wordt weergegeven en de belichting wordt
vergrendeld.
zOm AE te ontgrendelen laat u de ontspanknop
los en drukt u opnieuw op de knop o. In dit
geval wordt & niet meer weergegeven.
Kies de compositie en maak
een opname.
Helderheid van het beeld
(Belichtingscompensatie)
De helderheid van het beeld aanpassen
(Belichtingscompensatie)
Foto’s
Films
Belichtingscompensatiebalk
•U kunt ook foto’s nemen met de belichtingscompensatiebalk in het scherm.
•
Wanneer u een film maakt, wordt
&
weergegeven en de belichting vergrendeld.
Belichting vergrendelen (AE lock)
Foto’s
Films
•AE: Automatische belichting

Helderheid van het beeld (Belichtingscompensatie)
110
U kunt op de volgende manier de meetmethode (functie voor meten van
helderheid) aanpassen aan de opnameomstandigheden.
zDruk op de knop m, kies in het menu
en kies de gewenste optie (p. 43).
XDe optie die u hebt ingesteld, wordt nu
weergegeven.
zDruk op de knop m, kies in het menu
en kies de gewenste optie (p. 43).
XDe optie die u hebt ingesteld, wordt nu
weergegeven.
De meetmethode wijzigen
Foto’s
Deelmeting
Voor standaardomstandigheden, inclusief onderwerpen die van
achteren worden belicht. De belichting wordt automatisch
aangepast aan de opnameomstandigheden.
Gem. centrum
meeting
Bepaalt de gemiddelde helderheid van het gehele beeldgebied.
Dit wordt berekend door de helderheid in het centrumgebied als
het belangrijkste te behandelen.
Spot Meting wordt beperkt tot het (spotmetingpuntkader) dat wordt
weergegeven in het midden van het scherm.
De ISO-waarde wijzigen
Foto’s
Hiermee wordt de ISO-waarde automatisch aangepast aan de
opnamemodus en –omstandigheden.
Laag
Hoog
Voor opnamen buitenshuis bij mooi weer.
Voor opnamen bij bewolkt weer of in de schemering.
Voor opnamen bij nacht of binnenshuis in donkere kamers.

Helderheid van het beeld (Belichtingscompensatie)
111
Voordat u een opname maakt, kunnen extreem heldere of donkere gebieden
(zoals gezichten of achtergronden) worden gedetecteerd en automatisch
worden aangepast aan de optimale helderheid. Als het gehele beeld niet
genoeg contrast heeft, kan dat ook automatisch worden gecorrigeerd, zodat
onderwerpen beter opvallen.
z
Druk op de knop
n
, selecteer [i-Contrast]
op het tabblad
4
en kies [Auto] (p. 44).
XAls de instelling is voltooid, wordt @
weergegeven.
•Druk de ontspanknop half in als u de automatisch ingestelde ISO-waarde wilt
bekijken wanneer de camera is ingesteld op .
•Kiezen voor een lagere ISO-waarde levert wel scherpere beelden, maar onder
bepaalde opnameomstandigheden wordt de kans wel groter dat het onderwerp
onscherp is.
•De keuze voor een hogere ISO-waarde zal de sluitertijd verhogen, wat
onscherpe onderwerpen vermindert en het flitserbereik vergroot. Foto’s kunnen
er echter wel korrelig uitzien.
De helderheid corrigeren (i-Contrast)
Foto’s
•In sommige opnameomstandigheden kan de correctie onnauwkeurig
zijn of korrelige beelden veroorzaken.
•U kunt bestaande beelden ook corrigeren (p. 157).

Kleur- en continu-opnamen maken
115
Kies het gewenste niveau voor beeldcontrast, scherpte, kleurverzadiging en
rode, groene, blauwe en huidkleurige tinten uit een bereik van 1–5.
Open het instellingenscherm.
zVoer de stappen in “De kleurtoon van een
beeld wijzigen (My Colors)” (p. 114) uit
om te selecteren. Druk vervolgens op
de knop n.
Configureer de instelling.
zDruk op de knoppen op om een optie
te selecteren en gebruik vervolgens de
knoppen qr om een waarde op te geven.
zPas de waarde naar rechts aan voor
sterkere/intensere effecten (of donkerdere
huidtinten), en pas de waarde naar links aan
voor zwakkere/lichtere effecten (of lichtere
huidtinten).
zDruk op de knop n om de instelling
te voltooien.
Houd de ontspanknop volledig ingedrukt om continu-opnamen te maken.
Zie “Specificaties” (p. 34), voor meer informatie over de snelheid van
continu-opnamen.
Configureer de instelling.
zDruk op de knop m, kies in het menu
en selecteer vervolgens W (p. 43).
XAls de instelling is voltooid, wordt W
weergegeven.
Maak de opname.
XHoud de ontspanknop volledig ingedrukt
om continu-opnamen te maken.
Custom Kleur
Continu-opnamen maken
Foto’s

Opnamebereik en scherpstellen
117
Stel de camera in op u om de scherpte te beperken tot onderwerpen die zich
veraf bevinden. Zie “Specificaties” (p. 34), voor meer informatie over het
scherpstelbereik.
zDruk op de knop q, druk op de knoppen qr
om u te selecteren en druk op de knop m.
XAls de instelling is voltooid, wordt u
weergegeven.
De brandpuntafstand van de lens kan worden vergroot met ongeveer 1,6x of
ongeveer 2,0x. Dit kan camerabeweging verminderen doordat de sluitertijd
hoger is dan wanneer u zou zoomen (inclusief het gebruik van digitale zoom)
in dezelfde zoomfactor.
zDruk op de knop n, kies [Digitale Zoom]
op het tabblad 4 en kies de gewenste optie
(p. 44).
XHet beeld wordt vergroot en de zoomfactor
verschijnt op het scherm.
Opnamen maken van onderwerpen op grote
afstand (Oneindig)
Foto’s
Digitale Tele-converter
Foto’s
Films
•De digitale tele-converter kan niet worden gebruikt met digitale zoom
(p. 57) en AF-puntzoom (p. 79).
•De digitale tele-converter is alleen beschikbaar bij de verhouding .
•De respectievelijke brandpuntsafstanden bij het gebruik van [1.6x] en [2.0x] zijn
38,4–192 mm en 48,0–240 mm (equivalenten van 35mm-film).
•De sluitertijd kan equivalent zijn wanneer u de zoomknop helemaal naar i
duwt voor een maximale telelensinstelling, en wanneer u inzoomt om het
onderwerp te vergroten tot hetzelfde formaat na stap 2 op p. 57.

Opnamebereik en scherpstellen
118
Pas de modus AF Frame (automatisch scherpstellen) als volgt aan de
opnameomstandigheden aan.
zDruk op de knop n, kies [AF Frame]
op het tabblad 4 en kies de gewenste optie
(p. 44).
•Hiermee kan de camera gezichten detecteren en erop scherpstellen,
en de belichting (alleen deelmeting) en witbalans (alleen ) instellen.
•Nadat u de camera op het onderwerp hebt gericht, wordt een wit kader
weergegeven rondom het gezicht, dat door de camera als hoofdonderwerp
wordt vastgesteld. Maximaal twee grijze kaders worden weergegeven rond
andere gedetecteerde gezichten.
•Wanneer de camera beweging detecteert, volgen de kaders de
bewegende onderwerpen binnen een bepaald bereik.
•Als u de ontspanknop half indrukt, worden er maximaal negen groene
kaders weergegeven rond de gezichten waarop de camera scherpstelt.
De modus AF Frame wijzigen
Foto’s
Films
Gezichts-AiAf
Foto’s
Films

Opnamebereik en scherpstellen
121
De focus en belichting worden vergrendeld zolang u de ontspanknop half
ingedrukt houdt. U kunt naar wens beelden herschikken voordat u de opname
maakt. Deze functie wordt focusvergrendeling genoemd.
Stel scherp.
z
Richt de camera zo dat het onderwerp
gecentreerd is en druk de ontspanknop half in.
zControleer of het rond het onderwerp
weergegeven AF-kader groen is.
Herschik de compositie.
zHoud de ontspanknop half ingedrukt en
beweeg de camera om een nieuwe
compositie te maken voor de opname.
Maak de opname.
z
Druk de ontspanknop helemaal naar beneden.
Deze modus helpt u om te voorkomen dat u foto’s mist van bewegende
onderwerpen, omdat de camera blijft scherpstellen op het onderwerp en
de belichting aanpast zolang u de ontspanknop half ingedrukt houdt.
Configureer de instelling.
zDruk op de knop n, kies [Servo AF]
op het tabblad 4 en kies [Aan] (p. 44).
Stel scherp.
zDe focus en belichting blijven behouden als
het blauwe AF-kader wordt weergegeven
wanneer u de ontspanknop half indrukt.
Beelden herschikken wanneer de focus is vergrendeld.
Foto’s
Opnamen maken met Servo AF
Foto’s

123
U kunt de flitser zo instellen dat deze altijd flitst als u een opname maakt.
Zie “Flitsbereik” (zie “Specificaties” (p. 34)), voor meer informatie over
het flitsbereik.
zDruk op de knop r, druk op de knoppen qr
om h te selecteren en druk op de knop m.
XAls de instelling is voltooid, wordt h
weergegeven.
Met deze optie wordt geflitst om de helderheid van het hoofdonderwerp
(zoals mensen) te verbeteren terwijl de camera opnamen maakt met een
korte sluitertijd, zodat de helderheid wordt verbeterd van de achtergrond
buiten het flitsbereik.
Zie “Flitsbereik” (zie “Specificaties” (p. 34)), voor meer informatie over
het flitsbereik.
Configureer de instelling.
zDruk op de knop r, druk op de knoppen qr
om Z te selecteren en druk op de knop m.
XAls de instelling is voltooid, wordt Z
weergegeven.
Maak de opname.
zOok als u de flitser gebruikt, mag het
hoofdonderwerp niet bewegen totdat het
geluid van de ontspanknop stopt.
Flitser
De flitser activeren
Foto’s
Opnamen maken met Slow sync
•Plaats de camera op een statief of neem andere maatregelen om de
camera stil te houden en camerabeweging te voorkomen. Stel in dat
geval [IS modus] in op [Uit] (p. 125).

Flitser
124
Net als met de AE lock (p. 109) kunt u de belichting vergrendelen voor
het maken van opnamen met de flitser.
Stel de flitser in op h (p. 123).
Vergrendel de flitsbelichting.
zRicht de camera met vergrendelde belichting
op het onderwerp waarvan u een opname wilt
maken. Houd de ontspanknop half ingedrukt
en druk op de knop o.
XDe flitser gaat af en wanneer ( wordt
weergegeven, blijft het flitsuitvoerniveau
behouden.
zOm FE te ontgrendelen laat u de
ontspanknop los en drukt u opnieuw op de
knop o. In dit geval wordt ( niet meer
weergegeven.
Kies de compositie en maak
een opname.
Opnamen maken met FE-lock
•FE: Flitsbelichting

125
Selecteer als volgt een van de twee compressieverhoudingen: (Superfijn),
(Fijn). Zie “Specificaties” (p. 34), voor richtlijnen hoeveel opnamen bij elke
compressieverhouding op een geheugenkaart passen.
Configureer de instelling.
zDruk op de knop m, kies in het menu
en kies de gewenste optie (p. 43).
XDe optie die u hebt ingesteld, wordt nu
weergegeven.
Open het instellingenscherm.
zDruk op de knop n, kies [IS-instellingen]
op het tabblad 4 en druk op de knop m
(p. 44).
Configureer de instelling.
zKies [IS modus] en kies vervolgens de
gewenste optie (p. 44).
* De instelling wordt gewijzigd in [Continu] voor
filmopnamen.
Overige instellingen
De compressieverhouding wijzigen
(Beeldkwaliteit)
Foto’s
Instellingen van de IS-modus wijzigen
Foto’s
Films
Continu
Optimale beeldstabilisatie voor de
opnameomstandigheden wordt
automatisch toegepast (Intelligent IS)
(p. 55).
Opname* Beeldstabilisatie is alleen actief op
het moment van de opname.
Uit Schakelt de beeldstabilisatie uit.

Overige instellingen
126
Powered IS vermindert subtiele camerabewegingen die kunnen optreden
wanneer films worden opgenomen met een telelens. Het is echter mogelijk
dat deze optie niet het verwachte resultaat geeft bij flinke camerabewegingen
die kunnen optreden wanneer u lopend opneemt of de camera beweegt om
een bewegend onderwerp te volgen. In dit geval stelt u Powered IS in op [Uit].
zVoer de stappen in “Instellingen van de
IS-modus wijzigen” (p. 125) uit om het
scherm [IS-instellingen] te openen.
zKies [Powered IS] en selecteer [Uit] (p. 44).
•Wanneer beeldstabilisatie camerabeweging niet kan voorkomen,
plaatst u de camera op een statief of neemt u andere maatregelen
om de camera stil te houden. Stel in dat geval [IS modus] in op [Uit].
Powered IS uitschakelen
Films
•De instellingen voor [Powered IS] worden niet toegepast als
[IS modus] is ingesteld op [Uit].

127
Afspeelmodus
• Druk op de knop 1 om de afspeelmodus te openen en de camera voor
te bereiden op deze handelingen.
Veel plezier bij het bekijken van uw opnamen. U kunt ze
op tal van manieren doorbladeren en bewerken.
•Beelden die zijn bewerkt op een computer, beelden waarvan de
bestandsnaam is gewijzigd en beelden die met een andere camera
zijn gemaakt, kunnen mogelijk niet worden afgespeeld of bewerkt.
5

Bekijken
131
Als u de focus van uw opnamen wilt controleren, kunt u het gebied van het
beeld vergroten dat zich tijdens het maken van de opname binnen het
AF-kader bevindt.
Open Focus check.
zDruk op de knop p (p. 130).
XEr verschijnt een wit kader waar het AF-kader
zich bevond toen de focus werd ingesteld.
XIn de afspeelmodus worden grijze kaders
weergegeven over gezichten die later zijn
gedetecteerd.
XHet gedeelte van het beeld binnen het oranje
kader wordt vergroot.
Schakel tussen kaders.
zDuw de zoomknop één keer naar k.
XHet scherm links wordt weergegeven.
zDruk op de knop m om naar een ander
kader te gaan wanneer er meerdere kaders
worden weergegeven.
Zoom in of uit of bekijk andere
beeldgebieden.
zTerwijl u de focus test, kunt u inzoomen
of uitzoomen met de zoomknop. Als u de
weergavepositie wilt aanpassen, drukt u op
de knoppen opqr.
zDruk op de knop n om terug te keren
naar de oorspronkelijke weergave in stap 1.
De focus controleren
Foto’s

Door beelden bladeren en beelden filteren
133
Kies een zoekvoorwaarde.
zDruk op de knop m, kies in het menu
en kies een voorwaarde (p. 43).
Bekijk de zoekresultaten.
zDruk op de knoppen opqr om het type
beelden te kiezen dat u wilt bekijken en druk
op de knop m. (Behalve wanneer u beelden
zoekt op .)
XBeelden die aan de zoekvoorwaarden
voldoen, worden in een geel kader
weergegeven.
zDruk op de knoppen qr om de
zoekresultaten weer te geven.
zKies in stap 1 om de zoekopdracht
te annuleren.
•
Als op de camera geen overeenkomende beelden voor een bepaalde
voorwaarde zijn gevonden, zijn die voorwaarden niet beschikbaar.
•Opties voor het weergeven van beelden in een zoekresultaat (stap 2) zijn
“Bladeren door beelden in een index” (p. 132), “Diavoorstellingen bekijken”
(p. 138) en “Beelden vergroten” (p. 137). U kunt ook alle beelden in een
zoekresultaat tegelijk beveiligen, wissen of afdrukken door “Alle beelden in
zoekopdracht selecteren” te kiezen in “Beelden beveiligen” (p. 141),
“Alle beelden wissen” (p. 145), “Beelden aan de afdruklijst (DPOF) toevoegen”
(p. 190) of “Beelden toevoegen aan een fotoboek” (p. 194).
•Als u beelden opnieuw indeelt in categorieën (p. 151) of ze bewerkt en opslaat
als nieuwe beelden (p. 154), wordt er een bericht weergegeven en wordt de
zoekopdracht gestopt.

Opties voor het weergeven van foto’s
140
Selecteer een beeld.
zDruk op de knoppen opqr om het beeld
te kiezen dat u hierna wilt weergeven.
XHet geselecteerde beeld wordt in het midden
weergegeven, omgeven door de volgende
vier mogelijke beelden.
zAls u op de knop m drukt, verschijnt het
middelste beeld op volledige grootte.
Druk nogmaals op de knop m om terug te
keren naar de oorspronkelijke weergave.
zDruk op de knop n om terug te keren
naar de enkelvoudige weergave.
•U kunt in Smart Shuffle alleen foto’s afspelen die met deze camera
zijn gemaakt.
•[Smart Shuffle] is niet beschikbaar in de volgende situaties:
-Als er minder dan 50 beelden met deze camera zijn gemaakt
-Als op dit moment een niet-ondersteund beeld wordt weergegeven;
-
Wanneer u de functie voor het zoeken naar beelden gebruikt (p. 132)
-Tijdens het afspelen van een groep (p. 134)

Beelden beveiligen
143
Selecteer [Select. reeks].
zVolg stap 2 op p. 141 om [Select. reeks]
te selecteren en druk op de knop m.
Selecteer het eerste beeld.
zDruk op de knop m.
zDruk op de knoppen qr om een beeld
te selecteren en druk vervolgens op de
knop m.
Selecteer het laatste beeld.
zDruk op de knop r, selecteer [Laatste beeld]
en druk op de knop m.
zDruk op de knoppen qr om een beeld
te selecteren en druk vervolgens op de
knop m.
zBeelden vóór het eerste beeld kunt u niet
als het laatste beeld selecteren.
Een reeks selecteren

Beelden beveiligen
144
Beveilig de beelden.
zDruk op de knop p, selecteer [Beveilig]
en druk op de knop m.
Selecteer [Sel. alle beelden].
zVolg stap 2 op p. 141, selecteer [Sel. alle
beelden] en druk op de knop m.
Beveilig de beelden.
zDruk op de knoppen op om [Beveilig] te
selecteren. Druk vervolgens op de knop m.
Alle beelden in één keer opgeven
•U kunt de beveiliging van groepen beelden opheffen door [Beveilig. uit] te
selecteren in stap 4 van “Een reeks selecteren” of in stap 2 van “Alle beelden
in één keer opgeven”.

145
U kunt beelden die u niet meer nodig hebt één voor één selecteren en wissen.
Wees voorzichtig bij het wissen van beelden, want ze kunnen niet
worden hersteld.
Selecteer het beeld dat u wilt wissen.
zDruk op de knoppen qr om een beeld
te selecteren.
Wis het beeld.
zDruk op de knop m en selecteer vervolgens
a in het menu (p. 43).
zAls [Wissen ?] verschijnt, drukt u op de
knoppen qr om [Wissen] te selecteren.
Druk daarna op de knop m.
XHet huidige beeld wordt nu gewist.
zAls u het wissen wilt annuleren, drukt u op de
knoppen qr om [Annuleer] te kiezen en drukt
u vervolgens op de knop m.
U kunt alle beelden tegelijk wissen. Wees voorzichtig bij het wissen van
beelden, want ze kunnen niet worden hersteld. Beveiligde beelden (p. 141)
kunt u niet wissen.
Open het instellingenscherm.
zDruk op de knop n en selecteer
vervolgens [Wissen] op het tabblad 1 (p. 44).
Selecteer een selectiemethode.
zSelecteer een menu-item en een instelling,
indien gewenst (p. 44).
zDruk op de knoppen op om een
selectiemethode te kiezen. Druk vervolgens
op de knop m.
zDruk op n om terug te keren naar het
menuscherm.
Beelden wissen
Foto’s
Films
Alle beelden wissen
Een selectiemethode selecteren

Beelden wissen
146
Kies [Selectie].
zVolg stap 2 op p. 145 om [Selectie]
te selecteren en druk op de knop m.
Selecteer een beeld.
zAls u stap 2 op p. 142 uitvoert om een beeld
te selecteren, verschijnt op het scherm.
zAls u het wissen wilt annuleren, drukt u
nogmaals op de knop m. verdwijnt.
zHerhaal deze procedure om andere beelden
op te geven.
Wis het beeld.
zDruk op de knop n. Er verschijnt een
bevestigingsbericht op het scherm.
z
Druk op de knoppen
qr
om [OK] te
selecteren en druk vervolgens op de knop
m
.
Selecteer [Select. reeks].
zVolg stap 2 op p. 145 om [Select. reeks]
te selecteren en druk op de knop m.
Selecteer de beelden.
zVolg stap 2–3 op p. 143 om beelden op
te geven.
Wis de beelden.
zDruk op de knop p om [Wissen] te
selecteren. Druk vervolgens op de knop m.
Afzonderlijke beelden selecteren
Een reeks selecteren

Beeldcategorieën
151
Voltooi de instellingsprocedure.
zDruk op de knop n. Er verschijnt een
bevestigingsbericht op het scherm.
zDruk op de knoppen qr om [OK] te selecteren
en druk vervolgens op de knop m.
U kunt beelden indelen in categorieën. Beelden worden tijdens de opname
automatisch in categorieën ingedeeld aan de hand van de
opnameomstandigheden.
: Beelden met gedetecteerde gezichten of beelden die zijn opgenomen in
de modus I of .
: Beelden die worden gedetecteerd als , of in de modus A,
of beelden die zijn opgenomen in de modus .
: Beelden die zijn opgenomen in de modus S of P.
Selecteer een categorie.
zDruk op de knop m en selecteer ; in het
menu (p. 43).
Selecteer de beelden.
zDruk op de knoppen qr om een beeld te
selecteren, druk op de knoppen op om een
categorie te selecteren en druk vervolgens op
de knop m. wordt weergegeven.
zAls u de selectie wilt opheffen, drukt u
nogmaals op de knop m. verdwijnt.
zHerhaal deze procedure om andere beelden
op te geven.
•Als u overschakelt naar de opnamemodus of de camera uitschakelt
voordat u de instellingsprocedure in stap 3 hebt voltooid, worden de
beelden niet gemarkeerd als favoriet.
•Als u Windows 7 of Windows Vista gebruikt en favoriete beelden overdraagt
naar de computer, worden aan deze beelden drie sterren ( )
toegewezen. (Geldt niet voor films.)
Beelden indelen in categorieën (My Category)
Specyfikacje produktu
Marka: | Canon |
Kategoria: | Aparat cyfrowy |
Model: | IXUS 125HS |
Potrzebujesz pomocy?
Jeśli potrzebujesz pomocy z Canon IXUS 125HS, zadaj pytanie poniżej, a inni użytkownicy Ci odpowiedzą
Instrukcje Aparat cyfrowy Canon

4 Lipca 2024

4 Lipca 2024

4 Lipca 2024

4 Lipca 2024

4 Lipca 2024

4 Lipca 2024

4 Lipca 2024

4 Lipca 2024

4 Lipca 2024

4 Lipca 2024
Instrukcje Aparat cyfrowy
- Aparat cyfrowy Sony
- Aparat cyfrowy Samsung
- Aparat cyfrowy Leica
- Aparat cyfrowy Xiaomi
- Aparat cyfrowy Braun
- Aparat cyfrowy SilverCrest
- Aparat cyfrowy Bosch
- Aparat cyfrowy Epson
- Aparat cyfrowy Panasonic
- Aparat cyfrowy Medion
- Aparat cyfrowy Fujifilm
- Aparat cyfrowy Toshiba
- Aparat cyfrowy GE
- Aparat cyfrowy Casio
- Aparat cyfrowy Sigma
- Aparat cyfrowy HP
- Aparat cyfrowy Nikon
- Aparat cyfrowy Kodak
- Aparat cyfrowy Gembird
- Aparat cyfrowy Minox
- Aparat cyfrowy JVC
- Aparat cyfrowy Trust
- Aparat cyfrowy AgfaPhoto
- Aparat cyfrowy Kyocera
- Aparat cyfrowy Ricoh
- Aparat cyfrowy Renkforce
- Aparat cyfrowy Rollei
- Aparat cyfrowy Olympus
- Aparat cyfrowy Pulsar
- Aparat cyfrowy GoClever
- Aparat cyfrowy ION
- Aparat cyfrowy Maginon
- Aparat cyfrowy Polaroid
- Aparat cyfrowy Oregon Scientific
- Aparat cyfrowy GoPro
- Aparat cyfrowy HTC
- Aparat cyfrowy TomTom
- Aparat cyfrowy Denver
- Aparat cyfrowy Pentax
- Aparat cyfrowy Bushnell
- Aparat cyfrowy Albrecht
- Aparat cyfrowy Genius
- Aparat cyfrowy BenQ
- Aparat cyfrowy Technaxx
- Aparat cyfrowy Lexibook
- Aparat cyfrowy Powerfix
- Aparat cyfrowy Odys
- Aparat cyfrowy Insta360
- Aparat cyfrowy Lamax
- Aparat cyfrowy Beha-Amprobe
- Aparat cyfrowy Vivitar
- Aparat cyfrowy Quintezz
- Aparat cyfrowy A-Rival
- Aparat cyfrowy Aiptek
- Aparat cyfrowy AEE
- Aparat cyfrowy Apeman
- Aparat cyfrowy Argus
- Aparat cyfrowy Tevion
- Aparat cyfrowy Easypix
- Aparat cyfrowy Flir
- Aparat cyfrowy Envivo
- Aparat cyfrowy Fisher Price
- Aparat cyfrowy Targa
- Aparat cyfrowy Fuji
- Aparat cyfrowy Ematic
- Aparat cyfrowy Minolta
- Aparat cyfrowy Ingo
- Aparat cyfrowy Veho
- Aparat cyfrowy Dnt
- Aparat cyfrowy Wanscam
- Aparat cyfrowy Drift
- Aparat cyfrowy SeaLife
- Aparat cyfrowy Sakar
- Aparat cyfrowy Qware
- Aparat cyfrowy Jobo
- Aparat cyfrowy Geonaute
- Aparat cyfrowy Guardo
- Aparat cyfrowy Red
- Aparat cyfrowy Digital Blue
- Aparat cyfrowy Traveler
- Aparat cyfrowy Mustek
- Aparat cyfrowy Plawa
- Aparat cyfrowy BML
- Aparat cyfrowy RadioShack
- Aparat cyfrowy Spypoint
- Aparat cyfrowy Liquid Image
- Aparat cyfrowy Praktica
- Aparat cyfrowy Somikon
- Aparat cyfrowy BlackVue
- Aparat cyfrowy Brinno
- Aparat cyfrowy Storex
- Aparat cyfrowy Bolyguard
- Aparat cyfrowy Voigtlaender
- Aparat cyfrowy General Electric
- Aparat cyfrowy WASPcam
- Aparat cyfrowy Revue
- Aparat cyfrowy Kompernass - Lidl
- Aparat cyfrowy Guide
- Aparat cyfrowy Umax
- Aparat cyfrowy Magpix
- Aparat cyfrowy Konig Electronic
- Aparat cyfrowy Sipix
- Aparat cyfrowy Nytech
- Aparat cyfrowy Yakumo
- Aparat cyfrowy Konica
- Aparat cyfrowy Duramaxx
Najnowsze instrukcje dla Aparat cyfrowy

15 Stycznia 2025

15 Stycznia 2025

15 Stycznia 2025

15 Stycznia 2025

15 Stycznia 2025

12 Stycznia 2025

12 Stycznia 2025

12 Stycznia 2025

11 Stycznia 2025

11 Stycznia 2025