Instrukcja obsługi Garmin echoMAP Ultra 106sv

Garmin urządzenie GPS echoMAP Ultra 106sv

Przeczytaj poniżej 📖 instrukcję obsługi w języku polskim dla Garmin echoMAP Ultra 106sv (58 stron) w kategorii urządzenie GPS. Ta instrukcja była pomocna dla 4 osób i została oceniona przez 2 użytkowników na średnio 4.5 gwiazdek

Strona 1/58
ECHOMAP ULTRA SERIE
Gebruikershandleiding
© 2019 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin
behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of
organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.www.garmin.com
Garmin®, het Garmin logo, ActiveCaptain®, BlueChart® en Fusion® zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen.
ANT®, ECHOMAP, Force®, Fusion-Link, Garmin ClearVü, Garmin Connect, Garmin Express, Garmin LakeVü, Garmin Quickdraw, GXM, LiveScope, OneChart, Panoptix, Reactor,
SmartMode en SteadyCast zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen. Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van
Garmin.
Het woordmerk en de logo's van BLUETOOTH ® zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen. CZone is een
handelsmerk van Power Products, LLC. Mac ® is een handelsmerk van Apple Inc., geregistreerd in de VS en andere landen. NMEA ®, NMEA 2000® en het NMEA 2000 logo zijn geregistreerde
handelsmerken van de National Maritime Electronics Association. microSD ® en het microSD logo zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. SiriusXM ®
is een geregistreerd handelsmerk van SiriusXM
Radio Inc. Standard Mapping ® is een handelsmerk van Standard Mapping Service, LLC. Wi Fi® is een geregistreerd handelsmerk van Wi-Fi Alliance Corporation. Windows ® is een geregistreerd
handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Andere handelsmerken en auteursrechten zijn eigendom van hun respectieve eigenaars.
Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................... 1
Vooraanzicht............................................................................... 1
Connectoraanzicht................................................................. 1
Een snelkoppelingsknop toewijzen........................................ 1
Tips en snelkoppelingen............................................................. 1
De handleidingen van internet downloaden ............................... 1
Garmin Support Center............................................................... 1
Geheugenkaarten plaatsen........................................................ 1
GPS-satellietsignalen ontvangen ............................................... 2
De GPS-bron selecteren........................................................ 2
De kaartplotter aanpassen............................................ 2
Het startscherm aanpassen........................................................ 2
Pagina's aanpassen ................................................................... 2
Een nieuwe combinatiepagina maken met de ECHOMAP
Ultra....................................................................................... 2
De gegevensoverlays aanpassen.......................................... 2
Het type boot instellen................................................................ 3
De schermverlichting aanpassen ................................................3
De kleurmodus aanpassen ......................................................... 3
De achtergrondafbeelding wijzigen............................................ 3
ActiveCaptain app.......................................................... 3
ActiveCaptain rollen.................................................................... 3
Aan de slag met de ActiveCaptain app...................................... 3
Smartphone meldingen inschakelen.......................................... 3
Software bijwerken met de ActiveCaptain app........................... 4
Kaarten bijwerken met ActiveCaptain......................................... 4
Kaarten en 3D-kaartweergaven..................................... 4
Navigatiekaart en viskaart.......................................................... 4
In- en uitzoomen op de kaart................................................. 5
Kaartsymbolen....................................................................... 5
Een afstand op de kaart meten.............................................. 5
Een via-punt op de kaart maken............................................ 5
Navigeren naar een punt op de kaart.................................... 5
Informatie over locaties en objecten op een kaart
weergeven............................................................................. 5
Details over navigatiekenmerken weergeven ........................ 5
Koerslijn en hoekmarkeringen............................................... 5
Premiumkaarten......................................................................... 6
Informatie van een getijdenstation weergeven ...................... 6
Satellietbeelden op de navigatiekaart weergeven ................. 7
Luchtfoto's van oriëntatiepunten weergeven ......................... 7
Automatic Identification System.................................................. 7
Symbolen van AIS-doelen..................................................... 7
Voorliggende koers en geprojecteerde koers van
geactiveerde AIS-doelen........................................................ 7
Een doel voor een AIS-schip activeren.................................. 8
Een lijst met AIS-gevaren weergeven.................................... 8
Een veilige zone voor aanvaringsgevaar instellen ................. 8
AIS-noodsignaal..................................................................... 8
AIS-ontvangst uitschakelen................................................... 8
AIS-navigatiehulpmiddelen.................................................... 8
Kaartmenu.................................................................................. 9
Kaartlagen.............................................................................. 9
Instellingen voor Fish Eye 3D.............................................. 10
Ondersteunde kaarten .............................................................. 11
Garmin Quickdraw Contours kaarten......................... 11
Water in kaart brengen met de functie Garmin Quickdraw
contouren.................................................................................. 11
Een label toevoegen aan een Garmin Quickdraw Contours
kaart.......................................................................................... 11
Garmin Quickdraw Community................................................. 11
Via ActiveCaptain verbinden met de Garmin Quickdraw
community............................................................................ 11
Via Garmin Connect verbinden met de Garmin Quickdraw
community............................................................................ 12
Garmin Quickdraw Contouren instellingen............................... 12
Navigatie met een kaartplotter.................................... 12
Elementaire navigatievragen.................................................... 13
Bestemmingen.......................................................................... 13
Bestemming zoeken op naam............................................. 13
Een bestemming selecteren op de navigatiekaart ............... 13
Zoeken naar een watersportdienstbestemming ................... 13
Een directe koers instellen en volgen met behulp van Ga
naar...................................................................................... 13
Stoppen met navigeren ........................................................ 14
Waypoints................................................................................. 14
Uw huidige positie als waypoint markeren ........................... 14
Een waypoint op een andere positie maken ........................ 14
Een MOB-locatie markeren..................................................14
Een waypoint projecteren.................................................... 14
Een lijst met alle waypoints weergeven............................... 14
Een opgeslagen waypoint bewerken................................... 14
Een opgeslagen waypoint verplaatsen................................ 14
Naar een opgeslagen via-punt zoeken en navigeren .......... 14
Een waypoint of MOB verwijderen....................................... 15
Alle waypoints verwijderen................................................... 15
Routes...................................................................................... 15
Een route vanaf uw huidige locatie maken en navigeren .... 15
Een route maken en opslaan............................................... 15
Een lijst met routes en Auto Guidance routes weergeven ... 15
Een opgeslagen route bewerken......................................... 15
Naar een opgeslagen route zoeken en navigeren ............... 15
Naar een opgeslagen route zoeken en parallel aan deze
route navigeren.................................................................... 15
Een opgeslagen route verwijderen...................................... 16
Alle opgeslagen routes verwijderen..................................... 16
Auto Guidance.......................................................................... 16
Een Auto Guidance route instellen en volgen ...................... 16
Een Auto Guidance route maken en opslaan ...................... 16
Een Auto Guidance route aanpassen.................................. 16
De uitvoering van een Auto Guidance berekening
annuleren............................................................................. 16
Een getimede aankomst instellen........................................ 16
Configuraties van Auto Guidance routes............................. 16
Sporen...................................................................................... 17
Sporen weergeven............................................................... 17
De kleur van het actieve spoor instellen.............................. 17
Het actieve spoor opslaan................................................... 17
Een lijst met opgeslagen sporen weergeven ....................... 17
Een opgeslagen spoor bewerken........................................ 17
Een spoor opslaan als route................................................ 17
Naar een opgeslagen spoor zoeken en navigeren .............. 18
Een opgeslagen spoor verwijderen..................................... 18
Alle opgeslagen sporen verwijderen.................................... 18
Het actieve spoor volgen in tegengestelde richting ............. 18
Het actieve spoor wissen..................................................... 18
Het spoorloggeheugen beheren tijdens het opslaan ........... 18
Het opslaginterval van het spoorlog configureren ............... 18
Grenzen.................................................................................... 18
Een grens maken................................................................. 18
Een route omzetten in een grens......................................... 18
Een spoor omzetten in een grens........................................ 18
Een grens bewerken............................................................ 18
Een grensalarm instellen..................................................... 18
Een grens verwijderen......................................................... 19
Alle opgeslagen waypoints, tracks en routes en grenzen
verwijderen............................................................................... 19
Viszoeker met echolood.............................................. 19
Het uitzenden van sonarsignalen stopzetten ............................ 19
Inhoudsopgave i
De sonarweergave veranderen ................................................ 19
Traditioneel echoloodweergave................................................ 19
Gesplitst frequentiescherm voor echoloodweergave ........... 19
Gesplitst zoomscherm voor echoloodweergave .................. 19
Garmin ClearVü sonarweergave.............................................. 19
SideVü sonarweergave............................................................ 19
SideVü scanning-technologie.............................................. 20
Panoptix sonarweergaven........................................................ 20
LiveVü Down echoloodweergave........................................ 20
LiveVü Forward echoloodweergave.................................... 20
RealVü 3D Forward echoloodweergave .............................. 20
RealVü 3D Down sonarweergave........................................ 21
RealVü 3D historische echoloodwaargave .......................... 21
FrontVü echoloodweergave................................................. 21
Panoptix LiveScope Sonarweergave................................... 21
Flitserweergave........................................................................ 21
Snelkoppelingen voor de pagina Flitser............................... 21
Het transducertype selecteren .................................................. 22
Het kompas kalibreren ......................................................... 22
Een echoloodbron selecteren................................................... 22
Naam van een sonarbron wijzigen...................................... 22
Een waypoint maken in het sonarscherm................................. 22
De weergave van echoloodgegevens pauzeren ...................... 22
Afstanden meten op het echoloodscherm................................ 22
Echoloodgeschiedenis weergeven........................................... 22
Sonargegevens delen ............................................................... 23
Het detailniveau aanpassen..................................................... 23
De kleurintensiteit aanpassen.................................................. 23
Echoloodopnamen .................................................................... 23
De weergave van sonargegevens opnemen ....................... 23
De echoloodopname stoppen .............................................. 23
Een echoloodopname verwijderen...................................... 23
Traditioneel, Garmin ClearVü en SideVü echolood instellen .... 23
Het zoomniveau instellen op het sonarscherm.................... 24
De schuifsnelheid instellen.................................................. 24
Het bereik van de diepte- of breedteschaal aanpassen ...... 24
Instellingen voor sonarweergave......................................... 24
Sonaralarmen...................................................................... 24
Geavanceerde echoloodinstellingen .................................... 25
Instellingen voor installatie van transducer.......................... 25
Sonarfrequenties.................................................................. 25
De A-Scope inschakelen...................................................... 26
Panoptix echolood instellen...................................................... 26
Kijkhoek en zoomniveau van RealVü aanpassen ................ 26
De RealVü zwaaisnelheid aanpassen ................................. 26
LiveVü Forward en FrontVü Sonar menu ............................ 26
LiveVü en FrontVü Weergave-instellingen .......................... 27
RealVü Weergave-instellingen .............................................27
Panoptix Instellingen voor installatie van transducer ........... 27
Stuurautomaat.............................................................. 28
Het stuurautomaatscherm........................................................ 28
De grootte van de koerswijzigingstappen aanpassen ......... 28
De spaarstand instellen....................................................... 28
De koersbron van uw voorkeur selecteren .......................... 28
De stuurautomaat inschakelen................................................. 28
Koerspatronen.......................................................................... 28
Het patroon 180 graden bocht volgen ................................. 29
Het cirkelpatroon instellen en volgen................................... 29
Het zigzagpatroon instellen en volgen ................................. 29
Het Williamson turn-patroon volgen..................................... 29
Reactor™ stuurautomaat-afstandsbediening ........................... 29
Een Reactor stuurautomaat-afstandsbediening koppelen met
een kaartplotter.................................................................... 29
De functies van de knoppen van de Reactor stuurautomaat-
afstandsbediening wijzigen .................................................. 29
Zeilfuncties................................................................... 29
Het type boot instellen .............................................................. 29
Zeilrace..................................................................................... 29
Startlijnbegeleiding............................................................... 29
De racetimer gebruiken........................................................ 30
De afstand tussen de boeg en de GPS-antenne instellen ... 30
Leylijninstellingen...................................................................... 30
De kielcorrectie instellen........................................................... 30
Bediening van de stuurautomaat op een zeilboot .................... 31
Vaste windsturing.................................................................31
Overstag gaan en gijpen ...................................................... 31
Force® trollingmotor bedienen................................... 31
Verbinden met een trollingmotor.............................................. 32
Bedieningselementen voor de trollingmotor aan schermen
toevoegen ................................................................................. 32
Bedieningsbalk trollingmotor................................................ 32
Elektrische motorinstellingen .................................................... 32
Een snelkoppeling toewijzen aan de snelkoppelingsknoppen
van de afstandsbediening van de trollingmotor ................... 32
Het kompas van de trollingmotor kalibreren ........................ 33
De boegcorrectie instellen................................................... 33
Meters en grafieken...................................................... 33
Het kompas weergeven............................................................ 33
Tripmeters weergeven .............................................................. 33
De tripmeters opnieuw instellen........................................... 33
Motor- en brandstofmeters weergeven ..................................... 33
Het aantal motoren selecteren dat door de meters wordt
weergegeven....................................................................... 33
Instellen welke motoren in de meters worden
weergegeven....................................................................... 33
Statusalarmen voor motormeters inschakelen .................... 33
Afzonderlijke statusalarmen voor motormeters
inschakelen.......................................................................... 33
Het brandstofalarm instellen..................................................... 33
De brandstofcapaciteit van het vaartuig instellen ................ 34
De brandstofgegevens synchroniseren met de actuele
brandstofvoorraad................................................................ 34
De windmeters weergeven ....................................................... 34
De windmeter voor zeilen configureren............................... 34
De bron van de snelheid configureren ................................. 34
De bron van de koers voor de windmeter configureren ....... 34
De close hauled-windmeter aanpassen ............................... 34
Digitaal schakelen........................................................ 34
Een digitale schakelpagina toevoegen en bewerken ............... 34
Informatie over getijden, stromingen en zon en
maan.............................................................................. 34
Informatie van getijdenstation................................................... 34
Informatie van stromingenstation............................................. 35
Zon- en maanstanden .............................................................. 35
Gegevens van getijdenstation, stromingenstation of zon- en
maanstanden voor een andere datum weergeven ................... 35
Informatie van een ander getijden- of stromingenstation
weergeven................................................................................ 35
Digital Selective Calling (DSC).................................... 35
Kaartplotter en NMEA 0183 marifoonfunctionaliteit .................. 35
DSC inschakelen ...................................................................... 35
DSC-lijst.................................................................................... 35
De DSC-lijst weergeven ....................................................... 35
Een DSC-contactpersoon toevoegen .................................. 35
Inkomende noodoproepen ........................................................ 35
Naar een schip in nood navigeren ....................................... 35
Positie bijhouden ...................................................................... 35
Een positierapport weergeven ............................................. 36
Naar een schip navigeren waarvan u de positie bijhoudt .... 36
ii Inhoudsopgave
Een waypoint maken op de positie van een schip waarvan u
de positie bijhoudt................................................................ 36
Informatie in een positiemelding bewerken ......................... 36
Een oproep met een positiemelding verwijderen ................. 36
Sporen van schepen weergeven op de kaart...................... 36
Persoonlijke standaardoproepen.............................................. 36
Een DSC-kanaal selecteren................................................. 36
Een persoonlijke standaardoproep uitvoeren ...................... 36
Een individuele routineoproep voor een AIS-doel ............... 36
Mediaspeler................................................................... 36
De mediaspeler openen........................................................... 36
Mediaspeler-pictogrammen................................................. 36
De mediabron selecteren.......................................................... 37
Muziek afspelen........................................................................ 37
Bladeren naar muziek.......................................................... 37
Een nummer laten herhalen ................................................ 37
Alle nummers herhalen........................................................ 37
Nummers in willekeurige volgorde afspelen ........................ 37
Het volume aanpassen ............................................................. 37
Zones inschakelen en uitschakelen ..................................... 37
Het mediavolume dempen................................................... 37
VHF-radio................................................................................. 37
VHF-kanalen scannen......................................................... 37
De VHF-squelch aanpassen................................................ 37
Radio........................................................................................ 37
De tunerregio instellen......................................................... 37
Een ander radiostation kiezen............................................. 37
De afstemmodus wijzigen.................................................... 37
Voorinstellingen................................................................... 37
DAB afspelen ............................................................................ 37
De DAB-tunerregio instellen................................................ 37
Zoeken naar DAB-stations................................................... 38
Een ander DAB-station kiezen............................................. 38
DAB-voorkeuzezenders....................................................... 38
SiriusXM® Satellite Radio........................................................ 38
Een SiriusXM radio-id zoeken ..............................................38
Een SiriusXM abonnement activeren.................................. 38
De kanalengids aanpassen ................................................. 38
Een SiriusXM kanaal in de voorkeuzelijst opslaan .............. 38
Ontgrendelen van SiriusXM Ouderlijk toezicht .................... 38
De toestelnaam instellen.......................................................... 39
De software van de mediaspeler bijwerken.............................. 39
Toestelconfiguratie...................................................... 39
De kaartplotter automatisch inschakelen.................................. 39
Systeeminstellingen.................................................................. 39
Scherminstellingen............................................................... 39
GPS-instellingen.................................................................. 39
Het gebeurtenislog weergeven ............................................ 40
Informatie over systeem en software weergeven ................ 40
Informatie over regelgeving en compliance op e-labels
weergeven........................................................................... 40
Mijn boot instellingen................................................................ 40
De kielcorrectie instellen...................................................... 40
De watertemperatuurcorrectie instellen............................... 41
Een toestel voor watersnelheid kalibreren ........................... 41
De brandstofcapaciteit van het vaartuig instellen ................ 41
De brandstofgegevens synchroniseren met de actuele
brandstofvoorraad................................................................ 41
De grenzen van de motormeter en de brandstofmeter
aanpassen........................................................................... 41
Communicatie-instellingen........................................................ 41
NMEA 0183.......................................................................... 42
NMEA 2000 instellingen .......................................................42
Wi Fi netwerk....................................................................... 42
Alarmen instellen...................................................................... 42
Navigatiealarmen................................................................. 42
Systeemalarmen .................................................................. 42
Sonaralarmen...................................................................... 43
Het brandstofalarm instellen................................................ 43
Een veilige zone voor aanvaringsgevaar instellen ............... 43
Eenheden instellen ................................................................... 43
Navigatie-instellingen ................................................................43
Instellingen andere vaartuigen................................................. 44
De fabrieksinstellingen van de kaartplotter herstellen .............. 44
Gebruikersgegevens beheren en delen..................... 44
Een bestandstype selecteren voor waypoints en routes van
andere leveranciers.................................................................. 44
Gebruikersgegevens van een geheugenkaart kopiëren ........... 44
Gebruikersgegevens naar een geheugenkaart kopiëren......... 44
Een back-up van gegevens maken op een computer .............. 44
De back-upgegevens herstellen naar een kaartplotter ............. 45
Systeeminformatie op een geheugenkaart opslaan ................. 45
Opgeslagen gegevens wissen.................................................. 45
Appendix....................................................................... 45
ActiveCaptain en Garmin Express............................................ 45
Garmin Express app................................................................. 45
De Garmin Express app installeren op een computer ......... 45
Uw toestel registeren via de Garmin Express app ............... 45
De nieuwe software op een geheugenkaart laden met
Garmin Express................................................................... 46
Uw kaarten bijwerken via de Garmin Express app .............. 46
De toestelsoftware bijwerken met een geheugenkaart ........ 46
Het scherm schoonmaken........................................................ 46
Schermafbeeldingen................................................................. 46
Schermafbeeldingen vastleggen ......................................... 47
Schermafbeeldingen naar een computer kopiëren .............. 47
Problemen oplossen ................................................................. 47
Mijn toestel ontvangt geen GPS-signalen............................ 47
Ik kan mijn toestel niet inschakelen of mijn toestel gaat
steeds uit.............................................................................. 47
Mijn sonar werkt niet............................................................ 47
Mijn toestel maakt geen via-punten op de juiste locatie ...... 47
Mijn toestel geeft de juiste tijd niet weer.............................. 47
Specificaties.............................................................................. 47
Alle modellen....................................................................... 47
Modellen van 10 inch ........................................................... 48
Modellen van 12 inch ........................................................... 48
Specificaties sonarmodellen................................................ 48
NMEA 0183 informatie......................................................... 48
NMEA 2000 PGN informatie................................................ 48
Index.............................................................................. 50
Inhoudsopgave iii
Inleiding
WAARSCHUWING
Lees de gids in de Belangrijke veiligheids- en productinformatie
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
Vooraanzicht
Sensor automatische schermverlichting
Aan-uitknop
Zoomknoppen
Snelkoppelingsknoppen
Aanraakscherm
2 microSD® geheugenkaartsleuven, voor kaarten van maximaal
32 GB
Connectoraanzicht
Onderdeel Label Beschrijving
POWER Voeding en NMEA® 0183 toestellen
12 PIN XDCR 12-pins transducer
LVS XDCR Panoptix LiveScope LVS12 12-pins
transducer
NMEA 2000 NMEA 2000® netwerk
NETWORK Garmin® Marine Network voor het delen van
sonar, LiveScope sonar, kaarten en gebrui-
kersgegevens
Aardschroef
LET OP
Bedek ongebruikte aansluitingen met de weerkapjes om te
voorkomen dat de metalen contactpunten roesten.
Om te voldoen aan de voorschriften en om ruis te verminderen,
klikt u de ferrietkralen vast op de netwerk- en transducerkabels,
in de buurt van de connectoren.
Een snelkoppelingsknop toewijzen
U kunt snel veelgebruikte schermen openen door een
snelkoppelingsknop toe te wijzen. U kunt een snelkoppeling
maken naar bijvoorbeeld de sonarschermen en kaarten.
1Open een pagina.
2Houd een snelkoppelingsknop ingedrukt en selecteer .OK
Tips en snelkoppelingen
Druk op om de kaartplotter in te schakelen.
Druk in een willekeurig scherm herhaaldelijk op om de
helderheid van de schermverlichting aan te passen. Dit is
handig voor wanneer de helderheid zo laag is, dat u het
scherm niet meer kunt zien.
Houd een knop met een getal ingedrukt om een
snelkoppeling op een scherm te maken.
Selecteer in een willekeurig scherm om terug te keren Start
naar het startscherm.
Selecteer om aanvullende instellingen over dat scherm Menu
weer te geven.
Selecteer om het menu te sluiten zodra u klaar bent.Menu
Druk op om extra opties te openen, zoals het aanpassen
van de helderheid en het vergrendelen van het
aanraakscherm.
Druk op en selecteer > . U kunt Vermogen Schakel tstl uit
de kaartplotter ook uitschakelen door ingedrukt te houden
totdat de balk gevuld is, indien beschikbaar.Schakel tstl uit
Druk op en selecteer > om Vermogen Zet tstl in slaapst
de kaartplotter in de stand-bymodus te zetten, indien
beschikbaar.
De handleidingen van internet downloaden
U kunt de nieuwste gebruikershandleiding en vertaalde versies
daarvan downloaden van de Garmin website. De
gebruikershandleiding bevat instructies voor het gebruik van de
toestelfuncties en informatie over regelgeving.
1Ga naar .garmin.com/manuals/echomap_ultra
2Download de handleiding.
Garmin Support Center
Ga naar voor hulp en informatie, zoals support.garmin.com
producthandleidingen, veelgestelde vragen video's, software-
updates en klantondersteuning.
Geheugenkaarten plaatsen
U kunt optionele geheugenkaarten bij de kaartplotter gebruiken.
Via gegevenskaarten kunt u satellietbeelden met hoge resolutie
en luchtfoto's van havensteden, havens, jachthavens en andere
nuttige punten weergeven. U kunt lege geheugenkaarten
plaatsen om Garmin Quickdraw Contours kaarten en
sonargegevens vast te leggen (met een compatibele
transducer), overdrachtsgegevens zoals waypoints en routes
naar een andere compatibele kaartplotter of een computer over
te brengen en om de ActiveCaptain® app te gebruiken.
Dit toestel ondersteunt een geheugenkaart van maximaal 32 GB
microSD, met de indeling FAT32 en snelheidsklasse 4 of hoger.
Het gebruik van een geheugenkaart van 8 GB of meer met
snelheidsklasse 10 wordt aanbevolen.
1 Open het klepje of het lipje aan de voorzijde van de
kaartplotter.
Inleiding 1
2 Plaats de geheugenkaart .
3Druk op de kaart tot deze vastklikt.
4Reinig en droog de pakking en de klep.
LET OP
Om corrosie te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat de
geheugenkaart, de pakking en de klep goed droog zijn
voordat u de klep sluit.
5Sluit de klep.
GPS-satellietsignalen ontvangen
Het toestel dient mogelijk vrij zicht op de satellieten te hebben
om satellietsignalen te kunnen ontvangen. De tijd en datum
worden automatisch ingesteld op basis van uw GPS-positie.
1Het toestel inschakelen.
2Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat u satellietsignalen
ontvangt.
Wanneer het toestel satellietsignalen ontvangt, ziet u boven
aan het startscherm.
Wanneer het toestel het satellietsignaal verliest, verdwijnt
en knippert er een vraagteken boven op de kaart.
Ga voor meer informatie over GPS naar . garmin.com/aboutGPS
Zie voor Mijn toestel ontvangt geen GPS-signalen, pagina 47
assistentie bij het verkrijgen van satellietsignalen.
De GPS-bron selecteren
U kunt uw voorkeursbron voor GPS-gegevens selecteren, als u
meerdere GPS-bronnen hebt.
1Selecteer > > > .Instellingen Systeem GPS Bron
2Selecteer de bron voor GPS-gegevens.
De kaartplotter aanpassen
Het startscherm aanpassen
U kunt items toevoegen aan en rangschikken op het
startscherm.
1Selecteer in het startscherm .Hoofdmenu aanpassen
2Selecteer een optie:
Als u een item opnieuw wilt rangschikken, selecteert u
Rangschikken, selecteert u het item dat u wilt
verplaatsen en vervolgens een nieuwe locatie.
Als u een item wilt toevoegen aan het startscherm,
selecteert u en vervolgens het nieuwe item.Voeg toe
Als u een aan het startscherm toegevoegd item wilt
verwijderen, selecteert u en vervolgens het Verwijder
item.
Als u de schermachtergrondafbeelding van het
startscherm wilt wijzigen, selecteert u en Achtergrond
selecteert u een afbeelding.
Pagina's aanpassen
Een nieuwe combinatiepagina maken met de
ECHOMAP Ultra
U kunt naar wens een aangepaste combinatiepagina maken.
1Selecteer > > .Combinaties Aanpassen Voeg toe
2Selecteer een lay-out.
3Selecteer een gebied.
4Selecteer een functie voor het gebied.
5Herhaal deze stappen voor elk gebied op de pagina.
6Sleep de pijlen om de gebiedsgrootte aan te passen.
7Houd een gebied vast om het te rangschikken.
8Houd een gegevensveld vast om nieuwe gegevens te
selecteren.
9Selecteer als u klaar bent met het aanpassen van de OK
pagina.
10Voer een naam in voor de pagina en selecteer .OK
De gegevensoverlays aanpassen
Hiermee kunt u de gegevens aanpassen in de
gegevensoverlays die op het scherm worden weergegeven.
1Selecteer een optie op basis van het type scherm dat u
bekijkt:
In een volledige schermweergave selecteert u > Menu
Wijzig overlays.
Vanuit een combinatiescherm selecteert u > Menu
Configureer combinatie Wijzig overlays > .
TIP: Als u snel gegevens in een overlayvak wilt wijzigen,
houdt u het overlayvak ingedrukt.
2Selecteer een item waarvan u de gegevens en de
gegevensbalk wilt aanpassen:
Als u de getoonde gegevens in een overlayvak wilt
wijzigen, selecteert u het overlayvak en de nieuwe
gegevens die u wilt weergeven. Selecteer vervolgens
Terug.
Als u de locatie en de lay-out van de gegevensoverlaybalk
wilt selecteren, selecteert u en selecteert u Wijzig lay-out
een optie.
Als u tijdens het navigeren getoonde informatie wilt
aanpassen, selecteert u en selecteert u een Navigatie
optie.
2 De kaartplotter aanpassen
Als u andere gegevensbalken, zoals de mediabediening,
wilt inschakelen, selecteert u of Bovenstang Onderste
balk en selecteert u de benodigde opties.
3Selecteer .OK
Het type boot instellen
U kunt uw type boot selecteren om de kaartplotterinstellingen te
configureren en functies te gebruiken die zijn afgestemd op uw
type boot.
1Selecteer > > .Instellingen Mijn boot Type boot
2Selecteer een optie.
De schermverlichting aanpassen
1Selecteer > > > Instellingen Systeem Scherm Scherm
verlichting.
2Pas de schermverlichting aan.
TIP: Druk in een willekeurig scherm herhaaldelijk op om de
helderheid van de schermverlichting aan te passen. Dit is
handig voor wanneer de helderheid zo laag is, dat u het
scherm niet meer kunt zien.
De kleurmodus aanpassen
1Selecteer > > > Instellingen Systeem Scherm
Kleurmodus.
TIP: KleurmodusSelecteer > vanuit een willekeurig
scherm om de kleurinstellingen te openen.
2Selecteer een optie.
De achtergrondafbeelding wijzigen
1Selecteer in het startscherm > .Menu Achtergrond
TIP: InstellingenU kunt deze instelling ook aanpassen via >
Systeem Scherm Achtergrond > > .
2Selecteer een afbeelding.
ActiveCaptain app
VOORZICHTIG
Met deze functie kunnen gebruikers informatie verzenden.
Garmin doet geen uitspraken over de nauwkeurigheid,
volledigheid of actualiteit van door gebruikers ingediende
informatie. Elk gebruik van of vertrouwen op door gebruikers
ingediende informatie is op eigen risico.
De ActiveCaptain app biedt een verbinding met uw ECHOMAP
Ultra toestel, kaarten en de community voor connected varen.
Met de ActiveCaptain app kunt u op uw mobiele toestel kaarten
downloaden, aanschaffen en bijwerken. Met de app kunt u snel
en eenvoudig gebruikersgegevens, zoals waypoints en routes,
overzetten, verbinding maken met de Garmin Quickdraw
Contours gemeenschap, de toestelsoftware bijwerken en uw
reis plannen.
U kunt verbinding maken met de ActiveCaptain Community voor
actuele feedback over jachthavens en overige nuttige punten.
De app kan smart notifications, zoals oproepen en
tekstberichten, naar het kaartplotterscherm sturen als ze zijn
gekoppeld.
ActiveCaptain rollen
In hoeverre u met het ECHOMAP Ultra toestel kunt
communiceren via de ActiveCaptain app is afhankelijk van uw
rol.
Functie Eigenaar Gast
Registreer toestel, geïntegreerde kaarten en aanvul-
lende kaarten op het account
Ja Nee
Software bijwerken Ja Ja
Functie Eigenaar Gast
Automatisch Garmin Quickdraw contouren overzetten
die u hebt gedownload of gemaakt
Ja Nee
Smart notifications pushen Ja Ja
Start met navigeren naar een specifiek waypoint of
langs een specifieke route
Ja Ja
Synchroniseer handmatig waypoints en routes met het
ECHOMAP Ultra toestel
Ja Ja
Aan de slag met de ActiveCaptain app
U kunt een mobiel toestel met behulp van de ActiveCaptain app
verbinden met het ECHOMAP Ultra toestel. Dankzij de app kunt
u op snelle en eenvoudige wijze communiceren met uw
ECHOMAP Ultra toestel en taken uitvoeren, zoals registreren,
gegevens delen, de toestelsoftware bijwerken en meldingen op
uw mobiele toestel ontvangen.
1Plaats een geheugenkaart in de kaartsleuf van het
ECHOMAP Ultra toestel (Geheugenkaarten plaatsen,
pagina 1).
De kaart dient altijd te zijn geplaatst als u de ActiveCaptain
functie gebruikt.
2Selecteer > ActiveCaptain ActiveCaptain geheugenkaart
maken.
LET OP
U wordt mogelijk gevraagd de geheugenkaart te formatteren.
Tijdens het formatteren wordt alle opgeslagen informatie van
de kaart verwijderd. Alle opgeslagen gebruikersgegevens,
zoals waypoints, worden dan dus ook verwijderd. Het wordt
aangeraden, maar het is niet nodig de kaart te formatteren.
Voordat u de kaart formatteert, dient u de gegevens op de
geheugenkaart op te slaan in het interne geheugen van het
toestel (Gebruikersgegevens van een geheugenkaart
kopiëren, pagina 44). Nadat u de kaart hebt geformatteerd
voor de ActiveCaptain app, kunt u de gebruikersgegevens
weer terugzetten op de kaart (Gebruikersgegevens naar een
geheugenkaart kopiëren, pagina 44).
3Selecteer op de pagina, > ActiveCaptain Menu Wi-Fi
instellen Wi-Fi netwerk Wi-Fi Aan > > > .
4Voer een naam en een wachtwoord in voor dit netwerk.
5U kunt de ActiveCaptain app via de app store op uw mobiele
toestel installeren en openen.
6Breng het mobiele toestel binnen 32 m (105 ft.) van het
ECHOMAP Ultra toestel.
7Ga naar de instellingen van uw mobiele toestel, open de
pagina met Wi Fi® verbindingen en breng een verbinding met
het Garmin toestel tot stand aan de hand van de naam die en
het wachtwoord dat u hebt ingevoerd.
Smartphone meldingen inschakelen
WAARSCHUWING
Lees of beantwoord geen berichten tijdens het besturen van het
vaartuig. Als u geen aandacht geeft aan de omstandigheden op
het water, kan dit resulteren in schade aan vaartuigen,
lichamelijk letsel of overlijden.
Voordat uw ECHOMAP Ultra toestel meldingen kan ontvangen,
moet u het koppelen met uw mobiele toestel en de
ActiveCaptain app.
1Selecteer op het ECHOMAP Ultra toestel achtereenvolgens
ActiveCaptain Smartphone meldingen Meldingen > >
inschakelen.
2Schakel de Bluetooth® technologie in de instellingen van het
mobiele toestel in.
3Plaats de toestellen binnen 10 m (33 ft.) van elkaar.
ActiveCaptain app 3
4Selecteer in de ActiveCaptain app op het mobiele toestel de
optie > .Smartphone meldingen Koppel met kaartplotter
5Volg de instructies op het scherm om de app te koppelen met
het ECHOMAP Ultra toestel.
6Voer de code in op uw mobiele toestel wanneer daarom
wordt gevraagd.
7Pas indien nodig in de instellingen van uw mobiele toestel
aan welke meldingen u ontvangt.
Software bijwerken met de ActiveCaptain
app
Als uw toestel over Wi Fi technologie beschikt, kunt u de
nieuwste software-updates voor uw toestel downloaden en
installeren via de ActiveCaptain app.
LET OP
Bij software-updates dient de app mogelijk grote bestanden te
downloaden. Gebruikelijke datalimieten of -kosten van uw
internetprovider kunnen van toepassing zijn. Neem contact op
met uw internetprovider voor meer informatie over datalimieten
of -kosten.
De installatie kan enkele minuten duren.
1Verbind het mobiele toestel met het ECHOMAP Ultra toestel
( ).Aan de slag met de ActiveCaptain app, pagina 3
2Selecteer > als er een Software-updates Download
software-update beschikbaar is en u toegang hebt tot internet
op uw mobiele toestel.
De ActiveCaptain app downloadt de update naar het mobiele
toestel. Als u de app opnieuw verbindt met het ECHOMAP
Ultra toestel, wordt de update naar het toestel overgezet.
Nadat het overzetten voltooid is, wordt u gevraagd de update
te installeren.
3Selecteer een optie om de update te installeren als het
ECHOMAP Ultra toestel u daarom vraagt.
Selecteer om de software onmiddellijk bij te werken.OK
Selecteer om de update uit te stellen. Selecteer Annuleer
ActiveCaptain Software-updates Installeer nu > > als u
de update wilt installeren.
Kaarten bijwerken met ActiveCaptain
U kunt de nieuwste kaartupdates voor uw toestel downloaden
en overzetten via de ActiveCaptain app. U bespaart ruimte op
uw mobiele toestel en op de ActiveCaptain kaart, en u verkort
de downloadtijd als u de ActiveCaptain app gebruikt om alleen
de gebieden van de kaart te downloaden die u nodig hebt.
Als u een volledige kaart downloadt, kunt u de Garmin Express
app gebruiken om de kaart naar een geheugenkaart te
downloaden (Uw kaarten bijwerken via de Garmin Express app,
pagina 46). De Garmin Express app downloadt grote kaarten
sneller dan de ActiveCaptain app.
LET OP
Voor kaartupdates dient de app mogelijk grote bestanden te
downloaden. Gebruikelijke datalimieten of -kosten van uw
internetprovider kunnen van toepassing zijn. Neem contact op
met uw internetprovider voor meer informatie over datalimieten
of -kosten.
1Verbind het mobiele toestel met het ECHOMAP Ultra toestel
( ).Aan de slag met de ActiveCaptain app, pagina 3
2Selecteer > als er een kaartupdate OneChart Mijn kaarten
beschikbaar is en u toegang hebt tot internet op uw mobiele
toestel.
3Selecteer de kaart die u wilt bijwerken.
4Selecteer het gebied dat u wilt downloaden.
5Selecteer .Download
De ActiveCaptain app downloadt de update naar het mobiele
toestel. Als u de app opnieuw verbindt met het ECHOMAP
Ultra toestel, wordt de update naar het toestel overgezet. Als
de overdracht is voltooid, zijn de bijgewerkte kaarten klaar
voor gebruik.
Kaarten en 3D-kaartweergaven
Welke kaarten en 3D-kaartweergaven beschikbaar zijn, is
afhankelijk van de gebruikte kaartgegevens en accessoires.
OPMERKING: 3D-kaartweergaven zijn beschikbaar met
premiumkaarten, in sommige gebieden.
U kunt de kaarten en 3D-kaartweergaven openen door
Grafieken te selecteren.
Navigatiekaart: Geeft alle beschikbare navigatiegegevens weer
die op de vooraf geïnstalleerde kaarten en eventuele extra
kaarten beschikbaar zijn. Deze gegevens omvatten boeien,
lichten, kabels, dieptepeilingen, jachthavens en
getijdenstations in een overheadweergave.
Viskaart: Biedt een gedetailleerde weergave van de
bodemcontouren en dieptepeilingen op de kaart. Deze kaart
verwijdert de navigatiegegevens van de kaart, verschaft
gedetailleerde bathymetrische gegevens en benadrukt de
bodemcontouren voor dieptewaarneming. Deze kaart is bij
uitstek geschikt voor diepzeevissen.
OPMERKING: In sommige gebieden is de viskaart
beschikbaar bij premiumkaarten.
Perspective 3D: Biedt een panoramisch beeld van bovenaf en
van achter uw boot (in overeenstemming met uw koers) en
dient als visueel navigatiehulpmiddel. Deze weergave is
nuttig voor het navigeren rond verraderlijke ondiepten, riffen,
bruggen of kanalen en komt van pas bij het binnenvaren en
verlaten van onbekende havens of ankerplaatsen.
Mariner's Eye 3D: Biedt een gedetailleerd, driedimensionaal
beeld van bovenaf en van achter uw boot (in
overeenstemming met uw koers) en dient als visueel
navigatiehulpmiddel. Deze weergave is nuttig voor het
navigeren rond verraderlijke ondiepten, riffen, bruggen of
kanalen en komt van pas bij het binnenvaren en verlaten van
onbekende havens of ankerplaatsen.
Fish Eye 3D: Geeft een panoramisch onderwaterbeeld met
visuele weergave van de zeebodem op basis van de
kaartinformatie. Als er een sonar-transducer is aangesloten,
worden zwevende doelen (zoals vissen) aangeduid met rode,
groene en gele bollen. Rood verwijst hierbij naar de grootste
objecten en groen naar de kleinste objecten.
Reliëfarcering: Biedt reliëfarcering met hoge resolutie van
meren en kustwateren. Deze kaart kan handig zijn bij vissen
en duiken.
OPMERKING: De Reliëfarceringkaart is op sommige
gebieden beschikbaar met premiumkaarten.
Navigatiekaart en viskaart
OPMERKING: In sommige gebieden is de viskaart beschikbaar
bij premiumkaarten.
De Navigatiekaart is geoptimaliseerd voor navigatie. U plant een
koers, bekijkt de kaartinformatie en gebruikt de kaart als
navigatiehulpmiddel. Selecteer > om Grafieken Navigatiekaart
de Navigatiekaart te openen.
4 Kaarten en 3D-kaartweergaven
de koers over de grond, die u helpt tijdens casting of het vinden
van referentiepunten.
U kunt de voorliggende-koerslijn en de koers-over-de-grondlijn
(COG) weergeven op de kaart.
Koers over de grond (COG) is de richting waarin u beweegt.
Voorliggende koers is de richting waarin de boeg van de boot
wijst wanneer een koerssensor is aangesloten.
1Selecteer op een kaart > > > Menu Lagen Mijn boot
Koerslijn Hoekmarkeringen > .
2Selecteer indien nodig en selecteer een optie:Bron
Als u automatisch de beschikbare bron wilt gebruiken,
selecteert u .Automatisch
Als u de koers van de GPS-antenne wilt gebruiken voor
de COG, selecteert u .GPS-koers (COG)
Als u gegevens van een aangesloten koerssensor wilt
gebruiken, selecteert u .Koers
Als u gegevens van zowel een aangesloten koerssensor
als de GPS-antenne wilt gebruiken, selecteert u Koers
over de grond en voorliggende koers.
Hiermee worden zowel de voorliggende-koerslijn als de
koers-over-de-grondlijn weergegeven op de kaart.
3Selecteer en selecteer een optie:Scherm
Selecteer > en voer de lengte in van de Afstand Afstand
lijn die wordt weergegeven op de kaart.
Selecteer > , en voer de tijd in die wordt gebruikt Tijd Tijd
om de afstand te berekenen die uw boot in de opgegeven
tijd aflegt bij de huidige snelheid.
Hoekmarkeringen inschakelen
U kunt langs de koerslijn hoekmarkeringen aan de kaart
toevoegen. Hoekmarkeringen kunnen tijdens het vissen handig
zijn bij het uitwerpen van de lijn.
1Stel de koerslijn in (De koerslijn en hoekmarkeringen
instellen, pagina 5).
2Selecteer .Hoekmarkeringen
Premiumkaarten
WAARSCHUWING
Alle route- en navigatielijnen die op de kaartplotter worden
weergegeven, zijn alleen bedoeld als algemene
routebegeleiding of om de juiste vaarwegen te herkennen, en
zijn niet bedoeld om precies te worden gevolgd. Neem altijd de
navigatiekenmerken en omstandigheden op het water in acht als
u navigeert om te voorkomen dat u aan de grond loopt of er
gevaarlijke situaties optreden, hetgeen kan resulteren in schade
aan het vaartuig, persoonlijk letsel of overlijden.
De functie Auto Guidance is gebaseerd op elektronische
kaartgegevens. De gegevens garanderen niet dat de route vrij is
van obstakels en dat deze diep genoeg is. Let tijdens het volgen
van de koers altijd goed op en vermijd land, ondiep water en
andere obstakels die u onderweg kunt tegenkomen.
OPMERKING: Niet alle modellen ondersteunen alle kaarten.
Met optionele premiumkaarten, zoals BlueChart® g3 Vision, haalt
u het beste uit uw kaartplotter. Naast gedetailleerde
navigatiekaarten kunnen premiumkaarten de volgende functies
bevatten, die beschikbaar zijn in sommige gebieden.
Mariner's Eye 3D: Geeft een panoramisch beeld van bovenaf
en achter uw boot dat dient als visueel driedimensionaal
navigatiehulpmiddel.
Fish Eye 3D: Geeft een driedimensionale onderwaterweergave
van de zeebodem aan de hand van de gegevens op de kaart.
Viskaarten: Geven een beeld waarin de navigatiegegevens van
de kaart zijn verwijderd en de bodemcontouren worden
benadrukt voor de dieptewaarneming. Deze kaart is zeer
geschikt voor diepzeevissen.
Satellietbeelden met hoge resolutie: Tonen satellietbeelden
met hoge resolutie voor een realistische weergave van land
en water op de navigatiekaart (Satellietbeelden op de
navigatiekaart weergeven, pagina 7).
Luchtfoto's: Luchtfoto's van jachthavens en andere belangrijke
navigatiepunten helpen u een beeld te krijgen van uw
omgeving (Luchtfoto's van oriëntatiepunten weergeven,
pagina 7).
Gedetailleerde gegevens over wegen en nuttige punten:
Toont gedetailleerde gegevens over wegen en nuttige
punten, waaronder zeer gedetailleerde kustwegen en nuttige
punten, zoals restaurants, logies en plaatselijke attracties.
Auto Guidance: Maakt gebruik van de kaartgegevens en
ingevoerde gegevens over uw boot om de beste
doorvaartroute naar uw bestemming te bepalen.
Informatie van een getijdenstation weergeven
Het pictogram op de kaart geeft een getijdenstation aan. U
kunt een uitgebreide grafiek voor een getijdenstation weergeven
die u helpt het getijde voor verschillende tijdstippen of dagen te
voorspellen.
OPMERKING: In sommige gebieden is deze functie
beschikbaar bij premiumkaarten.
1Selecteer een getijdenstation op de navigatie- of viskaart.
Bij het pictogram staat informatie over de getijdenrichting
en het getijdenniveau.
2Selecteer de naam van het station.
Bewegende indicaties voor getijden en stromingen
OPMERKING: In sommige gebieden is deze functie
beschikbaar bij premiumkaarten.
U kunt de bewegende indicatoren voor getijdenstations en
stromingsrichtingen op de navigatiekaart of de viskaart
weergeven. Tevens moet u geanimeerde pictogrammen
inschakelen in de kaartinstellingen (Indicaties voor getijden en
stromingen weergeven, pagina 6).
Een getijdenstation wordt als een verticale balk met een pijl op
de kaart aangegeven. Een omlaag wijzende rode pijl wijst op
een afgaand getijde en een omhoog wijzende pijl wijst op een
opkomend getijde. Wanneer u met de cursor over de indicatie
van het getijdenstation gaat, wordt de hoogte van het getijde bij
het station boven de stationsindicatie weergegeven.
De richting van de stroming wordt met pijlen op de kaart
aangegeven. De richting van elke pijl geeft de richting van de
stroming bij de desbetreffende locatie op de kaart aan. De kleur
van de stromingspijl geeft het snelheidsbereik van de stroming
op die locatie aan. Wanneer u de cursor over de
richtingindicator van de stroming beweegt, wordt de snelheid
van de stroming op die locatie boven de richtingindicatie
weergegeven.
Kleur Snelheidsbereik van de stroming
Geel 0 tot 1 knoop
Oranje 1 tot 2 knopen
Rood 2 of meer knopen
Indicaties voor getijden en stromingen weergeven
OPMERKING: In sommige gebieden is deze functie
beschikbaar bij premiumkaarten.
U kunt de vaste en bewegende indicaties van het getijdenstation
en de indicatoren voor de stromingen op de navigatiekaart of de
viskaart weergeven.
1Selecteer op de navigatie- of viskaart > > Menu Lagen Kaart
> .Getijden & stromingen
6 Kaarten en 3D-kaartweergaven
aangegeven door de richting van de pijlpunt aan het einde van
de koerslijn. De lengte van de pijlpunt verandert niet.
Wanneer er door een geactiveerd AIS-doel wel informatie over
de koers over de grond en de voorliggende koers maar geen
informatie over de richting van de koerswijziging wordt
aangeleverd, wordt de geprojecteerde koers van het object
berekend op basis van de informatie over de koers over de
grond.
Een doel voor een AIS-schip activeren
1Kies een AIS-schip in een kaart of 3D-kaartweergave.
2Selecteer > .AIS-schip Activeer doel
Informatie over een gevonden AIS-schip bekijken
U kunt de status van het AIS-signaal, MMSI, GPS-snelheid,
GPS-koers en andere informatie over een gevonden AIS-schip
bekijken.
1Kies een AIS-schip in een kaart of 3D-kaartweergave.
2Selecteer .AIS-schip
Een doel voor een AIS-schip deactiveren
1Kies een AIS-schip in een kaart of 3D-kaartweergave.
2Selecteer > .AIS-schip Deactiveer echo
Een lijst met AIS-gevaren weergeven
Selecteer vanuit een kaart of 3D-kaartweergave > Menu
Lagen Overige schepen AIS-lijst > > .
Een veilige zone voor aanvaringsgevaar instellen
Voordat u een aanvaringsalarm kunt instellen, moet een
compatibele kaartplotter zijn verbonden met een AIS-toestel.
Het alarm voor de veilige zone bij aanvaringsgevaar wordt
alleen in combinatie met AIS gebruikt. De veilige zone wordt
gebruikt om aanvaringen met andere schepen te voorkomen.
Deze zone kan worden aangepast.
1Selecteer > > > > .Instellingen Alarmen AIS AIS-alarm Aan
Wanneer een schip met AIS de veilige zone rond uw schip
binnenvaart, wordt er een melding weergegeven en gaat er
een alarmsignaal af. Het object wordt als een gevaar op het
scherm aangegeven. Als het alarm is uitgeschakeld, wordt er
geen melding en geen alarmsignaal gegeven, maar blijft het
object op het scherm aangeduid als gevaarlijk.
2Selecteer .Bereik
3Selecteer een afstand voor de straal van de veilige zone rond
uw schip.
4Selecteer .Tijd tot
5Selecteer een tijdstip waarop het alarmsignaal afgaat als een
schip blijft afkoersen op doorkruising van de veilige zone.
Om bijvoorbeeld 10 minuten van tevoren te worden
gewaarschuwd, voordat een aanstaande doorkruising
mogelijk plaatsvindt, stelt u Tijd tot in op 10. Het alarm gaat
dan af 10 minuten voordat het schip de veilige zone
doorkruist.
AIS-noodsignaal
Zelfstandig werkend AIS-noodsignaaltoestel dat uw positie
uitzendt indien het in noodgevallen worden geactiveerd. De
kaartplotter kan signalen ontvangen van Search and Rescue
Transmitters (SART), Emergency Position Indicating Radio
Beacons (EPRIB), en andere Man Overboord-signalen.
Noodsignaal-uitzendingen zijn andere uitzendingen dan
standaard-AIS-uitzendingen, dus zien ze er ook anders uit op de
kaartplotter. In plaats van een noodsignaal-uitzending te volgen
om een aanvaring te voorkomen, kunt u een noodsignaal-
uitzending volgen om een vaartuig of persoon in nood te
lokaliseren en te helpen.
Navigeren naar een noodsignaal-uitzending
Als u een noodsignaal-uitzending ontvangt, wordt er een
noodsignaalalarm weergegeven.
Selecteer > om naar de oorsprong van de Bekijk Ga naar
uitzending te navigeren.
Symbolen voor zoeken van AIS-noodsignaaltoestel
Symbool Beschrijving
Uitzending van AIS-noodsignaaltoestel. Selecteer dit
symbool om meer informatie over de uitzending weer te
geven en de navigatie te starten.
Uitzending weggevallen.
Testuitzending. Wordt weergegeven als het noodsignaaltoe-
stel van een vaartuig wordt getest. Het gaat in dit geval niet
om een noodgeval.
Testuitzending weggevallen.
AIS-uitzendingen met testwaarschuwingen inschakelen
Als u wilt voorkomen dat u een groot aantal testwaarschuwingen
en symbolen ontvangt in drukke gebieden, zoals jachthavens,
kunt het ontvangen van AIS-testwaarschuwingen in- of
uitschakelen. Als u een AIS-noodtoestel wilt testen, moet u de
kaartplotter inschakelen om testwaarschuwingen te ontvangen.
1Selecteer > > .Instellingen Alarmen AIS
2Selecteer een optie:
Als u EPRIB-testsignalen (Emergency Position Indicating
Radio Beacon) wilt ontvangen of negeren, selecteert u
AIS-EPIRB-test.
Als u MOB-testsignalen (Man Overboard) wilt ontvangen
of negeren, selecteert u .AIS-MOB-test
Als u SART-testsignalen (Search and Rescue
Transponder) wilt ontvangen of negeren, selecteert u AIS-
SART-test.
AIS-ontvangst uitschakelen
De ontvangst van het AIS-signaal is standaard ingeschakeld.
Selecteer > > > .Instellingen Overige schepen AIS Uit
De AIS-functionaliteit wordt uitgeschakeld voor alle kaarten
en 3D-kaartweergaven. Dit is inclusief het zoeken en volgen
van AIS-schepen, het melden en volgen van
aanvaringsgevaar als schepen te dicht in de buurt komen en
informatie over AIS-schepen.
AIS-navigatiehulpmiddelen
Onder IS-navigatiehulpmiddelen (ATON) vallen alle types
navigatiehulpmiddelen die over de AIS-radio worden
uitgezonden. ATONs worden op de kaarten weergegeven en
hebben identificatiegegevens, zoals positie en type.
Er zijn drie hoofdcategorieën AIS ATONs. Echte ATONs
bestaan fysiek en verzenden hun identificatie- en
positiegegevens vanaf hun werkelijke locatie. Synthetische
ATONs bestaan fysiek en hun identificatie- en positiegegevens
worden vanaf een andere locatie verzonden. Virtuele ATONs
bestaan niet fysiek en hun identificatie- en positiegegevens
worden vanaf een andere locatie verzonden.
U kunt AIS ATONs op de kaart bekijken wanneer de kaartplotter
is verbonden met een compatibele AIS-radio. Selecteer > Menu
Lagen Kaart Navigatiemiddel ATONs > > > om AIS ATONS
op een kaart te tonen. Als u een ATON op de kaart selecteert,
kunt u er meer informatie over bekijken.
Symbool Betekenis
Echte of synthetische ATON
Echte of synthetische ATON: Noordelijk topteken
Echte of synthetische ATON: Zuidelijk topteken
8 Kaarten en 3D-kaartweergaven
Symbool Betekenis
Echte of synthetische ATON: Oostelijk topteken
Echte of synthetische ATON: Westelijk topteken
Echte of synthetische ATON: Speciaal topteken
Echte of synthetische ATON: Veilig topteken
Echte of synthetische ATON: Gevaar topteken
Virtuele ATON
Virtuele ATON: Noordelijk topteken
Virtuele ATON: Zuidelijk topteken
Virtuele ATON: Oostelijk topteken
Virtuele ATON: Westelijk topteken
Virtuele ATON: Speciaal topteken
Virtuele ATON: Veilig topteken
Virtuele ATON: Gevaar topteken
Kaartmenu
OPMERKING: Niet alle instellingen zijn van toepassing op alle
kaartweergaven. Voor een aantal opties zijn premiumkaarten of
aangesloten accessoires vereist.
OPMERKING: De menu's kunnen bepaalde instellingen
bevatten die niet worden ondersteund door de geïnstalleerde
diagrammen of uw huidige locatie. Als u deze instellingen
wijzigt, hebben de wijzigingen geen invloed op de
grafiekweergave.
Deze instellingen gelden voor de kaartweergaven, met
uitzondering van Fish Eye 3D (Instellingen voor Fish Eye 3D,
pagina 10).
Selecteer Menu op een kaart.
Lagen: Hiermee past u de presentatie van de verschillende
elementen op de kaarten aan (Instellingen kaartlaag,
pagina 9).
Waypoints en sporen: Hiermee past u aan hoe waypoints en
tracks worden getoond (Instellingen laag
Gebruikersgegevens, pagina 10).
Quickdraw Contours: Schakelt het tekenen van
bodemcontouren in en laat u labels voor viskaarten maken
( ).Garmin Quickdraw Contours kaarten, pagina 11
Kaartinstelling: Hiermee past u de oriëntatie van en de
hoeveelheid details op de kaart aan en past u de gegevens
aan die op het scherm worden weergegeven.
Wijzig overlays: Hiermee wijzigt u welke gegevens worden
getoond op het scherm (De gegevensoverlays aanpassen,
pagina 2).
Kaartlagen
U kunt kaartlagen in- en uitschakelen en functies van de kaarten
aanpassen. De instellingen zijn alleen van toepassing op de
gebruikte kaart of kaartweergave.
OPMERKING: Niet alle instellingen zijn van toepassing op alle
kaarten en kaartplottermodellen. Voor een aantal opties zijn
premiumkaarten of aangesloten accessoires vereist.
OPMERKING: De menu's kunnen bepaalde instellingen
bevatten die niet worden ondersteund door de geïnstalleerde
diagrammen of uw huidige locatie. Als u deze instellingen
wijzigt, hebben de wijzigingen geen invloed op de
grafiekweergave.
Selecteer in een kaart > .Menu Lagen
Kaart: Hiermee toont en verbergt u kaartgerelateerde
elementen.
Mijn boot: Hiermee toont en verbergt u aan de boot
gerelateerde elementen (Instellingen laag Mijn boot,
pagina 9).
Gebruikersgegevens: Hiermee toont en verbergt u
gebruikersgegevens, zoals waypoints, grenzen en tracks.
Ook opent u zo lijsten met gebruikersgegevens (Instellingen
laag Gebruikersgegevens, pagina 10).
Overige schepen: Hiermee past u de manier aan waarop
andere vaartuigen worden getoond (Instellingen laag Overige
schepen, pagina 10).
Water: Hiermee toont en verbergt u diepte-elementen
( ).Instellingen waterlaag, pagina 10
Quickdraw Contours: Hiermee toont en verbergt u Garmin
Quickdraw Contours data (Garmin Quickdraw Contouren
instellingen, pagina 12).
Instellingen kaartlaag
Selecteer > > op een kaart.Menu Lagen Kaart
Satellietfoto's: Bij gebruik van bepaalde premiumkaarten kunt u
op de navigatiekaart satellietbeelden met hoge resolutie
weergeven van het land of van zowel het land als de zee
( ).Satellietbeelden op de navigatiekaart weergeven, pagina 7
OPMERKING: Deze instelling moet zijn ingeschakeld om
Standard Mapping grafieken weer te geven.
Getijden & stromingen: Toont indicators van
stromingenstations en getijdenstations op de kaart en
schakelt de schuifregelaar voor getijden en stromingen in,
waarmee u de tijd kunt instellen voor de getijden en
stromingen die worden vermeld op de kaart.
Nuttige punten op land: Toont nuttige punten aan land.
Navigatiemiddel: Toont navigatiehulpmiddelen, zoals ATONs
en knipperende lichten, op de kaart. Hiermee kunt u het
NOAA of IALA navigatiekenmerktype selecteren.
Servicepunten: Toont locaties voor watersportdiensten.
Diepte: Past de elementen op de dieptelaag aan.
Beperkt toegankelijke gebieden: Toont informatie over
verboden gebieden op de kaart.
Fotopunten: Toont camerapictogrammen voor luchtfoto's
( ).Luchtfoto's van oriëntatiepunten weergeven, pagina 7
Instellingen laag Mijn boot
Selecteer > > op een kaart.Menu Lagen Mijn boot
Koerslijn: Hiermee kunt u de koerslijn weergeven en
aanpassen. Dit is een lijn op de kaart vanaf de boeg van de
boot in de richting van de vaarkoers (De koerslijn en
hoekmarkeringen instellen, pagina 5).
Leylijnen: Hiermee worden de leylijnen aangepast in de
zeilmodus ( ).Leylijninstellingen, pagina 9
Rozen: Hiermee kunt u rozen op de kaart verbergen of
weergeven. Windrozen zijn de visuele weergave van
informatie over windhoek of windrichting die door de
aangesloten windsensor wordt geleverd. De kompasroos
geeft de kompasrichting aan die is gericht op de voorliggende
koers van de boot.
Bootpictogram: Hiermee stelt u het pictogram voor uw actuele
locatie op de kaart in.
Leylijninstellingen
Sluit een windsensor aan op de kaartplotter om de leylijnfuncties
te gebruiken.
In de zeilmodus ( ) kunt u Het type boot instellen, pagina 3
leylijnen weergeven op de navigatiekaart. Leylijnen kunnen erg
handig zijn tijdens zeilraces.
Kaarten en 3D-kaartweergaven 9
Selecteer > > > > op Menu Lagen Mijn boot Leylijnen Stel in
de navigatiekaart.
Zeilhoek: Hiermee kunt u selecteren hoe het toestel leylijnen
berekent. De optie Actueel berekent de leylijnen met behulp
van de gemeten windhoek van de windsensor. De optie
Handmatig berekent de leylijnen met behulp van handmatig
ingevoerde hoeken voor loefzijde en lijzijde.
Hoek loefzijde: Hiermee kunt u een leylijn instellen op basis
van de zeilhoek voor loefzijde.
Hoek lijzijde: Hiermee kunt u een leylijn instellen op basis van
de zeilhoek voor lijzijde.
Getijdecorrectie: Hiermee corrigeert u de leylijnen op basis van
het getijde.
Tijdconstante filter: Filtert de leylijngegevens gebaseerd op de
ingevoerde tijdsinterval. U moet een hoger getal invullen als
u een vloeiendere leylijn wilt krijgen, waarbij wijzigingen in de
koers van de boot of ware windhoek deels worden
weggefilterd. U moet een lager getal invullen als u de leylijn
gevoeliger wilt maken voor wijzigingen in de koers van de
boot of ware windhoek.
Instellingen laag Gebruikersgegevens
U kunt gebruikersgegevens tonen op kaarten, zoals via-punten,
grenzen en sporen.
Selecteer > > op een kaart.Menu Lagen Gebruikersgegevens
Waypoints: Hiermee toont u via-punten op de kaart en wordt de
lijst met via-punten geopend.
Grenzen: Hiermee toont u grenzen op de kaart en wordt de lijst
met grenzen geopend.
Sporen: Hiermee toont u sporen op de kaart.
Instellingen laag Overige schepen
OPMERKING: Deze opties vereisen aangesloten accessoires,
zoals een AIS-ontvanger, radar of VHF-radio.
Selecteer > > op een kaart.Menu Lagen Overige schepen
DSC: Hiermee stelt u in hoe DSC-schepen en -sporen op de
kaart worden weergegeven. Ook wordt de DSC-lijst getoond.
AIS: Hiermee stelt u in hoe AIS-schepen en -sporen op de kaart
worden weergegeven. Ook wordt de AIS-lijst getoond.
Details: Hiermee toont u de details over andere schepen op de
kaart.
Geprojecteerde koers: Hiermee stelt u de tijd in van de
geprojecteerde koers voor schepen met AIS- en een
MARPA-tag.
AIS-alarm: Hiermee stelt u het aanvaringsalarm in (Een veilige
zone voor aanvaringsgevaar instellen, pagina 8).
Instellingen waterlaag
Selecteer > > op een kaart.Menu Lagen Water
OPMERKING: Het menu kan bepaalde instellingen bevatten die
niet worden ondersteund door de geïnstalleerde diagrammen of
uw huidige locatie. Als u deze instellingen wijzigt, hebben de
wijzigingen geen invloed op de grafiekweergave.
OPMERKING: Niet alle instellingen zijn van toepassing op alle
kaarten, weergaven en kaartplottermodellen. Voor een aantal
opties zijn premiumkaarten of aangesloten accessoires vereist.
Dieptearcering: Hiermee bepaalt u de arcering tussen de
bovenste en onderste diepte.
Ondiep-arcering: Hiermee stelt u de arcering in vanaf de
kustlijn naar de opgegeven diepte.
Puntpeilingen: Hiermee worden dieptepeilingen in- en
uitgeschakeld en een gevaarlijke diepte ingesteld.
Dieptepeilingen die overeenkomen met de opgegeven
gevaarlijke diepte of die minder diep zijn, worden met rode
tekst weergegeven.
Contouren viskaart: Hiermee stelt u het zoomniveau in voor
een gedetailleerde weergave van bodemcontouren en
dieptepeilingen en kunt u de kaartweergave vereenvoudigen
voor optimaal gebruik tijdens het vissen.
Reliëfarcering: Hiermee geeft u bodemcontouren weer met
arcering. Deze functie is alleen beschikbaar bij sommige
premiumkaarten.
Sonarbeelden: Hiermee laat u de dichtheid van de bodem zien
aan de hand van sonarbeelden. Deze functie is alleen
beschikbaar bij sommige premiumkaarten.
Meerniveau: Hiermee stelt u het huidige waterniveau van het
meer in. Deze functie is alleen beschikbaar bij sommige
premiumkaarten.
Dieptebereikarcering
U kunt kleurbereiken instellen op uw kaart om de waterdiepte
aan te geven op de plaatsen waar de vissen die u wilt vangen
momenteel bijten. U kunt diepere bereiken instellen om te
kunnen zien hoe snel de bodemdiepte binnen een bepaald
dieptebereik verandert. U kunt maximaal tien dieptebereiken
instellen. Als u in binnenwater vist, blijft de kaart overzichtelijker
als u maximaal vijf dieptebereiken instelt. De dieptebereiken zijn
van toepassing op alle kaarten en alle wateroppervlakten.
Sommige Garmin LakeVü en aanvullende premiumkaarten
hebben standaard meerdere dieptebereikarceringen.
Rood Van 0 tot 1,5 m (van 0 tot 5 ft.)
Oranje Van 1,5 tot 3 m (van 5 tot 10 ft.)
Geel Van 3 tot 4,5 m (van 10 tot 15 ft.)
Groen Van 4,5 tot 7,6 m (van 15 tot 25 ft.)
Instellingen voor Fish Eye 3D
OPMERKING: In sommige gebieden is deze functie
beschikbaar bij premiumkaarten.
Selecteer Menu in de Fish Eye 3D-kaartweergave.
Geef weer.: Hiermee stelt u het perspectief van de 3D-
kaartweergave in.
Sporen: Hiermee worden sporen weergeven.
Echoloodkegel: Geeft een kegel weer die het gebied aangeeft
dat onder de dekking van uw transducer valt.
Vissymbolen: Geeft zwevende doelen weer.
10 Kaarten en 3D-kaartweergaven
Ondersteunde kaarten
Garmin toestellen ondersteunen alleen officiële kaarten die zijn
geproduceerd door Garmin of door een erkende derde
producent, zodat u zich veilig weet op het water en van uw tijd in
de boot kunt genieten.
U kunt kaarten aanschaffen bij Garmin. Als u kaarten koopt bij
een andere leverancier dan Garmin, kies de leverancier dan
zorgvuldig voordat u tot aankoop overgaat. Wees vooral
voorzichtig met online leveranciers. Als de kaart die u hebt
gekocht niet wordt ondersteund, dient u deze terug te sturen
naar de leverancier.
Garmin Quickdraw Contours kaarten
WAARSCHUWING
Met de functie Garmin Quickdraw Contours kaarten kunnen
gebruikers kaarten genereren. Garmin doet geen uitspraken
over de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid, volledigheid of
actualiteit van door derden gegenereerde kaarten. Elk gebruik
van of vertrouwen op door derden gegenereerde kaarten is op
eigen risico.
Met de functie voor Garmin Quickdraw Contours kaarten kunt u
kaarten met contouren en dieptelabels maken voor elk
wateroppervlak.
Wanneer Garmin Quickdraw Contours gegevens vastlegt, wordt
een gekleurde cirkel rond het bootpictogram weergegeven.
Deze cirkel vertegenwoordigt bij benadering het gebied op de
kaart dat bij elke bundelbeweging wordt gescand.
Een groene cirkel geeft een goede diepte, een goede GPS-
positie en een snelheid van minder dan 16 km/u (10 mijl/u) aan.
Een gele cirkel geeft een goede diepte, een goede GPS-positie
en een snelheid tussen 16 en 32 km/u (tussen 10 en 20 mijl/u)
aan. Een rode cirkel geeft een slechte diepte of GPS-positie en
een snelheid van meer dan 32 km/u (20 mijl/u) aan.
U kunt Garmin Quickdraw Contours weergeven in een
combinatiescherm of als enkele weergave op de kaart.
De hoeveelheid opgeslagen gegevens is afhankelijk van de
grootte van uw geheugenkaart, uw echoloodbron en de snelheid
van uw boot wanneer u de gegevens opslaat. U kunt langer
vastleggen wanneer u een echolood met een enkele bundel
gebruikt. Naar schatting kunt u ongeveer 1500 uur aan
gegevens opslaan op een geheugenkaart van 2 GB.
Wanneer u gegevens vastlegt op een geheugenkaart in uw
kaartplotter, worden de nieuwe gegevens toegevoegd aan uw
bestaande Garmin Quickdraw Contours kaart en opgeslagen op
de geheugenkaart. Wanneer u een nieuwe geheugenkaart
plaatst, worden de bestaande gegevens niet overgebracht naar
de nieuwe kaart.
Water in kaart brengen met de functie
Garmin Quickdraw contouren
Voordat u de functie Garmin Quickdraw Contours kunt
gebruiken, moet u een echolooddiepte, uw GPS-positie en een
geheugenkaart met vrije ruimte tot uw beschikking hebben.
1Selecteer vanuit een kaartweergave > Menu Quickdraw
Contours Start opnemen > .
2Als de opname voltooid is, selecteert u > Menu Quickdraw
Contours Stop opnemen > .
3Selecteer > en voer een naam voor de kaart Beheer Naam
in.
Een label toevoegen aan een Garmin
Quickdraw Contours kaart
U kunt labels toevoegen aan een Garmin Quickdraw Contours
kaart om gevaren of nuttige punten te markeren.
1Selecteer een locatie op de navigatiekaart.
2Selecteer .Voeg Quickdraw label toe
3Voer een naam in voor het label en selecteer .OK
Garmin Quickdraw Community
De Garmin Quickdraw Community is een gratis, openbare,
online gemeenschap waarmee u kaarten kunt delen die anderen
hebben gemaakt. U kunt uw Garmin Quickdraw Contours
kaarten met anderen delen.
Als uw toestel over Wi Fi technologie beschikt, kunt u naar de
ActiveCaptain Community gaan via de Garmin Quickdraw app
(Via ActiveCaptain verbinden met de Garmin Quickdraw
community, pagina 11).
Als uw toestel niet over Wi Fi technologie beschikt, kunt u de
Garmin Connect website gebruiken om naar de Garmin
Quickdraw Community te gaan (Via Garmin Connect verbinden
met de Garmin Quickdraw community, pagina 12).
Via ActiveCaptain verbinden met de Garmin
Quickdraw community
1Open de ActiveCaptain app op uw mobiele toestel en maak
verbinding met het ECHOMAP Ultra toestel (Aan de slag met
de ActiveCaptain app, pagina 3).
2Selecteer in de app.Quickdraw community
U kunt contouren downloaden van andere gebruikers in de
community (Downloaden van Garmin Quickdraw Community
kaarten met ActiveCaptain, pagina 11). En u kunt de contouren
delen die u hebt gemaakt (Uw Garmin Quickdraw Contours
kaarten delen met de Garmin Quickdraw Community met behulp
van ActiveCaptain, pagina 11).
Downloaden van Garmin Quickdraw Community kaarten
met ActiveCaptain
U kunt Garmin Quickdraw Contours kaarten downloaden die
andere gebruikers hebben gemaakt en gedeeld met de Garmin
Quickdraw Community.
1Selecteer > Quickdraw community Zoek contourkaarten
vanuit de ActiveCaptain app op uw mobiele toestel.
2Gebruik de kaart- en zoekfuncties om een gebied te vinden
dat u wilt downloaden.
De rode stippen staan voor Garmin Quickdraw Contours
kaarten die gedeeld zijn voor dat gebied.
3Selecteer .Selecteer Downloadregio
4Sleep het kader om het gebied te selecteren dat u wilt
downloaden.
5Sleep de hoeken om het te downloaden gebied aan te
passen.
6Selecteer .Download gebied
Als u de volgende keer de ActiveCaptain app met het
ECHOMAP Ultra toestel koppelt, worden de gedownloade
contouren automatisch op het toestel geplaatst.
Uw Garmin Quickdraw Contours kaarten delen met de
Garmin Quickdraw Community met behulp van
ActiveCaptain
U kunt Garmin Quickdraw Contours kaarten die u hebt gemaakt,
delen met anderen in de Garmin Quickdraw Community.
Garmin Quickdraw Contours kaarten 11
Als u een contourkaart deelt, wordt alleen de contourkaart
gedeeld. Uw waypoints worden niet gedeeld.
Bij het instellen van uw ActiveCaptain app hebt u mogelijk
ervoor gekozen uw contouren automatisch met de community te
delen. Als dat het geval is, kunt u de volgende stappen
doorlopen om delen in te schakelen.
Selecteer in de ActiveCaptain app op uw mobiele toestel,
Synchroniseren met plotter Bijdrage leveren aan >
gemeenschap.
Als u de volgende keer de ActiveCaptain app met het
ECHOMAP Ultra toestel koppelt, worden uw contourkaarten
automatisch in de community geplaatst.
Via Garmin Connect verbinden met de Garmin
Quickdraw community
1Ga naar .connect.garmin.com
2Selecteer > > Aan de slag Quickdraw community Aan de
slag.
3Als u geen Garmin Connect account hebt, maak er dan een
aan.
4Aanmelden bij uw Garmin Connect account.
5Selecteer > om de Garmin Quickdraw Dashboard Maritiem
widget te openen.
TIP: Zorg dat u een geheugenkaart in uw computer hebt om
Garmin Quickdraw Contours kaarten te delen.
Uw Garmin Quickdraw Contours kaarten delen met de
Garmin Quickdraw Community met behulp van Garmin
Connect
U kunt Garmin Quickdraw Contours kaarten die u hebt gemaakt,
delen met anderen in de Garmin Quickdraw Community.
Als u een contourkaart deelt, wordt alleen de contourkaart
gedeeld. Uw waypoints worden niet gedeeld.
1Plaats een geheugenkaart in de kaartuitsparing.
( ).Geheugenkaarten plaatsen, pagina 1
2Plaats de geheugenkaart in uw computer.
3Ga naar de Garmin Quickdraw Community (Via Garmin
Connect verbinden met de Garmin Quickdraw community,
pagina 12).
4Selecteer .Uw contourkaarten delen
5Blader naar de geheugenkaart en selecteer de map Garmin.
6Open de map Quickdraw en selecteer het bestand met de
naam ContoursLog.svy.
Nadat het bestand is geüpload, kunt u het bestand
ContoursLog.svy van uw geheugenkaart verwijderen om
problemen met toekomstige uploads te voorkomen. Uw
gegevens gaan niet verloren.
Downloaden van Garmin Quickdraw Community kaarten
met Garmin Connect
U kunt Garmin Quickdraw Contours kaarten downloaden die
andere gebruikers hebben gemaakt en gedeeld met de Garmin
Quickdraw Community.
Als uw toestel niet over Wi Fi technologie beschikt, kunt u
toegang tot de Garmin Quickdraw Community krijgen via de
Garmin Connect website.
Als uw toestel over Wi Fi technologie beschikt, dient u naar de
Garmin Quickdraw Community te gaan via de ActiveCaptain app
(Via ActiveCaptain verbinden met de Garmin Quickdraw
community, pagina 11).
1Plaats de geheugenkaart in uw computer.
2Ga naar de Garmin Quickdraw Community (Via Garmin
Connect verbinden met de Garmin Quickdraw community,
pagina 12).
3Selecteer .Zoek contourkaarten
4Gebruik de kaart- en zoekfuncties om een gebied te vinden
dat u wilt downloaden.
De rode stippen staan voor Garmin Quickdraw Contours
kaarten die gedeeld zijn voor die regio.
5Selecteer .Selecteer een gebied om te downloaden
6Sleep de randen van het kader om het gebied te selecteren
dat u wilt downloaden.
7Selecteer .Start download
8Sla het bestand op de geheugenkaart op.
TIP: Kijk in de map Downloads als u het bestand niet kunt
vinden. De browser heeft het bestand mogelijk daar
opgeslagen.
9Verwijder de geheugenkaart uit uw computer.
10Plaats de geheugenkaart in de kaartuitsparing.
( ).Geheugenkaarten plaatsen, pagina 1
De kaartplotter herkent de contourkaarten automatisch. Het
kan enkele minuten duren voordat de kaartplotter de kaarten
heeft geladen.
Garmin Quickdraw Contouren instellingen
Selecteer op een kaart > > Menu Quickdraw Contours
Instellingen.
Correctie tijdens opnemen: Hiermee stelt u de afstand in
tussen de sonardiepte en de opnamediepte van de
contouren. Als het waterniveau is veranderd sinds uw laatste
opname, moet u deze instelling aanpassen zodat de
opnamediepte hetzelfde is voor beide opnamen.
Als u bijvoorbeeld bij de vorige opname een sonardiepte van
3,1 m (10,5 ft.) had en vandaag een sonardiepte van 3,6 m
(12 ft.), dan voert u -0,5 m (-1,5 ft.) in als Correctie tijdens
opnemen.
Weergavecorrectie gebruiker: Hiermee stelt u verschillen in
contourdiepten en dieptelabels op uw eigen contourkaarten
in als compensatie voor wijzigingen in het waterniveau, of
voor dieptefouten in opgenomen kaarten.
Weergavecorrectie community: Hiermee stelt u verschillen in
contourdiepten en dieptelabels op community-contourkaarten
in als compensatie voor wijzigingen in het waterniveau, of
voor dieptefouten in opgenomen kaarten.
Analysekleuren: Hiermee stelt u de kleur van het scherm
Garmin Quickdraw Contours in. Als deze instelling is
ingeschakeld, laten de kleuren de kwaliteit van de opname
zien. Als deze instelling is uitgeschakeld, maken de
contourgebieden gebruik van standaard kaartkleuren.
Groen geeft een goede diepte, een goede GPS-positie en
een snelheid van minder dan 16 km/u (10 mijl/u) aan. Geel
geeft een goede diepte, een goede GPS-positie en een
snelheid tussen 16 en 32 km/u (tussen 10 en 20 mijl/u) aan.
Rood geeft een slechte diepte of GPS-positie en een
snelheid van meer dan 32 km/u (20 mijl/u) aan.
Navigatie met een kaartplotter
WAARSCHUWING
Alle route- en navigatielijnen die op de kaartplotter worden
weergegeven, zijn alleen bedoeld als algemene
routebegeleiding of om de juiste vaarwegen te herkennen, en
zijn niet bedoeld om precies te worden gevolgd. Neem altijd de
navigatiekenmerken en omstandigheden op het water in acht als
u navigeert om te voorkomen dat u aan de grond loopt of er
gevaarlijke situaties optreden, hetgeen kan resulteren in schade
aan het vaartuig, persoonlijk letsel of overlijden.
De functie Auto Guidance is gebaseerd op elektronische
kaartgegevens. De gegevens garanderen niet dat de route vrij is
van obstakels en dat deze diep genoeg is. Let tijdens het volgen
12 Navigatie met een kaartplotter
van de koers altijd goed op en vermijd land, ondiep water en
andere obstakels die u onderweg kunt tegenkomen.
Wanneer u Ga naar gebruikt, kunnen een directe koers en een
gecorrigeerde koers over land of door ondiep water lopen.
Gebruik visuele waarnemingen om land, ondiep water en
andere gevaarlijke objecten te vermijden.
VOORZICHTIG
Als uw vaartuig over een stuurautomaat beschikt, moet bij elk
roer een bedieningsscherm zijn geïnstalleerd waarmee de
stuurautomaat kan worden uitgeschakeld.
OPMERKING: Sommige kaartweergaven zijn beschikbaar met
premiumkaarten, in sommige gebieden.
Als u wilt navigeren, moet u een bestemming kiezen, een koers
uitzetten of een route maken en vervolgens de koers of route
volgen. Volg de koers of route op de navigatie- of viskaart, of in
de Perspective 3D- of Mariner's Eye 3D-kaartweergave.
U kunt een koers naar een bestemming instellen en deze volgen
met behulp van een van de volgende drie methoden: Ga naar,
Route naar, of Auto Guidance.
Ga naar: Brengt u direct naar uw bestemming. Dit is de
standaardoptie om naar een bestemming te navigeren. De
kaartplotter tekent een rechte koers- of navigatielijn naar de
bestemming. De route kan over land en andere obstakels
lopen.
Route naar: Berekent een route van uw locatie naar een
bestemming, met de mogelijkheid om koerswijzigingen aan te
brengen. Met deze optie kunt u een rechte koers uitzetten
naar de bestemming en zo nodig koerswijzigingen in de route
aanbrengen om land en andere obstakels te vermijden.
Auto Guidance: Maakt gebruik van de kaartgegevens en
ingevoerde gegevens over uw boot om de beste
doorvaartroute naar uw bestemming te bepalen. Deze optie
is alleen beschikbaar bij gebruik van een compatibele
premiumkaart op een compatibele kaartplotter. Een wending-
voor-wending navigatieroute naar de bestemming wordt
aangegeven, waarbij land en andere obstakels worden
vermeden ( ).Auto Guidance, pagina 16
Als u een compatibele stuurautomaat gebruikt die op de
kaartplotter is aangesloten via NMEA 2000, volgt de
stuurautomaat de Auto Guidance route.
OPMERKING: In sommige gebieden is Auto Guidance
beschikbaar bij premiumkaarten.
Elementaire navigatievragen
Vraag Antwoord
Hoe kan ik ervoor zorgen dat
de kaartplotter mij in de
richting wijst waarin ik wil gaan
(peiling)?
Navigeer met Ga naar (Een directe
koers instellen en volgen met behulp
van Ga naar, pagina 13).
Hoe kan ik ervoor zorgen dat
het toestel een rechte koers
(met minimale koersafwij-
kingen) naar een locatie vaart,
waarbij de kortste weg vanaf
de huidige locatie wordt
gevolgd?
Stel een route in die uit één routedeel
bestaat en navigeer langs deze route
met behulp van Route naar (Een route
vanaf uw huidige locatie maken en
navigeren, pagina 15).
Hoe kan ik ervoor zorgen dat
het toestel obstakels op de
kaart vermijdt bij het navigeren
naar een locatie?
Stel een route in die uit meerdere
routedelen bestaat en navigeer langs
deze route met behulp van Route naar
(Een route vanaf uw huidige locatie
maken en navigeren, pagina 15).
Hoe kan ik ervoor zorgen dat
het toestel gebruikmaakt van
mijn stuurautomaat?
Navigeer met behulp van Route naar
(Een route vanaf uw huidige locatie
maken en navigeren, pagina 15).
Vraag Antwoord
Kan het toestel een route voor
me maken?
Als u beschikt over premiumkaarten
die Auto Guidance ondersteunen en u
bevindt zich in een gebied met dekking
voor Auto Guidance, navigeer dan met
Auto Guidance (Een Auto Guidance
route instellen en volgen, pagina 16).
Hoe kan ik de instellingen voor
Auto Guidance wijzigen voor
mijn boot?
Zie .Auto Guidance, pagina 16
Bestemmingen
U kunt bestemmingen selecteren met behulp van verschillende
kaarten en 3D-kaartweergaven, of met behulp van de lijsten.
Bestemming zoeken op naam
U kunt op naam zoeken naar opgeslagen waypoints,
opgeslagen routes, opgeslagen sporen en watersportdiensten.
1Selecteer > .Navigatie-info Zoek op naam
2Voer ten minste een deel van de naam van de bestemming
in.
3Selecteer indien nodig.OK
De 50 dichtstbijzijnde bestemmingen die met uw zoekcriteria
overeenkomen, worden weergegeven.
4Kies de bestemming.
Een bestemming selecteren op de navigatiekaart
Selecteer uw bestemming op de navigatiekaart.
Zoeken naar een watersportdienstbestemming
OPMERKING: In sommige gebieden is deze functie
beschikbaar bij premiumkaarten.
De kaartplotter bevat informatie over duizenden bestemmingen
waar watersportdiensten worden aangeboden.
1Selecteer .Navigatie-info
2Selecteer of .Buitengaatsdiensten Binnenlandse diensten
3Selecteer indien nodig een watersportdienstcategorie.
De kaartplotter geeft een lijst met de dichtstbijzijnde posities
en de afstand en peiling tot deze posities weer.
4Selecteer een bestemming.
U kunt of selecteren om extra informatie of de locatie op
een kaart weer te geven.
Een directe koers instellen en volgen met behulp van
Ga naar
WAARSCHUWING
Wanneer u Ga naar gebruikt, kunnen een directe koers en een
gecorrigeerde koers over land of door ondiep water lopen.
Gebruik visuele waarnemingen om land, ondiep water en
andere gevaarlijke objecten te vermijden.
U kunt een directe koers uitzetten en deze volgen vanaf uw
huidige positie naar een geselecteerde bestemming.
1Selecteer een bestemming ( ).Bestemmingen, pagina 13
2Selecteer > .Navigeren naar Ga naar
Er wordt een magenta lijn weergegeven. Een dunnere paarse
lijn in de magenta lijn geeft de gecorrigeerde koers van uw
huidige positie naar de bestemming aan. De gecorrigeerde
koers is dynamisch en beweegt met uw boot mee wanneer u
van de koers afwijkt.
3Volg de magenta lijn en vermijd daarbij land, ondiep water en
andere obstakels.
4Wanneer u van de koers bent afgeweken, volg dan de
paarse lijn (gecorrigeerde koers) om naar uw bestemming te
gaan of ga terug naar de magenta lijn (directe koers).
Navigatie met een kaartplotter 13
U kunt ook de oranje pijl voor de sturen koers gebruiken.
Deze stelt een draairadius voor om uw boot weer op koers te
krijgen.
WAARSCHUWING
Controleer of er obstakels zijn op het pad voordat u de
koerswijziging uitvoert. Als het pad niet veilig is, brengt u uw
bootsnelheid terug en bepaalt u een veilig pad terug naar de
koers.
Stoppen met navigeren
Selecteer in de navigatie- of viskaart > Menu Navigatie
stoppen.
Waypoints
Waypoints zijn locaties die u vastlegt en in het toestel opslaat.
Met waypoints kunt u markeren waar u bent, waar u naartoe
gaat of waar u bent geweest. U kunt details over de locatie
toevoegen, zoals naam, hoogte en diepte.
Uw huidige positie als waypoint markeren
Selecteer vanuit een willekeurig scherm .Markeer
Een waypoint op een andere positie maken
1Selecteer > > .Navigatie-info Waypoints Nieuw via-punt
2Selecteer een optie:
Om het waypoint te maken door positiecoördinaten in te
voeren, selecteert u en voert u de Voer coördinaten in
coördinaten in.
Om het waypoint te maken met behulp van een kaart,
selecteert u en daarna achtereenvolgens Gebruik kaart
de locatie en selecteert u .Selecteer positie
Als u het waypoint wilt maken met een bereik (afstand) en
peiling, selecteert u en voert u de Voer bereik/peiling in
gegevens in.
Een MOB-locatie markeren
Selecteer > .Markeer Man-over-boord
Een internationaal MOB-symbool (man-over-boord) markeert
het actieve MOB-punt en de kaartplotter stelt een directe koers
in terug naar de gemarkeerde locatie.
Een waypoint projecteren
U kunt een nieuw waypoint maken door de afstand en peiling
vanaf een andere locatie te projecteren. Dit kan nuttig zijn
wanneer u een start- of finishlijn voor zeilraces wilt maken.
1Selecteer > > > Navigatie-info Waypoints Nieuw via-punt
Voer bereik/peiling in.
2Selecteer indien nodig een referentiepunt op de kaart.
3Selecteer .Voer bereik/peiling in
4Voer de afstand in en selecteer .OK
5Geef de peiling op en selecteer .OK
6Selecteer .Selecteer positie
Een lijst met alle waypoints weergeven
Selecteer > .Navigatie-info Waypoints
Een opgeslagen waypoint bewerken
1Selecteer > .Navigatie-info Waypoints
2Selecteer een waypoint.
3Selecteer > .Bekijk Wijzig via-punt
4Selecteer een optie:
Als u een naam wilt toevoegen, selecteert u en Naam
voert u de naam in.
Als u het symbool wilt wijzigen, selecteert u .Symbool
Als u de diepte wilt wijzigen, selecteert u .Diepte
Als u de watertemperatuur wilt wijzigen, selecteert u
Watertemperatuur.
Als u de opmerking wilt wijzigen, selecteert u .Opmerking
Als u de positie van het waypoint wilt verplaatsen,
selecteert u .Positie
Een opgeslagen waypoint verplaatsen
1Selecteer > .Navigatie-info Waypoints
2Selecteer een waypoint.
3Selecteer > .Bekijk Verplaats
4Geef een nieuwe locatie voor het waypoint aan:
Als u tijdens het weergeven van een kaart het waypoint
wilt verplaatsen, selecteert u , selecteert u Gebruik kaart
een nieuwe locatie op de kaart en vervolgens Selecteer
positie.
Als u het waypoint wilt verplaatsen door middel van
coördinaten, selecteert u en voert u Voer coördinaten in
de nieuwe coördinaten in.
Als u het waypoint wilt verplaatsen met een bereik
(afstand) en peiling, selecteert u Voer bereik/peiling in
en voert u de gegevens in.
Als u het waypoint wilt verplaatsen met de huidige positie
van de boot, selecteert u .Gebruik huidige positie
Naar een opgeslagen via-punt zoeken en navigeren
WAARSCHUWING
Alle route- en navigatielijnen die op de kaartplotter worden
weergegeven, zijn alleen bedoeld als algemene
routebegeleiding of om de juiste vaarwegen te herkennen, en
zijn niet bedoeld om precies te worden gevolgd. Neem altijd de
navigatiekenmerken en omstandigheden op het water in acht als
u navigeert om te voorkomen dat u aan de grond loopt of er
gevaarlijke situaties optreden, hetgeen kan resulteren in schade
aan het vaartuig, persoonlijk letsel of overlijden.
De functie Auto Guidance is gebaseerd op elektronische
kaartgegevens. De gegevens garanderen niet dat de route vrij is
van obstakels en dat deze diep genoeg is. Let tijdens het volgen
van de koers altijd goed op en vermijd land, ondiep water en
andere obstakels die u onderweg kunt tegenkomen.
Wanneer u Ga naar gebruikt, kunnen een directe koers en een
gecorrigeerde koers over land of door ondiep water lopen.
Gebruik visuele waarnemingen om land, ondiep water en
andere gevaarlijke objecten te vermijden.
OPMERKING: In sommige gebieden is Auto Guidance
beschikbaar bij premiumkaarten.
Voordat u naar een via-punt kunt navigeren, moet u er eerst een
maken.
1Selecteer > .Navigatie-info Waypoints
2Selecteer een via-punt.
3Selecteer .Navigeren naar
4Selecteer een optie:
Om rechtstreeks naar de locatie te navigeren, selecteert u
Ga naar.
Om een route naar de locatie te maken, inclusief
koerswijzigingen, selecteert u .Route naar
Als u Audo Guidance wilt gebruikten, selecteert u Auto
Guidance.
5Controleer de koers die met de magenta lijn wordt
aangegeven.
OPMERKING: Als u de functie Auto Guidance gebruikt, geeft
een grijs gedeelte op de magenta lijn aan dat de functie Auto
Guidance een deel van de Auto Guidance lijn niet kan
berekenen. Dit wordt veroorzaakt door de instellingen voor
14 Navigatie met een kaartplotter


Specyfikacje produktu

Marka: Garmin
Kategoria: urządzenie GPS
Model: echoMAP Ultra 106sv

Potrzebujesz pomocy?

Jeśli potrzebujesz pomocy z Garmin echoMAP Ultra 106sv, zadaj pytanie poniżej, a inni użytkownicy Ci odpowiedzą




Instrukcje urządzenie GPS Garmin

Instrukcje urządzenie GPS

Najnowsze instrukcje dla urządzenie GPS