Instrukcja obsługi Nokia N85


Przeczytaj poniżej 📖 instrukcję obsługi w języku polskim dla Nokia N85 (222 stron) w kategorii telefon komórkowy. Ta instrukcja była pomocna dla 7 osób i została oceniona przez 2 użytkowników na średnio 4.5 gwiazdek

Strona 1/222
Nokia N85
9208575_1_LA.indd 39208575_1_LA.indd 3 20.8.2008 11:45:4420.8.2008 11:45:44
© 2008 Nokia. Alle rechten voorbehouden.
CONFORMITEITSVERKLARING
Hierbij verklaart NOKIA CORPORATION dat het product RM-333 in overeenstemming is met de essentiële eisen en
andere relevante bepalingen van richtlijn 1999/5/EG. Een exemplaar van de conformiteitsverklaring kunt u vinden
op de volgende website: http://www.nokia.com/phones/declaration_of_conformity/.
Nokia, Nokia Connecting People, Nseries, N85, N-Gage, Navi en Visual Radio zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation.
Nokia tune is een geluidsmerk van Nokia Corporation. Namen van andere producten en bedrijven kunnen handelsmerken of handelsnamen van de
respectievelijke eigenaren zijn.
Reproductie, overdracht, distributie of opslag van dit document of een gedeelte ervan in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming
van Nokia is verboden.
This software is based in part of the work of the FreeType Team. This product is covered by one or more of the following patents: United States Patent
5,155,805, United States Patent 5,325,479, United States Patent 5,159,668, United States Patent 2232861 and France Patent 9005712.
US Patent No 5818437 and other pending patents. T9 text input software Copyright © 1997-2008. Tegic Communications, Inc. All rights reserved.
This product includes software licensed from Symbian Software Ltd ©1998-2008. Symbian and Symbian OS are trademarks of Symbian
Ltd.
Java and all Java-based marks are trademarks or registered trademarks of Sun Microsystems, Inc.
Portions of the Nokia Maps software are © 1996-2008 The FreeType Project. All rights reserved.
This product is licensed under the MPEG-4 Visual Patent Portfolio License (i) for personal and noncommercial use in connection with information which
has been encoded in compliance with the MPEG-4 Visual Standard by a consumer engaged in a personal and noncommercial activity and (ii) for use in
connection with MPEG-4 video provided by a licensed video provider. No license is granted or shall be implied for any other use. Additional information,
including that related to promotional, internal, and commercial uses, may be obtained from MPEG LA, LLC. See http://www.mpegla.com
Dit product is gelicentieerd onder de MPEG-4 Visual Patent Portfolio-licentie (i) voor privé- en niet-commercieel gebruik in verband met informatie die
is gecodeerd volgens de visuele norm MPEG-4, door een consument in het kader van een privé- en niet-commerciële activiteit, en (ii) voor gebruik in
verband met MPEG-4-videomateriaal dat door een gelicentieerde videoaanbieder is verstrekt. Voor ieder ander gebruik is of wordt expliciet noch
impliciet een licentie verstrekt. Aanvullende informatie, waaronder informatie over het gebruik voor promotionele doeleinden, intern gebruik en
commercieel gebruik, is verkrijgbaar bij MPEG LA, LLC. Zie http://www.mpegla.com.
Nokia voert een beleid dat gericht is op voortdurende ontwikkeling. Nokia behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen
en verbeteringen aan te brengen in de producten die in dit document worden beschreven.
VOOR ZOVER MAXIMAAL TOEGESTAAN OP GROND VAN HET TOEPASSELIJKE RECHT, ZAL NOKIA OF EEN VAN HAAR LICENTIEHOUDERS ONDER GEEN OMSTANDIGHEID
AANSPRAKELIJK ZIJN VOOR ENIG VERLIES VAN GEGEVENS OF INKOMSTEN OF VOOR ENIGE BIJZONDERE, INCIDENTELE OF INDIRECTE SCHADE OF GEVOLGSCHADE
VAN WELKE OORZAAK DAN OOK.
DE INHOUD VAN DIT DOCUMENT WORDT ZONDER ENIGE VORM VAN GARANTIE VERSTREKT. TENZIJ VEREIST KRACHTENS HET TOEPASSELIJKE RECHT, WORDT
GEEN ENKELE GARANTIE GEGEVEN BETREFFENDE DE NAUWKEURIGHEID, BETROUWBAARHEID OF INHOUD VAN DIT DOCUMENT, HETZIJ UITDRUKKELIJK HETZIJ
IMPLICIET, DAARONDER MEDE BEGREPEN MAAR NIET BEPERKT TOT IMPLICIETE GARANTIES BETREFFENDE DE VERKOOPBAARHEID EN DE GESCHIKTHEID VOOR
EEN BEPAALD DOEL. NOKIA BEHOUDT ZICH TE ALLEN TIJDE HET RECHT VOOR ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING DIT DOCUMENT TE WIJZIGEN OF TE
HERROEPEN.
De beschikbaarheid van bepaalde producten, toepassingen en diensten voor deze producten kan per regio verschillen. Neem contact op met uw Nokia-
dealer voor details en de beschikbaarheid van taalopties.
Exportbepalingen
Dit apparaat bevat mogelijk onderdelen, technologie of software die onderhevig zijn aan wet- en regelgeving betreffende export van de VS en andere
landen. Ontwijking in strijd met de wetgeving is verboden.
MEDEDELING FCC/INDUSTRY CANADA
Dit apparaat kan tv- of radiostoringen veroorzaken (bijvoorbeeld als u in de nabijheid van ontvangstapparatuur een telefoon gebruikt). De Federal
Communications Commission (FCC) of Industry Canada kunnen u vragen niet langer uw telefoon te gebruiken als deze storingen niet verholpen kunnen
worden. Neem contact op met uw lokale servicedienst als u hulp nodig hebt. Dit apparaat voldoet aan deel 15 van de FCC-regels. De werking is afhankelijk
van de volgende twee voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen schadelijke storingen veroorzaken en (2) dit apparaat moet storingen van buitenaf
accepteren, ook wanneer deze een ongewenste werking tot gevolg kunnen hebben. Veranderingen of aanpassingen die niet uitdrukkelijk door Nokia
zijn goedgekeurd, kunnen het recht van de gebruiker om met deze apparatuur te werken tenietdoen.
/Uitgave 1
Inhoudsopgave
Veiligheid...................................................11
Over dit apparaat..........................................................11
Netwerkdiensten...........................................................13
Aan de slag.................................................14
Toetsen en onderdelen (voorzijde en
bovenzijde)....................................................................14
Toetsen en onderdelen (achterkant en
zijkanten).......................................................................15
Snelschuiftoetsen..........................................................15
De SIM-kaart en de batterij plaatsen ..........................16
Het apparaat inschakelen............................................16
De batterij opladen.......................................................17
Antennelocaties.............................................................18
Verbinding maken.....................................19
Help zoeken...............................................20
Instructies op het apparaat - Help .............................20
Aan de slag....................................................................20
Nokia-ondersteuning en contactgegevens................20
Aanvullende toepassingen...........................................21
Software-updates..........................................................21
Toepassingsupdate.......................................................22
Instellingen....................................................................22
Toegangscodes..............................................................22
Levensduur van de batterij verlengen........................23
Geheugen vrijmaken.....................................................25
Het apparaat..............................................26
Welkom..........................................................................26
Nokia-overdracht..........................................................26
Inhoud overbrengen..................................................26
Inhoud synchroniseren, ophalen of
verzenden...................................................................27
Schermsymbolen...........................................................28
Snelkoppelingen...........................................................30
Navi™-wiel.....................................................................30
Multimediamenu...........................................................31
Mobiel zoeken...............................................................32
Hoofdtelefoon...............................................................33
Volume- en luidsprekerregeling..................................34
Het profiel Offline..........................................................34
Snel downloaden..........................................................35
Webbrowser..............................................36
Op internet surfen.........................................................36
Werkbalk in de browser...............................................38
Navigeren over pagina's...............................................38
Webfeeds en blogs........................................................39
Widgets..........................................................................39
Inhoud zoeken..............................................................39
Items downloaden en aanschaffen.............................40
Bookmarks.....................................................................40
De cache wissen............................................................41
De verbinding verbreken..............................................41
Beveiliging van de verbinding.....................................41
Webinstellingen............................................................42
Verbindingen.............................................44
Inhoudsopgave
WLAN..............................................................................44
WLAN...........................................................................44
WLAN-verbindingen...................................................44
De WLAN-wizard.........................................................45
WLAN-internettoegangspunten................................46
Bedieningsmodi.........................................................46
Verbindingsbeheer.......................................................46
Actieve gegevensverbindingen.................................46
Beschikbare WLAN-netwerken..................................47
Bluetooth-connectiviteit..............................................47
Bluetooth-connectiviteit...........................................47
Instellingen.................................................................48
Beveiligingstips..........................................................48
Gegevens verzenden met behulp van Bluetooth-
connectiviteit..............................................................49
Apparaten koppelen..................................................49
Gegevens ontvangen met behulp van Bluetooth-
connectiviteit..............................................................50
Apparaten blokkeren.................................................50
Externe SIM-modus....................................................51
USB..................................................................................51
Pc-verbindingen............................................................52
Het apparaat personaliseren.....................53
Het uiterlijk van het apparaat wijzigen......................53
Geluidsthema's..............................................................54
Tonen instellen in Profielen.........................................54
3D-tonen........................................................................55
Standby-modus wijzigen.............................................56
Het hoofdmenu aanpassen..........................................57
Positionering (GPS)....................................58
Informatie over GPS......................................................58
A-GPS (Assisted GPS).....................................................59
Het apparaat correct vasthouden................................59
Tips voor het maken van een GPS-verbinding...........60
Positieaanvragen..........................................................60
Plaatsen..........................................................................61
GPS-gegevens................................................................61
Route-instructies........................................................62
Positiegegevens ophalen..........................................62
Tripmeter....................................................................63
Kaarten......................................................64
Informatie over Kaarten...............................................64
Schuiven over kaarten..................................................65
Kaarten downloaden....................................................67
Een plaats zoeken.........................................................68
Extra diensten voor Kaarten........................................69
Navigatie.....................................................................69
Verkeersinformatie....................................................71
Gidsen..........................................................................71
Muziekmap.................................................73
Muziekspeler..................................................................73
Een liedje of podcast-episode afspelen...................73
Muziekmenu...............................................................75
Playlists.......................................................................75
Podcasts......................................................................76
Eigen netwerk met music player..............................76
Muziek overbrengen naar uw apparaat...................77
Muziek overbrengen vanaf de pc...........................77
Muziek overbrengen met Windows Media
Player........................................................................77
Nokia Muziekwinkel......................................................79
FM-zender......................................................................79
Informatie over de FM-zender..................................79
Een nummer afspelen met de FM-zender................80
Inhoudsopgave
FM-zenderinstellingen...............................................81
Nokia Podcasting..........................................................81
Podcast-instellingen..................................................81
Podcasts zoeken.........................................................82
Mappen........................................................................83
Downloaden................................................................83
Podcasts afspelen en beheren..................................84
Radiotoepassingen.......................................................85
FM-radio .....................................................................85
Naar de radio luisteren...........................................85
Visuele inhoud weergeven.....................................86
Opgeslagen zenders................................................86
Instellingen voor FM-radio.....................................86
Nokia Internetradio...................................................87
Luisteren naar radiozenders op internet..............87
Favoriete zenders....................................................88
Zenders zoeken........................................................88
Lijst met zenders.....................................................88
Instellingen voor internetradio.............................89
Camera.......................................................90
Informatie over de camera..........................................90
De camera activeren.....................................................90
Foto's maken.................................................................90
Symbolen van de fotocamera...................................90
Actieve werkbalk........................................................91
Foto's maken..............................................................92
Locatiegegevens.........................................................93
Na het maken van een foto.......................................93
Flitser...........................................................................94
Scènes..........................................................................94
Een reeks foto's maken..............................................95
Zelf op de foto met de zelfontspanner....................95
Tips voor het maken van goede foto's.....................96
Video-opname...............................................................97
Symbolen voor video-opnamen...............................97
Video's opnemen........................................................98
Na het opnemen van een video................................98
Camera-instellingen......................................................99
Instellingen van fotocamera aanpassen..................99
Instellingen voor kleur en belichting.....................100
Video-instellingen....................................................101
Foto's........................................................102
Informatie over Foto's................................................102
Afbeeldingen en video's weergeven.........................102
Bestandsgegevens weergeven en bewerken..........103
Afbeeldingen en video's organiseren.......................104
Actieve werkbalk.........................................................104
Albums.........................................................................105
Labels...........................................................................105
Diavoorstelling............................................................106
TV out-modus..............................................................106
Afbeeldingen bewerken.............................................108
Afbeeldingseditor.....................................................108
Afbeeldingen bijsnijden..........................................108
Rode ogen reduceren..............................................108
Handige sneltoetsen................................................109
Video's bewerken........................................................109
Afbeeldingen afdrukken.............................................109
Afbeeldingen afdrukken..........................................109
Printer selecteren..................................................110
Afdrukvoorbeeld....................................................110
Afdrukinstellingen.................................................110
PrintOnline................................................................110
Afbeeldingen en video's online delen .....................111
Galerij.......................................................112
Inhoudsopgave
Hoofdweergave...........................................................112
Geluiden.......................................................................112
Koppelingen naar streaming-media.........................113
Presentaties.................................................................113
Eigen netwerk..........................................114
Informatie over het eigen netwerk..........................114
Belangrijke informatie over beveiliging...................115
Instellingen voor eigen netwerk...............................115
Delen inschakelen en inhoud definiëren..................116
Mediabestanden weergeven en delen......................117
Mediabestanden kopiëren.........................................118
Synchronisatie met het thuisnetwerk......................118
Mediabestanden synchroniseren............................118
Synchronisatie-instellingen....................................119
Inkomende bestanden definiëren..........................119
Uitgaande bestanden definiëren............................120
Nokia Videocentrum................................121
Videoclips weergeven en downloaden.....................121
Videofeeds...................................................................122
Mijn video's..................................................................123
Video's overbrengen van uw pc................................123
Instellingen voor Videocentrum................................124
N-Gage......................................................125
Informatie over N-Gage..............................................125
N-Gage-weergaven.....................................................125
Aan de slag..................................................................126
Een spelersnaam maken.........................................126
Een game starten.....................................................127
Uw voortgang volgen..............................................127
Spelen met vrienden................................................127
Games spelen en beheren..........................................127
Profielgegevens bewerken........................................128
Verbinding maken met andere spelers....................128
Vrienden zoeken en toevoegen..............................129
Gegevens over vrienden weergeven......................129
De vriendenlijst sorteren.........................................129
Een speler beoordelen.............................................129
Berichten verzenden................................................129
N-Gage-instellingen....................................................130
Berichten..................................................131
Berichten, hoofdweergave.........................................131
Tekst invoeren.............................................................132
Traditionele tekstinvoer..........................................132
Tekstvoorspelling.....................................................132
Tips voor tekstinvoer...............................................133
De invoertaal wijzigen.............................................133
Tekst en lijsten bewerken.......................................134
Berichten invoeren en verzenden.............................134
Inbox met ontvangen berichten...............................136
Berichten ontvangen...............................................136
Multimediaberichten...............................................136
Gegevens, instellingen en
webdienstberichten.................................................137
Berichtlezer..................................................................137
Mailbox.........................................................................137
E-mailinstellingen definiëren.................................137
De mailbox openen..................................................138
E-mails ophalen........................................................138
E-mail verwijderen...................................................139
De verbinding met de mailbox verbreken.............139
Berichten op een SIM-kaart bekijken........................139
Instellingen voor berichten.......................................140
Instellingen voor SMS-berichten.............................140
Instellingen voor multimediaberichten.................141
Inhoudsopgave
E-mailinstellingen....................................................142
Mailboxen beheren...............................................142
Verbindingsinstellingen.......................................142
Gebruikersinstellingen..........................................143
Instellingen voor ophalen van e-mail.................143
Automatisch ophalen instellen............................144
Instellingen voor webdienstberichten..................144
Instellingen voor infodiensten...............................144
Overige instellingen.................................................145
Oproepen plaatsen...................................146
Spraakoproepen .........................................................146
Opties tijdens een oproep..........................................146
Spraak- en videomailb. ..............................................147
Een oproep beantwoorden of weigeren..................147
Een conferentiegesprek voeren.................................148
Bellen met snelkeuze..................................................148
Oproep in wachtstand................................................149
Spraakoproepen..........................................................149
Een video-oproep plaatsen........................................150
Opties tijdens een videogesprek...............................151
Een video-oproep beantwoorden of weigeren.......152
Video delen..................................................................152
Vereisten voor het delen van video.......................152
Instellingen...............................................................153
Live videobeelden en videoclips delen..................154
Een uitnodiging accepteren....................................155
Logboek.......................................................................155
Recente oproepen....................................................155
Gespreksduur............................................................155
Packet-gegevens......................................................156
Alle communicatiegebeurtenissen
controleren...............................................................156
Internetoproepen....................................158
Informatie over internetoproepen...........................158
Internetoproepen activeren......................................158
Internetoproepen plaatsen .......................................158
Geblokkeerde contacten............................................159
Diensten voor internetoproepen beheren...............159
Instellingen voor internetoproepen.........................159
Contacten (telefoongids).........................161
Namen en nummers opslaan en bewerken.............161
Namen en nummers beheren....................................161
Standaardnummers en -adressen.............................162
Beltonen toevoegen voor contacten.........................162
Contacten kopiëren.....................................................162
SIM-diensten................................................................163
SIM-contacten...........................................................163
Vaste nummers........................................................163
Contactgroepen beheren...........................................163
Mediamap................................................165
RealPlayer ...................................................................165
Videoclips afspelen..................................................165
Streaming inhoud afspelen.....................................165
Instellingen voor RealPlayer...................................166
Adobe Flash Player .....................................................166
Licenties.......................................................................167
Dictafoon .....................................................................168
Tijdmanagement.....................................169
Klok ..............................................................................169
Wekker......................................................................169
Wereldklok................................................................169
Agenda.........................................................................170
Een agenda-item maken.........................................170
Inhoudsopgave
Agendaweergaven...................................................171
Agenda-items beheren............................................171
Kantoormap.............................................172
Quickoffice...................................................................172
Quickword.................................................................172
Quicksheet................................................................172
Quickpoint.................................................................173
Quickmanager..........................................................173
Notities.........................................................................173
Adobe Reader..............................................................173
Omrekenen..................................................................174
Zipmanager.................................................................174
Map Toepassingen...................................176
Rekenmachine ............................................................176
Toepassingsbeheer.....................................................176
Toepassingen en software installeren ..................177
Toepassingen en software verwijderen................179
Instellingen...............................................................179
Map Instrumenten...................................180
Bestandsbeheer..........................................................180
Informatie over Bestandsbeheer............................180
Bestanden zoeken en organiseren.........................180
Geheugenkaart bewerken.......................................180
Back-ups van bestanden op een geheugenkaart
opslaan......................................................................180
Spraakopdrachten.......................................................181
Synchronisatie.............................................................182
Apparaatbeheer..........................................................182
Spraak .........................................................................183
Instellingen..............................................184
Algemene instellingen...............................................184
Persoonlijke instellingen.........................................184
Instellingen voor toebehoren.................................185
Schuifinstellingen.....................................................186
Navi-wheel-instellingen..........................................186
Sensorinstellingen...................................................187
Beveiligingsinstellingen..........................................187
Telefoon en SIM.....................................................187
Certificaatbeheer...................................................188
Beveiligingsmodule..............................................190
Oorspronkelijke instellingen herstellen.................190
Instellingen voor positionering..............................190
Telefooninstellingen...................................................191
Oproepinstellingen..................................................191
Oproepen doorschakelen........................................192
Oproepblokkering....................................................192
Netwerkinstellingen................................................193
Verbindingsinstellingen.............................................194
Gegevensverbindingen en toegangspunten.........194
Toegangspunten......................................................194
Een nieuw toegangspunt maken.........................194
Groepen met toegangspunten maken................195
Toegangspunten voor packet-gegevens............196
WLAN-internettoegangspunten...........................197
Instellingen voor packet-gegevens........................198
WLAN-instellingen....................................................199
SIP-instellingen........................................................199
Configuraties............................................................199
Naamcontrole toegangspunt..................................199
Instellingen voor toepassingen.................................200
Problemen oplossen................................201
Toebehoren..............................................205
Inhoudsopgave
Informatie over de batterij en de
lader.........................................................206
Informatie over de batterij en de lader....................206
Controleren van de echtheid van Nokia-
batterijen.....................................................................207
De echtheid van het hologram controleren..........208
Wat als de batterij niet origineel is?......................208
Behandeling en onderhoud.....................209
Verwijdering................................................................210
Aanvullende veiligheidsinformatie.........211
Kleine kinderen...........................................................211
Gebruiksomgeving......................................................211
Medische apparatuur..................................................211
Geïmplanteerde medische apparatuur..................212
Gehoorapparaten.....................................................212
Voertuigen...................................................................212
Explosiegevaarlijke omgevingen..............................213
Alarmnummer kiezen.................................................213
INFORMATIE OVER CERTIFICATIE (SAR)........................214
Index........................................................216
Inhoudsopgave
Veiligheid
Lees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet opvolgen
van de richtlijnen kan gevaarlijk of onwettig zijn.
Lees de volledige gebruikershandleiding voor meer
informatie.
SCHAKEL HET APPARAAT ALLEEN IN ALS HET
VEILIG IS
Schakel het apparaat niet in als het gebruik
van mobiele telefoon verboden is of als dit
storing of gevaar zou kunnen opleveren.
STORING
Alle draadloze apparaten kunnen gevoelig
zijn voor storing. Dit kan de werking van het
apparaat negatief beïnvloeden.
SCHAKEL HET APPARAAT UIT IN GEBIEDEN
WAARBINNEN EEN GEBRUIKSVERBOD
GELDT
Houd u aan alle mogelijke beperkende
maatregelen. Schakel het apparaat uit in
vliegtuigen en in de nabijheid van medische
apparatuur, brandstof, chemicaliën of
gebieden waar explosieven worden
gebruikt.
VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANG
Houdt u aan de lokale wetgeving. Houd
tijdens het rijden uw handen vrij om uw
voertuig te besturen. De verkeersveiligheid
dient uw eerste prioriteit te hebben terwijl
u rijdt.
DESKUNDIG ONDERHOUD
Dit product mag alleen door deskundigen
worden geïnstalleerd of gerepareerd.
TOEBEHOREN EN BATTERIJEN
Gebruik alleen goedgekeurde toebehoren
en batterijen. Sluit geen incompatibele
producten aan.
WATERBESTENDIGHEID
Het apparaat is niet waterbestendig. Houd
het apparaat droog.
Over dit apparaat
Het draadloze apparaat dat in deze handleiding wordt
beschreven, is goedgekeurd voor gebruik in het (E)GSM
850-, 900-, 1800-,1900- en UMTS 900-, 1900-, 2100-
11
Veiligheid
netwerken . Neem contact op met uw serviceprovider
voor meer informatie over netwerken.
Houd u bij het gebruik van de functies van dit apparaat
aan alle regelgeving en eerbiedig lokale gebruiken,
privacy en legitieme rechten van anderen, waaronder
auteursrechten.
Auteursrechten kunnen verhinderen dat bepaalde
afbeeldingen, muziek en andere inhoud worden
gekopieerd, gewijzigd of overgedragen.
Dit apparaat ondersteunt verschillende
verbindingsmethoden. Net als computers kan uw
apparaat worden blootgesteld aan virussen en andere
schadelijke inhoud. Wees voorzichtig met berichten,
verbindingsverzoeken, browsen en downloaden.
Installeer en gebruik alleen diensten en andere
software van betrouwbare bronnen die adequate
beveiliging en bescherming tegen schadelijke
software bieden, zoals toepassingen die Symbian
Signed zijn of de Java Verified™-test hebben doorstaan.
Overweeg de installatie van antivirus- en andere
beveiligingssoftware op het apparaat en eventuele
aangesloten computers.
Uw apparaat beschikt mogelijk over vooraf
geïnstalleerde bladwijzers en koppelingen naar
websites van derden. U kunt met het apparaat ook
andere sites van derden bezoeken. Sites van derden
zijn niet verbonden met Nokia en Nokia onderschrijft
deze niet en neemt er geen aansprakelijkheid voor. Als
u dergelijke sites wilt bezoeken, moet u
voorzorgsmaatregelen treffen op het gebied van
beveiliging of inhoud.
Waarschuwing: Als u andere functies van dit
apparaat wilt gebruiken dan de alarmklok, moet het
apparaat zijn ingeschakeld. Schakel het apparaat niet
in wanneer het gebruik van draadloze apparatuur
storingen of gevaar kan veroorzaken.
De kantoortoepassingen ondersteunen gebruikelijke
functies van Microsoft Word, PowerPoint en Excel
(Microsoft Office 2000, XP en 2003). Niet alle
bestandsindelingen kunnen worden bekeken of
gewijzigd.
Vergeet niet een back-up of een gedrukte kopie te
maken van alle belangrijke gegevens die in uw
apparaat zijn opgeslagen.
Wanneer u het apparaat op een ander apparaat
aansluit, dient u eerst de handleiding van het
desbetreffende apparaat te raadplegen voor
uitgebreide veiligheidsinstructies. Sluit geen
incompatibele producten aan.
De afbeeldingen in deze documentatie kunnen
verschillen van de afbeeldingen op het scherm van het
apparaat.
12
Veiligheid
Netwerkdiensten
Om de telefoon te kunnen gebruiken, moet u zijn
aangemeld bij een aanbieder van een draadloze
verbindingsdienst. Veel van de functies vereisen
speciale netwerkfuncties. Deze functies zijn niet op alle
netwerken beschikbaar. Er zijn ook netwerken waar u
specifieke regelingen met uw serviceprovider moet
treffen voordat u gebruik kunt maken van de
netwerkdiensten. Uw serviceprovider kan u instructies
geven en uitleggen hoeveel het kost. Bij sommige
netwerken gelden beperkingen die het gebruik van
netwerkdiensten negatief kunnen beïnvloeden. Zo
bieden sommige netwerken geen ondersteuning voor
bepaalde taalafhankelijke tekens en diensten.
Het kan zijn dat uw serviceprovider verzocht heeft om
bepaalde functies uit te schakelen of niet te activeren
in uw apparaat. In dat geval worden deze functies niet
in het menu van uw apparaat weergegeven. Uw
apparaat kan ook beschikken over een speciale
configuratie, zoals veranderingen in menunamen,
menuvolgorde en pictogrammen. Neem voor meer
informatie contact op met uw serviceprovider.
Dit apparaat ondersteunt WAP 2.0-protocollen (HTTP
en SSL) die werken met TCP/IP-protocollen. Voor
sommige functie van dit apparaat, zoalsMMS, browsen
op internet en e-mail, is netwerkondersteuning voor
deze technologieën vereist.
13
Veiligheid
Aan de slag
Toetsen en onderdelen
(voorzijde en bovenzijde)
1 — Luidspreker
2 — Selectietoetsen
3 Beltoets
4 Menutoets
5 Numerieke toetsen
6 Microfoon
7 — Navi-wiel; hierna de bladertoets genoemd
8 — Wistoets C
9 — Beëindigingstoets
10 — Multimediatoets
11 — Lichtsensor
12 — Tweede camera
1 — Aan/uit-toets
2 — Nokia AV-aansluiting voor compatibele
headsets, hoofdtelefoons en TV-out-aansluitingen
3 — Micro-USB-aansluiting voor de lader en voor
aansluiting op een compatibele pc
14
Aan de slag
Toetsen en onderdelen
(achterkant en zijkanten)
1 en 9 — Stereoluidspreker met 3D-geluidseffect
2 — Volume-/zoomtoets
3 — Schakelaar voor het vergrendelen en
ontgrendelen van de toetsen
4 — 2-fase opnametoets voor automatische focus,
foto's maken en video's opnemen
5 — Hoofdcamera voor het maken van foto's en
video's met een hoge resolutie
6 — Flits- en videolicht
7 — Opening voor een polsband
8 — Geheugenkaartsleuf voor een compatibele
microSD-kaart
Snelschuiftoetsen
Met snelschuiftoetsen kunt u meerdere taken
tegelijkertijd uitvoeren. Als u bijvoorbeeld
afbeeldingen bekijkt met de muziekspeler op de
achtergrond en u wilt naar het volgende of vorige
nummer, drukt u op de toets Afspelen/pauze om de
toetsen voor het vooruit- en terugspoelen
beschikbaar te maken.
1 — Vooruitspoelen
2 — Afspelen/pauze
3 — Stoppen
4 — Terugspoelen
5 en 8 — Zoomtoetsen (beschikbaar wanneer ze zijn
verlicht)
15
Aan de slag
6 en 7 — Speltoetsen (beschikbaar in de modus
Liggend)
De SIM-kaart en de batterij
plaatsen
Schakel het apparaat altijd uit en ontkoppel de lader
voordat u de batterij verwijdert.
1. Houd de
achterzijde van het
apparaat naar u
toe, houd de
ontgrendelingstoets ingedrukt en til het klepje
op.
2. Plaats de SIM-kaart in
de kaarthouder. Zorg
ervoor dat de schuine
hoek op de kaart naar
rechts is gericht en
dat het
contactgebied op de
kaart naar beneden is gericht.
3. Plaats de batterij.
4. U plaatst het klepje
terug door het
vergrendelingspalletje aan de bovenkant eerst
in richting van de sleuf te duwen en het
vervolgens in te drukken tot het klepje vastklikt.
Het apparaat inschakelen
1. Houd de aan/uit-toets ingedrukt.
16
Aan de slag
2. Als u wordt gevraagd om
een PIN-code of
blokkeringscode, toetst u
deze in en drukt u op de
linkerselectietoets. De
fabrieksinstelling voor de
blokkeringscode is
12345. Als u de code
vergeet en het apparaat is
vergrendeld, heeft het
apparaat onderhoud
nodig. Hiervoor kunnen extra kosten in rekening
worden gebracht. Neem contact op met een
Nokia Care-centrum of de leverancier van het
apparaat.
De batterij opladen
Normaal opladen
1. Sluit een compatibele lader
aan op een stopcontact.
2. Sluit het snoer aan op het
apparaat. Als de batterij
helemaal leeg is, kan het even
duren voordat de indicator
aan gaat.
3. Als de batterij volledig is
opgeladen, stopt de batterij-
indicator. Koppel de lader los
van het apparaat en daarna
van het stopcontact.
Tip: Haal de stekker van de
lader uit het stopcontact wanneer de lader
niet wordt gebruikt. Een lader die op het
stopcontact is aangesloten, verbruikt stroom,
zelfs als de lader niet op het apparaat is
aangesloten.
Opladen via USB
U kunt opladen via USB als er geen stopcontact
beschikbaar is. Als u het apparaat oplaadt via USB,
kunt u ook gelijktijdig gegevens overbrengen.
1. Sluit een compatibele USB-kabel aan tussen een
compatibel USB-apparaat en uw apparaat.
17
Aan de slag
Afhankelijk van het soort apparaat dat wordt
gebruikt om op te laden, kan het even duren
voordat het opladen begint.
2. Als het apparaat wordt ingeschakeld, kunt u een
keuze maken uit de USB-opties op het scherm
van het apparaat.
Antennelocaties
Het apparaat kan interne en externe antennes
hebben. Zoals bij alle radiozendapparatuur, geldt
dat u onnodig contact met het gebied rond de
antenne moet vermijden als de antenne aan het
zenden of ontvangen is. Contact met een dergelijke
antenne kan de kwaliteit van de communicatie
nadelig beïnvloeden, ervoor zorgen dat het
apparaat meer stroom verbruikt dan anders
noodzakelijk is en de levensduur van de batterij
verkorten.
1 — Antennes voor Bluetooth en draadloos LAN, en
GPS-ontvanger
2 — FM-zendantenne
3 — Mobiele antenne
De Bluetooth,- WLAN-, GPS- en FM-zendantennes
bevinden zich in de achterste cover van het
apparaat. Als u de achterste cover vervangt, moet u
controleren of de nieuwe cover deze antennes ook
bevat, anders werken deze verbindingen niet meer.
18
Aan de slag
Verbinding maken
Uw apparaat ondersteunt de volgende
verbindingsmethoden:
2G- en 3G-netwerken
Bluetooth-connectiviteit: om bestanden over te
brengen en verbinding te maken met
compatibele uitbreidingen Zie 'Bluetooth-
connectiviteit', p. 47..
Nokia AV-aansluiting (3,5 mm): om verbinding te
maken met compatibele headsets,
hoofdtelefoons, stereosets of tv's.
USB-gegevenskabel: om verbinding te maken
met compatibele apparaten zoals printers en
pc's, en om uw apparaat op te laden. Zie
'USB', p. 51.
WLAN: om verbinding te maken met internet en
met apparaten die WLAN gebruiken Zie
'WLAN', p. 44..
GPS: om verbinding te maken met GPS-
satellieten en uw locatie te bepalenZie
'Positionering (GPS)', p. 58..
FM-zender: om in uw apparaat naar nummers te
luisteren via compatibele FM-ontvangers zoals
autoradio's of stereosetsZie 'Een nummer
afspelen met de FM-zender', p. 80..
19
Verbinding maken
Help zoeken
Instructies op het apparaat -
Help
Het apparaat bevat instructies die u helpen bij het
gebruik.
Selecteer Opties > Help als u vanuit een geopende
toepassing de Help voor de huidige weergave wilt
openen. Als u Help vanuit het hoofdmenu wilt
openen, selecteert u Instrumenten >
Hulpprogr. > Help en selecteert u de betreffende
toepassing.
Aan het einde van de Help-tekst vindt u koppelingen
naar verwante onderwerpen. U kunt de grootte van
de tekst wijzigen om de instructies leesbaarder te
maken. Als u op een onderstreept woord klikt,
wordt een korte uitleg weergegeven. In Help
worden de volgende symbolen gebruikt: toont
een koppeling naar een verwant Help-onderwerp.
toont een koppeling naar de toepassing die
wordt besproken. Tijdens het lezen van de
instructies kunt u teruggaan naar de toepassing die
op de achtergrond is geopend door ingedrukt
te houden of door op de koppeling van de
toepassing te klikken ( ).
Tip: Als u Help in het hoofdmenu wilt
plaatsen, selecteert u Instrumenten >
Hulpprogr., markeert u Help en selecteert u
Opties > Verplaatsen naar map en het
hoofdmenu.
Aan de slag
Zie de handleiding Aan de slag voor informatie over
toetsen en onderdelen, instructies voor het
instellen van het apparaat en andere essentiële
informatie.
Nokia-ondersteuning en
contactgegevens
Ga naar www.nseries.com/support of de lokale
Nokia-website voor de meest recente
handleidingen, aanvullende informatie, downloads
en diensten voor uw Nokia-product.
Zoek in de lijst met lokale contactcentrums van
Nokia Care op www.nokia.com/customerservice
wanneer u contact wilt opnemen met de
klantenservice.
20
Help zoeken
Raadpleeg voor onderhoud het dichtstbijzijnde
Nokia Care-centrum op www.nokia.com/repair.
Aanvullende toepassingen
Dankzij tal van toepassingen van Nokia en andere
softwareontwikkelaars kunt u optimaal gebruik
maken van alle mogelijkheden van het apparaat.
Deze toepassingen worden nader toegelicht in de
handleidingen die beschikbaar zijn op de pagina's
voor productondersteuning op www.nseries.com/
support of uw lokale Nokia-website.
Software-updates
Nokia kan software-updates uitbrengen die nieuwe
en verbeterde functies plus een verbeterde werking
bieden. U kunt deze updates aanvragen met de pc-
toepassing Nokia Software Updater. Er zijn mogelijk
niet voor alle producten of varianten software-
updates beschikbaar. Mogelijk ondersteunen niet
alle operators de nieuwste softwareversies die
beschikbaar zijn.
Als u de software op het apparaat wilt bijwerken,
hebt u de toepassing Nokia Software Updater nodig
en een compatibele pc met Microsoft Windows
2000, XP of Vista, breedband internettoegang en
een compatibele datakabel voor de verbinding
tussen het apparaat en de pc.
Waarschuwing: Tijdens het installeren van
een software-update kunt u het apparaat niet
gebruiken, zelfs niet om een alarmnummer te
bellen, totdat de installatie is voltooid en het
apparaat opnieuw is ingeschakeld. Zorg ervoor dat
u een back-up maakt van de gegevens voordat u de
installatie van een update aanvaardt.
De grootte van een software-update is ongeveer 5
- 10 MB als u het apparaat gebruikt en 100 MB als u
een pc gebruikt.
Het downloaden en installeren duurt maximaal 20
minuten met Apparaatbeheer en maximaal 30
minuten met Nokia Software Updater.
Als u meer informatie wilt of als u de toepassing
Nokia Software Updater wilt downloaden, gaat u
naar www.nokia.com/softwareupdate of de lokale
Nokia-website.
Als uw netwerk het draadloos bijwerken van
software ondersteunt, kunt u mogelijk ook updates
via het apparaat aanvragen.
Het apparaat controleert mogelijk periodiek of er
nieuwe software-updates beschikbaar zijn met
Nokia Software Checker. Druk op en selecteer
Instrumenten > SW-controle.
Tip: Voer in de stand by modus *#0000# in
als u wilt weten welke softwareversie er op
het apparaat is geïnstalleerd.
21
Help zoeken
Toepassingsupdate
Druk op en selecteer Toepass. >
Toep.update.
Met Toepassingsupdate kunt u controleren of er
updates voor toepassingen beschikbaar zijn en
deze naar het apparaat downloaden.
Nadat u de apparaatsoftware hebt bijgewerkt met
Toepassingsupdate, zijn de instructies in de
gebruikershandleiding of de Help mogelijk niet
meer up-to-date.
Selecteer Opties > Update starten om de
beschikbare updates te downloaden.
Als u de selectie van updates wilt opheffen, gaat u
naar de desbetreffende updates en drukt u op de
bladertoets.
Selecteer Opties > Details bekijken om
informatie over een update weer te geven.
Selecteer Opties > Instellingen om de
instellingen te wijzigen.
Instellingen
In het apparaat zijn de instellingen voor MMS, GPRS,
streaming en mobiel internet gewoonlijk al
automatisch geconfigureerd, op basis van de
gegevens van uw netwerkprovider. Mogelijk zijn er
al instellingen van uw serviceprovider in het
apparaat geconfigureerd. Het is ook mogelijk dat u
deze instellingen van uw serviceprovider krijgt in
een speciaal bericht of dat u om deze instellingen
moet vragen.
U kunt de algemene instellingen in het apparaat
wijzigen, zoals de instellingen voor de taal, de
stand-by modus, het scherm en de
toetsenblokvergrendeling. Zie
'Instellingen', p. 184.
Toegangscodes
Neem contact op met uw serviceprovider als u een
van de toegangscodes bent vergeten.
PIN-code (Personal Identification
Number) — Deze code beschermt uw SIM-kaart
tegen ongeoorloofd gebruik. De PIN-code (4 tot
8 cijfers) wordt gewoonlijk bij de SIM-kaart
geleverd. Als u de PIN-code driemaal achter
elkaar foutief invoert, wordt de code
geblokkeerd. U hebt de PUK-code nodig om deze
blokkering op te heffen.
UPIN-code — Deze code wordt mogelijk geleverd
bij de USIM-kaart. De USIM-kaart is een
uitgebreide versie van de SIM-kaart die wordt
ondersteund door mobiele UMTS-telefoons.
PIN2-code — Deze code (vier tot acht cijfers)
wordt bij sommige SIM-kaarten geleverd en
22
Help zoeken
verschaft u toegang tot bepaalde functies op het
apparaat.
Blokkeringscode (ook wel beveiligingscode
genoemd) — De blokkeringscode helpt u om uw
apparaat tegen ongeautoriseerd gebruik te
beveiligen. U kunt de code maken en wijzigen en
het apparaat zodanig instellen dat om de code
wordt gevraagd. Houd de nieuwe code geheim
en bewaar deze op een veilige plaats (niet bij het
apparaat). Als u de code vergeet en uw apparaat
is geblokkeerd, is onderhoud aan het apparaat
vereist. Hiervoor kunnen extra kosten in
rekening worden gebracht. Neem voor meer
informatie contact op met een Nokia Care-
centrum of de leverancier van het apparaat.
PUK- (Personal Unblocking Key) en PUK2-
code — Deze codes (acht cijfers) zijn vereist om
respectievelijk een geblokkeerde PIN- of PIN2-
code te wijzigen. Neem contact op met de
operator van uw SIM-kaart als de codes niet bij
de SIM-kaart zijn geleverd.
UPUK-code — Deze code (acht cijfers) is vereist
voor het wijzigen van een geblokkeerde UPIN-
code. Neem contact op met de operator van uw
USIM-kaart als deze code niet bij de USIM-kaart is
geleverd.
Levensduur van de batterij
verlengen
Veel functies van het apparaat vergen extra
batterijcapaciteit en verkorten de levensduur van
de batterij. Houd rekening met het volgende als u
de batterij wilt sparen:
Als functies Bluetooth-technologie gebruiken of
als dergelijke functies op de achtergrond worden
uitgevoerd terwijl u andere functies gebruikt,
vergt dit extra batterijcapaciteit. Schakel
Bluetooth-technologie uit wanneer u deze niet
nodig hebt.
Als functies WLAN gebruiken of als dergelijke
functies op de achtergrond worden uitgevoerd
terwijl u andere functies gebruikt, vergt dit extra
batterijcapaciteit. WLAN op het Nokia-apparaat
wordt uitgeschakeld wanneer u niet probeert
om verbinding te maken, geen verbinding hebt
met een toegangspunt of niet aan het zoeken
bent naar beschikbare netwerken. Als u de
batterij wilt sparen, kunt u aangeven dat er niet
of minder vaak moet worden gezocht naar
beschikbare netwerken op de achtergrond.Zie
'WLAN', p. 44. Wanneer Zoeken naar
netwerken is ingesteld op Nooit, wordt het
pictogram voor de beschikbaarheid van een
WLAN niet weergegeven in de stand-by modus.
U kunt echter nog steeds handmatig zoeken naar
23
Help zoeken
beschikbare WLAN's en hiermee normaal
verbinding maken.
Als u Packet-ggvnsverb. hebt ingesteld op
Autom. bij signaal in de
verbindingsinstellingen en er geen dekking voor
een gegevensverbinding (GPRS) is, probeert het
apparaat van tijd tot tijd een
gegevensverbinding tot stand te brengen.
Selecteer Packet-ggvnsverb. > Wanneer
nodig om de bedrijfsduur van het apparaat te
verlengen.
Met de toepassing Kaarten worden nieuwe
kaartgegevens gedownload als u naar nieuwe
gedeelten van de kaart bladert. Dit vergt extra
batterijcapaciteit. U kunt voorkomen dat nieuwe
kaarten automatisch worden gedownload. Zie
'Kaarten', p. 64.
Als de signaalsterkte van het mobiele netwerk
erg varieert in uw gebied, moet het apparaat
herhaaldelijk zoeken naar het beschikbare
netwerk. Dit vergt extra batterijcapaciteit.
Als de netwerkmodus is ingesteld op Dual mode
in de netwerkinstellingen, zoekt het apparaat
naar het UMTS-netwerk. Druk op en selecteer
Instrumenten > Instell. > Telefoon >
Netwerk > Netwerkmodus > GSM als u alleen
het GSM-netwerk wilt gebruiken.
De achtergrondverlichting van het scherm vergt
extra batterijcapaciteit. Bij de weergave-
instellingen kunt u de time-out wijzigen, waarna
de achtergrondverlichting wordt uitgeschakeld
en de lichtsensor aanpassen waarmee de
hoeveelheid licht wordt gecontroleerd en de
helderheid van het scherm wordt aangepast.
Druk op en selecteer Instrumenten >
Instell. > Algemeen > Persoonlijk >
Weergave en Time-out verlichting of
Helderheid.
Als toepassingen op de achtergrond worden
uitgevoerd, vergt dit extra batterijcapaciteit. Als
u alle toepassingen wilt sluiten die u niet
gebruikt, houdt u ingedrukt en bladert u naar
de toepassing in de lijst. Vervolgens drukt u op
C .
Muziekspeler wordt niet afgesloten als u op C
drukt. Selecteer Muziekspeler in de lijst en
selecteer Opties > Afsluiten om de toepassing
af te sluiten.
Druk op de aan/uit-toets en selecteer
Energiespaarst. inschkln om de
energiespaarstand in te schakelen. Druk op de
aan/uit-toets en selecteer Energiespaarst.
uitschkln om de energiespaarstand uit te
schakelen. U kunt de instellingen van bepaalde
toepassingen mogelijk niet wijzigen wanneer de
energiespaarstand is ingeschakeld.
24
Help zoeken
Geheugen vrijmaken
Als u wilt zien hoeveel geheugen door de
verschillende gegevenstypen worden gebruikt,
drukt u op en selecteert u Instrumenten >
Best.beh.. Selecteer het gewenste geheugen en
selecteer Opties > Details > Geheugen.
Gebruik Bestandsbeheer of ga naar de
desbetreffende toepassing voor het verwijderen
van gegevens die u niet langer meer nodig hebt. U
kunt de volgende elementen verwijderen:
E-mails in de mappen in Berichten en e-mails die
uit de mailbox zijn opgehaald
Opgeslagen webpagina's
Contactgegevens
Agendanotities
Toepassingen in Toepassingsbeheer die u niet
nodig hebt
Installatiebestanden (.SIS of .SISX) van
toepassingen die u hebt geïnstalleerd. Breng de
installatiebestanden over naar een compatibele
pc.
Afbeeldingen en videoclips in Foto's. Maak een
back-up van de bestanden op een compatibele
pc met behulp van Nokia Nseries PC Suite.
25
Help zoeken
Het apparaat
Welkom
Wanneer u het apparaat voor het eerst inschakelt,
wordt de welkomsttoepassing weergegeven.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Inst.wizard Hiermee configureert u diverse
instellingen, zoals e-mail. Raadpleeg de
handleidingen op de
productondersteuningspagina's van Nokia of op
uw lokale Nokia-website voor meer informatie
over de instellingswizard.
Overdracht — Hiermee brengt u inhoud, zoals
contacten en agenda-items, over vanaf een
compatibel Nokia-apparaat. Zie 'Inhoud
overbrengen', p. 26.
De welkomsttoepassing kan ook een demonstratie
van uw apparaat bevatten.
Als u de welkomsttoepassing later wilt openen,
drukt u op en selecteert u Instrumenten >
Hulpprogr. > Welkom. U kunt ook de
afzonderlijke toepassingen openen via de
betreffende menuopties.
Nokia-overdracht
Inhoud overbrengen
Met de toepassing Overdracht kunt u inhoud, zoals
telefoonnummers, adressen, agenda-items en
afbeeldingen, van uw vorige Nokia-telefoon naar
uw Nokia N85 kopiëren met behulp van een
Bluetooth-verbinding.
Welk type inhoud kan worden overgedragen, hangt
af van het model van het apparaat waaruit u de
inhoud wilt overbrengen. Als het apparaat
synchronisatie ondersteunt, kunt u de gegevens
tussen de apparaten ook synchroniseren. Op uw
Nokia N85 wordt een bericht weergegeven als het
andere apparaat niet compatibel is.
Als het andere apparaat alleen met een SIM-kaart
kan worden ingeschakeld, kunt u uw SIM-kaart
plaatsen. Wanneer uw Nokia N85 wordt
ingeschakeld zonder SIM-kaart, wordt automatisch
het profiel Offline geactiveerd en is
gegevensoverdracht mogelijk.
De eerste keer inhoud overbrengen
1. Selecteer Overdracht in de
welkomsttoepassing of druk op en selecteer
26
Het apparaat
Instrumenten > Hulpprogr. > Overdracht
wanneer u voor het eerst gegevens van het
andere apparaat wilt ophalen naar uw Nokia
N85.
2. Selecteer het verbindingstype dat u wilt
gebruiken om de gegevens over te brengen.
Beide apparaten moeten het geselecteerde
verbindingstype ondersteunen.
3. Sluit de twee apparaten aan als u Bluetooth
selecteert. Selecteer Doorgaan als u met uw
apparaat wilt zoeken naar andere apparaten
met Bluetooth. Selecteer het apparaat waaruit u
inhoud wilt overbrengen. U wordt gevraagd een
code in te voeren op uw Nokia N85. Voer een
code in (1-16 cijfers) en selecteer OK. Voer
dezelfde code ook in op het andere apparaat en
selecteer OK. De apparaten zijn nu gekoppeld.
Zie 'Apparaten koppelen', p. 49.
Sommige oudere Nokia-apparaten hebben nog
geen toepassing Overdracht. In dat geval wordt
de toepassing Overdracht als bericht naar het
andere apparaat verzonden. Open het bericht
om de toepassing Overdracht te installeren op
het andere apparaat en volg de instructies op
het scherm.
4. Selecteer vanaf uw Nokia N85 de inhoud die u
vanaf het andere apparaat wilt overbrengen.
Wanneer de overdracht is gestart, kunt u deze
annuleren en later verder gaan.
De inhoud wordt overgedragen vanuit het
geheugen van het andere apparaat naar de
overeenkomstige locatie op uw Nokia N85. De tijd
die nodig is voor de overdracht, is afhankelijk van
de hoeveelheid gegevens.
Inhoud synchroniseren, ophalen
of verzenden
Selecteer na de eerste bestandsoverdracht een van
de volgende opties om een nieuwe overdracht te
starten, afhankelijk van het model van het andere
apparaat:
om de inhoud tussen uw Nokia N85 en het
andere apparaat te synchroniseren, als het andere
apparaat synchronisatie ondersteunt. De
synchronisatie verloopt in twee richtingen. Als een
item op het ene apparaat is verwijderd, wordt het
ook op het andere verwijderd. U kunt verwijderde
items niet terugzetten via een synchronisatie.
om inhoud van het andere apparaat naar uw
Nokia N85 op te halen. Bij het ophalen wordt inhoud
van het andere apparaat naar uw Nokia N85
gedownload. Mogelijk wordt aan u gevraagd of u
de oorspronkelijke inhoud op het andere apparaat
wilt behouden of verwijderen, afhankelijk van het
model van het apparaat.
om inhoud van uw Nokia N85 naar het andere
apparaat te verzenden.
27
Het apparaat
Als een item niet kan worden verzonden met
Overdracht, afhankelijk van het type van het
andere apparaat, kunt u het item toevoegen aan
Nokia-map (C:\Nokia of E:\Nokia) in uw Nokia
N85. Wanneer u de map selecteert waarnaar de
items moeten worden overgebracht, worden de
items in de bijbehorende map in het andere
apparaat gesynchroniseerd, en omgekeerd.
Een overdracht herhalen met een
snelkoppeling
Na een gegevensoverdracht kunt u een
snelkoppeling met de instellingen voor de
overdracht in de hoofdweergave opslaan om
dezelfde overdracht later te herhalen.
Blader naar een snelkoppeling en selecteer
Opties > Snelkoppellingsinstllngn om de
snelkoppeling te bewerken. U kunt de
snelkoppeling bijvoorbeeld een naam geven of
deze naam wijzigen.
Na elke overdracht wordt een
overdrachtslogbestand weergegeven. Blader naar
een snelkoppeling in de hoofdweergave en
selecteer Opties > Log bekijken om het
logbestand van de laatste overdracht te bekijken.
Omgaan met overdrachtsconflicten
Wanneer een item dat moet worden overgebracht
op beide apparaten is bewerkt, probeert het
apparaat de wijzigingen automatisch samen te
voegen. Wanneer dit niet mogelijk is, is er sprake
van een overdrachtsconflict. Selecteer 1 voor 1
controleren, Prioriteit deze telefoon of Priorit.
andere telefoon om het conflict op te lossen.
Selecteer Opties > Help voor verdere instructies.
Schermsymbolen
Het apparaat wordt gebruikt in een GSM-netwerk
(netwerkdienst).
Het apparaat wordt gebruikt in een UMTS-
netwerk (netwerkdienst).
Er staan een of meer ongelezen berichten in
de map Inbox in Berichten.
U hebt nieuwe e-mail ontvangen in de externe
mailbox.
De map Outbox bevat berichten die nog niet
zijn verzonden.
U hebt oproepen gemist.
Het beltoontype is Stil en de signaaltonen voor
berichten en voor e-mail zijn uitgeschakeld.
Een geprogrammeerd profiel is actief.
De toetsen van het apparaat zijn vergrendeld.
Er is een alarmsignaal actief.
De tweede telefoonlijn wordt gebruikt
(netwerkdienst).
28
Het apparaat
Alle oproepen naar het apparaat worden
omgeleid naar een ander nummer (netwerkdienst).
Als u twee telefoonlijnen hebt, geeft een nummer
de actieve lijn aan.
De telefoon is aangesloten op een netwerk via
WLAN of UMTS (netwerkdienst) en is gereed voor
een internetoproep.
Er bevindt zich een compatibele microSD-kaart
in het apparaat.
Er is een compatibele hoofdtelefoon
aangesloten op het apparaat.
FM-zender is actief, maar zendt momenteel niet
uit. FM-zender is actief en zendt momenteel uit.
Er is een compatibele TV Out-kabel aangesloten
op het apparaat.
Er is een compatibele teksttelefoon
aangesloten op het apparaat.
Er is een gegevensoproep actief (netwerkdienst).
Er is een GPRS-packet-gegevensverbinding actief
(netwerkdienst). geeft aan dat de verbinding in
de wachtstand staat en dat een verbinding
beschikbaar is.
Er is een packet-gegevensverbinding actief in een
gedeelte van het netwerk dat EGPRS ondersteunt
(netwerkdienst). geeft aan dat de verbinding in
de wachtstand staat en dat een verbinding
beschikbaar is. De symbolen geven aan dat EGPRS
beschikbaar is in het netwerk, maar mogelijk maakt
het apparaat geen gebruik van EGPRS tijdens de
gegevensoverdracht.
Er is een UMTS-packet-gegevensverbinding actief
(netwerkdienst). geeft aan dat de verbinding in
de wachtstand staat en dat een verbinding
beschikbaar is.
HSDPA (High-Speed Downlink Packet Access)
wordt ondersteund en is actief (netwerkdienst).
geeft aan dat de verbinding in de wachtstand staat
en dat een verbinding beschikbaar is. Zie 'Snel
downloaden', p. 35.
U hebt de scanfunctie voor WLAN's ingeschakeld
en er is een WLAN beschikbaar (netwerkdienst). Zie
'WLAN', p. 44.
Er is een WLAN-verbinding actief in een
netwerk met codering.
Er is een WLAN-verbinding actief in een netwerk
zonder codering.
Bluetooth-connectiviteit is ingeschakeld. Zie
'Bluetooth-connectiviteit', p. 47.
Er w orde n gegev ens ve rzon den me t behu lp van
Bluetooth-connectiviteit. Als het symbool knippert,
probeert het apparaat verbinding te maken met een
ander apparaat.
Er is een USB-verbinding actief.
Synchronisatie wordt uitgevoerd.
29
Het apparaat
Snelkoppelingen
Wanneer u zich in een menu bevindt, kunt u in
plaats van de bladertoets ook de nummertoetsen,
# en * gebruiken om de toepassingen snel te
openen. Druk in het hoofdmenu bijvoorbeeld op 2
om Berichten te openen of op # om de toepassing
of map in de bijbehorende locatie in het menu te
openen.
Als u tussen geopende toepassingen wilt schakelen,
houdt u ingedrukt. Als toepassingen op de
achtergrond worden uitgevoerd, vergt dit extra
batterijcapaciteit en neemt de gebruiksduur van de
batterij af.
Als u uw multimedia-inhoud wilt bekijken, drukt u
op de multimediatoets.
Als u een webverbinding wilt openen
(netwerkdienst) in de stand-by modus, houdt u 0
ingedrukt.
In veel toepassingen kunt u ook op de bladertoets
drukken om de meest gebruikte opties ( ) te
bekijken
Druk op de aan/uit-toets om een profiel te wijzigen
en selecteer een profiel.
Als u in de stand-by modus wilt schakelen tussen de
profielen Algemeen en Stil, houdt u # ingedrukt. Als
u twee telefoonlijnen hebt (netwerkdienst),
schakelt u met deze actie tussen de twee lijnen.
Als u uw voicemailbox wilt bellen (netwerkdienst)
in de stand-by modus, houdt u 1 ingedrukt.
Als u een lijst met laatst gekozen nummers wilt
openen in de stand-by modus, drukt u op de
beltoets.
Als u spraakberichten in de stand-by modus wilt
gebruiken, houdt u de rechterselectietoets
ingedrukt.
Als u een toepassing uit het menu wilt verwijderen,
selecteert u de toepassing en drukt u op C. Sommige
toepassingen worden mogelijk niet verwijderd.
Navi™-wiel
Hierna de bladertoets genoemd.
Gebruik het Navi-wiel om door de menu's en lijsten
te navigeren (omhoog, omlaag, naar links of naar
rechts). Druk op de bladertoets om de actie te
selecteren die boven de toets wordt weergegeven
of om de meestgebruikte opties weer te geven .
Als u het Navi-wiel wilt in- of uitschakelen, drukt u
op en selecteert u Instrumenten > Instell. >
Algemeen > Navigatiewieltje >
Navigatiewieltje.
30
Het apparaat
Als het Navi-wiel is ingeschakeld, kunt u snel door
lijsten in Foto's, Muziekspeler, Nokia Videocentrum,
Contacten en Berichten of in het multimediamenu
bladeren. De rand van de bladertoets licht op
wanneer een van deze toepassingen zich op de
voorgrond bevindt.
1. Beweeg uw vingertop rustig
rechtsom of linksom over de
rand van de bladertoets. Blijf
schuiven met uw vinger totdat
u op het scherm ziet dat het
bladeren wordt gestart.
2. Als u wilt blijven bladeren,
schuift u met uw vinger linksom
of rechtsom over de rand van de
bladertoets.
Slaapstandsymbool
De rand rond het Navi-wiel wordt
langzaam verlicht wanneer het apparaat zich in de
slaapstand bevindt. Het lampje verandert geregeld.
Het lijkt wel alsof het apparaat 'ademt'. Als u de
verlichting wilt uitzetten, drukt u op en
selecteert u Instrumenten > Instell. >
Algemeen > Navigatiewieltje > Breathing.
Multimediamenu
Via het multimediamenu hebt u toegang tot de
multimedia-inhoud die u het vaakst gebruikt. De
geselecteerde inhoud wordt in de bijbehorende
toepassing weergegeven.
1. Druk op de
multimediatoets om
het multimediamenu
te openen of te sluiten.
2. Blader naar links of
naar rechts om de
tegels te bekijken, of
draai aan de rand van
de bladertoets als de
Navi -wielinstelling is
ingeschakeld.
Het zijn de volgende
tegels:
Tv en video — Hiermee kunt u de laatst
bekeken videoclip weergeven, videoclips
bekijken die op het apparaat zijn opgeslagen
of videodiensten openen.
Muziek — Hiermee kunt u de muziekspeler
en de afspeelweergave openen, uw liedjes en
afspeellijsten doorlopen of podcasts
downloaden en beheren.
31
Het apparaat
Afbeeldingen — Hiermee kunt u de foto's
bekijken die u het laatst hebt gemaakt, een
diavoorstelling van uw foto's of videoclips
starten of mediabestanden in albums
weergeven.
Kaarten — Bekijk uw favoriete locaties in de
toepassing Kaarten.
Web — Hiermee bekijkt u uw favoriete
webkoppelingen in de browser.
Contacten — Hiermee voegt u uw eigen
contacten toe, verstuurt u berichten of belt u
iemand op. Wanneer u een nieuwe
contactpersoon aan een lege positie in de lijst
wilt toevoegen, drukt u op de bladertoets en
selecteert u een contactpersoon. Wanneer u
een bericht wilt versturen, selecteert u in het
multimediamenu een contactpersoon en
selecteert u Opties > SMS verzenden of
Multim. ber. verzenden.
3. Druk de bladertoets omhoog of omlaag wanneer
u op een tegel omhoog of omlaag wilt schuiven.
U kunt items selecteren met de bladertoets.
Selecteer Opties > Tegels ordenen als u de
volgorde van de tegels wilt wijzigen.
Druk op de multimediatoets als u vanuit een
geopende toepassing naar het multimediamenu
wilt terugkeren.
Mobiel zoeken
Druk op en selecteer Zoekopdracht.
U hebt ook direct vanuit de stand-by modus
toegang tot Mobiel zoeken als dat in de instellingen
is geactiveerd.
Gebruik Mobiel zoeken om toegang te krijgen tot
zoekmachines op internet en om te zoeken naar
lokale diensten, websites, afbeeldingen en mobiele
inhoud en hiermee verbinding te maken. U kunt ook
gegevens in het apparaat zoeken, zoals agenda-
items, e-mail en andere berichten.
Zoeken op het web (netwerkdienst)
1. Selecteer in de hoofdweergave van Zoeken de
optie Zoeken op internet.
2. Selecteer een zoekmachine.
3. Voer de tekst in waarop u wilt zoeken.
4. Druk op de bladertoets om het zoeken te starten.
Zoeken naar mijn inhoud
Voer in het zoekveld van de hoofdweergave de tekst
in om te zoeken naar inhoud op het apparaat. De
zoekresultaten worden weergegeven op het
scherm terwijl u typt.
32
Het apparaat
Hoofdtelefoon
U kunt een compatibele headset of hoofdtelefoon
bij uw apparaat gebruiken. Mogelijk moet u de
kabelmodus selecteren.
Waarschuwing:
Wanneer u de hoofdtelefoon
gebruikt, kan uw vermogen
om geluiden van buitenaf te
horen negatief worden
beïnvloed. Gebruik de
hoofdtelefoon niet wanneer
dit uw veiligheid in gevaar kan
brengen.
Sommige hoofdtelefoons
worden geleverd in twee
delen, een externe
afstandsbediening en een
hoofdtelefoon. Een externe
afstandsbediening bevat een
microfoon en toetsen om een
telefoongesprek te starten of
te beëindigen, het volume aan
te passen en muziek of
videobestanden af te spelen.
Als u de hoofdtelefoon in
combinatie met een externe
afstandsbediening wilt
gebruiken, sluit u deze aan op de Nokia AV-
aansluiting (3,5 mm) in het apparaat en sluit u
vervolgens de hoofdtelefoon aan op de
afstandsbediening.
Voor handsfree telefoongesprekken gebruikt u een
headset met een compatibele externe
afstandsbediening of de microfoon van het
apparaat.
Als u tijdens een oproep het volume wilt regelen,
gebruikt u de volumetoets op het apparaat of,
indien beschikbaar, op de headset. Sommige
headsets zijn voorzien van
multimediavolumeknoppen waarmee u alleen het
volume voor het afspelen van muziek of video's
kunt aanpassen.
U kunt ook een compatibele TV Out-kabel aansluiten
op de Nokia AV-aansluiting (3,5 mm) van uw
apparaat.
Sluit geen producten aan die een uitgangssignaal
afgeven, aangezien het apparaat dan beschadigd
kan raken. Sluit geen energiebron aan op de
netstroomconnector van Nokia.
Als u externe apparaten of hoofdtelefoons op de
netstroomconnector van Nokia aansluit die niet
door Nokia zijn goedgekeurd voor gebruik met dit
apparaat, moet u extra letten op het geluidsniveau.
33
Het apparaat
Volume- en
luidsprekerregeling
Waarschuwing: Luister naar muziek op een
gematigd geluidsvolume. Voortdurende
blootstelling aan een hoog geluidsvolume kan uw
gehoor beschadigen. Houd het apparaat niet dicht
bij uw oor wanneer de luidspreker wordt gebruikt,
aangezien het volume erg luid kan zijn.
Gebruik de volumetoets om het volumeniveau
tijdens een actieve oproep of bij het beluisteren van
een geluid te verlagen of te verhogen.
Door de ingebouwde
luidspreker kunt u vanaf
een korte afstand spreken
en luisteren zonder dat u het apparaat aan uw oor
hoeft te houden.
Druk op Luidspreker als u de luidspreker tijdens
een gesprek wilt gebruiken.
Druk op Telefoon als u de luidspreker wilt
uitschakelen.
Het profiel Offline
Druk kort op de aan/uit-toets en selecteer Offline
als u het profiel Offline wilt activeren. U kunt ook op
drukken en Instrumenten > Profielen >
Offline selecteren.
Met het profiel Offline kunt u het apparaat
gebruiken zonder dat u verbinding hebt met het
draadloze netwerk. Wanneer u het profiel Offline
activeert, wordt de verbinding met het draadloze
netwerk verbroken, zoals wordt aangegeven met
in het gebied voor de signaalsterkte. Er zijn geen
draadloze RF-signalen naar en van het apparaat
mogelijk. Berichten die u wilt verzenden worden in
de Outbox geplaatst, zodat u deze later kunt
verzenden.
Wanneer het profiel Offline actief is, kunt u het
apparaat gebruiken zonder een SIM-kaart.
Belangrijk: In het profiel Offline kunt u geen
oproepen doen of ontvangen en kunnen ook andere
functies waarvoor netwerkdekking vereist is, niet
worden gebruikt. U kunt mogelijk nog wel het
alarmnummer kiezen dat in het apparaat is
geprogrammeerd. Als u wilt bellen, moet u de
telefoonfunctie eerst activeren door een ander
profiel te kiezen. Als het apparaat is vergrendeld,
moet u de beveiligingscode invoeren.
Wanneer u het profiel Offline hebt geactiveerd, kunt
u nog steeds het WLAN gebruiken, bijvoorbeeld om
uw e-mail te lezen of over internet te surfen. Zorg
ervoor dat u voldoet aan de veiligheidseisen
wanneer u een WLAN-verbinding tot stand brengt
34
Het apparaat
en gebruikt. U kunt ook Bluetooth-connectiviteit
gebruiken zolang het profiel Offline actief is.
Druk kort op de aan/uit-toets en selecteer een ander
profiel als u het profiel Offline wilt verlaten. Via het
apparaat wordt de draadloze overdracht opnieuw
ingeschakeld (mits het signaal sterk genoeg is).
Snel downloaden
High-speed downlink packet access (HSDPA, ook wel
3.5G genoemd, aangegeven met ) is een
netwerkdienst in UMTS-netwerken en biedt een
hoge snelheid voor gegevensdownloads. Wanneer
HSDPA-ondersteuning in het apparaat is
ingeschakeld en het apparaat is verbonden met een
UMTS-netwerk dat HSDPA ondersteunt, kunt u veel
sneller gegevens downloaden via het mobiele
netwerk, zoals berichten, e-mail en webpagina's.
Een actieve HSDPA-verbinding wordt aangegeven
met . Zie 'Schermsymbolen', p. 28.
U kunt ondersteuning voor HSDPA in de
apparaatinstellingen activeren of deactiveren. Zie
'Instellingen voor packet-gegevens', p. 198.
Neem contact op met uw serviceprovider voor meer
informatie over de beschikbaarheid van en
abonnementen op services voor
gegevensverbinding.
HSDPA is alleen van invloed op de
downloadsnelheid en niet op de verzending van
gegevens naar het netwerk, zoals de verzending
van berichten en e-mail.
35
Het apparaat
Webbrowser
Met de webbrowser kunt u HTML-webpagina's
(HyperText Markup Language) op internet
weergeven zoals deze oorspronkelijk zijn
ontworpen. U kunt ook bladeren door webpagina's
die specifiek zijn ontworpen voor mobiele
apparaten en XHTML (eXtensible HyperText Markup
Language) of WML (Wireless Markup Language)
gebruiken.
Als u wilt browsen op het web, moet op uw
apparaat een internettoegangspunt zijn
geconfigureerd.
Op internet surfen
Druk op en selecteer Web.
Sneltoets: Houd in de stand-by modus 0
ingedrukt om de browser te starten.
Belangrijk: Maak alleen gebruik van
diensten die u vertrouwt en die adequate
beveiliging en bescherming bieden tegen
schadelijke software.
Belangrijk: Installeer en gebruik alleen
toepassingen en andere software van betrouwbare
bronnen, zoals toepassingen die Symbian Signed
zijn of die de Java Verified™-test hebben doorstaan.
Ga naar een webpagina door in de weergave
Bookmarks een bookmark te selecteren of het adres
in te voeren in het veld ( ) en op de bladertoets te
drukken.
Sommige webpagina's kunnen materiaal bevatten,
bijvoorbeeld afbeeldingen en geluiden, die alleen
kunnen worden bekeken als uw apparaat over veel
geheugen beschikt. Als geen geheugen meer
beschikbaar is tijdens het laden van een dergelijke
pagina, worden de afbeeldingen op de pagina niet
weergegeven.
Wanneer u webpagina's zonder afbeeldingen wilt
bekijken om geheugenruimte te sparen, selecteert
u Opties > Instellingen > Pagina > Inhoud
laden > Alleen tekst.
Selecteer Opties > Ga naar webadres als u een
nieuw te bezoeken webadres wilt invoeren.
Tip: Druk op 1 en selecteer een bookmark als
u een webpagina wilt bezoeken die als
36
Webbrowser
bookmark is opgeslagen in de weergave
Bookmarks.
Selecteer Opties > Navigatieopties > Opnieuw
laden als u de meest recente versie van de pagina
wilt ophalen vanaf de server.
Selecteer Opties > Opslaan als bookmark als u
het webadres van de huidige pagina wilt opslaan
als bookmark.
Selecteer Terug (beschikbaar als
Geschiedenislijst is ingesteld in de
browserinstellingen en de huidige pagina niet de
eerste pagina is die u bezoekt) als u snapshots wilt
weergeven van de pagina's die u tijdens de huidige
sessie hebt bezocht. Selecteer de pagina die u wilt
openen.
Selecteer Opties > Instrumenten > Pagina
opslaan als u een pagina wilt opslaan tijdens het
surfen.
U kunt pagina's opslaan om deze later te lezen als
u offline bent. U kunt pagina's ook groeperen in
mappen. Selecteer Opties > Bookmarks >
Opgeslagen pagina's om de opgeslagen pagina's
te openen.
Selecteer Opties > Dienstopties (indien
ondersteund door de webpagina) als u een sublijst
met opdrachten of acties voor de geopende pagina
wilt openen.
Selecteer Opties > Venster > Pop-ups
blokkeren of Pop-ups toestaan als u wilt
voorkomen of toestaan dat meerdere vensters
automatisch worden geopend.
Sneltoetsen tijdens het surfen over het
internet
Druk op 1 om uw bookmarks te openen.
Druk op 2 om trefwoorden te zoeken op de
huidige pagina.
Druk op 3 om terug te keren naar de vorige
pagina.
Druk op 5 om een lijst met alle open vensters
weer te geven.
Druk op 8 om het paginaoverzicht van de huidige
pagina weer te geven. Druk nogmaals op 8 als u
wilt inzoomen om het gewenste gedeelte van de
pagina te zien.
Druk op 9 om een nieuw webadres in te voeren.
Druk op 0 om naar de homepage te gaan (indien
dit is gedefinieerd in de instellingen).
Druk op * en # om in en uit te zoomen op de
pagina.
Tip: Druk tweemaal op of druk op de end-
toets als u wilt terugkeren naar de stand-by
modus terwijl de browser op de achtergrond
is geopend. Keer terug naar de browser door
37
Webbrowser
ingedrukt te houden en de browser te
selecteren.
Werkbalk in de browser
Met de werkbalk in de browser kunt u veelgebruikte
browserfuncties selecteren.
Houd de bladertoets ingedrukt op een lege plek van
een webpagina om de werkbalk te openen. Druk de
bladertoets naar links of naar rechts om over de
werkbalk te navigeren. Druk op de bladertoets om
een functie te selecteren.
In de werkbalk kunt u de volgende opties
selecteren:
Veelgebr. koppelingen — Hiermee geeft u een
lijst met vaak bezochte webadressen weer.
Paginaoverzicht — Hiermee geeft u een
overzicht weer van de huidige webpagina.
Zoeken — Hiermee kunt u trefwoorden zoeken
op de huidige pagina.
Opnieuw laden — Hiermee vernieuwt u de
pagina.
Abonn. op webfeeds (indien
beschikbaar) — Hiermee opent u een lijst met
beschikbare webfeeds op de huidige webpagina
en kunt u zich abonneren op een webfeed.
Navigeren over pagina's
De miniweergave en het paginaoverzicht helpen u
bij het navigeren over pagina's die grote
hoeveelheden informatie bevatten.
Wanneer de miniweergave is ingesteld in de
browserinstellingen en u een grote webpagina
weergeeft, wordt de miniweergave geopend met
een overzicht van de bezochte webpagina.
Stel de miniweergave in door Opties >
Instellingen > Algemeen > Miniweergave >
Aan te selecteren.
Druk de bladertoets naar rechts, naar links, omhoog
of omlaag als u over de kaart wilt schuiven. Stop met
bladeren als u de gewenste locatie hebt bereikt. De
miniweergave verdwijnt en u blijft op de
geselecteerde locatie.
Wanneer u een pagina met een grote hoeveelheid
informatie bekijkt, kunt u ook Paginaoverzicht
gebruiken om te bekijken wat voor informatie de
pagina bevat.
Druk op 8 als u het paginaoverzicht van de huidige
pagina wilt weergeven. Druk de bladertoets
omhoog, omlaag, naar links of naar rechts om de
gewenste plaats op de pagina te vinden. Druk
nogmaals op 8 als u wilt inzoomen om het
gewenste gedeelte van de pagina te zien.
38
Webbrowser
Webfeeds en blogs
Webfeeds zijn XML-bestanden op webpagina's die
worden gebruikt door de weblogcommunity en
nieuwsorganisaties om de meest recente
nieuwsberichten of tekst te delen, bijvoorbeeld
nieuwsfeeds. Blogs of weblogs zijn dagboeken op
het web. De meeste webfeeds gebruiken RSS- en
Atom-technologie. Webfeeds worden veel
toegepast op web-, blog- en wikipagina's.
De toepassing Web stelt automatisch vast of een
webpagina webfeeds bevat.
Als u zich wilt abonneren op een webfeed,
selecteert u Opties > Abonneren op webfeeds.
Selecteer in de weergave Bookmarks Webfeeds als
u wilt bekijken op welke webfeeds u bent
geabonneerd.
Werk een webfeed bij door deze te selecteren en
Opties > Vernieuwen te selecteren.
Selecteer Opties > Instellingen > Webfeeds als
u wilt opgeven hoe de webfeeds moeten worden
bijgewerkt.
Widgets
Het apparaat ondersteunt widgets. Widgets zijn
kleine, te downloaden webtoepassingen die
multimedia, nieuwsberichten en andere
informatie, zoals weerberichten, op uw apparaat
bezorgen. Geïnstalleerde widgets worden als
afzonderlijke toepassingen weergegeven in de map
Toepassingen.
U kunt widgets van het web downloaden met de
toepassing Downloaden.
Het standaardtoegangspunt voor widgets is
hetzelfde als in de webbrowser. Sommige widgets
werken informatie automatisch op uw apparaat bij
wanneer ze op de achtergrond actief zijn.
Bij het gebruik van widgets worden mogelijk grote
hoeveelheden gegevens via het netwerk van de
serviceprovider verzonden. Neem contact op met
uw serviceprovider voor meer informatie over de
kosten van gegevensoverdracht.
Inhoud zoeken
Als u op de huidige webpagina wilt zoeken naar
trefwoorden, telefoonnummers of e-mailadressen,
selecteert u Opties > Zoeken en de gewenste
optie. Druk de bladertoets omhoog om naar het
vorige item te gaan. Druk de bladertoets omlaag om
naar het volgende item te gaan.
Tip: Druk op 2 om trefwoorden te zoeken op
de pagina.
39
Webbrowser
Items downloaden en
aanschaffen
U kunt onder andere beltonen, afbeeldingen, logo's,
thema's en videoclips downloaden. Deze items
worden gratis aangeboden of u kunt ze
aanschaffen. Gedownloade items worden verder
verwerkt door de bijbehorende toepassingen in het
apparaat. Een gedownloade foto kunt u
bijvoorbeeld opslaan in Foto's.
Belangrijk: Installeer en gebruik alleen
toepassingen en andere software van betrouwbare
bronnen, zoals toepassingen die Symbian Signed
zijn of die de Java Verified-test hebben doorstaan.
Een item downloaden:
1. Selecteer de koppeling.
2. Selecteer de optie waarmee u het item
aanschaft, bijvoorbeeld Kopen.
3. Lees alle informatie nauwkeurig door.
4. Als u het downloaden wilt voortzetten of
annuleren, selecteert u de gewenste optie
(bijvoorbeeld Accepteren of Annuleren).
Wanneer het downloaden begint, wordt een lijst
met actieve en voltooide downloads van de huidige
sessie weergegeven.
Selecteer Opties > Downloads als u de lijst wilt
wijzigen. Blader naar een item in de lijst en
selecteer Opties als u een actieve download wilt
annuleren of een voltooide download wilt openen,
opslaan of wissen.
Bookmarks
De weergave Bookmarks verschijnt als u de
webtoepassing opent. U kunt webadressen
selecteren in een lijst of in een verzameling
bookmarks in de map Onlngs bezochte pgs.. U
kunt de URL van de webpagina die u wilt bezoeken
ook direct invoeren in het veld ( ).
duidt de startpagina aan die voor het
standaardtoegangspunt is gedefinieerd.
U kunt URL's opslaan als bookmarks terwijl u op
internet surft. U kunt adressen die u in een bericht
hebt ontvangen, ook opslaan als bookmarks.
Daarnaast kunt u opgeslagen bookmarks
verzenden.
Druk op 1 of selecteer Opties > Bookmarks als u
de weergave Bookmarks wilt openen terwijl u aan
het surfen bent.
Selecteer Opties > Bookmarkbeheer >
Bewerken als u de details van een bookmark wilt
bewerken, zoals de titel.
40
Webbrowser
In de weergave Bookmarks kunt u ook andere
browsermappen openen. Met de toepassing Web
kunt u tijdens het surfen webpagina's opslaan. In
de map Opgeslagen pagina's kunt u de inhoud
bekijken van de pagina's die u offline hebt
opgeslagen.
De toepassing Web houdt ook bij welke pagina's u
tijdens het surfen bezoekt. In de map Onlngs
bezochte pgs. kunt u een lijst met bezochte
webpagina's weergeven.
In Webfeeds kunt u opgeslagen koppelingen
weergeven naar webfeeds en blogs waarop u zich
hebt geabonneerd. Webfeeds worden vaak
gebruikt op webpagina's van belangrijke
nieuwsorganisaties, in persoonlijke weblogs, door
online community's die de meest recente koppen
bieden en in overzichten van artikelen. In webfeeds
wordt RSS- en Atom-technologie gebruikt.
De cache wissen
De opgevraagde gegevens of diensten worden
opgeslagen in het cachegeheugen van het
apparaat.
Een cache is een geheugenlocatie die wordt
gebruikt om gegevens tijdelijk op te slaan. Als u
toegang hebt gezocht of gehad tot vertrouwelijke
informatie waarvoor u een wachtwoord moet
opgeven, kunt u de cache van het apparaat na
gebruik beter legen. De informatie of de diensten
waartoe u toegang hebt gehad, worden namelijk in
de cache opgeslagen.
Selecteer Opties > Privacyggvns wissen >
Cache om de cache te wissen.
De verbinding verbreken
Selecteer Opties > Instrumenten > Verbind.
verbreken als u de verbinding wilt verbreken en de
browserpagina offline wilt weergeven. Selecteer
Opties > Afsluiten als u de verbinding wilt
verbreken en de browser wilt sluiten.
Druk eenmaal op de end-toets om de browser naar
de achtergrond te verplaatsen. Houd de end-toets
ingedrukt om de verbinding te verbreken.
Selecteer Opties > Privacyggvns wissen >
Cookies om de gegevens te verwijderen die de
netwerkserver verzamelt over uw bezoeken aan
verschillende webpagina's.
Beveiliging van de
verbinding
Als het beveiligingspictogram ( ) tijdens een
verbinding wordt weergegeven, is het
41
Webbrowser
gegevensverkeer tussen het apparaat en de
internetgateway of server gecodeerd.
Het veiligheidspictogram geeft niet aan dat de
gegevensoverdracht tussen de gateway en de
contentaanbieder (of de locatie waar de
aangevraagde bron is opgeslagen) veilig is. De
serviceprovider beveiligt de gegevensoverdracht
tussen de gateway en de contentaanbieder.
Voor sommige diensten, bijvoorbeeld bankieren, is
een beveiligingscertificaat vereist. Er verschijnt een
melding als de identiteit van de server niet klopt of
het juiste beveiligingscertificaat niet op het
apparaat aanwezig is. Neem voor meer informatie
contact op met uw serviceprovider.
Webinstellingen
Druk op en selecteer Web.
Selecteer Opties > Instellingen en maak een
keuze uit de volgende opties:
Algemene instellingen
Toegangspunt — Hiermee wijzigt u het
standaardtoegangspunt. Sommige of alle
toegangspunten kunnen door de serviceprovider
vooraf zijn ingesteld voor het apparaat; het is
wellicht niet mogelijk deze instellingen te
wijzigen of verwijderen of om nieuwe
instellingen toe te voegen.
Homepage — Hiermee definieert u de
homepage.
Miniweergave — Hiermee schakelt u de
miniweergave in of uit. Zie 'Navigeren over
pagina's', p. 38.
Geschiedenislijst — Als u tijdens het surfen met
Terug een lijst wilt weergeven met de pagina's
die u hebt bezocht tijdens de huidige sessie,
schakelt u Geschiedenislijst in.
Veiligheidswrschwngn — Hiermee verbergt of
toont u veiligheidswaarschuwingen.
Java/ECMA-script — Hiermee schakelt u het
gebruik van scripts in of uit.
Pagina-instellingen
Inhoud laden — Hiermee selecteert u of u
afbeeldingen en andere objecten wilt laden
tijdens het surfen. Als u Alleen tekst hebt
geselecteerd, selecteert u Opties >
Instrumenten > Afbeeldingen laden
wanneer u afbeeldingen of objecten later tijdens
het surfen wilt laden.
Schermformaat — Hiermee schakelt u tussen de
volledige schermweergave en de normale
weergave met de optielijst.
Standaardcodering — Als teksttekens niet
correct worden weergegeven, kunt u een andere
codering selecteren op basis van de taal voor de
huidige pagina.
42
Webbrowser
Pop-ups blokkeren — Hiermee staat u toe of
voorkomt u dat verschillende pop-upvensters
tijdens het surfen automatisch worden geopend.
Autom. opnieuw ladenSelecteer Aan als u
wilt dat webpagina's automatisch worden
vernieuwd tijdens het surfen.
Lettergrootte — Hiermee geeft u de
lettergrootte voor webpagina's op.
Privacy-instellingen
Onlangs bezochte pags. — Hiermee schakelt u
het automatisch verzamelen van bookmarks in
of uit. Selecteer Map verbergen als u de
adressen van de bezochte webpagina's wilt
blijven opslaan in de map Onlngs bezochte
pgs..
Formulierggvns opslaan — Selecteer Uit als u
niet wilt dat de gegevens die u op de
verschillende formulieren van de webpagina
invult, worden opgeslagen en de volgende keer
worden gebruikt wanneer u de pagina bezoekt.
Cookies — Hiermee schakelt u het ontvangen en
verzenden van cookies in of uit.
Instellingen voor webfeeds
Automatische updates — Hiermee geeft u op
of webfeeds automatisch moeten worden
bijgewerkt en zo ja, hoe vaak dit moet gebeuren.
Als u de toepassing zodanig instelt dat webfeeds
automatisch worden opgehaald, kan dit ertoe
leiden dat grote hoeveelheden gegevens via het
netwerk van de serviceprovider worden
verzonden. Neem contact op met uw
serviceprovider voor meer informatie over de
kosten van gegevensoverdracht.
Toeg.p. voor autom. aanp. — Selecteer het
gewenste toegangspunt voor bijwerken. Deze
instelling is alleen beschikbaar als
Automatische updates is ingeschakeld.
43
Webbrowser
Verbindingen
Het apparaat bevat verschillende opties voor
verbindingen met internet of met andere
compatibele apparaten of pc's.
WLAN
Het apparaat ondersteunt WLAN. Met WLAN kunt u
vanaf het apparaat verbinding maken met internet
en compatibele apparaten die mogelijkheden
bieden voor WLAN.
WLAN
Als u WLAN wilt gebruiken, moet WLAN op uw
locatie beschikbaar zijn en moet uw apparaat met
het WLAN zijn verbonden. Sommige WLAN's zijn
beveiligd. In dat geval hebt u een toegangssleutel
van uw serviceprovider nodig om verbinding te
kunnen maken.
In sommige gebieden, zoals Frankrijk, gelden
restricties op het gebruik van draadloos LAN.
Raadpleeg de lokale autoriteiten voor meer
informatie.
Als functies gebruik maken van een WLAN of als
dergelijke functies op de achtergrond mogen
worden uitgevoerd terwijl u andere functies
gebruikt, vergt dit extra batterijcapaciteit en neemt
de gebruiksduur van de batterij af.
Het apparaat ondersteunt de volgende WLAN-
functies:
IEEE 802.11b/g standaard
Frequentie van 2,4 GHz
WEP-coderingsmethoden (Wired Equivalent
Privacy) met sleutels tot 128 bit, WPA-toegang
(Wi-Fi Protected Access) en 802.1x-
coderingsmethoden. Deze functies kunnen
alleen worden gebruikt als het netwerk hiervoor
ondersteuning biedt.
WLAN-verbindingen
Als u WLAN wilt gebruiken, moet u een
internettoegangspunt voor WLAN maken. Gebruik
het toegangspunt voor toepassingen die
verbinding met internet moeten hebben. Zie
'WLAN-internettoegangspunten', p. 46.
Belangrijk: Schakel altijd één van de
beschikbare encryptiemethoden in om de
beveiliging van uw draadloze LAN-verbinding te
44
Verbindingen
vergroten. Het gebruik van encryptie verkleint het
risico van onbevoegde toegang tot uw gegevens.
Er wordt een WLAN-verbinding tot stand gebracht
als u een gegevensverbinding maakt met een
internettoegangspunt voor een WLAN. De actieve
WLAN-verbinding wordt verbroken als u de
gegevensverbinding verbreekt.
U kunt een WLAN gebruiken tijdens een gesprek of
wanneer pakketgegevens actief zijn. U kunt met
maximaal één WLAN-toegangspunt tegelijkertijd
verbinding hebben, maar verschillende
toepassingen kunnen hetzelfde
internettoegangspunt gebruiken.
Als het offline profiel is ingesteld voor het apparaat,
kunt nog steeds een WLAN gebruiken (indien
beschikbaar). Zorg ervoor dat u voldoet aan de
veiligheidseisen wanneer u een WLAN-verbinding
tot stand brengt en gebruikt.
Tip: Als u het unieke MAC-adres (Media Access
Control) voor het apparaat wilt controleren,
typt u #62209526# in de stand-bymodus.
De WLAN-wizard
De WLAN-wizard helpt u om verbinding te maken
met een WLAN en uw WLAN-verbindingen te
beheren.
De WLAN-wizard toont de status van uw WLAN-
verbindingen in de actieve stand-by modus. Ga naar
de rij met de status en selecteer deze om de
beschikbare opties weer te geven.
Als er bijvoorbeeld WLAN's zijn gedetecteerd, wordt
WLAN-netw. gevonden weergegeven. Als u een
internettoegangspunt wilt maken en de
webbrowser wilt starten met behulp van dit
toegangspunt, selecteert u de status en Browsen
starten.
Als u een beveiligd WLAN selecteert, wordt u
gevraagd om de betreffende wachtwoorden in te
voeren. Als u verbinding wilt maken met een
verborgen netwerk, moet u de juiste netwerknaam
invoeren (SSID, Service Set Identifier). Als u een
nieuw internettoegangspunt wilt maken voor een
verborgen WLAN, selecteert u Nieuw WLAN.
Als u verbonden bent met een WLAN, wordt de
naam van het internettoegangspunt getoond.
Selecteer de status en selecteer Doorgaan met
browsen als u dit internettoegangspunt wilt
gebruiken voor de webbrowser. Als u de verbinding
in het WLAN wilt verbreken, selecteert u de status
en WLAN-verb. verbrkn.
Als de scanfunctie voor WLAN's is uitgeschakeld en
u geen verbinding hebt met een WLAN, wordt
WLAN-scan uit weergegeven. Als u de scanfunctie
wilt inschakelen en wilt zoeken naar beschikbare
WLAN's, selecteert u de status en drukt u op de
bladerdtoets.
45
Verbindingen
Als u wilt zoeken naar beschikbare WLAN's,
selecteert u de status en Zoeken naar WLAN. Als u
de WLAN-scanfunctie wilt uitschakelen, selecteert u
de status en WLAN-scan uit.
Druk op en selecteer Instrumenten > WLAN-
wiz. als u de WLAN-wizard in het menu wilt openen.
WLAN-internettoegangspunten
Druk op en selecteer Instrumenten > WLAN-
wiz..
Selecteer Opties en maak een keuze uit de volgende
opties:
WLAN-netwrkn filteren Hiermee filtert u de
WLAN's uit de lijst met gedetecteerde netwerken.
De geselecteerde netwerken worden uitgefilterd
als de toepassing de volgende keer naar WLAN's
zoekt.
Details — Hiermee kunt u de details van een
netwerk in de lijst weergeven. Als u een actieve
verbinding selecteert, worden de
verbindingsdetails getoond.
Toeg.punt definiëren — Hiermee maakt u een
internettoegangspunt in een WLAN.
Toegangspunt bwrkn — Hiermee bewerkt u de
details van een bestaand internettoegangspunt.
U kunt ook het verbindingsbeheer gebruiken om
internettoegangspunten te maken. Zie 'Actieve
gegevensverbindingen', p. 46.
Bedieningsmodi
Een WLAN heeft twee bedieningsmodi:
infrastructuur en adhoc.
In de infrastructuurmodus zijn twee soorten
communicatie mogelijk: draadloze apparaten zijn
met elkaar verbonden via een WLAN-toegangspunt
of draadloze apparaten zijn op een LAN aangesloten
via een WLAN-toegangspunt.
In de ad-hocmodus kunnen apparaten onderling
rechtstreeks gegevens verzenden en ontvangen.
Verbindingsbeheer
Actieve gegevensverbindingen
Druk op en selecteer Instrumenten >
Connect. > Verb.beh. > Act. gegevens-
verbindingen.
In de weergave Actieve gegevensverbindingen kunt
u de geopende gegevensverbindingen bekijken:
gegevensoproepen
packet-gegevensverbindingen
WLAN-verbindingen
Opmerking: De uiteindelijke rekening van
de serviceprovider voor oproepen en diensten kan
46
Verbindingen
variëren, afhankelijk van de netwerkfuncties,
afrondingen, belastingen, enzovoort.
Selecteer Opties > Verb. verbreken als u een
verbinding wilt verbreken. Selecteer Opties > Alle
verb. verbrek. als u alle actieve verbindingen wilt
verbreken.
Selecteer Opties > Gegevens als u de details van
een verbinding wilt bekijken.
Beschikbare WLAN-netwerken
Druk op en selecteer Instrumenten >
Connect. > Verb.beh. > Beschikb. WLAN-
netwerken.
De weergave met beschikbare WLAN's bevat een
lijst met WLAN's binnen het bereik, de bijbehorende
netwerkmodus (infrastructuur of ad hoc) en een
symbool voor de signaalsterkte. verschijnt voor
netwerken met codering en verschijnt als het
apparaat een actieve verbinding heeft in het
netwerk.
Selecteer Opties > Gegevens als u de details van
een netwerk wilt bekijken.
Selecteer Opties > Toeg.pt definiëren als u een
internettoegangspunt in een netwerk wilt maken.
Bluetooth-connectiviteit
Bluetooth-connectiviteit
Via Bluetooth kunt u een draadloze verbinding tot
stand brengen met andere compatibele apparaten,
zoals mobiele telefoons, computers, headsets en
carkits.
Via de verbinding kunt u afbeeldingen, videoclips,
muziek, geluidsfragmenten en notities verzenden,
bestanden vanaf een compatibele pc kopiëren en
afbeeldingen op een compatibele printer
afdrukken.
Omdat de draadloze Bluetooth-technologie op
radiogolven is gebaseerd, hoeven Bluetooth-
apparaten zich niet in het zicht te bevinden. De
afstand tussen de apparaten mag echter niet meer
dan 10 meter (33 feet) zijn. De verbinding kan
hierbij wel hinder ondervinden van obstakels, zoals
muren of andere elektronische apparaten.
Dit apparaat voldoet aan de Bluetooth-specificatie
2.0 die de volgende profielen ondersteunt: Generic
Audio/Video Distribution Profile, Advanced Audio
Distribution Profile, Audio/Video Remote Control
Profile, Basic Imaging Profile, Basic Printing Profile,
Dial-up Networking Profile, File Transfer Profile,
Hands-Free Profile, Headset Profile, Human
Interface Device Profile, Object Push Profile, SIM
Access Profile, Synchronization Profile, Serial Port
47
Verbindingen
Profile en Phonebook Access Profile. Gebruik door
Nokia goedgekeurde toebehoren voor dit model als
u verzekerd wilt zijn van compatibiliteit met andere
apparatuur die Bluetooth-technologie
ondersteunt. Informeer bij de fabrikanten van
andere apparatuur naar de compatibiliteit met dit
apparaat.
Als functies gebruikmaken van Bluetooth-
technologie, vergt dit extra batterijcapaciteit en
neemt de levensduur van de batterij af.
Als het apparaat is vergrendeld, kunt u Bluetooth-
connectiviteit niet gebruiken.
Instellingen
Druk op en selecteer Instrumenten >
Bluetooth.
Wanneer u de toepassing de eerste keer opent,
wordt u gevraagd een naam te definiëren voor het
apparaat. U kunt de naam later wijzigen.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Bluetooth — Stel Bluetooth-connectiviteit eerst
in op Aan en maak vervolgens verbinding als u
een draadloze verbinding met een ander
compatibel apparaat wilt maken. Selecteer Uit
als u Bluetooth-connectiviteit wilt uitschakelen.
Waarneembaarh. tel. — Selecteer
Waarneembaar als het apparaat mag worden
gedetecteerd door andere apparaten via
draadloze Bluetooth-technologie. Selecteer
Periode opgeven als u wilt instellen na hoeveel
tijd de zichtbaarheid wordt veranderd van
weergegeven in verborgen. Selecteer
Verborgen als u het apparaat wilt verbergen
voor andere apparaten.
Naam van mijn telef. — Wijzig de naam die
wordt weergegeven aan andere apparaten die
draadloze Bluetooth-technologie gebruiken.
Externe SIM-modus — Selecteer Aan als u een
ander apparaat wilt inschakelen, zoals een
compatibele carkit, om via de SIM-kaart in het
apparaat verbinding te maken met het netwerk.
Zie 'Externe SIM-modus', p. 51.
Beveiligingstips
Druk op en selecteer Instrumenten >
Bluetooth.
Als u geen gebruik maakt van Bluetooth-
connectiviteit, selecteert u Bluetooth > Uit of
Waarneembaarh. tel. > Verborgen om te
bepalen wie het apparaat kan detecteren en er
verbinding mee kan maken.
Accepteer geen verbindingsaanvragen van en
koppel het apparaat niet aan een onbekend
apparaat. Zo beschermt u het apparaat tegen
schadelijke inhoud.
48
Verbindingen
Gegevens verzenden met behulp
van Bluetooth-connectiviteit
Er kunnen verschillende Bluetooth-verbindingen
tegelijk actief zijn. Als u bijvoorbeeld verbonden
bent met een compatibele hoofdtelefoon, kunt u
tegelijkertijd ook bestanden uitwisselen met een
ander compatibel apparaat.
1. Open de toepassing waarin het item dat u wilt
verzenden, is opgeslagen. Open Foto's als u
bijvoorbeeld een afbeelding naar een ander
compatibel apparaat wilt verzenden.
2. Selecteer het item en Opties > Verzenden >
Via Bluetooth.
Apparaten met draadloze Bluetooth-
technologie die zich binnen het bereik bevinden,
worden weergegeven. Dit zijn de
apparaatpictogrammen:
computer
telefoon
audio- of videoapparaat
ander apparaat
Selecteer Stoppen als u de zoekopdracht wilt
onderbreken.
3. Selecteer het apparaat waarmee u verbinding
wilt maken.
4. Als koppeling met het andere apparaat vereist
is, hoort u een geluidssignaal en moet u een
wachtwoord opgeven. Zie 'Apparaten
koppelen', p. 49.
Wanneer de verbinding is gemaakt, verschijnt
Gegevens worden verzonden.
Tip: Het kan zijn dat bij het zoeken naar
apparaten voor sommige apparaten alleen de
unieke adressen worden weergeven
(apparaatadressen). Als u wilt weten wat het
unieke adres van uw apparaat is, geeft u de
code *#2820# op in de stand-by modus.
Apparaten koppelen
Als u een apparaat wilt koppelen aan compatibele
apparaten en de gekoppelde apparaten wilt
bekijken, schuift u naar rechts in de hoofdweergave
van Bluetooth-connectiviteit.
Stel voordat u de koppeling uitvoert uw
wachtwoord in (1 tot 16 cijfers) en spreek met de
eigenaar van het andere apparaat af hetzelfde
wachtwoord te gebruiken. Bij apparaten zonder
gebruikersinterface wordt het wachtwoord
gebruikt dat in de fabriek is ingesteld. Het
wachtwoord is voor eenmalig gebruik.
1. Selecteer Opties > Nw gekoppeld app. als u
het apparaat wilt koppelen aan een ander
49
Verbindingen
apparaat. Apparaten die zich binnen het bereik
bevinden, worden weergegeven.
2. Selecteer het apparaat en voer het wachtwoord
in. Op het andere apparaat moet hetzelfde
wachtwoord worden ingevoerd.
3. Sommige audiotoebehoren maken na koppeling
automatisch verbinding met het apparaat. Ga
anders naar het toebehoren en selecteer
Opties > Verb. met audioapparaat.
Gekoppelde apparaten zijn te herkennen aan het
symbool in de lijst met apparaten.
Als u gekoppelde apparaten wilt instellen als
geautoriseerd of niet-geautoriseerd, gaat u naar
het apparaat en maakt u een keuze uit de volgende
opties:
Geautoriseerd — Uw apparaat en het
geautoriseerde apparaat kunnen zonder uw
medeweten verbinding maken. U hoeft de
verbinding niet afzonderlijk te accepteren of
autoriseren. Gebruik deze optie voor uw eigen
apparaten, zoals uw compatibele hoofdtelefoon
of pc of voor apparaten van mensen die u
vertrouwt. geeft geautoriseerde apparaten
aan in de weergave voor gekoppelde apparaten.
Niet geautoriseerd — Verbindingsverzoeken
van dit apparaat moeten altijd afzonderlijk
worden geaccepteerd.
Ga naar het apparaat en selecteer Opties >
Verwijderen als u een koppeling wilt annuleren.
Selecteer Opties > Alle verwijderen als u alle
koppelingen wilt annuleren.
Gegevens ontvangen met behulp
van Bluetooth-connectiviteit
Wanneer u gegevens ontvangt via een Bluetooth-
verbinding, hoort u een signaal en wordt u
gevraagd of u het bericht wilt ontvangen. Als u het
bericht accepteert, wordt weergegeven en
wordt het item in de map Inbox in Berichten
geplaatst. Berichten die u via een Bluetooth-
verbinding hebt ontvangen, worden aangeduid
met .
Tip: Als het apparaat aangeeft dat het
geheugen vol is wanneer u gegevens via een
Bluetooth-verbinding probeert te ontvangen,
schakelt u over op de geheugenkaart als het
geheugen waarop de gegevens worden
opgeslagen.
Apparaten blokkeren
Druk op en selecteer Instrumenten >
Bluetooth.
Als u een apparaat wilt blokkeren zodat het geen
Bluetooth-verbinding tot stand kan brengen,
50
Verbindingen
bladert u naar rechts om Gekopp. apparaten te
openen. Selecteer het apparaat dat u wilt blokkeren
en selecteer Opties > Blokkeren.
Als u de blokkering van een apparaat wilt opheffen,
bladert u naar rechts naar Geblokkrde.
apparaten. Selecteer vervolgens een apparaat en
selecteer Opties > Verwijderen. Als u de
blokkering van alle geblokkeerde apparaten wilt
opheffen, selecteert u Opties > Alle
verwijderen.
Als u een koppelingsverzoek van een ander
apparaat wilt weigeren, wordt u gevraagd of u alle
toekomstige verbindingsverzoeken van dit
apparaat wilt blokkeren. Als u bevestigt dat u deze
verzoeken wilt blokkeren, wordt het externe
apparaat toegevoegd aan de lijst met geblokkeerde
apparaten.
Externe SIM-modus
Voordat de externe SIM-modus kan worden
geactiveerd, moeten de twee apparaten worden
gekoppeld, waarbij de koppeling op het andere
apparaat wordt gestart. Gebruik voor de koppeling
een 16-cijferig wachtwoord en geef het andere
apparaat de benodigde autorisatie.
Als u de externe SIM-modus wilt gebruiken met een
compatibele carkit, activeert u Bluetooth-
connectiviteit en schakelt u het gebruik van de
externe SIM-modus in. Activeer de externe SIM-
modus vanaf het andere apparaat.
Wanneer de externe SIM-modus is ingeschakeld op
het apparaat, wordt Externe SIM-modus
weergegeven in de stand-by modus. De verbinding
met het draadloze netwerk wordt uitgeschakeld,
zoals wordt aangegeven met in de aanduiding
voor de signaalsterkte, en u kunt geen SIM-
kaartdiensten of -functies gebruiken die een mobiel
netwerk vereisen.
Als het draadloze apparaat in de externe SIM-modus
staat, kunt u alleen via een compatibele en
aangesloten uitbreiding, zoals een carkit,
gesprekken voeren of ontvangen. U kunt in deze
modus geen nummers kiezen met uw draadloze
apparaat, behalve de alarmnummers die in het
apparaat zijn geprogrammeerd. Als u wilt bellen
met uw apparaat, moet u de externe SIM-modus
verlaten. Als het apparaat is vergrendeld, moet u de
beveiligingscode invoeren om het te ontgrendelen.
Druk op de aan/uit-toets en selecteer Externe SIM
sluiten als u de externe SIM-modus wilt afsluiten.
USB
Druk op en selecteer Instrumenten >
Connect. > USB.
51
Verbindingen
Selecteer Vragen bij verbinding > Ja als u wilt dat
instellen dat het doel van de verbinding telkens
moet worden opgegeven wanneer een compatibele
gegevenskabel wordt aangesloten.
Als Vragen bij verbinding is uitgeschakeld en u de
modus tijdens een actieve verbinding wilt wijzigen,
selecteert u USB-verbindingsmodus en maakt u
een keuze uit de volgende opties:
PC Suite — Gebruik pc-toepassingen van Nokia,
zoals Nokia Nseries PC-suite en Nokia Software
Updater.
Massaopslag — Hiermee brengt u gegevens
over tussen het apparaat en een compatibele pc.
U kunt in deze modus ook kaarten downloaden
met de pc-toepassing Nokia Map Loader.
Afbeeld. overdragen — Hiermee drukt u
afbeeldingen af op een compatibele printer.
Mediaoverdracht — Hiermee synchroniseert u
muziek met Windows Media Player.
Pc-verbindingen
U kunt het apparaat gebruiken met allerlei
compatibele toepassingen voor pc-connectiviteit
en gegevenscommunicatie. Met Nokia Nseries PC
Suite kunt u bijvoorbeeld afbeeldingen
overbrengen tussen een apparaat en een
compatibele pc.
Ga naar www.nseries.com/mac voor informatie
over Apple Macintosh-ondersteuning en het
aansluiten van uw apparaat op een Apple
Macintosh-apparaat.
52
Verbindingen
Het apparaat personaliseren
U kunt het apparaat personaliseren door de stand-
by modus, het hoofdmenu, tonen, thema's of het
lettertype te wijzigen. De meeste persoonlijke
opties, zoals het wijzigen van het lettertype, zijn
bereikbaar via de apparaatinstellingen.
Het uiterlijk van het
apparaat wijzigen
Druk op en selecteer Instrumenten >
Instell. > Algemeen > Persoonlijk >
Thema's.
U kunt thema's gebruiken om het uiterlijk van het
scherm aan te passen met bijvoorbeeld een
achtergrond en pictogrammen.
Selecteer Algemeen als u het thema wilt wijzigen
dat voor alle toepassingen in het apparaat wordt
gebruikt.
Selecteer Opties > Bekijken als u een voorbeeld
van het thema wilt bekijken voordat u het activeert.
Selecteer Opties > Instellen om het thema te
activeren. Het actieve thema wordt aangegeven
met .
Thema's die zijn opgeslagen op een compatibele
geheugenkaart (indien geplaatst), worden
aangegeven met . De thema's op de
geheugenkaart zijn niet beschikbaar als de
geheugenkaart niet in het apparaat is geplaatst. Als
u de thema's van de geheugenkaart wilt gebruiken
zonder dat de geheugenkaart in het apparaat is
geplaatst, moet u de thema's eerst in het
apparaatgeheugen opslaan.
Selecteer Menuweerg. als u de indeling van het
hoofdmenu wilt wijzigen.
Selecteer Algemeen (netwerkdienst) in Thema's
downldn als u een browserverbinding wilt openen
en meer thema's wilt downloaden. Maak alleen
gebruik van diensten die u vertrouwt en die
adequate beveiliging en bescherming bieden tegen
schadelijke software.
Als u een foto of een diavoorstelling met
veranderende afbeeldingen als achtergrond in de
stand-by modus wilt gebruiken, selecteert u
Achtergrond > Afbeelding of Diavoorstelling.
Als u de achtergrond van de 'gespreksbel' wilt
wijzigen die wordt weergegeven wanneer een
gesprek binnenkomt, selecteert u Oproepafbldng.
53
Het apparaat personaliseren
Geluidsthema's
Druk op en selecteer Instrumenten >
Instell. > Algemeen > Persoonlijk >
Thema's > Audiothema.
In Geluidsthema's kunt u een schema, bijvoorbeeld
'Ruimte' selecteren voor alle
apparaatgebeurtenissen, zoals bellen, accu bijna
leeg en mechanische gebeurtenissen. De geluiden
kunnen tonen, samengestelde spraaklabels of een
combinatie van beide zijn.
Selecteer het geluidsschema dat u wilt gebruiken in
Actief audiothema. Wanneer u een geluidsthema
activeert, veranderen alle vorige
geluidsinstellingen. Als u de standaardtonen wilt
herstellen, selecteert u het geluidsthema 'Nokia'.
U kunt de geluiden voor diverse gebeurtenissen
afzonderlijk wijzigen door een van de
geluidsgroepen te selecteren, bijvoorbeeld
Menugebeurtenissen.
Als u 3D-effecten aan het geluidsthema wilt
toevoegen, selecteert u Opties > 3-D-beltonen.
Zie '3D-tonen', p. 55.
Selecteer Opties > Taal vr Spraak instellen als u
de taal wilt wijzigen die voor het synthesizer-
spraaklabel wordt gebruikt.
Als u de tonen van afzonderlijke gebeurtenissen
hebt gewijzigd, kunt u het thema opslaan door
Opties > Thema opslaan te selecteren.
Geluiden voor gebeurtenissen instellen
Als u het geluid van een afzonderlijke gebeurtenis
wilt instellen op Stil, opent u een
gebeurtenissengroep, selecteert u de gebeurtenis
en wijzigt u deze in Stil.
Als u een samengesteld spraaklabel als het geluid
voor een gebeurtenis wilt instellen, opent u een
gebeurtenissengroep, selecteert u de gebeurtenis
en selecteert u Spraak. Voer de gewenste tekst in
en druk op OK. Spraak is niet beschikbaar als u
Naam beller uitspr. hebt ingeschakeld in
Profielen.
Tonen instellen in Profielen
Druk op en selecteer Instrumenten >
Profielen.
U kunt profielen gebruiken om beltonen,
signaaltonen voor berichten en tonen voor
verschillende gebeurtenissen, omgevingen en
groepen bellers in te stellen en aan te passen.
Als u het profiel wilt wijzigen, selecteert u een
profiel en selecteert u Opties > Activeren of drukt
54
Het apparaat personaliseren
u op de aan/uit-toets in de stand-by modus. Ga naar
het profiel dat u wilt activeren en selecteer OK.
Tip: Houd # ingedrukt als u in de stand-by
modus wilt schakelen tussen het algemene
en stille profiel.
Als u een profiel wilt aanpassen, bladert u naar het
profiel en selecteert u Opties > Aanpassen. Ga
naar de instelling die u wilt wijzigen en druk op de
bladertoets om de opties te openen. Tonen die zijn
opgeslagen op een compatibele geheugenkaart
(indien geplaatst), worden aangegeven met .
Selecteer Opties > Tijdelijk als u een profiel wilt
instellen dat gedurende een bepaalde periode
actief moet zijn. Wanneer de ingestelde tijd
vervolgens is verstreken, wordt het profiel opnieuw
ingesteld op het vorige actieve profiel. Als u een
tijdelijk profiel hebt ingesteld, wordt
weergegeven in de stand-by modus. Het profiel
Offline kan niet worden geprogrammeerd.
Selecteer in de tonenlijst Geluiden downldn
(netwerkdienst) om een lijst met bookmarks te
openen. U kunt een bookmark selecteren en
verbinding met een webpagina maken om meer
tonen te downloaden.
Selecteer Opties > Aanpassen > Naam beller
uitspr. > Aan als u wilt dat de naam van de beller
wordt uitgesproken wanneer u wordt gebeld. De
naam van de beller moet in Contacten aanwezig
zijn.
Selecteer Opties > Nieuw maken als u een nieuw
profiel wilt maken.
3D-tonen
Druk op en selecteer Instrumenten >
Hulpprogr. > 3-D-tonen.
Met 3D-tonen kunt u driedimensionale
geluidseffecten inschakelen voor beltonen. Niet alle
beltonen bieden ondersteuning voor 3D-effecten.
Als u de 3D-effecten wilt inschakelen, selecteert u
3-D-beltooneffecten > Aan. Selecteer Beltoon en
de gewenste beltoon als u deze wilt wijzigen.
Selecteer Geluidsbaan en het gewenste 3D-effect
als u een ander effect wilt toepassen op de beltoon.
Maak een keuze uit de volgende instellingen als u
het effect wilt wijzigen:
Snelheid geluidsbaan — Druk de bladertoets
naar links of rechts als u de snelheid wilt
aanpassen waarmee geluid van richting
verandert. Deze instelling is niet voor alle
beltonen beschikbaar.
Galm — Selecteer het type echo.
Doppler-effect — Selecteer Aan om de beltoon
hoger te laten klinken wanneer u zich dichter bij
het apparaat bevindt en lager wanneer u zich
55
Het apparaat personaliseren
verderaf bevindt. Wanneer u dichter bij het
apparaat komt, lijkt het alsof de beltoon hoger
wordt. Wanneer u zich van het apparaat af
beweegt, wordt de beltoon lager. Deze instelling
is niet voor alle beltonen beschikbaar.
Als u de beltoon met het 3D-effect wilt beluisteren,
selecteert u Opties > Toon afspelen. Als u 3D-
tonen inschakelt zonder een 3D-effect te selecteren,
wordt stereoverbreding toegepast op de beltoon.
Selecteer Instrumenten > Profielen > Opties >
Aanpassen > Belvolume om het volume van de
beltoon te wijzigen.
Standby-modus wijzigen
Als u de weergave van de standby-modus wilt
wijzigen, drukt u op en selecteert u
Instrumenten > Instell. > Algemeen >
Persoonlijk > Standby-modus > Standby-
thema. In de actieve standby-modus worden
snelkoppelingen naar
toepassingen en
gebeurtenissen in
toepassingen
weergegeven, zoals de
agenda en de afspeler.
Selecteer
Instrumenten >
Instell. > Algemeen >
Persoonlijk > Standby-
modus > Snelkopp. om
de pictogrammen voor de
snelkoppelingen voor selectietoetsen in de actieve
standby-modus te wijzigen. Sommige
snelkoppelingen zijn vast en kunnen niet worden
gewijzigd.
Als u de weergave wilt wijzigen van de klok die in
de standby-modus wordt weergegeven, drukt u op
en selecteert u Toepass. > Klok > Opties >
Instellingen > Type klok.
In de apparaatinstellingen kunt u ook de
achtergrondafbeelding voor de standby-modus
wijzigen of bepalen wat er in de spaarstand moet
worden weergegeven.
Tip: Als u wilt controleren of er toepassingen
op de achtergrond worden uitgevoerd, houdt
u ingedrukt. Als u alle toepassingen wilt
56
Het apparaat personaliseren
sluiten die u niet gebruikt, bladert u naar een
toepassing in de lijst en drukt u vervolgens op
C. Als toepassingen op de achtergrond
worden uitgevoerd, vergt dit extra
batterijcapaciteit.
Het hoofdmenu aanpassen
Als u de weergave van het hoofdmenu wilt wijzigen,
drukt u in het hoofdmenu op en selecteert u
Instrumenten > Instell. > Algemeen >
Persoonlijk > Thema's > Menuweerg.. U kunt
het hoofdmenu zo wijzigen dat het wordt
weergegeven als Raster, Lijst, Hoefijzer of V-
vorm.
Als u het hoofdmenu opnieuw wilt indelen, gaat u
naar het hoofdmenu en selecteert u Opties >
Verplaatsen, Verplaatsen naar map of Nieuwe
map. U kunt minder vaak gebruikte toepassingen
naar mappen verplaatsen en vaak gebruikte
toepassingen in het hoofdmenu opnemen.
57
Het apparaat personaliseren
Positionering (GPS)
Met toepassingen zoals Kaarten en GPS-gegevens
kunt u uw positie bepalen of afstanden en
coördinaten berekenen. Voor deze toepassingen is
een GPS-verbinding nodig.
Informatie over GPS
GPS (Global Positioning System) is een wereldwijd
radionavigatiesysteem dat bestaat uit 24
satellieten en hun grondstations waarmee de
werking van de satellieten in de gaten wordt
gehouden. Het apparaat heeft een interne GPS-
ontvanger.
Een GPS-terminal ontvangt zwakke radiosignalen
van satellieten en meet hoe lang de signalen
onderweg zijn van de satelliet naar de terminal. Op
basis van de gemeten 'reistijd' van de signalen kan
de GPS-ontvanger de locatie tot op enkele meters
nauwkeurig berekenen.
De coördinaten in het GPS worden uitgedrukt in
graden en decimale graden op basis van het
internationale coördinatensysteem WGS-84.
Het GPS-systeem (Global Positioning System) valt
onder het beheer van de regering van de Verenigde
Staten, die als enige verantwoordelijk is voor de
nauwkeurigheid en het onderhoud van het
systeem. De accuratesse van de locatiegegevens
kan negatief worden beïnvloed door wijzigingen
door de regering van de Verenigde Staten met
betrekking tot de GPS-satellieten en is onderhevig
aan veranderingen in het GPS-beleid van het
ministerie van defensie van de Verenigde Staten
voor civiele doeleinden en wijzigingen in het
Federal Radio Navigation Plan. De accuratesse kan
ook negatief worden beïnvloed door een
gebrekkige satellietconfiguratie. De
beschikbaarheid en kwaliteit van GPS-signalen
kunnen negatief worden beïnvloed door uw positie,
gebouwen, natuurlijke obstakels en
weersomstandigheden. U moet de GPS-ontvanger
alleen buitenshuis gebruiken voor de ontvangst van
GPS-signalen.
GPS moet niet worden gebruikt voor exacte
plaatsbepaling en u moet nooit uitsluitend op de
locatiegegevens van de GPS-ontvanger vertrouwen
voor plaatsbepaling of navigatie.
Als u verschillende positiebepalingsmethoden,
zoals Bluetooth GPS, wilt in- of uitschakelen, drukt
u op en selecteert u Instrumenten >
58
Positionering (GPS)
Instell. > Algemeen > Positiebepaling >
Methoden pos.bepaling.
A-GPS (Assisted GPS)
Uw apparaat ondersteunt ook A-GPS (Assisted GPS).
A-GPS is een netwerkdienst.
Assisted-GPS (A-GPS) wordt gebruikt voor het
verkrijgen van aanvullende gegevens via een
pakketgegevensverbinding, zodat u gemakkelijker
de coördinaten van uw huidige locatie kunt
berekenen wanneer het apparaat signalen
ontvangt van satellieten.
Wanneer u A-GPS activeert, ontvangt uw apparaat
via het mobiele netwerk nuttige satellietgegevens
van een hulpgegevensserver. Met behulp van deze
hulpgegevens kan de GPS-positie sneller worden
gedetecteerd in het apparaat.
Uw apparaat is standaard geconfigureerd voor
gebruik van de Nokia A-GPS-dienst, als er geen A-
GPS-instellingen voor een specifieke
serviceprovider voorhanden zijn. De hulpgegevens
worden alleen van de server van de Nokia A-GPS-
dienst opgehaald wanneer dat nodig is.
U moet op uw apparaat een internettoegangspunt
definiëren als u via een gegevensverbinding
hulpgegevens van de Nokia A-GPS-dienst wilt
ophalen. Druk op en selecteer Instrumenten >
Instell. > Algemeen > Positiebepaling >
Positiebepalingsserver > Toegangspunt om
een toegangspunt voor A-GPS te definiëren. Voor
deze dienst kan geen draadloos LAN-toegangspunt
worden gebruikt. Er kan alleen
internettoegangspunt voor een
gegevensverbinding worden gebruikt. U wordt
gevraagd het internettoegangspunt op te geven
wanneer u GPS voor de eerste keer gebruikt.
Het apparaat correct
vasthouden
De GPS-ontvanger bevindt zich aan de achterzijde
van het apparaat. Wanneer u de ontvanger
gebruikt, moet u ervoor zorgen dat u de antenne
niet met uw hand bedekt.
Het kan
enkele
seconden
tot enkele
minuten
duren
voordat
een GPS-
verbinding
tot stand is
gebracht.
59
Positionering (GPS)
In een voertuig duurt dit mogelijk langer.
De GPS-ontvanger kost batterijvermogen. Als u de
GPS-ontvanger gebruikt, is de batterij mogelijk
sneller leeg.
Tips voor het maken van een
GPS-verbinding
Houd rekening met het volgende als het apparaat
geen satellietsignaal kan detecteren:
Als u binnen bent, ga dan naar buiten om een
beter signaal te ontvangen.
Ga als u buiten bent naar een omgeving met
minder obstakels.
Controleer of de GPS-antenne van het apparaat
niet wordt afgedekt door uw hand. Zie 'Het
apparaat correct vasthouden', p. 59.
Slechte weersomstandigheden kunnen de
signaalsterkte beïnvloeden.
Sommige voertuigen hebben getint (athermisch)
glas, dat de satellietsignalen kan blokkeren.
De status van het satellietsignaal
controleren
Als u wilt nagaan hoeveel satellieten het apparaat
heeft gevonden en of het apparaat satellietsignalen
ontvangt, drukt u op en selecteert u
Instrumenten > Connect. > GPS-gegevens >
Positie > Opties > Satellietstatus. Of selecteer
Opties > Kaartweergave > GPS-info in de
toepassing Kaarten.
Als uw apparaat
satellieten heeft
gevonden, wordt voor elke
satelliet een balk
weergegeven in de
weergave met
satellietgegevens. Hoe
langer de balk, des te sterker is het satellietsignaal.
Wanneer het apparaat voldoende gegevens van het
satellietsignaal heeft ontvangen om de coördinaten
van uw locatie te berekenen, wordt de balk zwart.
In eerste instantie moet het apparaat signalen van
minstens vier satellieten ontvangen om de
coördinaten van uw locatie te kunnen berekenen.
Nadat een eerste berekening is gemaakt, kunnen
verdere berekeningen van de coördinaten van uw
locatie mogelijk worden uitgevoerd met drie
satellieten. In het algemeen is de berekening echter
nauwkeuriger als er meer satellieten worden
gevonden.
Positieaanvragen
Mogelijk ontvangt u van een netwerkdienst een
aanvraag om uw positiegegevens te ontvangen.
Serviceproviders kunnen op basis van de locatie van
60
Positionering (GPS)
het apparaat informatie aanbieden over lokale
onderwerpen, bijvoorbeeld weer of verkeer.
Wanneer u een positieaanvraag ontvangt,
verschijnt er een bericht met informatie over de
dienst die de aanvraag heeft verzonden. Selecteer
Accepteren om toestemming te geven voor het
verzenden van uw positiegegevens of Weigeren
om de aanvraag te weigeren.
Plaatsen
Druk op en selecteer Instrumenten >
Connect. > Plaatsen.
Met Plaatsen kunt u de positiegegevens van
specifieke locaties opslaan in het apparaat. U kunt
de opgeslagen locaties sorteren in verschillende
categorieën, zoals bedrijven, en andere informatie
daaraan toevoegen, zoals adressen. U kunt uw
opgeslagen plaatsen gebruiken in compatibele
toepassingen, zoals GPS-gegevens en Kaarten.
De GPS-coördinaten worden uitgedrukt in graden
en decimale graden op basis van het internationale
coördinatensysteem WGS-84.
Selecteer Opties > Nieuwe plaats als u een
nieuwe plaats wilt maken. Selecteer Huidige
positie als u een nieuwe positioneringsaanvraag
voor uw huidige locatie wilt maken. Selecteer
Handmatig opgeven als u de positiegegevens
handmatig wilt invoeren.
Ga naar een plaats en selecteer Opties >
Bewerken als u informatie wilt bewerken of
toevoegen aan een opgeslagen plaats (bijvoorbeeld
een adres). Ga naar het gewenste veld en voer de
gegevens in.
U kunt uw plaatsen sorteren in vooraf ingestelde
categorieën en nieuwe categorieën maken. Druk de
bladertoets naar rechts in Plaatsen en selecteer
Opties > Categor. bewerken als u nieuwe
plaatscategorieën wilt bewerken en maken.
Ga naar een plaats in Plaatsen en selecteer Opties >
Toev. aan categorie als u de plaats wilt toevoegen
aan een categorie. Ga naar elk categorie waaraan u
de plaats wilt toevoegen en selecteer deze.
Selecteer Opties > Verzenden en de gewenste
methode om een of meerdere plaatsen naar een
compatibel apparaat te verzenden. Plaatsen die u
hebt ontvangen worden opgeslagen in de map
Inbox in Berichten.
GPS-gegevens
GPS-gegevens zijn ontworpen om toegang te
bieden tot informatie over de route naar een
geselecteerde bestemming, positiegegevens over
uw huidige locatie en reisgegevens, zoals de
61
Positionering (GPS)
geschatte afstand tot de bestemming en de
geschatte reisduur.
Druk op en selecteer Instrumenten >
Connect. > GPS-gegevens.
De coördinaten in het GPS worden uitgedrukt in
graden en decimale graden op basis van het
internationale coördinatensysteem WGS-84.
Als u GPS-gegevens wilt gebruiken, moet de GPS-
ontvanger van het apparaat aanvankelijk
positiegegevens ontvangen van minimaal vier
satellieten om de coördinaten van uw locatie te
kunnen berekenen. Nadat een eerste berekening is
gemaakt, kunnen verdere berekeningen van de
coördinaten van uw locatie mogelijk worden
uitgevoerd met drie satellieten. In het algemeen is
de berekening echter nauwkeuriger als er meer
satellieten worden gevonden.
Route-instructies
Druk op en selecteer Instrumenten >
Connect. > GPS-gegevens > Navigatie.
Start de route-instructies buiten. Als u dit binnen
doet, ontvangt de GPS-ontvanger mogelijk niet de
benodigde informatie van de satellieten.
Bij route-instructies wordt een roterend kompas in
het scherm van het apparaat gebruikt. Een rode bal
geeft de richting van de bestemming aan en de
gemiddelde afstand tot deze bestemming wordt in
de kompasring weergegeven.
Route-instructies zijn bedoeld om u de snelste en
de kortste weg naar uw bestemming te tonen,
gemeten in een rechte lijn. Obstakels onderweg,
zoals gebouwen en natuurlijke obstakels, worden
genegeerd. Bij het berekenen van de afstand
worden hoogteverschillen buiten beschouwing
gelaten. Route-instructies zijn alleen actief
wanneer u in beweging bent.
Selecteer Opties > Bestemming instlln en een
plaats als bestemming of voer de coördinaten
(lengte- en breedtegraad) in als u de bestemming
van uw reis wilt instellen. Selecteer Navigatie
stoppen als u de ingestelde bestemming wilt
wissen.
Positiegegevens ophalen
Druk op en selecteer Instrumenten >
Connect. > GPS-gegevens > Positie.
In de positieweergave kunt u de positiegegevens
van uw huidige locatie bekijken. U ziet ook een
schatting van de juistheid van de locatie.
Selecteer Opties > Positie opslaan als u uw
huidige locatie als plaats wilt opslaan. Plaatsen zijn
opgeslagen locaties met meer informatie. Ze
kunnen worden gebruikt in andere compatibele
62
Positionering (GPS)
toepassingen en overgedragen tussen compatibele
apparaten.
Tripmeter
De tripmeter heeft een beperkte nauwkeurigheid
en er kunnen afrondingsfouten voorkomen. De
nauwkeurigheid kan ook worden beïnvloed door de
beschikbaarheid en de kwaliteit van GPS-signalen.
Druk op en selecteer Instrumenten >
Connect. > GPS-gegevens > Tripafstand.
Selecteer Opties > Starten als u de functie voor
het berekenen van de reisafstand wilt inschakelen
en Stoppen als u deze functie wilt uitschakelen. De
berekende waarden worden permanent in het
scherm weergegeven. Gebruik deze functie
buitenshuis zodat u een beter GPS-signaal
ontvangt.
Selecteer Herstellen als u de reisafstand en -tijd en
de gemiddelde en maximale snelheid op nul wilt
instellen om een nieuwe berekening te starten.
Selecteer Opnieuw starten als u de kilometerteller
en totale tijd op nul wilt instellen.
63
Positionering (GPS)
Kaarten
Informatie over Kaarten
Druk op en selecteer Kaarten.
Met Kaarten kunt u uw huidige locatie op de kaart
weergeven, over kaarten schuiven naar
verschillende steden en landen, zoeken naar
adressen en verschillende interessante locaties,
routes tussen locaties plannen, verkeersinformatie
bekijken en locaties als favorieten opslaan en naar
compatibele apparaten verzenden.
U kunt ook extra diensten aanschaffen, zoals
gidsen, een stapsgewijze Drive & Walk-
navigatiedienst met gesproken instructies en een
verkeersinformatiedienst.
De functie Kaarten maakt gebruik van GPS. Zie
'Positionering (GPS)', p. 58. In de
apparaatinstellingen kunt u opgeven welke
positioneringsmethoden moeten worden gebruikt
op het apparaat. Zie 'Instellingen voor
positionering', p. 190. Voor de meest nauwkeurige
locatiegegevens gebruikt u de interne GPS-
ontvanger of een compatibele externe GPS-
ontvanger.
Wanneer u Kaarten voor de eerste keer gebruikt,
moet u mogelijk een internettoegangspunt
definiëren om kaartgegevens voor uw huidige
locatie te downloaden. Als u het
standaardtoegangspunt later wilt wijzigen,
selecteert u in Kaarten Opties > Instrumenten >
Instellingen > Internet >
Netwerkbestemming (wordt alleen weergegeven
als u online bent).
Wanneer u naar een kaart in Kaarten bladert,
worden de kaartgegevens voor het gebied
automatisch gedownload wanneer het apparaat
een internetverbinding heeft. Een nieuwe kaart
wordt alleen gedownload als u naar een gebied
bladert dat niet valt onder de reeds gedownloade
kaarten. Mogelijk zijn er al bepaalde kaarten op de
geheugenkaart van uw apparaat geplaatst.
U kunt meer kaarten naar het apparaat downloaden
met de Nokia Map Loader-software voor de pc. Zie
'Kaarten downloaden', p. 67.
Tip: U kunt kaarten ook downloaden via een
draadloze LAN-verbinding.
Bij het downloaden van kaarten worden mogelijk
grote hoeveelheden gegevens via het netwerk van
de serviceprovider verzonden. Neem contact op met
64
Kaarten
uw serviceprovider voor meer informatie over de
kosten van gegevensoverdracht.
Als u in de toepassing Kaarten automatisch een
internetverbinding tot stand wilt brengen als de
toepassing wordt gestart, selecteert u in Kaarten
Opties > Instrumenten > Instellingen >
Internet > Online gaan bij opstarten > Ja.
Als u een melding wilt ontvangen als het apparaat
in een ander netwerk wordt geregistreerd dan het
eigen mobiele netwerk, selecteert u Opties >
Instrumenten > Instellingen > Internet >
Roaming-waarschuwing > Aan (wordt alleen
weergegeven als u online bent). Neem contact op
met uw netwerkprovider voor de details en kosten
van roaming.
Bijna alle digitale cartografie is niet helemaal
accuraat en volledig. Vertrouw nooit uitsluitend op
de cartografie die u voor dit apparaat hebt
gedownload.
Schuiven over kaarten
De kaartdekking verschilt per land.
Wanneer u de toepassing Nokia Kaarten opent,
wordt ingezoomd op de locatie die tijdens de
laatste sessie is opgeslagen. Als tijdens de laatste
sessie geen positie is opgeslagen, zoomt de
toepassing Nokia Kaarten in op de hoofdstad van
het land waarin u zich bevindt, gebaseerd op de
gegevens die het apparaat ontvangt van het
mobiele netwerk. Tegelijkertijd wordt de kaart van
de locatie gedownload als dat tijdens voorgaande
sessies nog niet is gebeurd.
Uw huidige locatie
Als u een GPS-verbinding tot stand wilt brengen en
wilt inzoomen op uw huidige locatie, selecteert u
Opties > Mijn positie of drukt u op 0 . Als de
energiespaarstand wordt ingeschakeld terwijl het
apparaat een GPS-verbinding tot stand probeert te
brengen, wordt deze poging onderbroken.
Op het scherm wordt een GPS-symbool
weergegeven. Eén balk is één satelliet.
Wanneer het apparaat een satelliet probeert te
vinden, is de balk geel. Wanneer het apparaat
voldoende gegevens van de satelliet ontvangt om
een GPS-verbinding tot stand te brengen, wordt de
balk groen. Hoe meer groene balken, hoe sterker de
GPS-verbinding.
Wanneer de GPS-verbinding actief is, wordt uw
huidige locatie met aangegeven op de kaart.
65
Kaarten
Verplaatsen en
zoomen
Druk de bladertoets
omhoog, omlaag, naar
links of naar rechts om
over de kaart te schuiven.
De kaart is standaard naar
het noorden gericht. De
kompasroos geeft de
richting van de kaart aan
en draait mee wanneer de
richting tijdens het
navigeren verandert.
Wanneer u over de kaart op het scherm schuift,
wordt automatisch een nieuwe kaart gedownload
als u naar een gebied schuift dat buiten de reeds
gedownloade kaarten valt. Deze kaarten zijn gratis,
maar bij het downloaden worden mogelijk grote
hoeveelheden gegevens via het netwerk van de
serviceprovider verzonden. Neem contact op met de
serviceprovider voor meer informatie over de
kosten voor gegevensoverdracht.
De kaarten worden automatisch opgeslagen op een
compatibele geheugenkaart (als deze kaart is
geplaatst en is ingesteld als de
standaardopslagplaats voor kaarten).
Druk op * of # als u wilt in- of uitzoomen. Gebruik
de schaalbalk om de afstand tussen twee punten op
de kaart te schatten.
De kaartweergave aanpassen
Selecteer Opties > Instrumenten >
Instellingen > Kaart > Maatstelsel >
Metrisch of Engelse maten als u het metrische
systeem wilt opgeven dat op de kaarten moet
worden gebruikt.
Selecteer Opties > Instrumenten >
Instellingen > Kaart > Categorieën en de
gewenste categorieën als u wilt opgeven welke
interessante locaties op de kaart moeten worden
weergegeven.
Selecteer Opties > Kaartmodus > Kaart, 3D-
kaart, Satelliet of Hybride als u de kaarten in de
2D- of 3D-modus, als satellietbeeld of als een
combinatie van deze opties wilt weergeven.
Satellietbeelden zijn mogelijk niet voor alle
geografische locaties beschikbaar.
Selecteer Opties > Instrumenten >
Instellingen > Kaart > Kleuren > Dagmodus
of Nachtmodus als u wilt opgeven of de
kaartweergave in de dag- of de nachtweergave
moet worden weergegeven.
Selecteer Opties > Instrumenten >
Instellingen als u andere instellingen voor
66
Kaarten
internet, navigatie en routebepaling wilt wijzigen
of als u algemene kaartinstellingen wilt wijzigen.
Kaarten downloaden
Wanneer u in de toepassing Kaarten over de kaart
op het scherm schuift, wordt automatisch een
nieuwe kaart gedownload als u naar een gebied
schuift dat buiten de reeds gedownloade kaarten
valt. U kunt in de gegevensteller (kB) die op het
scherm wordt weergegeven, bekijken hoeveel
gegevens er worden overgebracht. De teller geeft
de hoeveelheid netwerkverkeer aan wanneer u
over kaarten schuift, routes maakt of online naar
locaties zoekt. Het downloaden van kaartgegevens
kan de overdracht van grote hoeveelheden
gegevens via het netwerk van uw serviceprovider
met zich meebrengen. Neem contact op met uw
serviceprovider voor meer informatie over de
kosten van gegevensoverdracht.
Als u wilt voorkomen dat er kaarten of andere
kaartgegevens die de extra diensten nodig hebben
automatisch van internet naar het apparaat
worden gedownload, bijvoorbeeld wanneer u zich
buiten uw eigen mobiele netwerk bevindt,
selecteert u Opties > Instrumenten >
Instellingen > Internet > Online gaan bij
opstarten > Nee.
Als u wilt opgeven hoeveel geheugenkaartruimte u
wilt gebruiken voor het opslaan van kaarten of
bestanden voor gesproken begeleiding, selecteert
u Opties > Instrumenten > Instellingen >
Kaart > Max. gebruikt geheugen >
Maximumgebr. geh.kaart. De optie is alleen
beschikbaar als u een compatibele geheugenkaart
hebt geplaatst en hebt ingesteld als de
standaardopslaglocatie voor kaarten. Als het
geheugen vol is, worden de oudste kaartgegevens
verwijderd. De opgeslagen kaarten kunnen worden
verwijderd met de Nokia Map Loader-software voor
de pc.
Nokia Map Loader
Nokia Map Loader is pc-software waarmee u
kaarten van internet kunt downloaden en kunt
installeren op een compatibele geheugenkaart. U
kunt de software ook gebruiken om bestanden met
gesproken instructies voor navigatie te
downloaden.
U moet Nokia Map Loader eerst op een compatibele
pc installeren voordat u het programma kunt
gebruiken. U kunt de software voor de pc
downloaden van internet op www.nokia.com/
maps. Volg de instructies in het scherm.
U moet de toepassing Kaarten gebruiken en
minstens eenmaal kaarten hebben bekeken
voordat u Nokia Map Loader kunt gebruiken. Nokia
Map Loader gebruikt de geschiedenisgegevens van
67
Kaarten
kaarten om de versie van de kaartgegevens te
controleren die moeten worden gedownload.
Nadat u de software voor de pc op uw pc hebt
geïnstalleerd, gaat u als volgt te werk om kaarten
te downloaden:
1. Sluit het apparaat via een compatibele USB-
gegevenskabel aan op de pc. Selecteer de USB-
verbindingsmodus Massaopslag.
2. Open Nokia Map Loader op uw pc. Nokia Map
Loader controleert de versie van de
kaartgegevens die gedownload moeten
worden.
3. Selecteer de gewenste kaarten of
spraakbestanden, en download en installeer ze
op uw apparaat.
Tip: Gebruik Nokia Map Loader om te
besparen op uw kosten voor mobiel
gegevensverkeer.
Een plaats zoeken
Als u een locatie of interessante locatie op
trefwoord wilt zoeken, voert u in het zoekveld van
de hoofdweergave de naam van de locatie of het
gewenste trefwoord in en selecteert u Zoeken.
Als u het adres van een locatie wilt importeren uit
uw contactgegevens, selecteert u Opties >
Selecteren uit Contacten.
Als u een locatie op de kaart wilt gebruiken,
bijvoorbeeld als beginpunt voor een zoekopdracht
in de buurt, om een route te plannen, om de details
ervan te bekijken of om de navigatie te starten
(extra dienst), drukt u op de bladertoets en
selecteert u de gewenste optie.
Als u op categorie door plaatsen en attracties in uw
omgeving wilt bladeren, selecteert u Opties >
Zoeken en een categorie. Als u op adres wilt
zoeken, moet u de plaats en het land invoeren. U
kunt ook een adres gebruiken dat u op een
contactkaart in Contacten hebt opgeslagen.
Als u een locatie als favoriete plaats wilt opslaan,
drukt u op de gewenste locatie op de bladertoets,
selecteert u Toev. aan Mijn plaatsen, voert u een
naam in voor de plaats en selecteert u OK. U kunt
de locatie ook in een route of verzameling opslaan.
Als u uw opgeslagen plaatsen wilt weergeven,
selecteert u Opties > Favorieten > Mijn
plaatsen.
Als u een opgeslagen plaats naar een compatibel
apparaat wilt verzenden, drukt u in de weergave
Plaatsen op de bladertoets en selecteert u
Verzenden. Als u de plaats in een SMS-bericht
verzendt, wordt de informatie geconverteerd naar
platte tekst.
Selecteer Opties > Instrumenten > Afb. van
kaart opslaan als u een screenshot van uw locatie
68
Kaarten
wilt maken. De screenshot wordt opgeslagen in
Foto's. Als u de screenshot wilt verzenden, opent u
Foto's en selecteert u de verzendoptie en -methode
in de actieve werkbalk of in het optiemenu.
Als u uw browsegeschiedenis, plaatsen die u hebt
bekeken op de kaart en gemaakte routes en
verzamelingen wilt weergeven, selecteert u
Opties > Favorieten en de gewenste optie.
Een route plannen
Als u een route naar een bestemming wilt plannen,
bladert u naar de gewenste bestemming, drukt u op
de bladertoets en selecteert u Toevoegen aan
route. De locatie wordt toegevoegd aan de route.
Als u meer locaties aan de route wilt toevoegen,
selecteert u Opties > Routepunt toevoegen. Het
eerste geselecteerde routepunt is het startpunt. Als
u de volgorde van de routepunten wilt wijzigen,
drukt u op de bladertoets en selecteert u
Verplaatsen.
Extra diensten voor Kaarten
U kunt een licentie kopen en verschillende gidsen
met informatie over allerlei steden en reizen
downloaden naar uw apparaat. U kunt ook een
licentie kopen voor een navigatiedienst met
gesproken instructies en een
verkeersinformatiedienst die u kunt gebruiken in
Kaarten. Een navigatielicentie is gekoppeld aan een
regio (de regio die bij de aankoop van de licentie is
geselecteerd) en kan alleen voor het geselecteerde
gebied worden gebruikt. De gedownloade gidsen
worden automatisch op het apparaat opgeslagen.
De licentie die u aanschaft voor een gids of
navigatie, kan naar een ander apparaat worden
overgebracht, maar kan slechts op één apparaat
tegelijk worden geactiveerd.
Als u uw licenties wilt weergegeven en bijwerken,
selecteert u Opties > Extra's > Mijn licenties.
Informatie over verkeer, routes en verwante
diensten wordt onafhankelijk van Nokia door
derden gegenereerd. De informatie is mogelijk niet
helemaal accuraat en volledig, en is mogelijk niet
altijd beschikbaar. Vertrouw nooit uitsluitend op de
eerder genoemde informatie en verwante diensten.
Het downloaden van extra services kan de
overdracht van grote hoeveelheden gegevens via
het netwerk van uw serviceprovider met zich
meebrengen. Neem contact op met uw
serviceprovider voor meer informatie over de
kosten van gegevensoverdracht.
Navigatie
Als u een Drive & Walk-navigatiedienst wilt
aanschaffen met gesproken begeleiding of met
alleen wandelnavigatie, selecteert u Opties >
69
Kaarten
Extra's > Rijden/lopen of Lopen. U kunt de dienst
betalen met een geaccepteerde creditcard of u kunt
het bedrag op uw telefoonrekening laten zetten (als
dit wordt ondersteund door de provider van de
mobiele netwerkdienst).
Autonavigatie
Als u een Drive & Walk-navigatiedienst wilt
aanschaffen, selecteert u Opties > Extra's >
Rijden/lopen.
Wanneer u de autonavigatie de eerste keer
gebruikt, wordt u gevraagd de taal van de
gesproken begeleiding te selecteren en de
bestanden voor gesproken begeleiding in de
geselecteerde taal te downloaden. U kunt de
bestanden voor gesproken begeleiding ook met
Nokia Map Loader downloaden. Zie 'Kaarten
downloaden', p. 67.
Als u de taal later wilt wijzigen, selecteert u in de
hoofdweergave van Kaarten Opties >
Instrumenten > Instellingen > Navigatie >
Gesproken begeleiding en een taal, en downloadt
u de bestanden voor gesproken begeleiding in de
geselecteerde taal.
Wandelnavigatie
Als u een wandelnavigatiedienst wilt aanschaffen,
selecteert u Opties > Extra's > Lopen.
Wandelnavigatie verschilt op veel punten van
autonavigatie: Voor de wandelroute worden
verschillende beperkingen voor autonavigatie
genegeerd, zoals eenrichtingswegen en
keerverboden. Verder worden ook
voetgangerszones en parken gebruikt. Daarnaast
wordt prioriteit gegeven aan wandelpaden en
kleinere wegen en worden snelwegen en
autowegen gemeden. Een wandelroute kan
maximaal 50 kilometer lang zijn. De
wandelsnelheid is beperkt tot 30 kilometer per uur.
Als deze snelheidsbeperking wordt overschreden,
wordt de navigatie gestopt tot de snelheid zich
weer onder de limiet bevindt.
Stapsgewijze navigatie en gesproken begeleiding
zijn niet beschikbaar voor wandelnavigatie. In
plaats daarvan wordt met een grote pijl de route
getoond. Een kleine pijl onder aan het scherm wijst
direct naar de bestemming. De satellietweergave is
alleen beschikbaar voor wandelnavigatie.
Navigeren naar de gewenste bestemming
Als u de navigatie naar de gewenste bestemming
met GPS wilt starten, selecteert u een locatie op de
kaart of in een lijst met resultaten, en selecteert u
Opties > Hierheen rijden of Hierheen lopen.
Als u tijdens de navigatie tussen verschillende
weergaven wilt schakelen, drukt u de bladertoets
naar links of rechts.
70
Kaarten
Druk op Stoppen als u de navigatie wilt stoppen.
Als u navigatieopties wilt selecteren, drukt u tijdens
de navigatie op Opties. Als autonavigatie actief is,
wordt een menu met verschillende opties
weergegeven.
Sommige toetsen op het toetsenblok zijn
gekoppeld aan opties in de weergave. Druk
bijvoorbeeld op 2 om een gesproken opdracht te
herhalen, op 3 om te schakelen tussen dag- en
nachtmodus en op 4 om de huidige plaats op te
slaan.
Verkeersinformatie
Als u een licentie voor een real-time
verkeersinformatiedienst wilt aanschaffen,
selecteert u Opties > Extra's > Verk.info. De
dienst biedt informatie over
verkeersgebeurtenissen die van invloed kunnen
zijn op uw reis. Het downloaden van extra diensten
kan de overdracht van grote hoeveelheden
gegevens via het netwerk van uw serviceprovider
met zich meebrengen. Neem contact op met uw
serviceprovider voor meer informatie over de
kosten van gegevensoverdracht.
Als u informatie wilt weergeven over
verkeersgebeurtenissen die vertraging kunnen
veroorzaken of ervoor kunnen zorgen dat u de
bestemming niet kunt bereiken, selecteert u
Opties > Verk.info. De gebeurtenissen worden op
de kaart weergegeven als
waarschuwingsdriehoeken en lijnindicatoren. U
kunt automatisch een nieuwe route laten bepalen
om de gebeurtenissen te mijden.
Als u meer informatie over een gebeurtenis en
mogelijke alternatieve routes wilt weergeven,
drukt u op de bladertoets.
Als u de verkeersinformatie wilt bijwerken,
selecteert u Verkeersinfo bijwerken. Als u wilt
definiëren hoe vaak de verkeersinformatie
automatisch wordt bijgewerkt, selecteert u
Opties > Instrumenten > Instellingen >
Navigatie > Updates voor verkeersinfo.
Als u automatisch een nieuwe route wilt laten
bepalen bij verkeersgebeurtenissen die vertraging
kunnen veroorzaken of ertoe kunnen leiden dat u
de bestemming niet kunt bereiken, selecteert u
Opties > Instrumenten > Instellingen >
Navigatie > Nwe route vw. verk.sit. >
Automatisch.
Gidsen
Selecteer Opties > Extra's > Gidsen als u gidsen
met informatie over steden en reizen wilt
aanschaffen en downloaden naar uw apparaat.
De gidsen bieden informatie over attracties,
restaurants, hotels en andere interessante locaties.
71
Kaarten
U moet gidsen downloaden en aanschaffen voordat
u deze kunt gebruiken.
Ga naar het tabblad Mijn gidsen in Gidsen en
selecteer een gids en een subcategorie (indien
beschikbaar) als u door een gedownloade gids wilt
bladeren.
Als u een nieuwe gids naar het apparaat wilt
downloaden, selecteert u in Gidsen de gewenste
gids en vervolgens Download. > Ja. Het
aankoopproces wordt automatisch gestart. U kunt
de gidsen betalen met een geaccepteerde
creditcard of u kunt het bedrag op uw
telefoonrekening laten zetten (als dit wordt
ondersteund door de provider van de mobiele
netwerkdienst).
Selecteer tweemaal OK om de aankoop te
bevestigen. Voer uw naam en e-mailadres in en
selecteer OK als u per e-mail een bevestiging van de
aankoop wilt ontvangen.
72
Kaarten
Muziekmap
Muziekspeler
Waarschuwing: Luister naar muziek op een
gematigd geluidsvolume. Voortdurende
blootstelling aan een hoog geluidsvolume kan uw
gehoor beschadigen. Houd het apparaat niet dicht
bij uw oor wanneer de luidspreker wordt gebruikt,
aangezien het volume erg luid kan zijn.
Muziekspeler ondersteunt bestandsindelingen
zoals AAC, AAC+, eAAC+, MP3 en WMA. Muziekspeler
ondersteunt niet noodzakelijkerwijs alle
kenmerken van bestandsindelingen of alle variaties
van bestandsindelingen.
U kunt Muziekspeler ook gebruiken om podcasts te
beluisteren. Podcasts zijn de methode voor het
aanleveren van audio- of video-inhoud via internet
waarbij RSS- of ATOM-technologie wordt gebruikt
om deze inhoud op mobiele apparaten en pc's af te
spelen.
U kunt muziek van andere compatibele apparaten
naar uw apparaat overbrengen. Zie 'Muziek
overbrengen naar uw apparaat', p. 77.
Een liedje of podcast-episode
afspelen
Druk op en selecteer Muziek > Muziekspeler
als u Muziekspeler wilt openen.
Tip: U kunt Muziekspeler ook via het
multimediamenu openen.
U moet mogelijk de bibliotheken met muziek en
podcasts vernieuwen nadat u de selectie van liedjes
of podcasts in uw apparaat hebt bijgewerkt.
Selecteer Opties > Bibliotheek vernieuwen in de
hoofdweergave van Muziekspeler wanneer u alle
beschikbare items aan de bibliotheek wilt
toevoegen.
Ga als volgt te werk om een liedje of podcast-
episode af te spelen:
73
Muziekmap
1. Selecteer
categorieën als u
naar het nummer of
de podcast wilt gaan
waarnaar u wilt
luisteren. Wanneer
de Navi-
wielinstelling is
ingeschakeld, draait
u aan de rand van de
bladertoets om de lijsten te bekijken.
2. Druk op als u de geselecteerde bestanden
wilt afspelen.
Druk op als u het afspelen wilt onderbreken.
Druk op als u het afspelen wilt hervatten. Druk
op als u het afspelen wilt stoppen.
Houd of ingedrukt als u vooruit of
achteruit wilt spoelen.
Druk op als u naar het
volgende item wilt gaan.
Druk op als u wilt
terugkeren naar het begin
van het item. Druk
nogmaals op binnen
twee seconden nadat een
nummer of podcast is
gestart als u naar het
vorige item wilt gaan.
Selecteer Opties >
Willekeurig afspelen als
u willekeurig afspelen ( ) wilt in- of uitschakelen.
Selecteer Opties > Herhalen wanneer u het
huidige item ( ) of alle items ( ) wilt herhalen
of herhalen wilt uitschakelen.
Als u podcasts afspeelt, zijn willekeurig afspelen en
herhalen automatisch uitgeschakeld.
Druk op de volumetoets om het volume te regelen.
Selecteer Opties > Equalizerals u de toon voor het
afspelen van muziek wilt wijzigen.
Selecteer Opties > Audio-instellingen als u de
balans en het stereobeeld wilt wijzigen of de lage
tonen wilt versterken.
74
Muziekmap
Selecteer Opties > Visualisatie weergeven als u
tijdens het afspelen een visualisatie wilt
weergeven.
Druk op de beëindigingstoets als u wilt terugkeren
naar de stand-by modus en de speler op de
achtergrond wilt laten spelen of houd ingedrukt
als u wilt schakelen naar een andere geopende
toepassing.
Selecteer Opties > Afsluiten als u de muziekspeler
wilt sluiten.
Muziekmenu
Druk op en selecteer Muziek >
Muziekspeler.
In het muziekmenu wordt de beschikbare muziek
weergegeven. Selecteer de gewenste optie om alle
nummers, gesorteerde nummers, afspeellijsten of
podcasts in het muziekmenu weer te geven.
Als de muziekspeler op de achtergrond wordt
afgespeeld, opent u de weergave Afspelen door de
multimediatoets ingedrukt te houden.
Playlists
Druk op en selecteer Muziek >
Muziekspeler.
Ga naar het menu Muziek en selecteer
Afspeellijsten als u playlists wilt weergeven en
beheren.
Selecteer Opties > Details afspeellijst als u
details van de afspeellijst wilt bekijken.
Een playlist maken
1. Selecteer Opties > Playlist maken.
2. Voer een naam voor de playlist in selecteer OK.
3. Selecteer Ja om nu liedjes toe te voegen of
selecteer Nee om de liedjes later toe te voegen.
4. Wanneer u Ja selecteert, selecteert u artiesten
om liedjes te zoeken die u in de afspeellijst wilt
opnemen. Druk op de bladertoets om items toe
te voegen.
Druk de bladertoets naar rechts als u de lijst met
liedjes onder de naam van een artiest wilt
weergeven. Druk de bladertoets naar links als u
de lijst met liedjes wilt verbergen.
5. Selecteer Gereed wanneer u uw selecties hebt
voltooid.
Als een compatibele geheugenkaart is geplaatst,
wordt de playlist hierop opgeslagen.
Selecteer Opties > Liedjes toevoegen terwijl u de
afspeellijst weergeeft als u later meer nummers wilt
toevoegen.
75
Muziekmap
Selecteer een item en selecteer Opties > Tvgn aan
afspeellijst > Opgeslagen afspeellst of Nieuwe
afspeellijst als u nummers, albums, artiesten,
genres en componisten aan een afspeellijst wilt
toevoegen vanuit de verschillende weergaven van
het muziekmenu.
Selecteer Opties > Verwijderen als u een nummer
uit een afspeellijst wilt verwijderen. Hiermee
verwijdert u het nummer niet uit het apparaat,
maar alleen uit de playlist.
Ga naar het nummer dat u wilt verplaatsen en
selecteer Opties > Verplaatsen als u de volgorde
van nummers in een afspeellijst wilt wijzigen.
Gebruik de bladertoets als u nummers naar een
nieuwe positie wilt slepen.
Podcasts
Druk op en selecteer Muziek >
Muziekspeler > Podcasts.
In het podcastmenu worden de podcasts
weergegeven die beschikbaar zijn in het apparaat.
Er zijn drie statuswaarden voor podcast-episodes:
nooit afgespeeld, gedeeltelijk afgespeeld en
volledig afgespeeld. Wanneer een episode
gedeeltelijk is afgespeeld, wordt deze de volgende
keer vanaf de laatste afspeelpositie afgespeeld.
Wanneer een episode nooit is afgespeeld of volledig
is afgespeeld, wordt deze vanaf het begin
afgespeeld.
Eigen netwerk met music player
U kunt gegevens die op uw Nokia-apparaat zijn
opgeslagen, op afstand afspelen op compatibele
apparatuur in een eigen netwerk. U kunt bestanden
van uw Nokia-apparaat ook naar andere apparaten
kopiëren die op uw eigen netwerk zijn aangesloten.
Eerst moet uw eigen netwerk zijn geconfigureerd.
Zie 'Informatie over het eigen netwerk', p. 114.
Een nummer of podcast extern afspelen
1. Druk op en selecteer Muziek >
Muziekspeler.
2. Selecteer categorieën als u naar het nummer of
de podcast wilt gaan waarnaar u wilt luisteren.
Draai de rand van de knop als u door de lijst wilt
bladeren.
3. Selecteer het gewenste nummer of de gewenste
podcast en selecteer Opties > Afspelen > Via
eigen netwerk.
4. Selecteer het apparaat waarin het bestand
wordt afgespeeld.
Nummers of podcasts draadloos kopiëren
Als u mediabestanden van uw apparaat wilt
kopiëren of overbrengen naar een ander
compatibel apparaat in een eigen thuisnetwerk,
76
Muziekmap
selecteert u een bestand en selecteert u vervolgens
Opties > Kopie nr eig. netw.. Het delen van
inhoud hoeft niet te zijn ingeschakeld in de
instellingen van het eigen thuisnetwerk. Zie 'Delen
inschakelen en inhoud definiëren', p. 116.
Muziek overbrengen naar uw
apparaat
U kunt muziek overbrengen vanaf een compatibele
pc of andere compatibele apparaten met behulp
van een compatibele USB-kabel of via Bluetooth.
Pc-vereisten voor muziekoverdracht:
Microsoft Windows XP (of hoger)
Een compatibele versie van Windows Media
Player. Meer informatie over de compatibiliteit
met Windows Media Player vindt u op de
productpagina's van uw apparaat op de Nokia-
website.
Nokia Nseries PC Suite 2.1 of nieuwer
Windows Media Player 10 kan afspeelvertragingen
veroorzaken in bestanden die zijn beveiligd met
WMDRM-technologie nadat ze naar uw apparaat
zijn overgebracht. Raadpleeg de
ondersteuningswebsite van Microsoft voor een
hotfix op Windows Media Player 10 of schaf een
nieuwere, compatibele versie van Windows Media
Player aan.
Muziek overbrengen vanaf de pc
U kunt muziek overbrengen op de volgende
manieren:
Als u het apparaat op een pc wilt weergeven als
massageheugenapparaat waarnaar u
gegevensbestanden kunt overbrengen, maakt u
verbinding via een compatibele USB-kabel of via
Bluetooth. Selecteer Massaopslag als
verbindingsmethode wanneer u een USB-kabel
gebruikt. Er moet een compatibele
geheugenkaart in het apparaat zijn geplaatst.
Sluit een compatibele USB-kabel aan en selecteer
Mediaoverdracht als verbindingsmethode
wanneer u muziek wilt synchroniseren met
Windows Media Player. Er moet een compatibele
geheugenkaart in het apparaat zijn geplaatst.
Druk op en selecteer Instrumenten >
Connect. > USB > USB-verbindingsmodus als u
de standaard USB-verbindingsmodus wilt wijzigen.
Muziek overbrengen met Windows
Media Player
De synchronisatiefuncties voor muziek kunnen per
versie van Windows Media Player variëren. Zie de
gebruikershandleiding en Help van Windows Media
Player voor meer informatie. De volgende
instructies zijn van toepassing op Windows Media
Player 11.
77
Muziekmap
Handmatige synchronisatie
Met handmatige synchronisatie kunt u de liedjes en
afspeellijsten selecteren die u wilt verplaatsen,
kopiëren of verwijderen.
1. Nadat u het apparaat hebt verbonden met
Windows Media Player, selecteert u het apparaat
in het navigatiedeelvenster aan de rechterkant
wanneer er meer dan één apparaat is
aangesloten.
2. Blader in het linkernavigatiedeelvenster door de
muziekbestanden op uw pc die u wilt
synchroniseren.
3. Versleep en plaats nummers naar de
synchronisatielijst aan de rechterzijde.
U kunt de hoeveelheid beschikbaar geheugen in
het apparaat bekijken boven in de
synchronisatielijst .
4. Als u nummers of albums wilt verwijderen,
selecteert u een item in de
synchronisatielijst . Vervolgens klikt u met de
rechtermuisknop en selecteert u Verwijderen
uit lijst .
5. Klik op Synchrn. starten om de synchronisatie
te starten.
Automatische synchronisatie
1. Klik op de tab Sync om de automatische
synchronisatiefunctie in Windows Media Player
in te schakelen, selecteer Nokia Handset >
Synchronisatie intsellen en schakel het
selectievakje Dit apparaat automatisch
synchroniseren in.
2. Selecteer in het venster Beschikbare playlists
de playlists die u automatisch wilt
synchroniseren en klik op Toevoegen .
De geselecteerde items worden overgebracht
naar het deelvenster Te synchroniseren
playlists .
3. Klik op Voltooien als u de instelling van
automatische synchronisatie wilt voltooien.
Als het selectievakje Dit apparaat automatisch
synchroniseren is ingeschakeld en u uw apparaat
met de PC verbindt, wordt de muziekbibliotheek in
het apparaat automatisch bijgewerkt op basis van
de playlists die u hebt geselecteerd in Windows
Media Player. Als u geen afspeellijsten hebt
geselecteerd, wordt de volledige
muziekbibliotheek op de pc geselecteerd voor
synchronisatie. Wanneer er niet genoeg vrije
ruimte op uw apparaat aanwezig is, selecteert
Windows Media Player automatisch de handmatige
synchronisatie.
Als u de synchronisatie wilt stoppen, klikt op de tab
Sync en selecteert u Synchronisatie met 'Nokia-
toestel' stoppen .
78
Muziekmap
Nokia Muziekwinkel
In de Nokia Muziekwinkel (netwerkdienst) kunt u
muziek opzoeken, doorbladeren en aanschaffen om
te downloaden naar het apparaat. Om muziek te
kunnen aanschaffen, moet u zich eerst voor deze
dienst registreren.
Kijk voor meer informatie over de beschikbaarheid
van Nokia Muziekwinkel in uw land op
music.nokia.com.
Als u de Nokia Muziekwinkel wilt bezoeken, moet u
beschikken over een geldig internettoegangspunt
op het apparaat.
Druk op en selecteer Muziek > Muziekwinkl
als u Nokia Muziekwinkel wilt openen.
Selecteer Opties > Zoeken in muziekwinkel voor
meer muziek in de verschillende categorieën van
het muziekmenu.
Instellingen voor Nokia Muziekwinkel
De beschikbaarheid en het uiterlijk van de
instellingen voor Muziekwinkel kunnen variëren. De
instellingen kunnen ook vooraf zijn gedefinieerd,
waardoor u deze niet kunt bewerken. Wanneer de
instellingen niet vooraf zijn gedefinieerd, wordt u
misschien gevraagd om het toegangspunt te
selecteren dat u wilt gebruiken wanneer u een
verbinding tot stand brengt met Muziekwinkel.
Selecteer Standaardtoegangspunt om het
toegangspunt te selecteren.
In Muziekwinkel kunt u mogelijk instellingen
bewerken door Opties > Instellingen te
selecteren.
FM-zender
Informatie over de FM-zender
De beschikbaarheid van deze functie kan per land
verschillen.
Bij het afdrukken van de gebruikershandleiding is
het onderdeel FM-zender van deze apparatuur
bedoeld voor gebruik in de volgende landen: België,
Tsjechië, Denemarken, Estland, Finland, Duitsland,
IJsland, Liechtenstein, Luxemburg, Noorwegen,
Portugal, Roemenië, Slovenië, Spanje, Zwitserland,
Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Zie
www.nseries.com/fmtransmitter voor de meest
recente informatie en een lijst met niet-Europese
landen waar u de FM-zender mag gebruiken.
Raadpleeg de website www.nseries.com/
fmtransmitter voordat u de functie in een ander
land gaat gebruiken om te controleren of gebruik
ervan is toegestaan.
Met de FM-zender kunt u nummers in het apparaat
via een willekeurige FM-ontvanger, zoals een
autoradio of een stereoset, afspelen.
79
Muziekmap
De reikwijdte van de FM-zender is maximaal drie
meter. De overdracht kan hinder ondervinden van
obstakels, zoals muren, andere elektronische
apparaten of publieke radiozenders. De FM-zender
kan storingen veroorzaken in nabijgelegen FM-
zenders die op dezelfde frequentie werken. Als u
storingen wilt voorkomen, dient u voordat u de FM-
zender gebruikt altijd een vrije FM-frequentie op de
zender te zoeken.
De FM-zender kan niet tegelijkertijd met de FM-
radio van het apparaat worden gebruikt.
Het frequentiebereik van de zender ligt tussen 88,1
en 107,9 MHz.
Als de zender is ingeschakeld en er geluiden worden
verzonden, wordt weergegeven in de stand-by
modus. Als de zender is ingeschakeld en er geen
geluiden worden verzonden, wordt
weergegeven en er klinkt een geluidssignaal. De
zender wordt automatisch uitgeschakeld als deze
gedurende enkele minuten geen geluiden
verzendt.
Een nummer afspelen met de FM-
zender
Ga als volgt te werk om een op uw apparaat
opgeslagen nummer via een compatibele FM-
ontvanger af te spelen:
1. Druk op en selecteer Muziek >
Muziekspeler.
2. Selecteer een nummer of selecteer de
afspeellijst die u wilt afspelen.
3. Selecteer Opties > FM-zender in de weergave
Afspelen.
4. Als u de FM-zender wilt activeren, stelt u FM-
zender in op Aan en voert u een vrije frequentie
in. Als de frequentie 107,8 MHz in uw gebied
bijvoorbeeld vrij is en u de FM-ontvanger erop
afstemt, moet u de FM-zender ook afstemmen
op 107,8 MHz.
5. Stem het ontvangstapparaat op dezelfde
frequentie af en selecteer Opties > Afsluiten.
Als u het volume wilt aanpassen, gebruikt u de
volumefunctie in het ontvangstapparaat. Luister
naar muziek op een gematigd geluidsvolume.
Voortdurende blootstelling aan een hoog
geluidsvolume kan uw gehoor beschadigen.
U kunt de FM-zender deactiveren door Opties >
FM-zender te selecteren en FM-zender in te stellen
op Uit.
Als er gedurende enkele minuten geen muziek
wordt afgespeeld, wordt de zender automatisch
uitgeschakeld.
80
Muziekmap
FM-zenderinstellingen
Druk op en selecteer Muziek > FM-zender.
Selecteer FM-zender > Aan om de FM-zender te
activeren.
Selecteer Frequentie en voer de gewenste waarde
in om de frequentie handmatig in te stellen.
Selecteer Opties > Recente frequenties om de
eerder gebruikte frequenties weer te geven.
Nokia Podcasting
Met de toepassing Nokia Podcasting
(netwerkdienst) kunt u via de ether podcasts
zoeken, abonnementen op podcasts nemen en
podcasts downloaden en met het apparaat audio-
en videopodcasts afspelen, beheren en met
anderen delen.
Podcast-instellingen
Stel uw verbindings- en downloadinstellingen in
voordat u Nokia Podcasting gebruikt.
De aanbevolen verbindingsmethode is WLAN. Vraag
bij uw serviceprovider naar de voorwaarden en
kosten voor gegevensdiensten voordat u andere
verbindingen gebruikt. Bij een gegevensplan met
een vast tarief kunt u bijvoorbeeld grote
hoeveelheden gegevens overbrengen tegen één
maandelijks bedrag.
Verbindingsinstellingen
Druk op en selecteer Muziek > Podcasting >
Opties > Instellingen > Verbinding als u de
verbindingsinstellingen wilt bewerken.
Definieer het volgende:
Standaardtoeg. punt — Selecteer het
toegangspunt om uw internetverbinding te
definiëren.
URL van zoekservice — Definieer de dienst voor
het zoeken naar podcasts die u in
zoekopdrachten wilt gebruiken.
Downloadinstellingen
Druk op en selecteer Muziek > Podcasting >
Opties > Instellingen > Downloaden als u de
downloadinstellingen wilt bewerken.
Definieer het volgende:
Opslaan in — Definieer de locatie waar u de
podcasts wilt opslaan.
Update-intervalGeef aan hoe vaak er een
update van de podcasts moet worden
uitgevoerd.
Datum volgende update — Geef de datum van
de volgende automatische update op.
Tijd volgende update — Geef het tijdstip van
de volgende automatische update op.
81
Muziekmap
Automatische updates vinden alleen plaats als
een specifiek standaardtoegangspunt is
geselecteerd en Nokia Podcasting wordt
uitgevoerd. Als Nokia Podcasting niet wordt
uitgevoerd, worden de automatische updates
niet geactiveerd.
Downloadlimiet (%) — Geef aan hoeveel
geheugen voor gedownloade podcasts wordt
gebruikt.
Als limiet is bereikt — Geef aan wat u wilt doen
als de downloads de downloadlimiet
overschrijden.
Het instellen van de toepassing om automatische
podcasts binnen te halen, kan de overdracht van
grote hoeveelheden gegevens via het netwerk van
uw serviceprovider met zich meebrengen. Neem
contact op met uw serviceprovider voor meer
informatie over de kosten van gegevensoverdracht.
Selecteer Opties > Standaardinstellingen in de
weergave Instellingen als u de
standaardinstellingen wilt herstellen.
Podcasts zoeken
Met Zoeken kunt u podcasts op trefwoord of titel
zoeken.
De zoekfunctie gebruikt de podcastzoekservice die
u instelt in Podcasting > Opties >
Instellingen > Verbinding > URL van
zoekservice.
Druk op , selecteer Muziek > Podcasting >
Zoeken en voer de gewenste trefwoorden in om
podcasts te zoeken.
Tip: Er wordt naar podcasttitels en
trefwoorden in beschrijvingen gezocht, niet
naar specifieke episoden. Algemene
onderwerpen, zoals voetbal of hip-hop,
leveren meestal betere resultaten op dan een
specifiek team of een specifieke artiest.
Selecteer Abonneren om een abonnement te
nemen op gemarkeerde kanalen en deze aan uw
podcasts toe te voegen. U kunt ook een podcast
toevoegen door er een te selecteren.
Selecteer Opties > Opnieuw zoeken om een
nieuwe zoekopdracht te starten.
Selecteer Opties > Webpagina openen om naar
de website van de podcast te gaan
(netwerkservice).
Selecteer Opties > Beschrijving als u de details
van een podcast wilt bekijken.
Selecteer Opties > Zenden om geselecteerde
podcasts naar een ander compatibel apparaat te
verzenden.
82
Muziekmap
Mappen
In de mappen kunt u nieuwe podcast-episodes
vinden waarop u zich kunt abonneren.
Druk op en selecteer Muziek > Podcasting >
Mappen als u mappen wilt openen.
De inhoud van de mappen verandert. Selecteer de
gewenste map om deze bij te werken
(netwerkservice). De kleur van de map verandert
zodra de update is voltooid.
In de mappen worden de podcasts gesorteerd op
populariteit of in themamappen.
Als u de gewenste themamap wilt openen,
selecteert u deze en selecteert u Openen. Er wordt
een lijst met podcasts weergegeven.
Als u zich op een podcast wilt abonneren, selecteert
u de titel en selecteert u Bijwerken. Nadat u zich
hebt geabonneerd op de episodes van een podcast,
kunt u deze downloaden, beheren en afspelen in
het podcastmenu.
Selecteer Opties > Nieuw > Webmap of Map om
een nieuwe map toe te voegen. Selecteer een titel,
een URL van het .opml-bestand (outline processor
markup language) en Gereed.
Selecteer Opties > Bewerken om de
geselecteerde map, webkoppeling of webmap te
bewerken.
Selecteer Opties > OPML-best. importeren om
een .opml-bestand te importeren dat op uw
apparaat is opgeslagen. Selecteer de locatie van het
bestand en importeer het.
Wanneer u een map als multimediabericht of via
Bluetooth wilt verzenden, selecteert u de map en
Opties > Zenden.
Wanneer u een bericht met een .opml-bestand via
Bluetooth ontvangt, opent u het bestand om het op
te slaan in de map Ontvangen in de mappen. Open
de map om een abonnement te nemen op een van
de koppelingen en deze aan uw podcasts toe te
voegen.
Downloaden
Nadat u zich op een podcast hebt geabonneerd,
kunt u vanuit de mappen, door te zoeken of door
een URL in te voeren, in Podcasts episodes beheren,
downloaden en afspelen.
Selecteer Podcasting > Podcasts om de podcasts
te bekijken waarop u zich hebt geabonneerd.
Selecteer het podcastbestand om de titels van
afzonderlijke episodes te bekijken (een episode is
een specifiek mediabestand van een podcast).
Selecteer de episodetitel om te beginnen met
downloaden. Selecteer Downloaden om
geselecteerde of gemarkeerde episodes te
downloaden of verder te gaan met het downloaden
83
Muziekmap
van deze episodes. U kunt verschillende episodes
tegelijk downloaden.
Als u een deel van een podcast wilt afspelen tijdens
het downloaden of na deze gedeeltelijk te hebben
gedownload, selecteert u de podcast en vervolgens
Opties > Voorbeeld afspelen.
Volledig gedownloade podcasts zijn te vinden in de
map Podcasts maar worden pas weergegeven
nadat u de bibliotheek hebt vernieuwd.
Podcasts afspelen en beheren
Als u de beschikbare episodes van de geselecteerde
podcast wilt afspelen, gaat u naar Podcasts en
selecteert u Openen. Onder elke episode vindt u de
bestandsindeling, de bestandsgrootte en het
tijdstip van de upload.
Wanneer de podcast volledig is gedownload,
selecteert u deze en selecteert u Afspelen om de
podcast af te spelen.
Selecteer Opties > Bijwerken als u de
geselecteerde podcast of gemarkeerde podcasts
voor een nieuwe episode wilt bijwerken.
Selecteer Opties > Bijwerken stoppen om het
bijwerken te stoppen.
Selecteer Opties > Nieuwe podcast als u een
nieuwe podcast wilt toevoegen door de URL van de
podcast in te voeren. Als u geen toegangspunt hebt
gedefinieerd of als u tijdens het tot stand brengen
van de gegevensverbinding wordt gevraagd een
gebruikersnaam en wachtwoord in te voeren,
neemt u contact op met uw serviceprovider.
Selecteer Opties > Bewerken als u de URL van de
geselecteerde podcast wilt bewerken.
Selecteer Opties > Verwijderen als u een
gedownloade podcast of gemarkeerde podcasts
van uw apparaat wilt verwijderen.
Selecteer Opties > Zenden als u de geselecteerde
podcast of gemarkeerde podcasts als OPML-
bestanden in een multimediabericht of via de
Bluetooth-verbinding naar een ander compatibel
apparaat wilt verzenden.
Als u een groep geselecteerde podcasts tegelijk wilt
bijwerken, verwijderen of verzenden, selecteert u
Opties > Markeringen aan/uit markeert u de
gewenste podcasts en selecteert u Opties om de
gewenste actie te kiezen.
Selecteer Opties > Webpagina openen om de
website van de podcast te openen (netwerkdienst).
Sommige podcasts bieden de mogelijkheid om te
communiceren met de makers van de podcast door
commentaar te geven of ergens een stem op uit te
brengen. Selecteer Opties > Opmerkingen
weerg. als u een internetverbinding tot stand wilt
brengen om dit te doen.
84
Muziekmap
Radiotoepassingen
Druk op , selecteer Muziek > Radio en selecteer
vervolgens Visual Radio of Internetradio.
FM-radio
U kunt de radio als een traditionele FM-radio
gebruiken en automatisch afstemmen op zenders
en deze opslaan. Als u afstemt op zenders die de
dienst Visual Radio bieden (netwerkdienst), wordt
informatie over het radioprogramma op het scherm
weergegeven.
De radio ondersteunt RDS-functionaliteit (Radio
Data System). Radiozenders die RDS ondersteunen,
geven soms informatie weer, zoals de naam van de
zender. Als dit in de instellingen is geactiveerd,
probeert RDS ook een alternatieve frequentie voor
de actieve zender te zoeken als de ontvangst zwak
is.
Wanneer u de radio voor de eerste keer opent, helpt
een wizard u bij het opslaan van lokale
radiostations (netwerkdienst).
Als u geen toegang hebt tot de dienst Visual Radio,
ondersteunen de operators en radiozenders in uw
gebied deze dienst mogelijk niet.
Naar de radio luisteren
De FM-radio maakt gebruik van een andere antenne
dan de antenne van het draadloze apparaat. De FM-
radio functioneert alleen naar behoren als er een
compatibele hoofdtelefoon of een compatibel
toebehoren op het apparaat is aangesloten.
Druk op en selecteer Muziek > Radio > Visual
Radio.
De kwaliteit van de radio-uitzending is afhankelijk
van dekking van het radiostation in het gebied.
U kunt iemand bellen of een inkomende oproep
normaal beantwoorden terwijl u naar de radio
luistert. De radio wordt gedempt tijdens actieve
oproepen.
Selecteer of als u het zoeken naar zenders
wilt starten.
Selecteer Opties > Handmatig afstemmen als u
de frequentie handmatig wilt wijzigen.
Als u in uw apparaat radiozenders hebt opgeslagen,
selecteert u of om naar de volgende of vorige
opgeslagen zender te gaan.
Gebruik de volumetoets als u het volume wilt
regelen.
Waarschuwing: Luister naar muziek op een
gematigd geluidsvolume. Voortdurende
blootstelling aan een hoog geluidsvolume kan uw
gehoor beschadigen. Houd het apparaat niet dicht
bij uw oor wanneer de luidspreker wordt gebruikt,
aangezien het volume erg luid kan zijn.
85
Muziekmap
Selecteer Opties > Luidspreker aan als u via de
luidspreker naar de radio wilt luisteren.
Selecteer Opties > Zenderoverzicht
(netwerkdienst) als u de beschikbare zenders per
locatie wilt weergeven.
Selecteer Opties > Zender opslaan om de zender
waarop u momenteel hebt afgestemd op te slaan in
uw lijst met zenders.
Selecteer Opties > Zenders om de lijst met
opgeslagen zenders te openen.
Selecteer Opties > Afsp. in achtergrond om naar
de stand-by modus terug te gaan terwijl u op de
achtergrond naar de FM-radio blijft luisteren.
Visuele inhoud weergeven
Neem contact op met de serviceprovider als u meer
wilt weten over de beschikbaarheid en kosten van
de dienst en als u zich hierop wilt abonneren.
Selecteer Opties > Visuele dienst starten als u
beschikbare visuele inhoud wilt weergeven terwijl
u naar een opgeslagen zender met een ID visuele
dienst luistert.
Opgeslagen zenders
Selecteer Opties > Zenders als u de lijst met
opgeslagen zenders wilt openen.
Selecteer Opties > Zender > Luisteren als u wilt
luisteren naar een opgeslagen zender. Selecteer
Opties > Zender > Visuele dienst starten als u
de beschikbare visuele inhoud voor een zender wilt
weergeven met de dienst Visual Radio.
Selecteer Opties > Zender > Bewerken als u de
details van een zender wilt wijzigen.
Instellingen voor FM-radio
Druk op en selecteer Muziek > Radio > Visual
Radio > Opties > Instellingen
Alternatieve frequenties — Selecteer Autom.
scannen aan als u automatisch wilt zoeken naar
alternatieve frequenties als de ontvangst zwak
is.
Autostart dienst — Selecteer Ja om Visual Radio
automatisch te starten als u een opgeslagen
zender selecteert die de dienst Visual Radio
aanbiedt.
Toegangspunt — Selecteer het toegangspunt
voor de gegevensverbinding met de dienst Visual
Radio. U hebt geen toegangspunt nodig als u de
toepassing wilt gebruiken als FM-radio.
Huidige regio — Selecteer het gebied waarin u
zich bevindt. Deze instelling wordt alleen
weergegeven als er geen netwerkdekking is
wanneer u de toepassing start.
Het apparaat kan de identiteitsnaam van de FM-
zender waarnaar u luistert weergeven als de naam
door de zender wordt verzonden.
86
Muziekmap
Nokia Internetradio
Met de toepassing Nokia Internetradio (een
netwerkdienst) kunt u naar beschikbare
radiozenders op internet luisteren. U moet op uw
apparaat een WLAN- of packet-
gegevenstoegangspunt hebben gedefinieerd als u
naar radiostations wilt luisteren. Bij het luisteren
naar de zenders worden mogelijk grote
hoeveelheden gegevens via het netwerk van de
serviceprovider verzonden. De aanbevolen
verbindingsmethode is WLAN (draadloos netwerk).
Vraag bij uw serviceprovider naar de voorwaarden
en kosten voor data-abonnementen voordat u
andere verbindingen gebruikt. Bij een data-
abonnement met een vast tarief kunt u
bijvoorbeeld grote hoeveelheden gegevens
overbrengen tegen een ingesteld maandelijks
bedrag.
Luisteren naar radiozenders op internet
Druk op en selecteer Muziek > Radio >
Internetradio.
Waarschuwing: Luister naar muziek op een
gematigd geluidsvolume. Voortdurende
blootstelling aan een hoog geluidsvolume kan uw
gehoor beschadigen. Houd het apparaat niet dicht
bij uw oor wanneer de luidspreker wordt gebruikt,
aangezien het volume erg luid kan zijn.
Ga als volgt te werk om naar een radiozender op
internet te luisteren:
1. Selecteer een zender in uw Favorieten of in de
lijst met zenders. U kunt ook een zender op
naam zoeken in de Nokia Internet Radio-dienst.
Als u een zender handmatig wilt toevoegen,
selecteert u Opties > Zender handm. toev.. U
kunt ook met de webtoepassing naar
zenderkoppelingen op internet zoeken.
Compatibele koppelingen worden automatisch
geopend in de toepassing Nokia Internet Radio.
2. Selecteer Luisteren.
De weergave Afspelen wordt geopend met
gegevens over de zender en het nummer dat u
op dat moment beluistert.
Druk op de bladertoets om het afspelen te
pauzeren. Druk opnieuw op de bladertoets om het
afspelen te hervatten.
Gebruik de volumetoets als u het volume wilt
regelen.
Als u zendergegevens wilt weergeven, selecteert u
Opties > Zenderinformatie (niet beschikbaar als
u de zender handmatig hebt opgeslagen).
Als u naar een zender luistert die in uw Favorieten
is opgeslagen, bladert u naar links of naar rechts om
naar de vorige of naar de volgende opgeslagen
zender te luisteren.
87
Muziekmap
Favoriete zenders
Als u uw favoriete zenders wilt weergeven en
beluisteren, drukt u op en selecteert u
Muziek > Radio > Internetradio >
Favorieten.
Als u een zender handmatig aan uw favorieten wilt
toevoegen, selecteert u Opties > Zender handm.
toev.. Voer het webadres van de zender in evenals
de naam die u in uw lijst met favoriete zenders wilt
opnemen.
Als u de zender die u op dat moment beluistert, aan
uw favorieten wilt toevoegen, selecteert u Opties >
Toev. aan Favorieten.
Als u zendergegevens wilt weergeven, de zender
hoger of lager in de lijst wilt plaatsen of een zender
uit uw lijst met favoriete zenders wilt verwijderen,
selecteert u Opties > Zender en de gewenste
optie.
Als u alleen zenders wilt weergeven die met
bepaalde letters of cijfers beginnen, voert u de
tekens een voor een in. De overeenkomende
zenders worden weergegeven.
Zenders zoeken
Ga als volgt te werk als u in de Nokia Internet Radio-
dienst radiozenders op naam wilt zoeken:
1. Selecteer Zoeken in de hoofdweergave van de
toepassing.
2. Voer de naam van de zender of de eerste letters
daarvan in het zoekveld in en selecteer
Zoeken.
De overeenkomende zenders worden
weergegeven.
Als u naar een zender wilt luisteren, selecteert u
deze en selecteert u Luisteren.
Als u een zender als een van uw favorieten wilt
opslaan, selecteert u deze en selecteert u Opties >
Toev. aan Favorieten.
Selecteer Opties > Opnieuw zoeken als u nog een
zender wilt zoeken.
Lijst met zenders
Druk op en selecteer Radio > Internetradio >
Zenderoverzicht.
De lijst met zenders wordt door Nokia bijgehouden.
Als u naar een internetzender buiten de lijst wilt
luisteren, voegt u handmatig zendergegevens toe
of bladert u met de webtoepassing naar
zenderkoppelingen op internet.
Geef op hoe u de beschikbare zenders wilt sorteren:
Bladeren op genre — Hiermee geeft u de
beschikbare radiogenres weer.
Bladeren op taal — Hiermee geeft u de talen
weer waarin zenders worden uitgezonden.
Bladeren op land — Hiermee geeft u de landen
weer waarin zenders worden uitgezonden.
88
Muziekmap
Populaire zenders — Hiermee geeft u de meest
populaire zenders in de lijst weer.
Instellingen voor internetradio
Druk op en selecteer Muziek > Radio >
Internetradio > Opties > Instellingen.
Als u het standaardtoegangspunt wilt selecteren
om verbinding met het netwerk te maken,
selecteert u Standaardtoegangspunt en maakt u
uw keuze uit de beschikbare opties. Selecteer Altijd
vragen als u wilt dat telkens wanneer u de
toepassing opent, naar het toegangspunt wordt
gevraagd.
Maak uw keuze uit de volgende opties als u de
verbindingssnelheden voor de diverse
verbindingstypen wilt wijzigen:
Bitrate voor GPRS-verb. — voor GPRS-
gegevensverbindingen
Bitrate voor 3G-verbinding — voor 3G-
gegevensverbindingen
Bitrate voor WiFi-verb. — voor WLAN-
verbindingen
De kwaliteit van de radio-uitzending is afhankelijk
van de geselecteerde verbindingssnelheid. Hoe
hoger de snelheid, des te beter de kwaliteit. U kunt
buffering vermijden door de hoogste kwaliteit
alleen bij snelle verbindingen te gebruiken.
89
Muziekmap
Camera
Informatie over de camera
De Nokia N85 heeft twee camera's. De hoofdcamera,
met een hoge resolutie, bevindt zich aan de
achterzijde van het apparaat. De tweede camera,
met een lagere resolutie, bevindt zich aan de
voorzijde. U kunt met beide camera's foto's maken
en video's opnemen.
Uw apparaat ondersteunt het maken van foto's met
een resolutie van 2592 x 1944 pixels (5
megapixels) . De beeldresolutie kan in deze
documentatie anders zijn weergegeven.
De fo to's en vide ocli ps wo rden opgeslag en in Foto' s.
Zie 'Foto's', p. 102. De foto's hebben de JPEG-
indeling. Videoclips worden opgenomen in de
bestandsindeling MPEG-4 met de extensie .mp4 of
in de bestandsindeling 3GPP met de extensie .3gp
(kwaliteit voor delen). Zie 'Video-
instellingen', p. 101.
Als u geheugen voor nieuwe afbeeldingen en
videoclips wilt vrijmaken, kunt u met bijvoorbeeld
een compatibele USB-gegevenskabel bestanden
naar een compatibele pc kopiëren en de bestanden
van het apparaat verwijderen. Het apparaat
informeert u wanneer het geheugen vol is. U kunt
dan geheugen vrijmaken in de huidige opslagplaats
of een ander geheugen gebruiken.
U kunt foto's en videoclips verzenden in een
multimediabericht, als e-mailbijlage of via andere
verbindingsmethoden, zoals een Bluetooth-
verbinding of een draadloze LAN-verbinding
(WLAN). U kunt deze ook uploaden naar een
compatibel online album. Zie ' Afbeeldingen en
video's online delen ', p. 111.
De camera activeren
Open de lensdop als u de hoofdcamera wilt
activeren. Als u de hoofdcamera wilt activeren
wanneer de lensdop al open is en de camera op de
achtergrond actief is, drukt u op de opnametoets en
houdt u deze ingedrukt.
Sluit de lensdop als u de hoofdcamera wilt sluiten.
Foto's maken
Symbolen van de fotocamera
In de camerazoeker wordt het volgende
weergegeven:
90
Camera
1 — Symbool voor opnamemodus
2 — Actieve werkbalk (wordt niet weergegeven
tijdens het nemen van een foto). Zie 'Actieve
werkbalk', p. 91.
3 — Symbool voor batterijniveau
4 — Symbool voor afbeeldingsresolutie.
5 — Afbeeldingsteller (het geschatte aantal foto's
dat u kunt maken met de ingestelde
afbeeldingskwaliteit en het gebruikte geheugen)
6 — De symbolen voor het apparaatgeheugen ( )
en de geheugenkaart ( ) geven aan waar foto's
worden opgeslagen.
7 — Symbool voor GPS-signaal. Zie
'Locatiegegevens', p. 93.
Actieve werkbalk
De actieve werkbalk bevat snelkoppelingen naar
verschillende items en instellingen voordat en
nadat u een foto maakt of een video opneemt. Ga
naar de items en selecteer deze door op de
bladertoets te drukken. U kunt ook opgeven
wanneer de actieve werkbalk moet worden
weergegeven in het scherm.
Als u de camera sluit, worden in de actieve werkbalk
de standaardinstellingen hersteld.
Selecteer Opties > Werkbalk weergeven als u de
actieve werkbalk wilt weergeven voordat en nadat
u een foto hebt gemaakt of een video hebt
opgenomen. Selecteer Opties > Werkbalk
verbergen als u de actieve werkbalk alleen wilt
weergeven wanneer u deze nodig hebt. Druk op de
bladertoets als u de actieve werkbalk wilt
weergeven wanneer deze verborgen is. De
werkbalk is gedurende vijf seconden zichtbaar.
In de actieve werkbalk kunt u de volgende opties
selecteren:
om te schakelen tussen de videomodus en de
fotomodus.
Hiermee selecteert u de scène.
Hie rmee sc hake lt u he t vid eolich t in o f uit ( alleen
in videomodus)
Hiermee selecteert u de flitsermodus (alleen
afbeeldingen).
Hiermee activeert u de zelfontspanner (alleen
afbeeldingen). Zie 'Zelf op de foto met de
zelfontspanner', p. 95.
91
Camera
Hiermee activeert u de reeksmodus (alleen
afbeeldingen). Zie 'Een reeks foto's
maken', p. 95.
Hiermee selecteert u een kleureffect.
Hiermee kunt u het zoekerraster weergeven of
verbergen (alleen afbeeldingen).
Hiermee past u de witbalans aan.
Hiermee past u de belichtingscompensatie aan
(alleen afbeeldingen).
Hiermee past u de scherpheid van het beeld aan
(alleen afbeeldingen).
Hiermee past u het contrast aan (alleen
afbeeldingen).
Hiermee past u de lichtgevoeligheid aan (alleen
afbeeldingen).
De pictogrammen geven de huidige instelling aan.
Het opslaan van een gemaakte foto kan langer
duren als u de instellingen voor zoomen, belichting
of kleur hebt gewijzigd.
Zie 'Na het maken van een foto', p. 93. Zie 'Na het
opnemen van een video', p. 98. De actieve
werkbalk in de toepassing Foto's bevat
verschillende opties. Zie 'Actieve
werkbalk', p. 104.
Foto's maken
Houd bij het maken van een foto rekening met het
volgende:
Gebruik beide handen om de camera stil te
houden.
De kwaliteit van een digitaal gezoomde foto is
lager dan die van een niet-gezoomde foto.
Als u een poosje niet op een toets drukt, wordt
de batterijspaarstand geactiveerd. Druk op de
opnametoets als u wilt doorgaan met het maken
van foto's.
Ga als volgt te werk om een afbeelding vast te
leggen:
1. Als de camera zich in de videomodus bevindt,
selecteert u de fotomodus in de actieve
werkbalk.
2. Druk de opnametoets half in om de focus op een
voorwerp vast te zetten (alleen hoofdcamera,
niet beschikbaar in landschap- en sportscènes).
Zie 'Actieve werkbalk', p. 91.). U ziet een groen
symbool voor de vergrendelde focus op het
scherm. Als de focus niet is vergrendeld, brandt
een rood focussymbool. Laat de opnametoets
los en druk deze nogmaals half in. U kunt ook
foto's maken zonder de focus te vergrendelen.
92
Camera
3. Als u een foto wilt
maken, drukt u op de
opnametoets. Houd
het apparaat stil
totdat de foto is
opgeslagen en de
definitieve foto op het
scherm wordt
weergegeven.
Gebruik de zoomtoets
van het apparaat om in of uit te zoomen wanneer
u een foto maakt.
Selecteer Opties > Tweede camera gebr. als u de
camera aan de voorkant wilt activeren. Als u een
foto wilt maken, drukt u op de bladertoets. Druk de
bladertoets omhoog of omlaag als u wilt in- of
uitzoomen.
Druk op als u de camera op de achtergrond
geopend wilt houden en andere toepassingen wilt
gebruiken. Houd de opnametoets ingedrukt als u
wilt terugkeren naar de camera.
Locatiegegevens
U kunt automatisch informatie over de locatie waar
de foto is gemaakt, toevoegen aan de
bestandsgegevens van het vastgelegde materiaal.
In de toepassing Foto's kunt u vervolgens
bijvoorbeeld zien op welke locatie de foto is
gemaakt.
Selecteer Opties > Instellingen > Locatie
vastleggen > Ja in Camera om locatiegegevens
toe te voegen aan al het vastgelegde materiaal.
Symbolen voor locatiegegevens worden onder aan
het scherm weergegeven:
Locatiegegevens niet beschikbaar. Het
GPS-symbool wordt enkele minuten op de
achtergrond weergegeven. Als een
satellietverbinding wordt gevonden en het
symbool binnen deze periode verandert in ,
worden de geolabels van alle foto's en video's die
binnen die periode zijn gemaakt op de
ontvangen GPS-positiegegevens gebaseerd.
— Locatiegegevens beschikbaar. De
locatiegegevens worden aan de
bestandsgegevens toegevoegd.
Zie 'Instellingen van fotocamera
aanpassen', p. 99.
Bestanden met locatiegegevens worden in de
toepassing Foto's aangeduid met .
Na het maken van een foto
Selecteer een van de volgende opties in de actieve
werkbalk nadat u de foto hebt gemaakt (alleen
beschikbaar als Opgenomen afb. weerg. is
ingeschakeld in de instellingen van de fotocamera):
93
Camera
Selecteer Verwijdrn ( ) als u de foto niet wilt
bewaren.
Als u de foto wilt verzenden als een
multimediabericht, e-mailbericht of via een
andere verbindingsmethode, bijvoorbeeld een
Bluetooth-verbinding, drukt u op de beltoets of
selecteert u Verzenden ( ). Zie 'Berichten
invoeren en verzenden', p. 134.
Selecteer Verzenden naar beller ( ) als u een
telefoongesprek voert.
Selecteer Toevoegen aan album als u de foto
aan een album wilt toevoegen.
Selecteer Details als u informatie over de foto
wilt weergeven.
Selecteer (alleen beschikbaar als u een
account voor een album hebt ingesteld) als u de
foto wilt verzenden naar een compatibel online
album. Zie ' Afbeeldingen en video's online delen
', p. 111.
Als u na het maken van een foto op de foto wilt
inzoomen, selecteert u Opties > Ga naar Foto's
om de foto weer te geven en gebruikt u de
zoomtoetsen van het apparaat.
Selecteer Opties > Instell. als achtergrond als u
de foto als achtergrond in de actieve stand-by
modus wilt gebruiken.
Selecteer Opties > Toewijzen aan contact als u
de foto wilt instellen als contactfoto voor een
contactpersoon.
Druk op de opnametoets als u wilt terugkeren naar
de zoeker om een nieuwe afbeelding vast te leggen.
Flitser
De flitser is alleen beschikbaar in de hoofdcamera.
De camera van uw apparaat heeft een dubbele LED-
flitser voor omstandigheden met weinig licht.
Selecteer de gewenste flitsermodus in de actieve
werkbalk: Automatisch ( ), Rde-ogenrd. ( ),
Aan ( ) en Uit ( ).
Scènes
Scènes zijn alleen beschikbaar in de hoofdcamera.
Met een scène krijgt u automatisch de juiste
instellingen voor kleur en belichting voor de
huidige omgeving. De instellingen van elke scène
zijn afgestemd op een bepaalde stijl of omgeving.
De standaardscène in de afbeeldingsmodus is
Auto en in de videomodus Automatisch (beide
worden aangegeven met ).
Als u van scène wilt veranderen, selecteert u
Scènemodus op de actieve werkbalk en selecteert
u een scène.
94
Camera
Ga naar Gebr. gedef. en selecteer Opties >
Wijzigen als u uw eigen scène geschikt wilt maken
voor een bepaalde omgeving. In de door de
gebruiker gedefinieerde scène kunt u verschillende
belichtings- en kleurinstellingen aanpassen.
Selecteer Gebaseerd op modus en selecteer de
gewenste scène als u de instellingen van een andere
scène wilt kopiëren. Druk op Terug als u de
wijzigingen wilt opslaan en wilt terugkeren naar de
lijst met scènes. Als u uw eigen scène wilt activeren,
bladert u naar Gebr. gedef., drukt u op de
bladertoets en selecteert u Selecteren.
Een reeks foto's maken
De reeksmodus is alleen beschikbaar in de
hoofdcamera.
Selecteer Reeksmodus in de actieve werkbalk om
de camera in te stellen om een reeks afbeeldingen
vast te leggen (als er voldoende geheugen
beschikbaar is).
Selecteer Burst om het maken van foto's in een
snelle reeks te starten. Houd vervolgens op de
opnametoets ingedrukt. Er worden foto's gemaakt
totdat u de opnametoets loslaat of er geen
geheugen meer beschikbaar is. Als u de
opnametoets kort indrukt, wordt een reeks van zes
foto's gemaakt.
Als u een reeks van twee of meer foto's volgens een
gedefinieerd interval wilt maken, selecteert u de
gewenste waarde. Druk op de opnametoets om de
foto's te maken. Selecteer Annuleren om te
stoppen met het maken van foto's. Het hangt af van
het beschikbare geheugen hoeveel foto's worden
gemaakt.
De gemaakte foto's worden in een raster op het
scherm weergegeven. Druk op de bladertoets om
een foto weer te geven. Als u een tijdsinterval hebt
ingesteld, wordt alleen de foto weergegeven die u
als laatste hebt gemaakt. U kunt de andere foto's
bekijken in de toepassing Foto's.
U kunt de reeksmodus ook gebruiken in combinatie
met de zelfontspanner.
Druk op de opnametoets als u terug wilt gaan naar
de zoeker in de reeksmodus.
Selecteer Reeksmodus > Enkele opname in de
actieve werkbalk om de reeksmodus uit te
schakelen.
Zelf op de foto met de
zelfontspanner
De zelfontspanner is alleen beschikbaar in de
hoofdcamera. Met de zelfontspanner kunt u een
opname uitstellen zodat u zelf ook op de foto kunt
komen te staan.
95
Camera
Ga naar de actieve werkbalk en selecteer
Zelfontspanner > 2 seconden, 10 seconden of
20 seconden om de vertraging voor de
zelfontspanner in te stellen.
Selecteer Activeren als u de zelfontspanner wilt
activeren. U hoort een signaal wanneer de
zelfontspanner is geactiveerd, en vóór de opname
knippert de vierhoek. De foto wordt gemaakt
wanneer de geselecteerde vertraging is verstreken.
Ga naar de actieve werkbalk en selecteer
Zelfontspanner > Uit om de zelfontspanner uit te
schakelen.
Tip: Ga naar de actieve werkbalk en selecteer
Zelfontspanner > 2 seconden zodat u uw
hand stil kunt houden wanneer u een foto
maakt.
Tips voor het maken van goede
foto's
Beeldkwaliteit
Gebruik de juiste beeldkwaliteit. De camera heeft
diverse modi voor de beeldkwaliteit. Gebruik de
hoogste instelling als u foto's wilt maken van de
allerbeste beeldkwaliteit. Er is echter ook meer
geheugenruimte nodig voor foto's van een betere
beeldkwaliteit. Voor multimediaberichten (MMS) en
e-mailbijlagen moet u misschien de laagste
beeldkwaliteitsmodus kiezen, die is
geoptimaliseerd voor MMS-verzending. U kunt de
kwaliteit definiëren in de camera-instellingen. Zie
'Instellingen van fotocamera aanpassen', p. 99.
Achtergrond
Gebruik een eenvoudige achtergrond. Voor
portretten en andere foto's met mensen, moet u
erop letten dat het onderwerp zich niet tegen een
rommelige of complexe achtergrond bevindt,
waardoor de aandacht van het onderwerp wordt
afgeleid. Verplaats de camera of het onderwerp als
aan deze voorwaarden niet wordt voldaan. Plaats
de camera dichter bij het object om duidelijkere
portretten te maken.
Diepte
Wanneer u landschappen fotografeert, kunt u
diepte aan foto's toevoegen door objecten op de
voorgrond te plaatsen. Als het object op de
voorgrond zich te dicht bij de camera bevindt, kan
het wazig worden.
Lichtomstandigheden
Een verandering van de bron, hoeveelheid en
richting van het licht kan een foto aanzienlijk
beïnvloeden. Hier volgen enkele veelvoorkomende
lichtomstandigheden:
Lichtbron achter het onderwerp. Plaats het
onderwerp nooit vóór een sterke lichtbron. Als
de lichtbron achter het onderwerp of zichtbaar
96
Camera
in het display staat, heeft de resulterende foto
mogelijk een te zwak contrast, is de foto te
donker of bevat deze ongewenste lichteffecten.
Onderwerp wordt van opzij belicht. Een sterke
belichting van opzij geeft een dramatisch effect,
maar is soms te schril, wat te veel contrast
oplevert.
Lichtbron vóór het onderwerp. Fel zonlicht kan
tot gevolg hebben dat de personen hun ogen
dichtknijpen. Bovendien is het contrast vaak te
groot.
Optimale belichting vindt u in situaties met veel
diffuus, zacht licht, bijvoorbeeld op een heldere
of lichtbewolkte dag of op een zonnige dag in de
schaduw van bomen.
Video-opname
Symbolen voor video-opnamen
In de videozoeker wordt het volgende
weergegeven:
1 — Symbool voor opnamemodus
2 — Symbool voor ingeschakelde videostabilisatie
Zie 'Video-instellingen', p. 101.
3 — Symbool voor ingeschakelde geluiddemping
4 — Actieve werkbalk (wordt niet weergegeven
tijdens een opname). Zie 'Actieve werkbalk', p. 91.
5 — Symbool voor batterijniveau
6 — Symbool voor videokwaliteit. Selecteer
Opties > Instellingen > Videokwaliteit om
deze instelling te wijzigen.
7 — Bestandstype videoclip
8 — Beschikbare opnametijd Tijdens de opname
geeft het symbool voor de huidige videolengte ook
de verstreken en resterende tijd aan.
9 — Dit is de locatie waar de videoclip wordt
opgeslagen.
10 — Symbool voor GPS-signaal. Zie
'Locatiegegevens', p. 93.
97
Camera
Selecteer Opties > Pictogram weergaven als u
alle zoekersymbolen wilt weergeven. Selecteer
Pictogram verbergen als u alleen de
videostatussymbolen, de resterende tijd (tijdens de
opname), de zoombalk bij gebruik van de
zoomfunctie, en de selectietoetsen wilt weergeven.
Video's opnemen
1. Als de camera in de afbeeldingsmodus staat,
selecteert u de videomodus op de actieve
werkbalk.
2. Druk op de opnametoets om de opname te
starten. Het rode opnamepictogram ( ) wordt
weergegeven en er klinkt een geluidssignaal.
3. U kunt de opname op elk gewenst moment
onderbreken door op Pauze te drukken.
Selecteer Doorgaan om de opname te
hervatten. Als u de opname onderbreekt en
gedurende één minuut niet op een toets drukt,
wordt de opname gestopt.
Gebruik de zoomtoets van het apparaat als u op
het onderwerp wilt in- of uitzoomen.
4. Druk op de opnametoets om de opname te
stoppen. De videoclip wordt automatisch in
Foto's opgeslagen. De maximumlengte van een
videoclip is ongeveer 30 seconden met kwaliteit
voor delen en 90 minuten met andere
kwaliteitsinstellingen.
Selecteer Opties > Tweede camera gebr. als u de
camera aan de voorkant wilt activeren. Druk op de
bladertoets om het opnemen van een video te
starten. Druk de bladertoets omhoog of omlaag als
u wilt in- of uitzoomen.
Na het opnemen van een video
Selecteer nadat u een videoclip hebt opgenomen
een van de volgende opties in de actieve werkbalk
(alleen beschikbaar als in de video-instellingen
Opgenomen video tonen is ingesteld op Aan):
Selecteer Afspelen ( ) als u de zojuist
opgenomen videoclip meteen wilt afspelen.
Selecteer Verwijdrn ( ) als u de video niet wilt
bewaren.
Als u de videoclip wilt verzenden als een
multimediabericht, e-mailbericht of via een
andere verbindingsmethode, bijvoorbeeld een
Bluetooth-verbinding, drukt u op de beltoets of
selecteert u Verzenden ( ). Zie 'Berichten
invoeren en verzenden', p. 134. Zie 'Gegevens
verzenden met behulp van Bluetooth-
connectiviteit', p. 49. Deze optie is niet
beschikbaar tijdens een gesprek. Videoclips in de
MPEG-4-indeling kunnen mogelijk niet als
multimediabericht worden verzonden.
U kunt de videoclip verzenden naar een persoon
met wie u praat. Selecteer Verzenden naar
98
Camera
beller ( ) (alleen beschikbaar tijdens een
gesprek).
Selecteer Toevoegen aan album als u de
videoclip aan een album wilt toevoegen.
Selecteer Details als u informatie over de
videoclip wilt weergeven.
Als u de videoclip wilt uploaden naar een
compatibel online album, selecteert u (alleen
beschikbaar als u een account hebt ingesteld
voor een compatibel online album). Zie '
Afbeeldingen en video's online delen ', p. 111.
Druk op de opnametoets als u wilt terugkeren
naar de zoeker om een nieuwe videoclip op te
nemen.
Camera-instellingen
U kunt twee soorten instellingen gebruiken voor de
camera: standaardinstellingen en
begininstellingen. Als u de camera sluit, worden de
standaardinstellingen voor video's weer hersteld,
terwijl de begininstellingen gehandhaafd blijven
totdat u deze weer wijzigt. Gebruik de opties op de
actieve werkbalk als u de standaardinstellingen wilt
wijzigen. Zie 'Instellingen voor kleur en
belichting', p. 100. Ga naar de afbeeldings- of
videomodus en selecteer Opties > Instellingen
als u de begininstellingen wilt wijzigen.
Instellingen van fotocamera
aanpassen
Selecteer Opties > Instellingen in de fotomodus
en maak een keuze uit de volgende opties als u de
begininstellingen wilt wijzigen:
Afbeeldingskwaliteit — Stel de resolutie in
(alleen hoofdcamera) . Hoe hoger de kwaliteit is,
des te meer geheugenruimte de foto inneemt.
Toevoegen aan album — Sla de foto op in een
album in Foto's.
Locatie vastleggen — Selecteer Ja als u GPS-
locatiecoördinaten aan elk afbeeldingsbestand
wilt toevoegen. De ontvangst van een GPS-
signaal kan enige tijd in beslag nemen of het
signaal is mogelijk niet beschikbaar. Zie
'Locatiegegevens', p. 93.
Opgenomen afb. weerg. — Geef aan of u de
foto wilt bekijken nadat u deze hebt gemaakt of
direct wilt doorgaan met het maken van foto's.
Stand.naam afbeelding — Hiermee geeft u de
standaardnaam voor de vastgelegde
afbeeldingen op.
Uitgebr. digitale zoom — De instelling is alleen
beschikbaar in de hoofdcamera. Selecteer Aan
(continu) als u traploos digitaal en uitgebreid
digitaal wilt zoomen, Aan (onderbroken) als u
in digitale en uitgebreide digitale stappen wilt
zoomen of Uit als u beperkt wilt zoomen terwijl
99
Camera
de beeldresolutie behouden blijft. Gebruik de
functie voor uitgebreid zoomen alleen als de
grootte van het onderwerp belangrijker is dan de
uiteindelijke beeldkwaliteit. De algemene
kwaliteit van een digitaal gezoomde afbeelding
is altijd lager dan die van een niet-gezoomde
afbeelding.
Opnametoon — Stel het geluid in dat klinkt
wanneer u een foto maakt.
Gebruikt geheugen — Geef op waar de foto's
moeten worden opgeslagen.
Afbeelding roteren — Selecteer of u
afbeeldingen die zijn genomen vanuit een
rechtopstaande positie van het apparaat wilt
draaien wanneer u deze in Galerij opent.
Instellingen herstellen — Hiermee stelt u de
camera weer op de standaardwaarden in.
Instellingen voor kleur en
belichting
In de actieve werkbalk kunt u de volgende opties
selecteren:
Flitsermodus ( ) (alleen foto) — Hiermee
selecteert u de gewenste flitsermodus.
Kleurtoon ( ) — Selecteer een kleureffect.
Videolicht aan of Videolicht uit — Schakel
het videolicht in of uit (alleen in de videomodus).
Witbalans ( ) — Selecteer de huidige
belichtingssituatie. Met behulp van deze optie
kunt u de kleuren van de camera nauwkeuriger
instellen.
Belichtingscompensatie ( ) (alleen
foto) — Als u een opname maakt van een donker
onderwerp tegen een zeer lichte achtergrond
(zoals sneeuw), stelt u de belichting in op +1 of
+2 om de helderheid van de achtergrond te
compenseren. Gebruik -1 of -2 voor lichte
voorwerpen tegen een donkere achtergrond.
Scherpheid ( ) (alleen foto) — Pas de
scherpheid van de foto aan.
Contrast ( ) (alleen foto) — Pas het verschil aan
tussen de lichtste en donkerste delen van de foto.
Lichtgevoeligheid ( ) (alleen foto) — Verhoog
de lichtgevoeligheid bij weinig licht om de kans
op te donkere afbeeldingen te verminderen.
De schermweergave wordt aangepast aan de
nieuwe instellingen die u selecteert.
De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van de
geselecteerde camera.
De instellingen zijn specifiek voor de
opnamemodus. De gedefinieerde instellingen
worden niet opnieuw ingesteld als u schakelt
tussen de modi.
Wanneer u de camera sluit, worden de
standaardinstellingen weer actief.
100
Camera
Als u een nieuwe scène selecteert, worden de kleur-
en belichtingsinstellingen vervangen door de
geselecteerde scène. U kunt de instellingen zo
nodig wijzigen nadat u een scène hebt
geselecteerd.
Video-instellingen
Selecteer Opties > Instellingen in de videomodus
en maak een keuze uit de volgende opties als u de
begininstellingen wilt wijzigen:
Videokwaliteit — Hiermee stelt u de kwaliteit
van de videoclip in. Selecteer Delen als u de
videoclip in een multimediabericht wilt
verzenden. De clip wordt opgenomen met QCIF-
resolutie in de 3GPP-indeling en de grootte
wordt beperkt tot 300 kB (circa 30 seconden).
Videoclips in de MPEG-4-indeling kunnen
mogelijk niet als multimediabericht worden
verzonden.
Locatie vastleggen — Selecteer Ja als u GPS-
locatiecoördinaten aan elk bestand wilt
toevoegen. De ontvangst van het GPS-signaal kan
even duren of het signaal is mogelijk niet
beschikbaar. Zie 'Locatiegegevens', p. 93.
Videostabilisatie Beperkt de gevolgen van
het schudden van de camera tijdens de video-
opname.
Geluidsopname — Geef aan of u geluid wilt
opnemen.
Toevoegen aan album Voeg de opgenomen
videoclip toe aan een album in Foto's.
Opgenomen video tonen — Selecteer deze
optie om het eerste beeld van de opgenomen
videoclip weer te geven nadat de opname is
gestopt. Selecteer Afspelen in de actieve
werkbalk (hoofdcamera) of Opties > Afspelen
(tweede camera).
Standaardnaam video — Geef de
standaardnaam voor opgenomen videoclips op.
Gebruikt geheugen — Hier geeft u op waar
videoclips moeten worden opgeslagen.
Instellingen herstellen — Hiermee stelt u de
camera weer op de standaardwaarden in.
101
Camera
Foto's
Informatie over Foto's
Druk op en selecteer Foto's. Maak uw keuze uit
de volgende opties:
Vastgelegd om alle foto's en video's weer te
geven die u hebt gemaakt.
Maandenom de foto's en video's weer te
geven, gecategoriseerd op de maand waarin ze
zijn gemaakt.
Albums om de standaardalbums en de
albums die u hebt gemaakt, weer te geven.
Labels om de labels weer te geven die u voor
elk item hebt gemaakt.
Downloadsom de items en video's weer te
geven die u van internet hebt gedownload of via
MMS of e-mail hebt ontvangen.
Alle — om alle items weer te geven.
Online delen — om foto's of video's naar het
web te posten
Bestanden die zijn opgeslagen op de compatibele
geheugenkaart (indien geplaatst), worden
aangegeven met .
Druk op de bladertoets om een bestand te openen.
De videoclips worden geopend en afgespeeld in
Videocentrum. Zie 'Nokia Videocentrum', p. 121.
Selecteer een bestand, selecteer Opties >
Verplaatsen en kopiëren en selecteer vervolgens
de gewenste optie om bestanden naar een andere
geheugenlocatie te kopiëren of te verplaatsen.
Afbeeldingen en video's
weergeven
Druk op , selecteer Foto's en kies een van de
volgende opties:
Alle — Hiermee geeft u alle afbeeldingen en
video's weer.
Vastgelegd — Hiermee geeft u foto's en
videoclips weer die zijn gemaakt met de camera
van uw telefoon.
Downloads — Hiermee geeft u gedownloade
videoclips en videoclips weer die zijn opgeslagen
in Videocentrum.
Afbeeldingen en videoclips kunnen ook naar u
worden verzonden in een multimediabericht, als e-
mailbijlage of via een Bluetooth-verbinding. Als u
102
Foto's
een ontvangen afbeelding of videoclip in Foto's wilt
weergeven, moet u deze eerst opslaan.
De afbeeldings- en
videoclipbestanden worden in een lus en
gesorteerd op datum en tijd weergegeven. Het
aantal bestanden wordt weergegeven. Bekijk de
bestanden één voor één door naar links of rechts te
bladeren met de bladertoets. Als u de bestanden in
groepen wilt weergeven, bladert u omhoog of
omlaag met de bladertoets. Als het Navi-wheel is
geactiveerd, kunt u ook door de bestanden
bladeren door met uw vinger over de rand van de
bladertoets te schuiven.
Druk op de bladertoets om een bestand te openen.
Als er een afbeeldingsbestand is geopend, kunt u op
de zoomtoetsen onder de schuif drukken om op de
afbeelding in te zoomen. De zoomfactor wordt niet
permanent opgeslagen.
Selecteer Opties > Bewerken als u een videoclip
of afbeelding wilt bewerken. Zie 'Afbeeldingen
bewerken', p. 108.
Selecteer Opties > Tonen op kaart als u wilt
bekijken waar een met gemarkeerde afbeelding
is vastgelegd.
Selecteer Opties > Afdrukken als u uw
afbeeldingen wilt afdrukken op een compatibele
printer of als afdrukbestand wilt opslaan op de
geheugenkaart (indien geplaatst). Zie
'Afbeeldingen afdrukken', p. 109. Selecteer
Opties > Naar albumLater afdr. om afbeeldingen
naar een album te verplaatsen waar u ze later kunt
afdrukken.
Bestandsgegevens
weergeven en bewerken
Als u de eigenschappen van een afbeelding of video
wilt weergeven en bewerken, selecteert u Opties >
Gegevens en maakt u uw keuze uit de volgende
opties:
Labels — Hier worden de recentelijk gebruikte
labels weergegeven. Selecteer Toev. als u meer
labels aan het huidige bestand wilt toevoegen.
Zie 'Labels', p. 105.
Beschrijving — Als u een vrije beschrijving van
het bestand wilt toevoegen, selecteert u het veld.
Locatie — Dit veld bevat de GPS-locatiegegevens
als deze beschikbaar zijn.
103
Foto's
Titel — Dit veld bevat een miniatuurweergave
van het bestand en de huidige bestandsnaam.
Selecteer het veld als u de naam wilt bewerken.
Albums — Hier wordt weergegeven in welke
albums het huidige bestand zich bevindt.
Resolutie — Hier wordt de grootte van de
afbeelding in pixels weergegeven.
Duur — Hier wordt de lengte van de video
weergegeven.
Gebruiksr. — Selecteer Wrg. als u de DRM-
rechten van dit bestand wilt weergeven. Zie
'Licenties', p. 167.
Afbeeldingen en video's
organiseren
U kunt bestanden in Foto's als volgt ordenen:
Als u items in de weergave Labels wilt
weergeven, voegt u labels toe aan de items.Zie
'Labels', p. 105.
Selecteer Maanden als u items op maand wilt
weergeven.
Selecteer Albums > Opties > Nieuw album
als u een album wilt maken om items op te slaan.
Als u een foto of videoclip aan een album in Foto's
wilt toevoegen, selecteert u het item en selecteert
u Naar album in de actieve werkbalk. Zie
'Albums', p. 105.
Als u een foto of videoclip wilt verwijderen,
selecteert u het item en selecteert u vervolgens
Verwijderen in de actieve werkbalk.
Actieve werkbalk
De actieve werkbalk is alleen beschikbaar wanneer
u een afbeelding of videoclip in een weergave hebt
geselecteerd.
Navigeer in de actieve werkbalk omhoog of omlaag
naar verschillende items en selecteer deze door op
de bladertoets te drukken. De beschikbare opties
variëren afhankelijk van de huidige status en het
feit of u een afbeelding of videoclip hebt
geselecteerd.
Selecteer Opties > Pictogram verbergen als u de
werkbalk wilt verbergen. Druk op de bladertoets als
u de actieve werkbalk wilt weergeven wanneer
deze verborgen is.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Hiermee speelt u de geselecteerde videoclip af.
Hiermee verzendt u de geselecteerde afbeelding
of videoclip.
als u de geselecteerde foto of videoclip wilt
uploaden naar een compatibel online album (alleen
beschikbaar als u een account hebt ingesteld voor
een compatibel online album). Zie ' Afbeeldingen en
video's online delen ', p. 111.
104
Foto's
als u het geselecteerde item aan een album wilt
toevoegen.
als u labels en andere eigenschappen van het
geselecteerde item wilt beheren.
Hiermee verwijdert u de geselecteerde
afbeelding of videoclip.
Albums
U kunt foto's en videoclips eenvoudig beheren in
albums. Selecteer Albums in de hoofdweergave als
u de lijst met albums in Foto's wilt weergeven.
Als u een nieuw album wilt maken in de
albumweergave, selecteert u Opties > Nieuw
album.
Als u een foto of videoclip wilt toevoegen aan een
album in Foto's, gaat u naar een foto of videoclip en
selecteert u Opties > Naar album. Er verschijnt
een lijst met albums. Selecteer het album waaraan
u de foto of videoclip wilt toevoegen. Het item dat
u aan het album hebt toegevoegd, blijft zichtbaar
in Foto's.
Als u een bestand uit een album wilt verwijderen,
opent u het album, bladert u naar het bestand en
selecteert u Opties > Uit album.
Labels
Gebruik labels om media-items in Foto's te
rubriceren. In Labelbeheer kunt u labels maken en
verwijderen. In Labelbeheer worden de labels
weergegeven die op dat moment worden gebruikt,
en wordt ook aangegeven hoeveel items er aan elk
label zijn gekoppeld.
Als u Labelbeheer wilt openen, selecteert u een
afbeelding of videoclip en selecteert u Opties >
Gegevens > Labelbeheer.
Selecteer Opties > Nieuw label om een label te
maken.
Selecteer Opties > Meestgebruikt als u de lijst
wilt weergeven in een volgorde die laat zien welke
items het meest worden gebruikt.
Selecteer Opties > Alfabetisch om de lijst in
alfabetische volgorde weer te geven.
Als u de gemaakte labels wilt zien, selecteert u
Labels in de hoofdweergave van Foto's. De grootte
van de labelnaam komt overeen met het aantal
items waaraan het label is toegewezen. Selecteer
een label om alle afbeeldingen te zien die aan het
label zijn gekoppeld.
Als u een label aan een afbeelding wilt toewijzen,
selecteert u een afbeelding en selecteert u Opties >
Labels toevoegen.
105
Foto's
Als u een afbeelding uit een label wilt verwijderen,
opent u een label en selecteert u Opties >
Verwijderen uit label.
Diavoorstelling
Als u uw afbeeldingen als een diapresentatie wilt
weergeven, selecteert u een afbeelding en
selecteert u Opties > Diavoorstelling >
Starten > Vooruit afspelen of Achteruit
afspelen om de diapresentatie te starten. De
diavoorstelling begint met het geselecteerde
bestand.
Als u alleen de geselecteerde afbeeldingen als een
diapresentatie wilt weergeven, selecteert u
Opties > Markeringen aan/uit > Markeren om
afbeeldingen te markeren. Selecteer Opties >
Diavoorstelling > Starten > Vooruit afspelen
of Achteruit afspelen om de diapresentatie te
starten.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Doorgaan — Hiermee hervat u de
diavoorstelling.
Einde — Hiermee sluit u de diavoorstelling.
Blader naar links of rechts door de afbeeldingen met
de bladertoets.
U kunt de instellingen van de diavoorstelling
wijzigen voordat u de diavoorstelling start.
Selecteer Opties > Diavoorstelling >
Instellingen en maak uw keuze uit de volgende
opties:
Muziek — Hiermee voegt u geluid toe aan de
diavoorstelling.
Nummer — Hiermee selecteert u een
muziekbestand in de lijst.
Vertraging tussen dia's — Hiermee wijzigt u
het tempo van de diavoorstelling.
Overgang — Hiermee kunt u de dia's soepel in
elkaar laten overlopen en kunt u willekeurig in-
en uitzoomen op de foto's.
Gebruik de volumetoets van het apparaat als u het
volume tijdens de diavoorstelling wilt aanpassen.
TV out-modus
U kunt opgenomen afbeeldingen en videoclips
bekijken op een compatibele tv met behulp van een
Nokia Video Connectivity-kabel.
Voordat u afbeeldingen en videoclips op het
televisietoestel kunt bekijken, moet u mogelijk de
TV Out-instellingen voor het televisiesysteem en de
juiste verhouding opgeven. Zie 'Instellingen voor
toebehoren', p. 185.
In de TV Out-modus kunt u het televisietoestel niet
als camerazoeker gebruiken.
106
Foto's
Ga als volgt te werk als u afbeeldingen en videoclips
op tv wilt weergeven:
1. Verbind de Nokia Video Connectivity-kabel met
de video-invoeraansluiting van een compatibele
tv.
2. Verbind het andere uiteinde van de Nokia Video
Connectivity-kabel met de Nokia AV-aansluiting
van het apparaat.
3. Mogelijk moet u de kabelmodus selecteren.
4. Druk op , selecteer Galerij en blader naar het
bestand dat u wilt weergeven.
De afbeeldingen
worden in de
afbeeldingsviewer getoond en de videoclips
worden in Videocentrum afgespeeld.
Wanneer de Nokia Video Connectivity-kabel op het
apparaat is aangesloten, wordt alle audio (inclusief
de actieve oproepen, het stereogeluid van
videoclips, de toetstoon en de beltoon) naar de
televisie verzonden. U kunt de microfoon van het
apparaat normaal blijven gebruiken.
Voor alle toepassingen, met uitzondering van de
mappen in Foto's, geldt dat het scherm van het
apparaat ook op het televisiescherm wordt
weergegeven.
De geopende afbeelding wordt in een volledig
scherm weergegeven op de tv. Wanneer u een
afbeelding in de miniatuurweergave opent terwijl
deze op de tv wordt weergegeven, is inzoomen niet
beschikbaar.
Wanneer u een gemarkeerde videoclip opent,
wordt de videoclip in Videocentrum op het scherm
van het apparaat en op het televisiescherm
weergegeven. Zie 'RealPlayer ', p. 165.
U kunt foto's als diavoorstelling op het
televisiescherm weergeven. Alle items in een album
of alle gemarkeerde foto's worden op het volledige
televisiescherm getoond terwijl de geselecteerde
muziek wordt afgespeeld. Zie
'Diavoorstelling', p. 106.
De kwaliteit van het televisiebeeld kan variëren
vanwege de verschillende resolutie van de
apparaten.
Draadloze radiosignalen, bijvoorbeeld inkomende
oproepen, kunnen storingen in het televisiebeeld
veroorzaken.
107
Foto's
Afbeeldingen bewerken
Afbeeldingseditor
Selecteer Opties > Bewerken als u de zojuist
gemaakte foto's, of de foto's die in Foto's zijn
opgeslagen, wilt bewerken. De foto-editor wordt
geopend.
Selecteer Opties > Effect toepassen als u een
raster wilt openen waarin u via kleine
pictogrammen verschillende bewerkingsopties
kunt selecteren. U kunt de foto bijsnijden en
draaien; de helderheid, de kleur, het contrast en de
resolutie aanpassen, en effecten, tekst, illustraties
of een kader aan de foto toevoegen.
Afbeeldingen bijsnijden
Als u een afbeelding wilt bijsnijden, selecteert u
Opties > Effect toepassen > Snijden en kiest u
in de lijst een vooraf gedefinieerde
beeldverhouding. Als u de afbeelding handmatig
wilt bijsnijden, selecteert u Handmatig.
Als u Handmatig selecteert, wordt in de
linkerbovenhoek van de afbeelding een kruis
weergegeven. Gebruik de bladertoets om het
gebied te selecteren dat u wilt bijsnijden en
selecteer Instellen. Er verschijnt een tweede kruis
in de rechterbenedenhoek. Selecteer wederom het
gebied dat u wilt bijsnijden. Selecteer Terug als u
het eerste geselecteerde gebied wilt aanpassen.
Tezamen vormen de geselecteerde gebieden een
rechthoek ter grootte van de bijgesneden
afbeelding.
Als u een vooraf gedefinieerde beeldverhouding
hebt gekozen, selecteert u de linkerbovenhoek van
het gebied dat u wilt bijsnijden. Met de bladertoets
kunt u het formaat van het gemarkeerde gebied
wijzigen. Druk op de bladertoets om het
geselecteerde gebied te bevriezen. Met de
bladertoets kunt u het gebied binnen de foto
verplaatsen. Druk op de bladertoets om het gebied
te selecteren dat u wilt bijsnijden.
Rode ogen reduceren
Selecteer Opties > Effect toepassen > Rode-
ogenreductie als u de roodheid van ogen in een
afbeelding wilt verminderen.
Verplaats het kruis naar het oog en druk op de
bladertoets. Er wordt een lus op het scherm
weergegeven. Gebruik de bladertoets om het
formaat van de lus te wijzigen zodat het oog er
precies in past. Druk op de bladertoets om het rood
in de ogen te verwijderen. Druk op Gereed wanneer
u klaar bent met het bewerken van de foto.
Druk op Terug om de wijzigingen op te slaan en
naar de vorige weergave terug te gaan.
108
Foto's
Handige sneltoetsen
U kunt de volgende sneltoetsen gebruiken bij het
bewerken van afbeeldingen:
Druk op * voor een afbeelding op het volledige
scherm. Druk nogmaals op * als u wilt terugkeren
naar de normale weergave.
Druk op 3 of 1 als u een afbeelding naar rechts of
naar links wilt draaien.
Druk op 5 of 0 als u wilt in- of uitzoomen.
Druk de bladertoets omhoog, omlaag, naar links
of naar rechts als u wilt schuiven in een
ingezoomde afbeelding.
Video's bewerken
De video-editor ondersteunt videobestanden in de
indelingen .3GP en .MP4 en geluidsbestanden in de
indelingen .AAC, .AMR, .MP3 en .WAV. De editor
ondersteunt niet noodzakelijkerwijs alle
kenmerken van bestandsindelingen of alle variaties
van bestandsindelingen.
Als u videoclips in Foto's wilt bewerken, bladert u
naar een videoclip en selecteert u Opties >
Bewerken en maakt u uw keuze uit de volgende
opties.
Samenvoegen — om een afbeelding of een
videoclip aan het begin of het einde van de
geselecteerde videoclip toe te voegen.
Geluid wijzigen — om een nieuwe geluidsclip
toe te voegen en het originele geluid in de
videoclip te vervangen.
Tekst toevoegen — om tekst aan het begin of
het einde van de videoclip toe te voegen.
Knippen — om de video te verkorten en de
secties te markeren die u in de videoclip wilt
behouden.
Als u een snapshot van een videoclip wilt maken,
selecteert u in de weergave waarin u de video knipt
de opdracht Opties > Snapshot maken. Druk in
de miniatuurweergave op de bladertoets en
selecteer Snapshot maken.
Afbeeldingen afdrukken
Afbeeldingen afdrukken
Als u afbeeldingen wilt afdrukken met Afbeeldingen
afdrukken, selecteert u de afbeelding die u wilt
afdrukken en de afdrukoptie in Foto's, camera,
afbeeldingseditor of afbeeldingsviewer.
Gebruik Afbeeldingen afdrukken om uw
afbeeldingen af te drukken met behulp van een
compatibele USB-gegevenskabel of Bluetooth-
connectiviteit. U kunt ook afbeeldingen afdrukken
109
Foto's
via een WLAN. Als een compatibele geheugenkaart
beschikbaar is, kunt u de afbeeldingen opslaan op
de geheugenkaart en afdrukken via een
compatibele printer.
U kunt alleen afbeeldingen in JPEG-indeling
afdrukken. De foto's die met de camera worden
gemaakt, worden automatisch opgeslagen in JPEG-
indeling.
Printer selecteren
Als u afbeeldingen wilt afdrukken met Afbeeldingen
afdrukken, selecteert u de afbeelding en de
afdrukoptie in Foto's, camera, afbeeldingseditor of
afbeeldingsviewer.
Als u Afbeeldingen afdrukken de eerste keer
gebruikt, wordt een lijst met beschikbare
compatibele printers weergegeven. Selecteer een
printer. De printer wordt ingesteld als de
standaardprinter.
Als u een printer wilt gebruiken die compatibel is
met PictBridge, sluit u de compatibele
gegevenskabel aan voordat u de afdrukoptie
selecteert. Vervolgens controleert u of de
gegevenskabelmodus is ingesteld op Afb.
afdrukken of Vragen bij verbinding. Zie
'USB', p. 51. De printer wordt automatisch
weergegeven wanneer u de afdrukoptie selecteert.
Als de standaardprinter niet beschikbaar is, wordt
een lijst met beschikbare printers weergegeven.
Selecteer Opties > Instellingen >
Standaardprinter als u de standaardprinter wilt
wijzigen.
Afdrukvoorbeeld
Nadat u de printer hebt geselecteerd, worden de
geselecteerde afbeeldingen weergegeven met
vooraf gedefinieerde indelingen.
Als u de indeling wilt wijzigen, drukt u de
bladertoets naar links of rechts om door de
beschikbare indelingen voor de geselecteerde
printer te bladeren. Als de afbeeldingen niet op één
pagina passen, drukt u de bladertoets omhoog of
omlaag om de overige pagina's te bekijken.
Afdrukinstellingen
De beschikbare opties variëren, afhankelijk van de
mogelijkheden van de printer die u hebt
geselecteerd.
Selecteer Opties > Standaardprinter als u een
standaardprinter wilt instellen.
Selecteer Papierformaat, het gewenste
papierformaat in de lijst en OK als u het formaat wilt
selecteren. Selecteer Annuleren als u wilt
terugkeren naar de vorige weergave.
PrintOnline
110
Foto's
Met PrintOnline kunt u online afdrukken van uw
afbeeldingen bestellen en direct laten bezorgen bij
u thuis of in een winkel waar u deze kunt ophalen.
U kunt ook verschillende producten met de
geselecteerde afbeelding bestellen, zoals mokken
of muismatten. Welke producten beschikbaar zijn,
is afhankelijk van de serviceprovider.
Raadpleeg de handleidingen op de
productondersteuningspagina's van Nokia of op uw
lokale Nokia-website voor meer informatie over
deze toepassing.
Afbeeldingen en video's
online delen
U kunt afbeeldingen en videoclips delen in
compatibele online albums, weblogs of andere
compatibele online diensten op internet. U kunt
inhoud uploaden, een niet-voltooide post opslaan
als concept en later doorgaan en de inhoud van de
albums weergeven. Welke inhoudstypen worden
ondersteund, is afhankelijk van de serviceprovider.
Als u afbeeldingen en video's online wilt delen, hebt
u een account nodig met een dienst voor het delen
van online afbeeldingen. U kunt zich meestal op een
dergelijke dienst abonneren via de webpagina van
de serviceprovider. Neem voor meer informatie
contact op met uw serviceprovider.
Bij het gebruik van deze dienst worden mogelijk
grote hoeveelheden gegevens via het netwerk van
de serviceprovider verzonden. Neem contact op met
uw serviceprovider voor meer informatie over de
kosten van gegevensoverdracht.
De aanbevolen verbindingsmethode is WLAN.
Als u een bestand vanuit Foto's naar de online dienst
wilt uploaden, drukt u op en selecteert u
Foto's. Selecteer een album, blader naar het
gewenste bestand en selecteer Opties >
Verzenden > Posten naar web of selecteer het
bestand en vanuit de actieve werkbalk.
Ga naar de productondersteuningspagina's van
Nokia of uw lokale Nokia-website voor meer
informatie over de toepassing en compatibele
serviceproviders.
111
Foto's
Galerij
Als u toegang wilt krijgen tot uw foto's, videoclips
en nummers, of als u geluidsclips en koppelingen
naar streaming-media wilt opslaan en ordenen,
drukt u op en selecteert u Toepass. > Media >
Galerij.
Hoofdweergave
Druk op en selecteer Toepassingen > Media >
Galerij. Maak uw keuze uit de volgende opties:
Foto's — om foto's en video's in Foto's weer
te geven. Zie 'Informatie over Foto's', p. 102.
Videoclips — om video's in Videocentrum
weer te geven.
Tracks om Muziekspeler te openen. Zie
'Muziekspeler', p. 73.
Geluidsclips — om geluidsclips te
beluisteren.
Streaming kop. — om koppelingen naar
streaming-media weer te geven en te openen.
Presentaties — om presentaties weer te
geven.
U kunt mappen openen en hierin bladeren.
Daarnaast kunt u items kopiëren en naar mappen
verplaatsen. U kunt ook albums maken en items
kopiëren en aan albums toevoegen. Zie
'Albums', p. 105.
Bestanden die zijn opgeslagen op de compatibele
geheugenkaart (indien geplaatst), worden
aangegeven met .
Druk op de bladertoets om een bestand te openen.
Videoclips, RAM-bestanden en koppelingen naar
streaming media worden geopend en afgespeeld in
Videocentrum, en muziek- en geluidsclips in
Muziekspeler.
Als u bestanden naar de geheugenkaart (indien
geplaatst) of het apparaatgeheugen wilt kopiëren
of verplaatsen, selecteert u een bestand, selecteert
u Opties > Verplaatsen en kopiëren >
Kopiëren of maakt u een keus uit de beschikbare
opties.
Geluiden
Deze map bevat alle geluiden die u met de
toepassing Dictafoon hebt gemaakt of van het web
hebt gedownload.
112
Galerij
Druk op , selecteer Toepass. > Media >
Galerij > Geluidsclips en een geluidsbestand om
geluidsbestanden te beluisteren. Druk op de
bladertoets om het afspelen te onderbreken.
Druk de bladertoets naar rechts of links om snel
vooruit of terug te spoelen.
Tip: U kunt ook de mediatoetsen gebruiken
om het afspelen te stoppen, te onderbreken
en te hervatten of om snel vooruit en terug te
spoelen.
Selecteer de downloadkoppeling om geluiden te
downloaden.
Koppelingen naar
streaming-media
Druk op en selecteer Toepassingen > Media >
Galerij > Streaming kop. als u koppelingen naar
streaming-media wilt openen. Selecteer een
koppeling en druk op de bladertoets.
Selecteer Opties > Nieuwe koppeling als u een
nieuwe koppeling naar streaming-media wilt
toevoegen.
Presentaties
Bij presentaties kunt u SVG-bestanden (Scalable
Vector Graphics) bekijken, zoals cartoons en
kaarten. SVG-afbeeldingen blijven er hetzelfde
uitzien wanneer deze worden afgedrukt of worden
bekeken bij een andere schermgrootte of resolutie.
Als u SVG-bestanden wilt bekijken, druk dan op
en selecteer Toepass. > Media > Galerij >
Presentaties. Ga naar een afbeelding en selecteer
Opties > Afspelen. Selecteer Opties >
Onderbreken als u het afspelen wilt onderbreken.
Druk op 5 als u wilt inzoomen. Druk op 0 als u wilt
uitzoomen.
Druk op 1 of 3 als u een afbeelding respectievelijk
naar rechts of naar links wilt draaien. Druk op 7 of
9 als u de afbeelding 45 graden wilt draaien.
Druk op* als u wilt schakelen tussen een volledig en
een normaal scherm.
113
Galerij
Eigen netwerk
Informatie over het eigen
netwerk
Uw apparaat is compatibel met UPnP (Universal
Plug and Play) en gecertificeerd door DLNA (Digital
Living Network Alliance). . U kunt een apparaat voor
een WLAN-toegangspunt of een WLAN-router
gebruiken om een thuisnetwerk te maken.
Vervolgens sluit u compatibele UPnP-apparaten die
WLAN ondersteunen aan op het netwerk.
Compatibele apparaten zijn bijvoorbeeld uw
mobiele apparaat, een compatibele pc, een
geluidssysteem, een tv of een compatibele
draadloze multimediaontvanger die op een
geluidssysteem of een tv is aangesloten.
Als u de WLAN-functie van uw apparaat in een
thuisnetwerk wilt gebruiken, moet u een werkende
draadloze netwerkverbinding in het thuisnetwerk
hebben ingesteld en moeten andere voor UPnP
geschikte apparaten verbinding hebben met
hetzelfde thuisnetwerk. Zie 'WLAN', p. 44.
Nadat u het thuisnetwerk hebt ingesteld, kunt u
thuis foto's, muziek en video delen met vrienden en
familie. U kunt uw media ook vanaf een
compatibele eigen server opslaan op een
mediaserver. U kunt muziek die in uw Nokia N85 is
opgeslagen, afspelen met een door DLNA
gecertificeerd stereoset en de afspeellijsten en het
volume rechtstreeks vanaf uw Nokia N85 beheren.
U kunt ook foto's die met de camera van uw Nokia
N85 zijn gemaakt, op een compatibele tv
weergeven en via WLAN beheren met de Nokia
N85.
In het thuisnetwerk worden de
beveiligingsinstellingen van de draadloze
netwerkverbinding (WLAN) gebruikt. Gebruik de
thuisnetwerkvoorziening in een WLAN-
infrastructuurnetwerk met een WLAN-
toegangspunt en ingeschakelde versleuteling.
U kunt mediabestanden die zijn opgeslagen op uw
mobiele apparaat, delen en synchroniseren met
andere compatibele UPnP-apparaten via het
thuisnetwerk. Als u de functionaliteit van het
thuisnetwerk wilt inschakelen en de instellingen
wilt beheren, drukt u op en selecteert u
Instrumenten > Connect. > Eigen media. U
kunt via het thuisnetwerk ook compatibele
mediabestanden van en naar uw mobiele apparaat
114
Eigen netwerk
bekijken, afspelen en kopiëren. Zie
'Mediabestanden weergeven en delen', p. 117.
Het apparaat wordt alleen met het thuisnetwerk
verbonden als u een verbindingsverzoek van een
ander compatibel apparaat accepteert of als u de
optie selecteert voor het weergeven, afspelen of
kopiëren van mediabestanden op uw apparaat of
naar andere apparaten zoekt.
Belangrijke informatie over
beveiliging
Schakel bij het configureren van het eigen WLAN
netwerk een coderingsmethode in op het
toegangspunt en vervolgens op de andere
compatibele apparaten die u op het eigen netwerk
wilt aansluiten. Raadpleeg de documentatie van de
apparaten. Houd wachtwoorden geheim en bewaar
deze op een veilige plek, afzonderlijk van de
apparaten.
U kunt de instellingen van het WLAN-
internettoegangspunt in uw apparaat weergeven
of wijzigen. Zie 'Toegangspunten', p. 194.
Als u de ad-hocmodus gebruikt om een eigen
netwerk te maken met een compatibel apparaat,
schakelt u een van de coderingsmethoden in
WLAN-beveil.modus in wanneer u het
internettoegangspunt instelt. Zie
'Verbindingsinstellingen', p. 194. Met deze stap
beperkt u het risico dat onbevoegden toegang
kunnen krijgen tot het ad hoc-netwerk.
U krijgt een melding zodra met een ander apparaat
wordt geprobeerd verbinding te maken met het
apparaat en met het eigen netwerk. Accepteer geen
verbindingsaanvragen van een onbekend apparaat.
Als u WLAN gebruikt in een netwerk zonder
codering, schakelt u het delen van bestanden met
andere apparaten uit of schakelt u het delen van
privé-mediabestanden uit. Zie 'Instellingen voor
eigen netwerk', p. 115.
Instellingen voor eigen
netwerk
Als u mediabestanden die zijn opgeslagen in Foto's,
via een WLAN (draadloos netwerk) wilt delen met
andere door DLNA gecertificeerde compatibele
UPnP-apparaten, moet u een internettoegangspunt
voor uw draadloze thuisnetwerk maken en
configureren en vervolgens de instellingen voor het
thuisnetwerk configureren in de toepassing Eigen
media. Zie 'WLAN-
internettoegangspunten', p. 46.Zie
'Verbindingsinstellingen', p. 194.
115
Eigen netwerk
De opties voor het eigen thuisnetwerk zijn pas in
toepassingen beschikbaar wanneer de instellingen
in de toepassing Home Media zijn geconfigureerd.
Wanneer u de toepassing Home Media voor het
eerst gebruikt, wordt de installatiewizard gestart.
Deze begeleidt u bij het instellen van de instellingen
voor het thuisnetwerk voor het apparaat. Als u de
installatiewizard later wilt gebruiken, gaat u naar
de hoofdweergave van Eigen media, selecteert u
Opties > Wizard uitvoeren en volgt u de
instructies op het scherm.
Als u een compatibele pc wilt aansluiten op het
eigen netwerk, moet u op de pc de gerelateerde
software installeren. U vindt de software op de cd-
rom of dvd-rom die bij het apparaat is geleverd, of
op de ondersteuningspagina's van het apparaat op
de Nokia-website.
Instellingen configureren
Selecteer Instrumenten > Connect. > Eigen
media > Opties > Instellingen om de
instellingen voor het thuisnetwerk te configureren
en maak uw keuze uit de volgende opties:
Eigen toegangspunt — Selecteer Altijd
vragen als u wilt dat het apparaat telkens naar
het thuistoegangspunt vraagt wanneer u
verbinding maakt met het eigen netwerk, Nieuw
maken als u een nieuw toegangspunt wilt
opgeven dat automatisch wordt gebruikt
wanneer u het eigen netwerk gebruikt, of
Geen. Als voor uw eigen netwerk geen
beveiligingsinstellingen zijn ingeschakeld, krijgt
u een beveiligingswaarschuwing. U kunt
doorgaan en de beveiliging later inschakelen of
het definiëren van het toegangspunt annuleren
en eerst de beveiliging voor het WLAN
inschakelen. Zie 'Toegangspunten', p. 194.
Apparaatnaam — Geef een naam op voor het
apparaat. Deze naam is zichtbaar voor de andere
compatibele apparaten in het netwerk.
Kopiëren naar — Selecteer het geheugen
waarin u uw gekopieerde mediabestanden wilt
opslaan.
Delen inschakelen en inhoud
definiëren
Selecteer Instrumenten > Connect. > Eigen
media > Inhoud delen en kies een van de
volgende opties:
Inhoud delen — Hiermee kunt u het delen van
mediabestanden met compatibele apparaten
toestaan of weigeren. Schakel de optie voor het
delen van inhoud pas in nadat u alle andere
instellingen hebt geconfigureerd. Als u het delen
van inhoud hebt ingesteld, kunnen de andere
UPnP-compatibele apparaten in het
thuisnetwerk de bestanden die u in
116
Eigen netwerk
Afbeeldingen en video voor delen hebt
geselecteerd, bekijken en kopiëren, en kunnen
ze de afspeellijsten gebruiken die u hebt
geselecteerd in Muziek. Als u niet wilt dat andere
apparaten toegang hebben tot uw bestanden,
schakelt u het delen van inhoud uit.
Afbeeldingen en video — Hiermee kunt u
mediabestanden selecteren die u wilt delen met
andere apparaten of de status bekijken voor het
delen van afbeeldingen en video's. Selecteer
Opties > Inhoud vernieuwen als u de inhoud
van de map wilt bijwerken.
Muziek — Hiermee kunt u afspeellijsten
selecteren die u met andere apparaten wilt
delen, de status voor delen bekijken en de
inhoud van afspeellijsten weergeven. Selecteer
Opties > Inhoud vernieuwen als u de inhoud
van de map wilt bijwerken.
Mediabestanden weergeven
en delen
Als u uw mediabestanden wilt delen met andere
UPnP compatibele apparaten in het eigen netwerk,
schakelt u het delen van inhoud in. Zie 'Delen
inschakelen en inhoud definiëren', p. 116. Als het
delen van inhoud in het apparaat is uitgeschakeld,
kunt u de mediabestanden die zijn opgeslagen in
een ander apparaat in het eigen netwerk, nog wel
bekijken en kopiëren als dit op het andere apparaat
is toegestaan.
Mediabestanden weergeven die in het
apparaat zijn opgeslagen
Als u uw afbeeldingen, video's en geluidsclips op
een ander apparaat in het eigen netwerk wilt
weergeven, bijvoorbeeld op een compatibele tv,
gaat u als volgt te werk:
1. Selecteer een afbeelding of videoclip in Foto's of
selecteer een geluidsclip in Galerij en selecteer
vervolgens Opties > Tonen via eigen
netwerk.
2. Selecteer een compatibel apparaat waarin het
mediabestand wordt weergegeven. De
afbeeldingen worden zowel op het andere
netwerkapparaat als op uw apparaat
weergegeven en de video- en geluidsclips
worden alleen afgespeeld op het andere
apparaat.
3. Selecteer Opties > Tonen stoppen als u het
delen wilt stoppen.
Mediabestanden weergeven die in het
andere apparaat zijn opgeslagen
Ga als volgt te werk als u mediabestanden die op
een ander apparaat in het netwerk zijn opgeslagen,
wilt weergeven op uw apparaat (of bijvoorbeeld op
een compatibele tv) wilt weergeven:
117
Eigen netwerk
1. Druk op en selecteer Instrumenten >
Connect. > Eigen media > Zk in eigen
ntw.. Op het apparaat wordt gezocht naar
andere compatibele apparaten. De namen van
gevonden apparaten verschijnen op het scherm.
2. Selecteer een apparaat in de lijst.
3. Selecteer het type media dat u wilt bekijken op
het andere apparaat. De beschikbare
bestandstypen zijn afhankelijk van de functies
van het andere apparaat.
Selecteer Opties > Zoeken als u bestanden met
andere criteria wilt zoeken. Selecteer Opties >
Sorteren op als u de gevonden bestanden wilt
sorteren.
4. Selecteer het mediabestand of de mediamap die
u wilt weergeven.
5. Druk op de bladertoets en selecteer Afspelen of
Weergeven, en In apparaat of Via eigen
netwerk.
6. Selecteer het apparaat waarop u het bestand
wilt weergeven.
Blader naar links of rechts om het volume te regelen
terwijl u een video of geluidsclip afspeelt.
Selecteer Terug of Stoppen (beschikbaar wanneer
video en muziek wordt afgespeeld) om het delen
van het mediabestand te stoppen.
Tip: U kunt de in Foto's opgeslagen
afbeeldingen met behulp van een UPnP-
compatibele printer afdrukken via een eigen
netwerk. Zie 'Afbeeldingen
afdrukken', p. 109. Het delen van inhoud hoeft
niet te zijn ingeschakeld.
Mediabestanden kopiëren
Als u mediabestanden wilt kopiëren of overbrengen
van uw apparaat naar een ander compatibel
apparaat, zoals een UPnP-compatibele pc,
selecteert u een bestand in Foto's en selecteert u
Opties > Verplaatsen en kopiëren > Kopie nr
eig. netw. of Verpl. nr eig. netw.. Het delen van
inhoud hoeft niet te zijn ingeschakeld.
Als u bestanden van het andere apparaat naar uw
apparaat wilt kopiëren of overbrengen, selecteert u
een bestand in het andere apparaat en selecteert u
de gewenste kopieeroptie in de lijst met opties. Het
delen van inhoud hoeft niet te zijn ingeschakeld.
Synchronisatie met het
thuisnetwerk
Mediabestanden synchroniseren
U kunt de mediabestanden op uw mobiele apparaat
synchroniseren met de mediabestanden op de
118
Eigen netwerk
apparaten in uw eigen thuisnetwerk. Controleer of
het mobiele apparaat zich binnen het bereik van uw
eigen draadloze netwerk (WLAN) bevindt en of het
thuisnetwerk goed is ingesteld.
Selecteer > Instrumenten > Connect. >
Eigen media > Eigen synchr. en voltooi de wizard
om de synchronisatie met het thuisnetwerk te
configureren.
Als u de wizard later wilt uitvoeren, gaat u naar de
hoofdweergave voor synchronisatie met het
thuisnetwerk en selecteert u Opties > Wizard
uitvoeren.
Als u inhoud op het mobiele apparaat handmatig
wilt synchroniseren met inhoud op de apparaten in
uw thuisnetwerk, selecteert u Nu synchr..
Synchronisatie-instellingen
Selecteer Opties > Synchr.instellingen als u de
synchronisatie-instellingen wilt wijzigen. Maak
vervolgens een keuze uit de volgende opties:
Synchronisatie — Stel automatische of
handmatige synchronisatie in.
Bronapparaten — Selecteer de bronapparaten
voor synchronisatie.
Gebruikt geheugen — Hier kunt u het
gebruikte geheugen bekijken en selecteren.
Geheugenbeheer — Selecteer Vragen
wanneer vol als u een melding wilt ontvangen
wanneer het geheugen van het apparaat bijna
vol is.
Inkomende bestanden definiëren
Als u lijsten voor inkomende mediabestanden wilt
definiëren en beheren, drukt u op en selecteert
u Instrumenten > Connect. > Eigen media >
Eigen synchr. > Van eigen > Opties >
Openen.
Als u de typen bestanden wilt definiëren die u naar
het apparaat wilt overbrengen, selecteert u deze
typen in de lijst.
Selecteer Opties > Bewerken om de
overdrachtinstellingen te bewerken, en maak uw
keuze uit de volgende opties:
Lijstnaam — Hier kunt u een nieuwe naam voor
de lijst invoeren.
Afbeeldingen verkleinen — Hiermee kunt u
afbeeldingen verkleinen om geheugenruimte te
besparen.
Aantal — Hier kunt u het maximum aantal
bestanden of de totale omvang van de bestanden
opgeven.
Beginnen met — Hier kunt u de
downloadvolgorde opgeven.
Van — Hier kunt u de datum opgeven van het
oudste bestand dat u wilt downloaden. Alleen
beschikbaar voor afbeeldingen en videoclips.
119
Eigen netwerk
Tot — Hier kunt u de datum opgeven van het
nieuwste bestand dat u wilt downloaden. Alleen
beschikbaar voor afbeeldingen en videoclips.
Voor muziekbestanden kunt u ook het genre, de
artiest, het album en het nummer opgeven dat u
wilt downloaden, evenals het bronapparaat dat u
voor het downloaden wilt gebruiken.
Als u bestanden wilt zoeken in een specifieke
categorie op uw apparaat, selecteert u een
bestandstype en selecteert u Opties > Bestanden
tonen.
Selecteer Opties > Nieuwe lijst als u een vooraf
gedefinieerde of aangepaste lijst voor inkomende
bestanden wilt maken.
Selecteer Opties > Prioriteit wijzigen als u de
volgorde van de prioriteit van de lijsten wilt
wijzigen. Selecteer de lijst die u wilt verplaatsen en
selecteer Grijpen. Verplaats de lijst naar de nieuwe
locatie en selecteer Neerzetten om deze daar neer
te zetten.
Uitgaande bestanden definren
U kunt opgeven welke bestandstypen op uw
apparaat moeten worden gesynchroniseerd met
uw eigen media-apparaten en hoe deze moeten
worden gesynchroniseerd. Daartoe drukt u op
en selecteert u Instrumenten > Connect. >
Eigen media > Eigen synchr. > Naar eigen >
Opties > Openen. Selecteer het mediatype,
Opties, corresponderende instellingen en maak uw
keuze uit de volgende opties:
Doelapparaten — Selecteer doelapparaten om
mee te synchroniseren of schakel synchronisatie
uit.
Behouden op telefoon — Selecteer Ja als u de
media-inhoud op het apparaat wilt behouden na
synchronisatie. Voor afbeeldingen kunt u ook
opgeven of u het origineel of een verkleinde
versie ervan op uw apparaat wilt behouden. Als
u opgeeft dat u de afbeelding in de
oorspronkelijke grootte wilt behouden, is er
meer geheugen nodig.
120
Eigen netwerk
Nokia Videocentrum
Met Nokia Videocentrum (netwerkdienst) kunt u
videoclips downloaden en streamen vanaf
compatibele internetvideodiensten die
pakketgegevens of een WLAN (draadloos LAN)
gebruiken. U kunt ook videoclips overbrengen vanaf
een compatibele pc naar het apparaat en deze
bekijken in Videocentrum.
Het gebruik van gegevenstoegangspunten om
video's te downloaden kan de overdracht van grote
hoeveelheden gegevens over het netwerk van de
serviceprovider met zich meebrengen. Neem
contact op met uw serviceprovider voor meer
informatie over de kosten van gegevensoverdracht.
Het apparaat bevat mogelijk vooraf gedefinieerde
diensten.
Serviceproviders kunnen inhoud gratis of tegen
betaling bieden. Vraag de prijzen na bij de
serviceprovider.
Videoclips weergeven en
downloaden
Verbinding maken met videodiensten
1. Druk op en selecteer Videocentr..
2. Als u verbinding wilt
maken met een dienst,
selecteert u
Videomap en de
gewenste videodienst
in de
dienstencatalogus.
Tip: Videodiensten
zijn via de tegel Tv
en video in het
multimediamenu
toegankelijk.
Een videoclip weergeven
Selecteer Videofeeds als u door de inhoud van de
geïnstalleerde videodiensten wilt bladeren.
Druk op de bladertoets om een videoclip te
selecteren. De inhoud van bepaalde videodiensten
is in categorieën ingedeeld. In dat geval kunt u een
categorie selecteren om de videoclips te bekijken.
Selecteer Video zoeken om een videoclip in de
dienst te zoeken. De zoekfunctie is mogelijk niet
voor alle diensten beschikbaar.
Selecteer Opties > Videodetails als u informatie
over de geselecteerde videoclip wilt weergeven.
121
Nokia Videocentrum
Sommige videoclips kunnen via de ether worden
gestreamd, terwijl andere eerst naar uw apparaat
moeten worden gedownload. Selecteer Opties >
Downloaden om een videoclip te downloaden.
Downloads worden op de achtergrond voortgezet
als u de toepassing afsluit. De gedownloade
videoclips worden opgeslagen in Mijn video's.
Selecteer Opties > Afspelen om een videoclip te
streamen of een gedownloade clip te bekijken.
Wanneer de videoclip wordt afgespeeld, kunt u de
videospeler met de mediatoetsen bedienen. Druk
op de volumetoets om het volume te regelen.
Downloads plannen
Het instellen van de toepassing om automatisch
videoclips te downloaden, kan de overdracht van
grote hoeveelheden gegevens via het netwerk van
uw serviceprovider met zich meebrengen. Neem
contact op met uw serviceprovider voor meer
informatie over de kosten van gegevensoverdracht.
Selecteer een categorie en selecteer Opties >
Downloads plannen om een automatische
download voor videoclips te plannen. Nieuwe
videoclips worden door Videocentrum automatisch
dagelijks op het door u ingestelde tijdstip
gedownload.
Selecteer Handm. downloaden als
downloadmethode als u de geplande downloads
voor een categorie wilt annuleren.
Videofeeds
De inhoud van de geïnstalleerde videodiensten
wordt door middel van RSS-feeds gedistribueerd. U
kunt uw feeds in Videofeeds bekijken en beheren.
Selecteer Opties > Feedabonnementen om uw
huidige abonnementen op feeds te controleren.
Selecteer Opties > Feeds vernieuwen als u de
inhoud van alle feeds wilt vernieuwen.
Selecteer Opties > Feed toevoegen als u zich op
nieuwe feeds wilt abonneren. Selecteer Via
videomap als u een feed wilt selecteren uit de
diensten in de videomap of Handmatig
toevoegen als u het adres van een videofeed wilt
toevoegen.
Als u de video's wilt bekijken die in een feed
beschikbaar zijn, bladert u naar de feed en drukt u
op de bladertoets.
Selecteer Opties > Feeddetails om informatie
over een video weer te geven.
Selecteer Opties > Lijst vernieuwen als u de
inhoud van de huidige feed wilt bijwerken.
Selecteer Opties > Account beheren als u uw
accountopties voor een bepaalde feed wilt beheren.
Selecteer Opties > Feed verwijderen als u een
feed uit uw abonnementenlijst wilt verwijderen.
122
Nokia Videocentrum
Bepaalde vooraf geïnstalleerde feeds kunt u
mogelijk niet verwijderen.
Mijn video's
Mijn video's is een opslagplaats voor alle video's in
de toepassing Videocentrum. U kunt in
verschillende weergaven overzichten van
gedownloade video's en videoclips die met de
camera van het apparaat zijn opgenomen tonen.
Druk op en selecteer Videocentr. > Mijn
video's als u Mijn video's wilt openen.
Druk op de bladertoets om mappen te openen en
videoclips te bekijken. Wanneer de videoclip wordt
afgespeeld, kunt u de videospeler met de
mediatoetsen bedienen. Druk op de volumetoets
om het volume te regelen.
Selecteer Opties > Dempen of Dempen uit om het
geluid in of uit te schakelen.
Selecteer Opties > Videodetails om de
bestandsdetails weer te geven.
Selecteer Opties > Afspelen via eigen netw. als
u een gedownloade videoclip in het eigen netwerk
wilt afspelen. Het eigen netwerk moet eerst zijn
geconfigureerd. Zie 'Informatie over het eigen
netwerk', p. 114.
Selecteer Opties > Verplaatsen naar map als u
videoclips naar andere mappen in het apparaat wilt
verplaatsen.
Selecteer Nieuwe map als u een nieuwe map wilt
maken.
Selecteer Opties > Verpl. naar geh. kaart als u
videoclips naar een compatibele geheugenkaart
wilt verplaatsen.
Video's overbrengen van uw
pc
U kunt uw eigen videoclips vanaf compatibele
apparaten naar Videocentrum overbrengen via een
compatibele USB-kabel. In Videocentrum worden
alleen videoclips weergegeven waarvan de indeling
door het apparaat wordt ondersteund.
1. Als u het apparaat op een pc wilt weergeven als
massageheugenapparaat waarnaar u
gegevensbestanden kunt overbrengen, maakt u
verbinding via een USB-kabel.
2. Selecteer de verbindingsmodus Massaopslag.
Er moet een compatibele geheugenkaart in het
apparaat zijn geplaatst.
3. Selecteer de videoclips die u vanaf uw pc wilt
kopiëren.
123
Nokia Videocentrum
4. Breng de videoclips over naar E:\Mijn video's op
de geheugenkaart.
De overgebrachte videoclips verschijnen in de
map Mijn video's in Videocentrum.
Videobestanden in andere mappen van uw
apparaat worden niet weergegeven.
Instellingen voor
Videocentrum
In de hoofdweergave van Videocentrum kunt u
Opties > Instellingen en de volgende opties
selecteren:
Videodienst selecteren — Selecteer de
videodiensten die in Videocentrum moeten
worden weergegeven. U kunt ook de details van
een videodienst weergeven.
Standaardtoegangspunt — Selecteer Altijd
vragen of Door gebr. gedef. om de
toegangspunten te kiezen die voor de
gegevensverbinding worden gebruikt. Het
gebruik van gegevenstoegangspunten om
bestanden te downloaden kan de overdracht van
grote hoeveelheden gegevens over het netwerk
van de serviceprovider met zich meebrengen.
Neem contact op met uw serviceprovider voor
meer informatie over de kosten van
gegevensoverdracht.
Ouderlijk toezicht — Als de serviceprovider
leeftijdsgrenzen voor video's heeft ingesteld,
activeert u de functie voor ouderlijk toezicht voor
videodiensten.
Miniaturen — Geef aan of miniatuurweergaven
in videofeeds moeten worden gedownload en
weergegeven.
124
Nokia Videocentrum
N-Gage
Informatie over N-Gage
N-Gage is een platform voor mobile gaming dat
voor verschillende compatibele mobiele Nokia-
apparaten beschikbaar is. De toepassing N-Gage op
uw apparaat biedt toegang tot games, spelers en
inhoud. U kunt ook games downloaden en op uw
computer toegang tot bepaalde functies krijgen via
www.n-gage.com.
Met N-Gage kunt u games downloaden en kopen en
deze vervolgens zelf of samen met vrienden spelen.
U kunt proefversies van nieuwe games downloaden
en games die u leuk vindt vervolgens aanschaffen.
Via N-Gage kunt u bovendien contact met andere
spelers houden en scores en andere prestaties
bijhouden en met elkaar vergelijken.
U hebt een GPRS- of 3G-verbinding nodig om N-Gage
te kunnen gebruiken. U kunt ook een WLAN-
verbinding gebruiken als deze beschikbaar is. U
hebt de verbinding ook nodig om toegang te
krijgen tot online functies, zoals functies voor het
downloaden van games, game-licenties, games
voor meerdere spelers of chatten. U hebt de
verbinding ook nodig om te kunnen deelnemen aan
online games of games voor meerdere spelers of om
berichten naar andere spelers te verzenden.
Bij alle N-Gage-diensten waarvoor een verbinding
met N-Gage-servers is vereist, worden grote
hoeveelheden gegevens verzonden. Dit geldt
bijvoorbeeld voor het downloaden van game-
bestanden, het aanschaffen van games, online
games, games voor meerdere spelers, het maken
van een spelersnaam, chatten en het verzenden van
berichten.
Uw serviceprovider brengt hiervoor kosten in
rekening. Neem contact op met uw serviceprovider
voor meer informatie over de kosten van
gegevensoverdracht.
N-Gage-weergaven
De toepassing N-Gage bestaat uit vijf onderdelen.
De hoofdweergave wordt geopend wanneer u
de toepassing N-Gage start. U kunt een game gaan
spelen of de laatst gespeelde game voortzetten, het
behaalde aantal N-Gage-punten bekijken, meer
games zoeken, uw berichten lezen of verbinding
maken met een N-Gage-vriend die beschikbaar is
om te spelen.
125
N-Gage
In Mijn games kunt u spelletjes die u op uw
apparaat hebt gedownload, spelen en beheren. U
kunt games installeren en verwijderen, gespeelde
games beoordelen en recenseren, en deze
aanbevelen bij uw N-Gage-vrienden.
In Mijn profiel kunt u uw profielinformatie en -
gegevens beheren, en een registratie bijhouden
van uw N-Gage-game-historie.
In Mijn vrienden kunt u andere N-Gage-spelers
uitnodigen voor uw vriendenlijst, en zien of ze
online zijn en beschikbaar om te spelen. U kunt ook
berichten naar uw N-Gage-vrienden sturen.
In Showroom vindt u informatie over N-Gage-
games, waaronder schermafbeeldingen en
recensies van spelers. U kunt nieuwe games ook
uitproberen door testversies te downloaden, en u
kunt uw spelervaring uitbreiden met extra game-
onderdelen voor games die al op uw apparaat zijn
geïnstalleerd.
Aan de slag
Een spelersnaam maken
U kunt zonder spelersnaam games downloaden,
kopen en spelen, maar voor een optimale N-Gage-
ervaring wordt u aangeraden een spelersnaam te
maken. Met een spelersnaam kunt u deelnemen aan
de N-Gage-community, verbinding maken met
andere spelers en scores, aanbevelingen en
beoordelingen uitwisselen. U hebt ook een
spelersnaam nodig als u uw profielgegevens en N-
Gage-punten naar een ander apparaat wilt
overbrengen.
Wanneer u de toepassing N-Gage start en voor het
eerst verbinding maakt met de N-Gage-dienst,
wordt u gevraagd om een N-Gage-spelersnaam te
maken. U kunt verbinding met het netwerk maken
door bijvoorbeeld Options > Set Availability >
Available to Play te selecteren om aan te geven dat
u beschikbaar bent.
Als u al een N-Gage-spelersnaam hebt, geeft u aan
dat u al een account hebt en u voert u uw
gebruikersnaam en wachtwoord in om u aan te
melden.
Een nieuwe spelersnaam maken:
1. Selecteer Register New Account.
2. Voer in het registratiescherm uw
geboortedatum, gewenste spelersnaam en
wachtwoord in. Als de spelersnaam al wordt
gebruikt, verschijnt er een lijst van vergelijkbare
namen die wel beschikbaar zijn.
3. Als u uw spelersnaam wilt registreren, voert u
uw gegevens in, leest en accepteert u de
voorwaarden en selecteert u Register.
U kunt ook een spelersnaam maken op de website
van N-Gage, op www.n-gage.com.
126
N-Gage
Wanneer u een spelersnaam hebt gemaakt, kunt u
uw instellingen en persoonlijke gegevens wijzigen
op het tabblad Private van de module My Profile.
Voor het maken van een spelersnaam op het
apparaat kunnen kosten voor gegevensoverdracht
in rekening worden gebracht.
Een game starten
Als u de laatst gespeelde game wilt starten, gaat u
naar de hoofdweergave en selecteert u Start
Game.
Selecteer Options > Resume Game om een
onderbroken game te hervatten.
Uw voortgang volgen
Als u het aantal behaalde N-Gage-punten wilt
bekijken, gaat u naar de hoofdweergave en
selecteert u Track My Progress.
Spelen met vrienden
Selecteer Play With Friends als u verbinding wilt
maken met N-Gage-spelers in uw vriendenlijst, en
ze wilt uitnodigen voor een game. Op basis van uw
game-historie en de beschikbaarheid van uw N-
Gage-vrienden, stelt N-Gage een vriend voor om een
game mee te spelen.
Als u een andere vriend wilt zoeken om mee te
spelen, selecteert u Options > View My Friends.
Dit item wordt niet weergegeven als uw
vriendenlijst leeg is. Zie 'Verbinding maken met
andere spelers', p. 128.
Games spelen en beheren
Selecteer My Games als u de games die u op uw
apparaat hebt gedownload en geïnstalleerd, wilt
spelen en beheren. De games zijn gesorteerd op de
datum waarop ze het laatst zijn gespeeld, met de
meest recent gespeelde games bovenaan.
Mijn games kan vijf typen spelletjes bevatten:
Volledige versies — Dit zijn games die u met een
volledige licentie hebt gekocht. Afhankelijk van
de game en uw regio zijn verschillende typen
licenties beschikbaar.
Testversies — Dit zijn volledige game-bestanden
waartoe u slechts een beperkte periode toegang
hebt of waarvan de inhoud beperkt is. Wanneer
de testperiode is verlopen, moet u een licentie
kopen om de volledige game te ontgrendelen en
verder te gaan. Deze games zijn gemarkeerd met
een testversie-banner.
Gamedemo's — Dit zijn kleinere onderdelen van
de game, met slechts een beperkte reeks functies
en niveaus. Deze games zijn gemarkeerd met een
demoversie-banner.
127
N-Gage
Volledig vervallen — Dit zijn games die u met
een beperkte licentie hebt gekocht en waarvan
de licentie is verlopen. Deze games zijn
gemarkeerd met een klok en een pijl.
Niet beschikbaar — Dit zijn volledige games die
u hebt verwijderd, of die u hebt gedownload
maar niet volledig hebt geïnstalleerd. Deze
games worden in de lijst met games als niet
beschikbaar weergegeven. Ook games die op de
geheugenkaart zijn geïnstalleerd, worden als
niet-beschikbaar weergegeven als de
geheugenkaart is verwijderd.
Als een extra game-onderdeel is gedownload maar
niet volledig is geïnstalleerd, is de betreffende
game-afbeelding ook niet beschikbaar en kan de
game pas worden gespeeld wanneer het extra
game-onderdeel is geïnstalleerd.
Profielgegevens bewerken
Als u uw openbare profielgegevens wilt bewerken,
selecteert u Options > Edit Profile, gaat u naar het
tabblad Public en selecteert u een van de volgende
opties:
Icon — Kies een afbeelding die u voorstelt.
Wanneer u het pictogram wijzigt, verschijnt er
een lijst van alle afbeeldingen in de Galerij op het
apparaat die u als symbool kunt gebruiken.
Selecteer de gewenste afbeelding in de lijst of
gebruik de zoekfunctie om de gewenste
afbeelding te zoeken.
Motto — Voeg een korte persoonlijke
boodschap toe. Selecteer Change als u de tekst
wilt bewerken.
Favourite Game(s) — Voer de namen van uw
favoriete games in.
Device Model — Het modelnummer van uw
apparaat. Dit nummer wordt automatisch
toegekend en kan niet worden gewijzigd.
Show Location Selecteer of u uw stad en land
in het openbare profiel wilt opnemen. U kunt uw
locatie wijzigen op het tabblad Private.
Wanneer u uw profiel hebt bijgewerkt, moet u zich
met uw spelersnaam aanmelden bij de dienst om
ervoor te zorgen dat de profielwijzigingen met de
N-Gage-server worden gesynchroniseerd.
Verbinding maken met
andere spelers
Ga naar My friends als u verbinding wilt maken met
andere N-Gage-spelers en uw lijst met vrienden wilt
beheren. U kunt een bepaalde N-Gage-speler
zoeken en deze speler voor uw lijst met vrienden
uitnodigen. Uw lijst met vrienden geeft aan welke
vrienden online zijn en beschikbaar zijn voor
games. Ook kunt u persoonlijke berichten en
128
N-Gage
aanbevelingen voor games met vrienden
uitwisselen.
Vrienden zoeken en toevoegen
Als u een N-Gage-speler wilt uitnodigen voor uw
vriendenlijst, voert u de spelersnaam van de speler
in het veld Add a Friend van de vriendenlijst in.
Voeg indien nodig een bericht aan de uitnodiging
toe. Selecteer Send om de uitnodiging te versturen.
Als de speler de uitnodiging accepteert, wordt de
speler in uw vriendenlijst opgenomen.
Als u geen N-Gage-vrienden hebt en andere spelers
wilt ontmoeten, gaat u naar N-Gage Arena op
www.n-gage.com en bezoekt u de chatrooms en
forums.
Gegevens over vrienden
weergeven
Als u informatie over een vriend wilt weergeven,
zoals het aantal N-Gage-punten of de meest recent
gespeelde games van een vriend, gaat u naar de
speler in uw vriendenlijst. U moet online zijn en met
de N-Gage-dienst zijn verbonden om de online
status van uw vrienden te kunnen bekijken.
Het symbool naast de spelersnaam geeft de
beschikbaarheid van de vriend aan.
U kunt privé-berichten naar uw N-Gage-vrienden
sturen, zelfs als u niet-beschikbaar of offline bent.
De vriendenlijst sorteren
Als u uw vrienden wilt sorteren op beschikbaarheid,
spelersnaam of N-Gage-punten, selecteert u
Options > Sort Friends By.
Een speler beoordelen
Als u een speler wilt beoordelen, gaat u naar de
speler in uw vriendenlijst en selecteert u Options >
Rate Player. U kunt een speler beoordelen met één
tot vijf sterren. De beoordeling die u geeft,
beïnvloedt de reputatie van de speler in de
gemeenschap.
Berichten verzenden
In Mijn vrienden kunt u privé-berichten uitwisselen
met spelers in uw vriendenlijst. Als een vriend op
dat moment is aangemeld bij N-Gage, kan deze
vriend uw berichten beantwoorden en kunt u een-
op-een chatten, net als met een chatdienst.
Als u nieuwe berichten wilt bekijken die u van een
N-Gage-vriend hebt ontvangen, gaat u naar de
vriend in de vriendenlijst en selecteert u Options >
View Message. Gelezen berichten worden
automatisch verwijderd wanneer u N-Gage afsluit.
Selecteer Options > View Recommendation om
spelaanbevelingen te bekijken. Spelaanbevelingen
129
N-Gage
worden automatisch één week na ontvangst
verwijderd.
Als u een bericht naar een N-Gage-vriend wilt
sturen, bladert u naar de vriend in de vriendenlijst
en selecteert u Options > Send Message. De
maximumgrootte van een privé-bericht is 115
tekens. Selecteer Submit om het bericht te
verzenden.
U hebt een GPRS-, 3G- of WLAN-verbinding nodig om
de berichtfunctie te kunnen gebruiken. Mogelijk
worden kosten voor gegevensoverdracht in
rekening gebracht. Neem voor meer informatie
contact op met uw provider van mobiele diensten.
N-Gage-instellingen
Als u de N-Gage-instellingen wilt wijzigen,
selecteert u Options > Edit Profile en gaat u naar
het tabblad Privé. Selecteer Options > N-Gage
Settings als u de instellingen voor de hele N-Gage-
toepassing wilt wijzigen.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Player Name — U kunt de spelersnaam wijzigen
totdat u zich de eerste keer bij het netwerk
aanmeldt. Daarna kunt u de naam niet meer
bewerken.
Personal Settings — U kunt persoonlijke
gegevens opgeven, die niet in uw openbare
profiel worden weergegeven, en u abonneren op
de N-Gage-nieuwsbrief. U kunt ook instellen of u
tijdens het spelen van een spel meldingen van
uw N-Gage-vrienden wilt ontvangen.
Connection Settings — U kunt toestaan dat N-
Gage automatisch verbinding met het netwerk
maakt als dat nodig is; u kunt uw
voorkeurstoegangspunt opgeven en een limiet
voor gegevensoverdracht instellen waarbij een
waarschuwing wordt gegenereerd.
Account Details — Uw aankoopvoorkeuren.
Wanneer u een spel koopt, wordt u gevraagd of
u uw factuurgegevens wilt opslaan, waaronder
uw creditcardnummer, zodat een volgende
aankoop sneller kan worden afgerond.
130
N-Gage
Berichten
Alleen apparaten met compatibele functies kunnen
multimediaberichten ontvangen en weergeven. De
weergave van een bericht kan verschillen
afhankelijk van het ontvangende apparaat.
Berichten, hoofdweergave
Druk op en selecteer Berichten
(netwerkdienst).
Selecteer Nieuw bericht als u een nieuw bericht
wilt maken.
Berichten bevat de volgende mappen:
Inbox — Deze map bevat ontvangen
berichten, behalve e-mails en
infodienstberichten.
Mijn mappen — Hierin kunt u berichten
onderbrengen.
Tip: Met de teksten in de map Sjablonen in
Mijn mappen voorkomt u dat u dezelfde
tekst steeds opnieuw moet typen. U kunt ook
uw eigen sjablonen maken en opslaan.
Nieuwe mailbox Maak verbinding met de
externe mailbox om nieuwe e-mails op te halen
of eerder opgehaalde e-mails offline te bekijken.
Ontwerpen — Deze map bevat
conceptberichten die nog niet zijn verzonden.
Verzonden — Deze map bevat de laatste
verzonden berichten, behalve berichten die zijn
verzonden via Bluetooth-connectiviteit. U kunt
het aantal berichten wijzigen dat in deze map
wordt opgeslagen.
Outbox — Berichten die moeten worden
verzonden, worden in de map Outbox geplaatst
als het apparaat zich buiten het dekkingsgebied
van het netwerk bevindt.
Rapporten — U kunt bij het netwerk een
leveringsrapport aanvragen voor de SMS-
berichten en multimediaberichten die u hebt
verzonden (netwerkdienst).
Selecteer Opties > Dienstopdrachten in
hoofdweergave van Berichten als u
dienstopdrachten (ook wel USSD-opdrachten
genoemd), zoals activeringsopdrachten voor
netwerkdiensten, wilt invoeren en verzenden naar
de aanbieder.
Met Infodienst (netwerkdienst) kunt u berichten
ontvangen over verschillende onderwerpen, zoals
het weer of het verkeer. Informeer bij de
serviceprovider naar de beschikbare items en hun
131
Berichten
nummers. Ga naar de hoofdweergave van Berichten
en selecteer Opties > Infodienst.
U kunt geen infodienstberichten ontvangen in een
UMTS-netwerk. Ook bij een packet-
gegevensverbinding kunt u mogelijk geen
infodienstberichten ontvangen.
Tekst invoeren
Het apparaat ondersteunt traditionele tekstinvoer
en tekstvoorspelling. Met tekstvoorspelling kunt u
iedere letter invoeren door slechts eenmaal op de
betreffende toets drukken. Tekstvoorspelling is
gebaseerd op een ingebouwde woordenlijst die u
zelf kunt uitbreiden.
Wanneer u tekst invoert, geeft aan dat u
traditionele tekstinvoer gebruikt en dat u
tekstvoorspelling gebruikt.
Traditionele tekstinvoer
Druk herhaaldelijk op een cijfertoets (19) totdat
het gewenste teken verschijnt. Er zijn meer tekens
beschikbaar voor een cijfertoets dan er op de toets
staan afgebeeld.
Als de volgende letter zich op dezelfde toets bevindt
als de huidige letter, wacht u totdat de cursor
verschijnt (of drukt u de bladertoets naar rechts om
de time-outperiode te beëindigen) en typt u de
letter.
Voor een spatie drukt u op 0. Als u de cursor op een
nieuwe regel wilt plaatsen, drukt u driemaal op 0.
Tekstvoorspelling
Met tekstvoorspelling kunt u iedere letter invoeren
door slechts eenmaal op de betreffende toets
drukken. Tekstvoorspelling is gebaseerd op een
ingebouwde woordenlijst die u zelf kunt
uitbreiden.
1. Als u teksvoorspelling wilt inschakelen voor alle
editors in het apparaat, drukt u tweemaal op #.
Als u tekstvoorspelling wilt in- of uitschakelen in
de algemene instellingen, drukt u op en
selecteert u Instrumenten > Instell. >
Algemeen > Persoonlijk > Taal >
Tekstvoorspelling.
2. Druk op de toetsen 2-9 om het gewenste woord
te schrijven. Druk voor één letter slechts
eenmaal op elke toets. Als u bijvoorbeeld
"Nokia" wilt schrijven terwijl de Engelse
woordenlijst is geselecteerd, drukt u op 6 voor
N, 6 voor o, 5 voor k, 4 voor i en 2 voor a.
Het voorspelde woord verandert na elke
toetsaanslag.
3. Als u het woord correct en volledig hebt
ingevoerd, drukt u de bladertoets naar rechts
132
Berichten
om dit te bevestigen of drukt u op 0 om een
spatie toe te voegen.
Als het woord niet correct is, druk dan
herhaaldelijk op * om de overeenkomstige
woorden uit de woordenlijst weer te geven.
Als achter het woord een vraagteken verschijnt,
is het woord niet gevonden in de woordenlijst.
Als u een woord wilt toevoegen aan de
woordenlijst, selecteer dan Spellen, voer het
woord in via de traditionele
tekstinvoermethode en selecteer OK. Het woord
wordt aan de woordenlijst toegevoegd. Als de
woordenlijst vol is, wordt het oudste
toegevoegde woord vervangen door het nieuwe
woord.
4. Begin met het schrijven van het volgende
woord.
Tips voor tekstinvoer
Houd de toets met het gewenste cijfer ingedrukt als
u in de lettermodus een cijfer wilt invoegen.
Druk op # als u wilt schakelen tussen de
verschillende tekenmodi.
Als u een teken wilt verwijderen, drukt u op C. Als u
meerdere tekens wilt verwijderen, houdt u C
ingedrukt.
De meest gebruikte leestekens zijn beschikbaar
onder 1. Als u ze een voor een wilt doorlopen, drukt
u bij de gewone tekstinvoer herhaaldelijk op 1. Als
u invoer met tekstvoorspelling gebruikt, drukt u op
1 en vervolgens herhaaldelijk op *.
Als u een lijst met speciale tekens wilt openen,
houdt u * ingedrukt.
Tip: Als u verschillende speciale tekens in de
lijst met speciale tekens wilt selecteren, drukt
u na elk gemarkeerd teken op 5.
De invoertaal wijzigen
Wanneer u tekst schrijft, kunt u de invoertaal
wijzigen. Als u bijvoorbeeld tekst schrijft in een
niet-Latijns alfabet en u Latijnse tekens wilt
invoeren, zoals een internet- of e-mailadres, moet
u de invoertaal wijzigen.
Als u de invoertaal wilt wijzigen, selecteert u
Opties > Invoertaal en een invoertaal met
Latijnse tekens.
Nadat u de invoertaal hebt gewijzigd en
bijvoorbeeld herhaaldelijk op 6 drukt om een
speciaal teken te selecteren, krijgt u in de
gewijzigde invoertaal toegang tot deze tekens in
een andere volgorde.
133
Berichten
Tekst en lijsten bewerken
Houd # ingedrukt en druk de bladertoets naar links
of rechts als u tekst wilt selecteren om deze te
kopiëren en plakken. Houd # ingedrukt en selecteer
Kopiëren als u de tekst naar het klembord wilt
kopiëren. Houd # ingedrukt en selecteer Plakken
als u de tekst in een document wilt invoegen.
Als u een item in een lijst wilt markeren, bladert u
naar het item en drukt op #.
Houd # ingedrukt en druk de bladertoets omhoog
of omlaag om meerdere items in een lijst te
markeren. Stop met bladeren en laat # los als u de
selectie wilt beëindigen.
Berichten invoeren en
verzenden
Druk op en selecteer Berichten.
Voordat u een multimediabericht of e-mail kunt
maken, moet de verbinding juist zijn ingesteld. Zie
'E-mailinstellingen definiëren', p. 137.
Het draadloze netwerk kan
de omvang van MMS-
berichten beperken. Als de
omvang van de
ingevoegde afbeelding de
limiet overschrijdt, kan de
afbeelding door het
apparaat worden
verkleind zodat deze via
MMS kan worden
verzonden.
Informeer bij uw provider
naar de maximale grootte van e-mailberichten. Als
u probeert om een e-mailbericht te verzenden dat
de toegestane grootte van de e-mailserver
overschrijdt, blijft het bericht in de map Outbox
staan en probeert het apparaat geregeld om het
opnieuw te verzenden. Voor het verzenden van e-
mail is een gegevensverbinding vereist en bij
herhaalde pogingen om e-mail te verzenden kan
uw telefoonrekening oplopen. In de map Outbox
kunt u een dergelijk bericht verwijderen of
verplaatsen naar de map Concepten.
1. Selecteer Nieuw bericht > Bericht om een
SMS- of multimediabericht (MMS) te verzenden,
Audiobericht om een multimediabericht met
één geluidsclip te verzenden, of E-mail om een
e-mailbericht te verzenden.
134
Berichten
2. Druk in het veld Aan op de bladertoets als u
ontvangers of groepen contacten wilt selecteren
of voer het telefoonnummer of e-mailadres van
de ontvanger in. Druk op * om een puntkomma
(; ) toe te voegen als scheidingsteken tussen de
ontvangers. U kunt ook het nummer of adres
kopiëren en plakken via het Klembord.
3. Voer in het veld Onderwerp het onderwerp van
het e-mailbericht in. Selecteer Opties > Velden
berichtheader om op te geven welke velden
zichtbaar moeten zijn.
4. Schrijf het bericht in het berichtveld. Als u een
sjabloon of notitie wilt invoegen, selecteert u
Opties > Invoegen > Tekst invoegen >
Sjabloon of Notitie.
5. Als u een media-object aan een
multimediabericht (MMS) wilt toevoegen,
selecteert u Opties > Inhoud invoegen, het
objecttype of de bron en het gewenste object.
Als u een visitekaartje, dia, notitie of ander
bestand in het bericht wilt invoegen, selecteert
u Opties > Inhoud invoegen > Andere
invoegen.
6. Selecteer Opties > Invoegen > Afbeelding
invoegen > Nieuw, Videoclip invoegen >
Nieuw of Geluidsclip invoegen > Nieuw als
u een foto wilt maken of een videoclip of geluid
wilt opnemen voor een multimediabericht.
7. Selecteer Opties en het type bijlage als u een
bijlage wilt toevoegen aan een e-mailbericht. E-
mailbijlagen worden aangeduid met .
8. Selecteer Opties > Verzenden of druk op de
beltoets om het bericht te verzenden.
Opmerking: Als het pictogram of de tekst
Bericht verzonden op het beeldscherm van het
apparaat verschijnt, betekent dit niet dat het
bericht op de bedoelde bestemming is
aangekomen.
Het apparaat ondersteunt tekstberichten die langer
zijn dan de limiet voor één bericht. Langere
berichten worden verzonden als twee of meer
berichten. Uw serviceprovider kan hiervoor de
desbetreffende kosten in rekening brengen. Tekens
met accenten of andere symbolen en tekens in
sommige taalopties nemen meer ruimte in beslag,
waardoor het aantal tekens dat in één bericht kan
worden verzonden, wordt beperkt.
U kunt videoclips mogelijk niet verzenden als deze
zijn opgeslagen in de MP4-indeling of groter zijn
dan de limiet voor multimediaberichten van het
draadloze netwerk.
Tip: U kunt afbeeldingen, video, geluid en
tekst combineren in een presentatie en deze
in een multimediabericht verzenden. Maak
eerst een multimediabericht en selecteer
135
Berichten
vervolgens Opties > Invoegen >
Presentatie invoegen. De optie wordt alleen
weergegeven als MMS-aanmaakmodus is
ingesteld op Met begeleiding of Vrij. Zie
'Instellingen voor
multimediaberichten', p. 141.
Inbox met ontvangen
berichten
Berichten ontvangen
Druk op en selecteer Berichten > Inbox.
In de map Inbox geeft een ongelezen SMS-
bericht aan, een ongelezen multimediabericht,
een ongelezen audiobericht en gegevens die
via een Bluetooth-verbinding zijn ontvangen.
Wanneer u een bericht ontvangt, worden en 1
nieuw bericht weergegeven in de stand-by modus.
Selecteer Weergeven als u het bericht wilt openen.
Ga naar een bericht in de Inbox en druk op de
bladertoets als u het bericht wilt openen. Selecteer
Opties > Beantwoorden als u een ontvangen
bericht wilt beantwoorden.
Multimediaberichten
Belangrijk: Wees voorzichtig met het
openen van berichten. Berichten kunnen
schadelijke software bevatten of anderszins
schadelijk zijn voor het apparaat of de pc.
U kunt een melding ontvangen dat u een
multimediabericht kunt ophalen in de
multimediaberichtencentrale. Selecteer Opties >
Ophalen als u een packet-gegevensverbinding wilt
starten om een bericht op het apparaat ontvangen.
Als u een multimediabericht opent ( ), kunt u
tegelijkertijd een afbeelding bekijken en een
bericht lezen. geeft aan dat het bericht geluid
bevat en geeft aan dat het bericht video bevat.
Selecteer het symbool als u het geluid of de video
wilt afspelen.
Selecteer Opties > Objecten als u de
mediaobjecten wilt bekijken die in het
multimediabericht zijn opgenomen.
Als het bericht een multimediapresentatie bevat,
wordt weergegeven. Selecteer het symbool als u
de presentatie wilt afspelen.
136
Berichten
Gegevens, instellingen en
webdienstberichten
Op het apparaat kunt u diverse soorten berichten
ontvangen die gegevens bevatten, zoals
visitekaartjes, beltonen, logo's van de operator,
agenda-items en e-mailmeldingen. U kunt ook
instellingen van de serviceprovider of de afdeling
voor informatiebeheer van uw bedrijf ontvangen in
een configuratiebericht.
Selecteer Opties en de betreffende optie als u de
gegevens in het bericht wilt opslaan.
Webdienstberichten zijn meldingen (bijvoorbeeld
van nieuwsberichten) en kunnen een SMS-bericht of
een koppeling bevatten. Informeer bij de
serviceprovider naar de beschikbaarheid van
dergelijke diensten.
Berichtlezer
Met Berichtlezer kunt u tekst-, MMS- en
geluidsberichten en e-mail beluisteren.
Als u de instellingen voor het lezen van berichten
wilt wijzigen in de toepassing Spraak, selecteert u
Opties > Spraak. Zie 'Spraak ', p. 183.
Als u nieuwe berichten of e-mail wilt beluisteren,
houdt u in de stand-by modus de linkerselectietoets
ingedrukt tot de Berichtlezer start.
Als u berichten uit uw Inbox of e-mail uit uw
mailbox wilt beluisteren, selecteert u een bericht en
selecteert u Opties > Luisteren. Druk op de
beëindigingstoets als u het lezen wilt stoppen.
Druk op de bladertoets om het lezen te onderbreken
en voort te zetten. Druk de bladertoets naar rechts
om naar het volgende bericht te gaan. Druk de
bladertoets naar links om het huidige (e-
mail)bericht opnieuw af te spelen. Druk de
bladertoets aan het begin van het bericht naar links
om naar het vorige bericht te gaan. Druk de
bladertoets omhoog of omlaag om het volume aan
te passen.
Selecteer Opties > Weergeven als u het huidige
(e-mail)bericht zonder geluid in tekstindeling wilt
weergeven.
Mailbox
E-mailinstellingen definiëren
Tip: Als u de instellingen van uw mailbox wilt
definiëren, drukt u op en selecteert u
Berichten > Mailboxen.
Als u e-mail wilt gebruiken, moet u beschikken over
een geldig internettoegangspunt in het apparaat
en uw e-mailinstellingen correct definiëren. Zie
'Toegangspunten', p. 194. Zie 'E-
mailinstellingen', p. 142.
137
Berichten
U moet een afzonderlijke e-mailaccount hebben.
Volg de instructies van de serviceprovider voor uw
externe mailbox en internet.
Als u Nieuwe mailbox in de hoofdweergave van
Berichten selecteert en nog geen e-mailaccount
hebt ingesteld, wordt u gevraagd dit te doen.
Selecteer Starten om de e-mailinstellingen te
definiëren.
Wanneer u een nieuwe mailbox maakt, wordt
Nieuwe mailbox vervangen door de naam die u de
mailbox geeft in de hoofdweergave van Berichten.
U kunt maximaal zes mailboxen gebruiken.
De mailbox openen
Druk op en selecteer Berichten en een mailbox.
Wanneer u de mailbox opent, wordt u gevraagd of
u verbinding wilt maken met de mailbox
(Verbinden met mailbox?).
Selecteer Ja als u verbinding wilt maken met de
mailbox om nieuwe e-mailkoppen of -berichten op
te halen. Als u online berichten bekijkt, hebt u
onafgebroken verbinding met een externe mailbox
via een gegevensverbinding.
Selecteer Nee als u eerder opgehaalde e-mails
offline wilt bekijken.
Selecteer Nieuw bericht > E-mail in de
hoofdweergave van Berichten of Opties > Bericht
maken > E-mail in uw mailbox als u een nieuwe
e-mail wilt maken. Zie 'Berichten invoeren en
verzenden', p. 134.
E-mails ophalen
Druk op en selecteer Berichten en een mailbox.
Selecteer Opties > Verbinden terwijl u offline
bent om verbinding te maken met de externe
mailbox.
Belangrijk: Wees voorzichtig met het
openen van berichten. Berichten kunnen
schadelijke software bevatten of anderszins
schadelijk zijn voor het apparaat of de pc.
1. Als u een actieve verbinding met een externe
mailbox hebt, selecteert u Opties > E-mail
ophalen > Nieuw om alle nieuwe berichten op
te halen, Geselecteerd om alleen geselecteerde
berichten op te halen of Alle om alle berichten
op te halen uit de mailbox.
Selecteer Annuleren als u het ophalen van
berichten wilt stoppen.
2. Selecteer Opties > Verbind. verbreken om de
verbinding te verbreken en de e-mails offline te
lezen.
3. Druk op de bladertoets als u een e-mail wilt
openen. Als de e-mail niet is opgehaald en u in
138
Berichten
de offline modus bent, wordt u gevraagd of u dit
bericht wilt ophalen uit de mailbox.
Als u de bijlagen bij een e-mailbericht wilt
weergeven, opent u het bericht en selecteert u het
bijlagenveld dat met wordt aangeduid. Als het
symbool niet beschikbaar is, is het bericht niet met
het apparaat opgehaald. Selecteer in dat geval
Opties > Ophalen.
Selecteer Opties > E-mailinstellingen >
Automatisch ophalen als u berichten automatisch
wilt ophalen. Zie 'Automatisch ophalen
instellen', p. 144.
Als u het apparaat zo instelt dat e-mail automatisch
wordt opgehaald, worden mogelijk grote
hoeveelheden gegevens via het netwerk van de
serviceprovider verzonden. Neem contact op met
uw serviceprovider voor meer informatie over de
kosten van gegevensoverdracht.
E-mail verwijderen
Druk op en selecteer Berichten en een mailbox.
Selecteer Opties > Verwijderen als u de inhoud
van een e-mail wilt verwijderen van het apparaat
terwijl het bericht in de externe mailbox behouden
blijft. Ga naar E-mail verwijderen uit: en selecteer
Alleen telefoon.
In het apparaat worden dezelfde e-mailkoppen
weergegeven als in de externe mailbox. De
berichtkop blijft dus zichtbaar in het apparaat nadat
u de berichtinhoud hebt gewist. Als u de berichtkop
ook wilt verwijderen, moet u eerst het bericht uit
uw externe mailbox verwijderen en opnieuw een
verbinding maken om de mailboxweergave in het
apparaat bij te werken.
Selecteer Opties > Verwijderen > Telefoon en
server als u een e-mail wilt verwijderen van het
apparaat en uit de externe mailbox.
Ga naar een e-mail die u hebt gemarkeerd voor
verwijdering tijdens de volgende verbinding ( ) en
selecteer Opties > Verwijd. onged. mkn als u het
verwijderen van het bericht van het apparaat en de
server wilt annuleren.
De verbinding met de mailbox
verbreken
Selecteer Opties > Verbind. verbreken terwijl u
online bent als u de gegevensverbinding met de
externe mailbox wilt verbreken.
Berichten op een SIM-kaart
bekijken
Druk op en selecteer Berichten.
Voordat u SIM-berichten kunt bekijken, moet u deze
kopiëren naar een map in het apparaat.
139
Berichten
1. Ga naar de hoofdweergave van Berichten en
selecteer Opties > SIM-berichten.
2. Selecteer Opties > Markeringen aan/uit >
Markeren of Alle markeren om berichten te
markeren.
3. Selecteer Opties > Kopiëren. Er wordt een lijst
met mappen weergegeven.
4. Selecteer een map en OK om te beginnen met
kopiëren. Open de map om de berichten te
bekijken.
Instellingen voor berichten
De instellingen kunnen vooraf zijn geconfigureerd
in uw systeem of worden toegestuurd in een
bericht. Als u de instellingen handmatig wilt
invoeren, vult u alle velden die zijn gemarkeerd met
Te definiëren of een sterretje.
Sommige of alle berichtencentrales of
toegangspunten kunnen vooraf zijn ingesteld voor
het apparaat door de serviceprovider. Het is wellicht
niet mogelijk om deze instellingen te wijzigen of
verwijderen of om nieuwe instellingen toe te
voegen.
Instellingen voor SMS-berichten
Druk op en selecteer Berichten > Opties >
Instellingen > SMS.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Berichtencentrales — Hiermee geeft u een lijst
met alle gedefinieerde SMS-berichtencentrales
weer.
Ber.centrale in gebr. — Selecteer de
berichtencentrale voor het bezorgen van SMS-
berichten.
Tekencodering — Selecteer Beperkte
onderst. als tekens moeten worden
geconverteerd naar een ander coderingssysteem
wanneer dit beschikbaar is.
Rapport ontvangen — Selecteer of u bij het
netwerk een leveringsrapport voor uw berichten
wilt aanvragen (netwerkdienst).
Geldigheid bericht — Selecteer hoelang moet
worden geprobeerd het bericht opnieuw te
verzenden als de eerste poging mislukt
(netwerkdienst). Als het bericht niet binnen de
geldigheidsperiode kan worden verzonden,
wordt het verwijderd uit de berichtencentrale.
Ber. verzenden als — Neem contact op met de
serviceprovider als u wilt weten of de
berichtencentrale SMS-berichten in deze andere
indelingen kan omzetten.
Voorkeursverbinding — Selecteer de
verbinding die u wilt gebruiken.
Ant. via zelfde centr. — Selecteer of het
antwoord moet worden verzonden via hetzelfde
nummer van de SMS-berichtencentrale
(netwerkdienst).
140
Berichten
Instellingen voor
multimediaberichten
Druk op en selecteer Berichten > Opties >
Instellingen > Multimediabericht.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Grootte afbeeldingBepaal de grootte van de
afbeelding in een multimediabericht.
MMS-aanmaakmodus — Als u Met
begeleiding selecteert, ontvangt u een melding
wanneer u een bericht verzendt dat mogelijk niet
door de ontvanger wordt ondersteund. Als u
Beperkt selecteert, is het niet mogelijk om
berichten te verzenden die niet worden
ondersteund. Selecteer Vrij als u inhoud in uw
berichten zonder meldingen wilt opnemen.
Toeg.punt in gebruik — Selecteer welk
toegangspunt wordt gebruikt als de
voorkeursverbinding voor de
multimediaberichtencentrale.
Multimedia ophalen — Hiermee kunt u
opgeven hoe u berichten wilt ontvangen.
Selecteer Aut. bij eigen ntwrk als u berichten
automatisch wilt ophalen in uw eigen netwerk.
Buiten uw eigen mobiele netwerk ontvangt u
een melding dat u een bericht kunt ophalen in de
multimediaberichtencentrale.
Buiten uw eigen mobiele netwerk kost het mogelijk
meer om multimediaberichten te verzenden en
ontvangen.
Als u Multimedia ophalen > Altijd automatisch
selecteert, wordt automatisch een actieve packet-
gegevensverbinding tot stand gebracht om het
bericht zowel binnen als buiten het eigen netwerk
te ontvangen.
Anon. berichten toestaan — Selecteer of u
berichten van een anonieme afzender wilt
weigeren.
Advertent. ontvang. — Selecteer of u
advertenties in multimediaberichten wilt
ontvangen.
Rapporten ontvangen — Hiermee kunt u
opgeven of de status van het verzonden bericht
in het logboek moet worden weergegeven
(netwerkdienst).
Rapportz. weigeren — Hiermee kunt u
desgewenst voorkomen dat uw apparaat
leveringsrapporten van ontvangen berichten
verzendt.
Geldigheid bericht — Hier kunt u opgeven hoe
lang moet worden geprobeerd het bericht
opnieuw te verzenden als de eerste poging
mislukt (netwerkdienst). Als het bericht niet
binnen deze periode kan worden verzonden,
wordt het uit de berichtencentrale verwijderd.
141
Berichten
E-mailinstellingen
Mailboxen beheren
Druk op en selecteer Berichten > Opties >
Instellingen > E-mail.
Selecteer Mailbox in gebruik en een mailbox om
op te geven welke mailbox u wilt gebruiken voor
het verzenden van e-mail.
Selecteer Mailboxen, blader naar de gewenste
mailbox en druk op C als u een mailbox inclusief de
berichten wilt verwijderen van het apparaat.
Selecteer Opties > Nieuwe mailbox in
Mailboxen als u een nieuwe mailbox wilt maken.
In de hoofdweergave van Berichten wordt Nieuwe
mailbox vervangen door de naam van de nieuwe
mailbox. U kunt maximaal zes mailboxen
gebruiken.
Selecteer Mailboxen en een mailbox om de
instellingen voor verbindingen, gebruikers en het al
dan niet automatisch ophalen van e-mail te
wijzigen.
Verbindingsinstellingen
Druk op en selecteer Berichten > Opties >
Instellingen > E-mail > Mailboxen, een mailbox
en Verbindingsinstellingen.
Selecteer Inkomende e-mail als u de instellingen
voor ontvangen e-mail wilt bewerken. Maak
vervolgens een keuze uit de volgende opties:
Gebruikersnaam — Voer de gebruikersnaam in
die door de serviceprovider is verstrekt.
Wachtwoord — Voer uw wachtwoord in. Als u
dit veld niet invult, moet u een wachtwoord
opgeven wanneer u verbinding maakt met de
externe mailbox.
Server inkom. mail — Voer het IP-adres of de
hostnaam in van de mailserver waarmee uw e-
mail wordt ontvangen.
Toegangsp. in gebr. — Selecteer een
internettoegangspunt. Zie
'Toegangspunten', p. 194.
Mailboxnaam — Voer een naam voor de
mailbox in.
Mailboxtype — Definieer het e-mailprotocol dat
door de serviceprovider van uw externe mailbox
wordt aanbevolen. De opties zijn POP3 en
IMAP4. Deze instelling kan niet worden
gewijzigd.
Beveiliging — Selecteer de beveiliging voor de
verbinding met de externe mailbox.
Poort — Definieer een poort voor de verbinding.
APOP beveil. inloggen (alleen voor
POP3) — Gebruik deze optie bij het POP3-
protocol voor het coderen van wachtwoorden
die naar de externe e-mailserver worden
142
Berichten
verzonden wanneer u verbinding maakt met de
mailbox.
Selecteer Uitgaande e-mail als u de instellingen
wilt bewerken voor e-mail die u verzendt. Maak
vervolgens een keuze uit de volgende opties:
Mijn e-mailadres — Voer het e-mailadres in dat
u van uw serviceprovider hebt gekregen.
Server uitg. mail — Voer het IP-adres of de
hostnaam in van de mailserver waarmee uw e-
mail wordt verzonden. U kunt mogelijk alleen de
server voor uitgaande mail van de
serviceprovider gebruiken. Neem voor meer
informatie contact op met uw serviceprovider.
De instellingen voor Gebruikersnaam,
Wachtwoord, Toegangsp. in gebr., Beveiliging
en Poort zijn hetzelfde als de instellingen voor
Inkomende e-mail.
Gebruikersinstellingen
Druk op en selecteer Berichten > Opties >
Instellingen > E-mail > Mailboxen, een mailbox
en Gebruikersinstellingen.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Mijn mailnaam — Voer uw eigen naam in. Uw
e-mailadres in het apparaat van de ontvanger
wordt vervangen door uw naam als deze functie
door het apparaat van de ontvanger wordt
ondersteund.
Bericht verzenden — Bepaal hoe e-mail wordt
verzonden vanaf het apparaat. Selecteer
Meteen voor het apparaat waarmee verbinding
moet worden gemaakt met de mailbox wanneer
u Bericht verzenden selecteert. Als u Bij
vlgende verb. selecteert, wordt e-mail
verzonden wanneer de verbinding met de
externe mailbox beschikbaar is.
Kopie naar mij — Bepaal of u een kopie van de
e-mail wilt verzenden naar uw eigen mailbox.
Handtek. opnemen — Bepaal of u een
handtekening wilt toevoegen aan uw e-mails.
Melding bij nieuwe e-mail — Bepaal of u de
aanduidingen voor nieuwe e-mail, zoals een
signaal of een melding, wilt ontvangen wanneer
u nieuwe e-mail ontvangt in de mailbox.
Instellingen voor ophalen van e-mail
Druk op en selecteer Berichten > Opties >
Instellingen > E-mail > Mailboxen, een mailbox
en Inst. voor ophalen.
Maak een keuze uit de volgende opties:
E-mail ophalen — Geef aan welk gedeelte van
de e-mails moet worden opgehaald: Alleen
headers, Groottelmt (POP3) of Ber. en
bijlagen (POP3).
Aantal — Geef aan hoeveel nieuwe e-mails naar
de mailbox moeten worden opgehaald.
143
Berichten
itemnummers en of de nieuwe nummers zonder
naam in de lijst moeten worden opgeslagen.
Overige instellingen
Druk op en selecteer Berichten > Opties >
Instellingen > Overige.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Verzonden ber. opsl. — Selec teer o f u in de map
Verzonden een kopie wilt opslaan van elk
verzonden SMS-, multimedia- of e-mailbericht.
Aantal opgesl. ber. — Geef aan hoeveel
verzonden berichten tegelijkertijd worden
opgeslagen in de map Verzonden. Wanneer de
limiet wordt bereikt, wordt het oudste bericht
verwijderd.
Gebruikt geheugen — Selecteer het geheugen
waarin u uw berichten wilt opslaan.
145
Berichten
Oproepen plaatsen
Spraakoproepen
1. Voer in de stand-by modus het telefoonnummer
in, inclusief het netnummer. Druk op C als u een
nummer wilt verwijderen.
Voor internationale oproepen drukt u tweemaal
op * voor het teken + (duidt de internationale
toegangscode aan). Vervolgens kiest u het
landnummer, het netnummer (eventueel
zonder voorloopnul) en het abonneenummer.
2. Druk op de beltoets als u de oproep wilt
activeren.
3. Druk op de beëindigingstoets als u de oproep
wilt beëindigen (of de belpoging wilt
annuleren).
Met de end-toets wordt altijd een oproep
beëindigd, ook als er nog een andere toepassing
actief is.
Druk op en selecteer Contacten als u wilt bellen
vanuit Contacten. Ga naar de gewenste naam of
geef de eerste letters van de naam op in het
zoekveld. Druk op de beltoets als u het contact wilt
bellen. Als u voor een contactpersoon verschillende
nummers hebt opgeslagen, selecteert u het
gewenste nummer in de lijst en drukt u op de
beltoets.
Opties tijdens een oproep
Gebruik de volumetoets aan de zijkant van het
apparaat als u tijdens een oproep het volume wilt
regelen. U kunt ook de bladertoets gebruiken.
Selecteer eerst Demp. oph. als u het volume hebt
ingesteld op Dempen.
Selecteer Opties > MMS verzenden (alleen in
UMTS-netwerken) als u een afbeelding of een
videoclip in een multimediabericht naar de andere
deelnemer van de oproep wilt verzenden. U kunt
het bericht bewerken en de ontvanger wijzigen
voordat u het verzendt. Druk op de beltoets om het
bestand te verzenden naar een compatibel
apparaat (netwerkdienst).
Selecteer Opties > Standby als u een actieve
oproep in de wachtstand wilt plaatsen om een
andere inkomende oproep te beantwoorden.
Selecteer Opties > Wisselen als u wilt schakelen
tussen de actieve oproep en de oproep in de
wachtstand.
146
Oproepen plaatsen
Selecteer Opties > DTMF verzenden als u DTMF-
tonen (bijvoorbeeld een wachtwoord) wilt
verzenden. Voer de DTMF-reeks in of zoek naar de
reeks in Contacten. Als u een wachtteken (w) of een
pauzeteken (p) wilt invoeren, drukt u herhaaldelijk
op *. Selecteer OK om de toon te verzenden. U kunt
DTMF-tonen toevoegen aan het telefoonnummer of
de DTMF-velden in een contactkaart.
Tip: Druk bij slechts één actieve oproep op de
beltoets als u deze in de wachtstand wilt
plaatsen. Druk nogmaals op de beltoets als u
de oproep wilt activeren.
Selecteer tijdens een actieve oproep Opties >
Luidspreker insch. als u het geluid van de telefoon
via de luidspreker wilt weergeven. Selecteer
Opties > Handsfree insch. als u het geluid wilt
weergeven via een compatibele hoofdtelefoon met
Bluetooth-connectiviteit die u hebt aangesloten.
Selecteer Opties > Telefoon insch. als u weer wilt
terugschakelen naar de telefoon.
Selecteer Opties > Vervangen als u een actieve
oproep wilt beëindigen en in plaats hiervan de
oproep in de wachtstand wilt beantwoorden.
Selecteer Opties > Alle oproep. beëind. als u
verschillende actieve oproepen hebt en deze
allemaal wilt beëindigen.
Veel van de opties die beschikbaar zijn tijdens een
spraakoproep, zijn netwerkdiensten.
Spraak- en videomailb.
Houd 1 in de stand-by modus ingedrukt en selecteer
Voicemailbox of Videomailbox als u naar uw
voice- of videomailbox wilt bellen
(netwerkdiensten, videomailbox alleen
beschikbaar in het UMTS-netwerk).
Druk op en selecteer Instrumenten >
Hulpprogr. > Opr.mailbox, een mailbox en
Opties > Nummer wijzigen als u het
telefoonnummer van uw voice- of videomailbox
wilt wijzigen. Voer het nummer in (dit krijgt u van
de serviceprovider) en selecteer OK.
Een oproep beantwoorden
of weigeren
Druk op de beltoets of open de schuif als u de oproep
wilt beantwoorden.
Selecteer Stil als u bij een inkomende oproep de
beltoon wilt dempen.
Druk op de end-toets als u een oproep niet wilt
beantwoorden. Als u de functie Doorschakelen >
Spraakoproepen > Indien bezet hebt
ingeschakeld om oproepen door te schakelen,
wordt een inkomende oproep ook doorgeschakeld
wanneer u deze weigert.
147
Oproepen plaatsen
Wanneer u Stil selecteert om de beltoon van de
inkomende oproep te dempen, kunt u zonder de
oproep te weigeren een tekstbericht verzenden
waarin u de beller laat weten waarom u de oproep
niet kunt beantwoorden. Selecteer Opties >
Bericht verzenden. Selecteer Instrumenten >
Instell. > Telefoon > Oproep > Oproep weig.
met bericht als u deze optie wilt instellen en een
standaardtekstbericht wilt schrijven.
Een conferentiegesprek
voeren
1. Bel de eerste deelnemer.
2. Selecteer Opties > Nieuwe oproep als u een
andere deelnemer wilt bellen. De eerste oproep
wordt in de wachtstand geplaatst.
3. Als de nieuwe oproep wordt beantwoord, kunt
u de eerste deelnemer in het conferentiegesprek
opnemen. Hiervoor selecteert u Opties >
Conferentie.
Herhaal stap 2 en selecteer Opties >
Conferentie > Toev. aan confer. als u een
nieuwe persoon aan het gesprek wilt
toevoegen. Conferentiegesprekken tussen
maximaal zes deelnemers (inclusief uzelf)
worden ondersteund.
Selecteer Opties > Conferentie > Privé als u
een privé-gesprek wilt voeren met een van de
deelnemers. Selecteer een deelnemer en
selecteer Privé. Het conferentiegesprek wordt in
de wachtstand geplaatst op uw apparaat. De
andere deelnemers kunnen ondertussen met
elkaar doorpraten. Selecteer Opties >
Conferentie nadat u het privé-gesprek hebt
beëindigd om terug te keren naar het
conferentiegesprek.
Selecteer Opties > Conferentie > Deelnemer
verwijd., ga naar een deelnemer en selecteer
Verwijdrn als u de verbinding met deze
deelnemer wilt verbreken.
4. Druk op de end-toets als u het actieve
conferentiegesprek wilt beëindigen.
Bellen met snelkeuze
Druk op en selecteer Instrumenten >
Instell. > Telefoon > Oproep > Snelkeuze als
u deze functie wilt activeren.
Druk op en selecteer Instrumenten >
Hulpprogr. > Snelkeuze als u een
telefoonnummer wilt toewijzen aan een van de
cijfertoetsen (2-9). Ga naar de toets waaraan u het
telefoonnummer wilt toewijzen en selecteer
Opties > Toewijzen. Toets 1 is gereserveerd voor
148
Oproepen plaatsen
de voice- of videomailbox en voor het starten van
de webbrowser.
Als u in de stand-by modus een oproep wilt
plaatsen, drukt u op de toegewezen sneltoets en op
de beltoets.
Oproep in wachtstand
U kunt een oproep beantwoorden terwijl u een
ander telefoongesprek voert. Als u de optie Oproep
in wachtrij wilt activeren, selecteert u Instell. >
Telefoon > Oproep > Oproep in wachtrij
(netwerkdienst).
Druk op de beltoets als u de oproep in de wachtrij
wilt beantwoorden. De eerste oproep wordt in de
wachtstand geplaatst.
Selecteer Wisselen als u wilt schakelen tussen de
twee oproepen. Als u een inkomende oproep of een
oproep in de wachtrij wilt doorverbinden met een
actieve oproep en uw eigen verbinding met de
oproepen wilt verbreken, selecteert u Opties >
Doorverbinden. Druk op de end-toets als u de
actieve oproep wilt beëindigen. Selecteer Opties >
Alle oproep. beëind. als u beide oproepen wilt
beëindigen.
Spraakoproepen
Het apparaat ondersteunt uitgebreide
spraakopdrachten. Uitgebreide spraakopdrachten
zijn niet afhankelijk van de stem van de spreker. U
hoeft dus niet op voorhand spraaklabels op te
nemen. Het apparaat maakt een spraaklabel voor
de contactgegevens en vergelijkt de ingesproken
spraaklabel daarmee. De spraakherkenning in het
apparaat past zich aan de stem van de
hoofdgebruiker aan, zodat de spraakopdrachten
beter worden herkend.
Het spraaklabel voor een contactpersoon is de naam
of bijnaam die op de contactkaart is opgeslagen.
Open een contactkaart en selecteer Opties >
Spraaklabelgegevens > Sprklabel afspelen als
u het samengestelde spraaklabel wilt beluisteren.
Bellen via een spraaklabel
Opmerking: Het gebruik van spraaklabels
kan moeilijkheden opleveren in een drukke
omgeving of tijdens een noodgeval. Voorkom dus
onder alle omstandigheden dat u uitsluitend van
spraaklabels afhankelijk bent.
Wanneer u spraakgestuurd bellen gebruikt, wordt
de luidspreker gebruikt. Houd het apparaat op een
korte afstand van uw mond als u het spraaklabel
inspreekt.
149
Oproepen plaatsen
1. Houd in de stand-by modus de
rechterselectietoets ingedrukt als u
spraakgestuurd bellen wilt starten. Als u een
compatibele hoofdtelefoon met de toets voor de
hoofdtelefoon hebt aangesloten, houd dan de
toets voor de hoofdtelefoon ingedrukt wanneer
u spraakgestuurd bellen wilt starten.
2. U hoort een kort signaal en Spreek nu wordt
weergegeven. Spreek duidelijk de naam of
bijnaam uit van de persoon zoals deze op de
contactkaart is opgeslagen.
3. Het apparaat speelt een synthesizer-spraaklabel
af voor de herkende contactpersoon in de
geselecteerde apparaattaal en geeft de naam en
het nummer weer. Als u dat contact niet wilt
bellen, selecteert u binnen 2,5 seconde
Volgende om een lijst met andere
overeenkomsten weer te geven of Stoppen om
spraakgestuurd bellen te annuleren.
Als onder één naam meerdere nummers zijn
opgeslagen, wordt het standaardnummer
geselecteerd als dit is ingesteld. Als dat niet het
geval is, selecteert het apparaat het eerst
beschikbare nummer op een contactkaart.
Een video-oproep plaatsen
Wanneer u een video-oproep plaatst
(netwerkdienst), kunnen u en de ontvanger van de
oproep een videoclip rechtstreeks bekijken. Het live
videobeeld of het videobeeld dat is vastgelegd met
de camera in het apparaat wordt weergegeven aan
de ontvanger van het videogesprek.
Als u een videogesprek wilt voeren, moet u
beschikken over een USIM-kaart en zich binnen het
dekkingsgebied van een UMTS-netwerk bevinden.
Informeer bij de serviceprovider naar de
beschikbaarheid van en abonnementen op
diensten voor videogesprekken.
Videogesprekken zijn alleen mogelijk tussen twee
partijen. U kunt het videogesprek voeren naar een
compatibel mobiel apparaat of een ISDN-client. U
kunt geen videogesprekken voeren wanneer er een
andere spraak- of gegevensoproep, of een ander
videogesprek actief is.
Pictogrammen
U ontvangt geen videogegevens (de ontvanger
verzendt geen videogegevens of deze worden niet
overgedragen door het netwerk).
U hebt het verzenden van videobeelden vanaf
het apparaat geweigerd. Selecteer
Instrumenten > Instell. > Telefoon >
Oproep > Afb. in video-oproep als u in plaats
daarvan een foto wilt verzenden.
Zelfs als u de verzending van videoclips tijdens een
videogesprek hebt geweigerd, wordt de oproep als
150
Oproepen plaatsen
videogesprek in rekening gebracht. Vraag de
prijzen na bij uw serviceprovider.
1. Voer het telefoonnummer in de stand-by modus
in of selecteer Contacten en een contact als u
een videogesprek wilt voeren.
2. Selecteer Opties > Bellen > Video-oproep.
De tweede camera aan de voorzijde wordt
standaard gebruikt voor video-oproepen. Het
starten van een video-oproep kan enige tijd
duren. Wachten op videoafbeelding wordt
weergegeven. Als de oproep mislukt,
bijvoorbeeld omdat video-oproepen niet
worden ondersteund door het netwerk of omdat
het ontvangende apparaat niet compatibel is,
wordt u gevraagd of u een gewone oproep wilt
plaatsen of een SMS- of multimediabericht wilt
verzenden.
Het video-oproep is actief wanneer u twee
video-afbeeldingen ziet en het geluid hoort via
de luidspreker. De ontvanger van de oproep kan
de verzending van video ( ) weigeren. In dat
geval hoort u alleen geluid en wordt er mogelijk
een foto of een grijze achtergrondafbeelding
weergegeven.
3. Druk op de end-toets als u het videogesprek wilt
beëindigen.
Opties tijdens een
videogesprek
Selecteer Opties > Inschakelen of Uitschakelen
en de gewenste optie als u wilt schakelen tussen
videobeeld en alleen geluid.
Selecteer Opties > Hoofdcamera als u de
hoofdcamera wilt gebruiken om een video te
verzenden. Selecteer Opties > Tweede camera
als u weer wilt overschakelen naar de tweede
camera.
Selecteer Opties > Snapshot verzenden als u een
snapshot wilt maken van de video die u wilt
verzenden. Het verzenden van de video wordt
onderbroken en de snapshot wordt aan de
ontvanger getoond. De snapshot wordt niet
opgeslagen. Druk op Annuleren om het verzenden
van de video te hervatten.
Selecteer Opties > Zoomen als u wilt in- of
uitzoomen op de afbeelding.
Selecteer Opties > Handsfree insch. als u het
geluid wilt doorsturen naar een compatibele
headset met Bluetooth-connectiviteit die op het
apparaat is aangesloten. Selecteer Opties >
Telefoon insch. als u het geluid weer via de
luidspreker van het apparaat wilt horen.
151
Oproepen plaatsen
Selecteer Opties > Videovoorkeur als u de
videokwaliteit wilt wijzigen. Normale kwaliteit
staat voor een framesnelheid van 10 fps. Gebruik
Heldere details voor kleine, statische details.
Gebruik Vloeiend afspelen voor bewegende
beelden.
Gebruik de volumetoets aan de zijkant van het
apparaat als u het volume tijdens een videogesprek
wilt regelen.
Een video-oproep
beantwoorden of weigeren
Wanneer er een video-oproep binnenkomt, wordt
weergegeven.
Druk op de beltoets als u de video-oproep wilt
beantwoorden. Verzenden videobericht naar
beller toestaan? wordt weergegeven. Selecteer
Ja als u wilt beginnen met het verzenden van live
videobeelden.
Als u de video-oproep niet activeert, hoort u alleen
maar het geluid van de beller. In plaats van een
videobeeld wordt er een grijs scherm weergegeven.
Als u in plaats van het grijze scherm een foto wilt
weergeven die u met de camera van het apparaat
hebt gemaakt, selecteert u Instrumenten >
Instell. > Telefoon > Oproep > Afb. in video-
oproep.
Druk op de end-toets als u het videogesprek wilt
beëindigen.
Video delen
Gebruik Video delen (netwerkdienst) als u tijdens
een spraakoproep live videobeelden of een
videoclip van het mobiele apparaat naar een ander
compatibel mobiel apparaat wilt verzenden.
De luidspreker is actief wanneer u Video delen
activeert. Als u de luidspreker niet wilt gebruiken
voor de spraakoproep terwijl u video deelt, kunt u
ook een compatibele hoofdtelefoon gebruiken.
Vereisten voor het delen van
video
Voor het delen van video is een UMTS-verbinding
vereist. Neem contact op met uw serviceprovider
voor meer informatie over de dienst, de
beschikbaarheid van het UMTS-netwerk en de
kosten die aan het gebruik van deze dienst zijn
verbonden.
Als u video wilt delen, moet u het volgende doen:
Controleer of het apparaat is ingesteld voor
verbindingen van persoon tot persoon.
Zorg ervoor dat u een actieve UMTS-verbinding
hebt en dat u zich binnen het dekkingsgebied
van het UMTS-netwerk bevindt. Als u tijdens het
152
Oproepen plaatsen
delen van video het dekkingsgebied van het
UMTS-netwerk verlaat, wordt het delen van video
gestopt, maar blijft de spraakoproep actief.
Zorg ervoor dat zowel de afzender als de
ontvanger bij het UMTS-netwerk zijn
geregistreerd. Als u iemand uitnodigt voor het
delen van video, maar het apparaat van de
ontvanger zich niet in het dekkingsgebied van
het UMTS-netwerk bevindt, de optie voor het
delen van video niet is geïnstalleerd op diens
apparaat of de verbindingen van persoon tot
persoon niet zijn ingesteld, krijgt de ontvanger
geen uitnodigingen. U krijgt een foutbericht
waarin wordt aangegeven dat de ontvanger de
uitnodiging niet kan accepteren.
Instellingen
Als u Video delen wilt instellen, hebt u instellingen
voor verbindingen van persoon tot persoon en voor
UMTS-verbindingen nodig.
Instellingen voor verbindingen van persoon
tot persoon
Een verbinding van persoon tot persoon wordt ook
wel een SIP-verbinding (Session Initiation Protocol)
genoemd. De SIP-profielinstellingen moeten in het
apparaat worden geconfigureerd voordat u video's
kunt delen. Vraag de serviceprovider naar de SIP-
profielinstellingen en sla deze op in het apparaat.
De serviceprovider stuurt u mogelijk de instellingen
of geeft u een lijst met de benodigde parameters.
Een SIP-adres aan een contactkaart toevoegen:
1. Druk op en selecteer Contacten.
2. Open de contactkaart (of begin een nieuwe kaart
voor die persoon).
3. Selecteer Opties > Detail toevoegen > Video
delen.
4. Voer het SIP-adres in met de indeling
gebruikersnaam@domeinnaam (u mag een IP-
adres gebruiken in plaats van een
domeinnaam).
Als u geen SIP-adres weet voor het contact, kunt
u ook het telefoonnummer van de ontvanger
inclusief het landnummer gebruiken om
videobeelden te delen (indien ondersteund door
de serviceprovider).
UMTS-verbindingsinstellingen
De UMTS-verbinding instellen:
Neem contact op met uw serviceprovider om een
overeenkomst op te stellen voor het gebruik van
het UMTS-netwerk.
Controleer of de verbindingsinstellingen voor het
UMTS-toegangspunt van het apparaat correct
zijn geconfigureerd.
153
Oproepen plaatsen
Live videobeelden en videoclips
delen
Selecteer Opties > Video delen tijdens een actieve
spraakoproep:
1. Selecteer Live video als u tijdens de oproep live
video's wilt delen.
Selecteer Opgenomen clip en de gewenste
videoclip als u een videoclip wilt delen.
Mogelijk moet u de videoclip converteren naar
een geschikte indeling om deze te kunnen delen.
Als Clip moet worden geconverteerd voor
delen. Doorgaan? wordt weergegeven,
selecteert u OK.
2. De uitnodiging wordt door uw apparaat naar het
SIP-adres verzonden. Als er meerdere SIP-
adressen of telefoonnummers van de ontvanger
in Contacten zijn opgeslagen, inclusief de
landcode, selecteert u het gewenste adres of
nummer. Als het SIP-adres of telefoonnummer
van de ontvanger niet beschikbaar is, voert u het
adres of het nummer van de ontvanger inclusief
landcode in en selecteert u OK om de
uitnodiging te verzenden.
Het delen begint automatisch wanneer de
ontvanger de uitnodiging accepteert.
Opties tijdens het delen van video's
om in en uit te zoomen op de video (alleen
beschikbaar voor de persoon die de beelden
verzendt).
om de helderheid aan te passen (alleen
beschikbaar voor de persoon die de beelden
verzendt).
of om de microfoon te dempen of de
demping op te heffen.
of om de luidspreker in en uit te
schakelen.
om de modus Volledig scherm te activeren
(alleen beschikbaar voor de ontvanger).
3. Selecteer Stoppen als u de deelsessie wilt
beëindigen. Druk op de beëindigingtoets als u
de video-oproep wilt beëindigen. Wanneer u het
gesprek beëindigt, wordt ook het delen van de
video beëindigd.
Als u de live video die u hebt gedeeld, wilt opslaan,
selecteert u Opslaan wanneer u hierom wordt
gevraagd. De gedeelde video wordt opgeslagen in
Foto's.
Als u andere toepassingen gebruikt tijdens het
delen van een videoclip, wordt de deelsessie
onderbroken. Selecteer vanuit de actieve stand-by
modus Opties > Doorgaan als u wilt terugkeren
naar de weergave voor het delen van video's om
verder te gaan met de deelsessie.
154
Oproepen plaatsen
Een uitnodiging accepteren
U kunt geen uitnodigingen ontvangen wanneer u
zich buiten het dekkingsgebied van het UMTS-
netwerk bevindt.
Wanneer iemand u een uitnodiging voor het delen
van een video stuurt, gaat de telefoon over en
wordt de naam of het SIP-adres van de afzender
weergegeven. Selecteer Accepteren als u de
uitnodiging wilt accepteren.
Selecteer Weigeren of druk op de
beëindigingstoets om de uitnodiging te weigeren.
Als u op de beëindigingstoets drukt, wordt ook de
spraakoproep beëindigd. De afzender ontvangt een
bericht dat u de uitnodiging hebt geweigerd.
Selecteer Dempen wanneer u een videoclip
ontvangt en u het geluid hiervan wilt dempen.
Selecteer Stoppen als u het delen van video wilt
beëindigen. Het delen van video wordt ook
beëindigd wanneer de actieve spraakoproep
eindigt.
Logboek
In het logboek wordt informatie bijgehouden over
de communicatiehistorie van het apparaat. Gemiste
en ontvangen oproepen worden alleen
geregistreerd als het netwerk deze functies
ondersteunt, het apparaat aan staat en zich binnen
het bereik van de netwerkdienst bevindt.
Recente oproepen
Druk op en selecteer Instrumenten >
Logboek.
Selecteer Recente opr. als u gemiste, ontvangen en
gebelde nummers wilt weergeven. Het apparaat
registreert gemiste en ontvangen oproepen alleen
als het netwerk deze functies ondersteunt, het
apparaat is ingeschakeld en zich binnen het
dekkingsgebied van de netwerkdienst bevindt.
Selecteer Opties > Recente opr. wissen als u alle
lijsten met recente oproepen wilt wissen. Als u
slechts één van de lijsten met oproepen wilt wissen,
opent u de lijst die u wilt wissen en selecteert u
Opties > Lijst wissen. Open een lijst, ga naar een
afzonderlijk item en druk op C als u dit wilt wissen.
Gespreksduur
Druk op en selecteer Instrumenten >
Logboek.
Selecteer Duur oproep om de geschatte duur weer
te geven van de gesprekken die u hebt ontvangen
en gestart.
Opmerking: De uiteindelijke rekening van
de serviceprovider voor oproepen en diensten kan
155
Oproepen plaatsen
variëren, afhankelijk van de netwerkfuncties,
afrondingen, belastingen, enzovoort.
Selecteer Opties > Timers op nul als u de
gespreksduurgegevens wilt wissen. U hebt hiervoor
de blokkeringscode nodig.
Packet-gegevens
Druk op en selecteer Instrumenten >
Logboek.
Selecteer Packet-ggvns als u wilt controleren
hoeveel gegevens er zijn verzonden en ontvangen
tijdens packet-gegevensverbindingen De kosten
van packet-gegevensverbindingen worden
bijvoorbeeld mogelijk gebaseerd op de
hoeveelheid verzonden en ontvangen gegevens.
Alle
communicatiegebeurtenissen
controleren
Druk op en selecteer Instrumenten >
Logboek > Recente opr..
Het logboek bevat de volgende pictogrammen:
Inkomend
Uitgaand
Gemiste communicatiegebeurtenissen
Als u het algemene logboek wilt openen en alle
spraakoproepen, SMS-berichten of gegevens- en
WLAN-verbindingen wilt controleren die door het
apparaat zijn geregistreerd, drukt u de bladertoets
naar rechts. Subgebeurtenissen, zoals een SMS-
bericht dat in delen wordt verzonden via een
packet-gegevensverbinding, gelden als één
communicatiegebeurtenis. Verbindingen met uw
mailbox, de multimediaberichtencentrale of
webpagina's worden weergegeven als packet-
gegevensverbindingen.
Als u een onbekend telefoonnummer vanuit het
logboek wilt opslaan in Contacten, selecteert u
Opties > Opslaan in Contacten.
Als u het logboek wilt filteren, selecteert u Opties >
Filter en een filter.
Selecteer Opties > Logboek wissen als u de
inhoud van het logboek, de lijst met recente
oproepen en de leveringsrapporten van berichten
permanent wilt wissen. Selecteer Ja om uw keuze
te bevestigen. Druk op C om een afzonderlijke
gebeurtenis te verwijderen uit een van de
logboeken met recente oproepen.
Selecteer Opties > Instellingen > Duur
vermelding log als u wilt instellen hoe lang
vermeldingen in het logboek worden bewaard. Als
u Geen logboek selecteert, worden de volledige
inhoud van het logboek, het register met recente
156
Oproepen plaatsen
oproepen en de leveringsrapporten van berichten,
permanent verwijderd.
Tip: In de uitgebreide weergave kunt u een
telefoonnummer naar het klembord kopiëren
en het nummer bijvoorbeeld in een SMS-
bericht plakken. Selecteer Opties >
Nummer gebruiken > Kopiëren.
Als u wilt bekijken hoeveel gegevens er worden
overgebracht en hoe lang een bepaalde packet-
gegevensverbinding duurt, gaat u naar een
inkomende of uitgaande gebeurtenis die wordt
aangeduid met Pack. en selecteert u Opties >
Gegevens bekijken.
157
Oproepen plaatsen
Internetoproepen
Informatie over
internetoproepen
Met de internetgespreksdienst (netwerkdienst)
kunt u oproepen plaatsen en ontvangen via
internet. Internetoproepen zijn mogelijk tussen
computers, tussen mobiele telefoons, en tussen een
VoIP-apparaat en een traditionele telefoon.
U moet zich op de dienst abonneren en over een
gebruikersaccount beschikken om de dienst te
kunnen gebruiken.
Als u een internetoproep wilt plaatsen of
ontvangen, moet u zich in een gebied met een
WLAN bevinden en verbinding hebben met een
internetgespreksdienst.
Internetoproepen activeren
Als u internetoproepen wilt plaatsen of ontvangen,
neemt u contact op met uw serviceprovider voor de
verbindingsinstellingen voor internetoproepen.
Wanneer de instellingen zijn geïnstalleerd, wordt
er in Contacten een nieuw tabblad voor
internetoproepen weergegeven.
Uw apparaat moet zich in een gebied met een
netwerkdienst bevinden om verbinding met een
dienst voor internetoproepen te kunnen maken.
1. Open Contacten als u de dienst voor
internetoproepen wilt openen.
2. Ga naar het tabblad voor internetoproepen en
selecteer Opties > Dienst inschakelen.
Selecteer Opties > Zoeken nr WLAN als u naar
beschikbare WLAN-verbindingen wilt zoeken.
Tip: Wanneer u een dienst voor
internetoproepen hebt geactiveerd, kunt u
een internetoproep plaatsen vanuit alle
toepassingen van waaruit u ook normale
spraakoproepen kunt plaatsen.
Internetoproepen plaatsen
Wanneer u de functie voor internetoproepen hebt
geactiveerd, kunt u een internetoproep plaatsen
vanuit alle toepassingen van waaruit u ook normale
spraakoproepen kunt plaatsen, bijvoorbeeld vanuit
Contacten of Logboek. Blader bijvoorbeeld in
Contacten naar het gewenste contact en selecteer
Opties > Bellen > Internetoproep.
158
Internetoproepen
Als u een internetoproep wilt plaatsen in de stand-
by modus, voert u het telefoonnummer of het
internetadres in en drukt u op de beltoets.
Als u een internetoproep wilt plaatsen naar een
internetadres dat niet met een cijfer begint, drukt
u in de stand-by modus op een willekeurige
nummertoets en drukt u vervolgens enkele
seconden op # om het scherm te wissen en over te
schakelen van de cijfermodus naar de lettermodus.
Voer het internetadres in en druk op de beltoets.
Geblokkeerde contacten
Als u contacten blokkeert, kunnen deze uw online
status niet zien.
Als u een contact wilt toevoegen aan uw lijst met
geblokkeerde contacten, selecteert u het contact en
Opties > Contact blokkeren.
Als u de blokkering van een contact wilt opheffen,
gaat u naar het contact en selecteert u Opties >
Deblokkeren. Wanneer u de blokkering van een
contact opheft, kan het contact uw online status
bekijken.
Open Contacten als u de geblokkeerde contacten
wilt weergeven. Ga naar het tabblad voor
internetoproepen en selecteer Opties >
Blokkeerlijst bekijken.
Diensten voor
internetoproepen beheren
Selecteer Connect. > Netinstell. om de
instellingen voor internetcommunicatie weer te
geven of te bewerken en maak uw keuze uit de
volgende opties:
Nwe dienst tvgn — om een nieuwe dienst voor
internetoproepen toe te voegen
Geavanc. instellingen — om geavanceerde
oproepinstellingen weer te geven of te
bewerken
Instellingen voor
internetoproepen
Selecteer Opties > Contacten als u instellingen
voor internetoproepen wil weergeven of bewerken.
Ga naar het tabblad voor internetoproepen en
selecteer Opties > Instellingen.
Maak een keuze uit de volgende opties:
Dienstverbindingen — Selecteer de
bestemmingsinstellingen voor de verbinding
voor internetoproepen en bewerk de
bestemmingsgegevens.
Als u een bestemming wilt wijzigen, gaat u naar
de dienst en selecteert u Wijzigen.
159
Internetoproepen
Beschikbaarh.verzoeken — Selecteer of u
automatisch alle inkomende
aanwezigheidsverzoeken wilt accepteren
zonder dat u om een bevestiging wordt
gevraagd.
Dienstinformatie — Geef de technische
gegevens van de geselecteerde dienst weer.
Geavanc. instellingen — Geef de geavanceerde
instellingen voor de dienst op, bijvoorbeeld de
beveiligingsinstellingen.
160
Internetoproepen
Contacten (telefoongids)
In Contacten kunt u contactgegevens opslaan en
bijwerken, zoals telefoonnummers, privé-adressen
of e-mailadressen van uw contacten. U kunt een
persoonlijke beltoon of een miniatuur toevoegen
aan een contactkaart. U kunt ook contactgroepen
maken, zodat u SMS- of e-mailberichten naar een
groot aantal ontvangers tegelijk kunt sturen.
Namen en nummers opslaan
en bewerken
1. Druk op en selecteer Contacten > Opties >
Nieuw contact.
2. Vul de gewenste velden in en selecteer Gereed.
Als u contactkaarten wilt bewerken, bladert u naar
een contact en selecteert u Opties > Bewerken. U
kunt een bepaald contact ook zoeken door de eerste
letters van de naam in het zoekveld in te voeren.
Als u een afbeelding aan een contactkaart wilt
toevoegen, opent u de contactkaart en selecteert u
Opties > Afbeelding toevoegen. De afbeelding
wordt weergegeven wanneer het contact u belt.
Namen en nummers beheren
Als u een contact aan een groep wilt toevoegen,
selecteert u Opties > Toev. aan groep (wordt
alleen weergegeven als u een groep hebt gemaakt).
Selecteer het contact en Opties > Hoort bij
groepen als u wilt controleren tot welke groepen
een contact behoort.
Selecteer een contactkaart en druk op C om de kaart
te verwijderen.
Als u tegelijkertijd meerdere contactkaarten wilt
verwijderen, selecteert u Opties > Markeringen
aan/uit om de gewenste contactkaarten te
markeren en drukt u op C om de contactkaarten te
verwijderen.
Als u contactgegevens wilt verzenden, selecteert u
een kaart, selecteert u Opties > Verzenden en de
gewenste optie.
Als u het spraaklabel wilt beluisteren dat aan het
contact is toegewezen, selecteert u een
contactkaart en Opties >
Spraaklabelgegevens > Sprklabel afspelen.
161
Contacten (telefoongids)
Standaardnummers en -
adressen
Druk op en selecteer Contacten.
U kunt standaardnummers of -adressen toewijzen
aan een contactkaart. Als een contact dan meerdere
nummers of adressen heeft, kunt u gemakkelijk
bellen of het contact een bericht sturen op een
bepaald nummer of adres. Het standaardnummer
wordt ook gebruikt als u spraakgestuurd belt.
1. Selecteer een contact in de contactenlijst.
2. Selecteer Opties > Standaardnummers.
3. Selecteer een standaardnummer waaraan u een
nummer of adres wilt toevoegen en selecteer
Toewijzen.
4. Selecteer het nummer of adres dat u als
standaard wilt instellen.
Het standaardnummer of -adres wordt
onderstreept op de contactkaart.
Beltonen toevoegen voor
contacten
Druk op en selecteer Contacten.
Een beltoon voor een contact of groep met
contacten definiëren:
1. Druk op de bladertoets om een contactkaart te
openen of ga naar de groepslijst en selecteer een
contactgroep.
2. Selecteer Opties > Beltoon.
3. Selecteer de beltoon die u wilt gebruiken.
Als een contactpersoon of groepslid u belt, wordt
de geselecteerde beltoon voor die persoon
afgespeeld (als het telefoonnummer van de beller
wordt meegezonden met de oproep en door het
apparaat wordt herkend).
Selecteer Standaard beltoon in de lijst met
beltonen om de beltoon te verwijderen.
Contacten kopiëren
Wanneer u Contacten voor het eerst opent, wordt
u gevraagd of u namen en nummers van de SIM-
kaart naar het apparaat wilt kopiëren.
Selecteer OK om het kopiëren te starten.
Selecteer Annuleren als u de SIM-contacten niet
naar het apparaat wilt kopiëren. U wordt gevraagd
of u de SIM-contacten in de lijst met contacten wilt
weergeven. Selecteer OK om de contacten weer te
geven. Contacten wordt geopend en u kunt de
namen zien die op de SIM-kaart zijn opgeslagen. Ze
zijn gemarkeerd met .
162
Contacten (telefoongids)
SIM-diensten
Neem contact op met de leverancier van uw SIM-
kaart voor meer informatie over de
beschikbaarheid en het gebruik van SIM-
kaartdiensten. Dit kan uw serviceprovider of een
andere leverancier zijn.
SIM-contacten
Selecteer Opties > Instellingen > Contacten
weergeven > SIM-geheugen om de namen en
nummers die op de SIM-kaart zijn opgeslagen, toe
te voegen aan Contacten. U kunt SIM-contacten
toevoegen, de gegevens van SIM-contacten
wijzigen en SIM-contacten bellen.
De nummers die u in Contacten opslaat, worden niet
automatisch op uw SIM-kaart opgeslagen. Als u
nummers op de SIM-kaart wilt opslaan, selecteert u
in Contacten een contactpersoon en selecteert u
Opties > Kopiëren > SIM-geheugen.
Vaste nummers
Selecteer Opties > Nrs. vaste contacten in
Contacten als u wilt dat met uw apparaat slechts
bepaalde geselecteerde (vaste) telefoonnummers
kunnen worden gebeld. U hebt uw PIN2-code nodig
om vaste nummers in en uit te schakelen of om
nummers van vaste contacten te bewerken.
Wanneer de functie Vaste nummers is ingeschakeld,
kunt u mogelijk nog wel het geprogrammeerde
alarmnummer kiezen.
Selecteer Opties > SIM-nummers om de lijst met
vaste nummers weer te geven. Deze optie wordt
alleen weergegeven als deze door uw SIM-kaart
wordt ondersteund.
Selecteer Opties > Nieuw SIM-contact als u
nieuwe nummers wilt toevoegen aan de lijst met
vaste nummers.
Wanneer de functie Vaste nummers actief is, is het
niet mogelijk om gegevensverbindingen te maken,
tenzij u SMS-berichten via een gegevensverbinding
verzendt. Hiervoor moeten het nummer van de
berichtencentrale en het telefoonnummer van de
ontvanger in de lijst met vaste nummers aanwezig
zijn.
Contactgroepen beheren
Contactgroepen maken
1. Blader in Contacten naar rechts om de
groepenlijst te openen.
2. Selecteer Opties > Nieuwe groep.
3. Geef een naam voor de groep op of gebruik de
standaardnaam en selecteer OK.
163
Contacten (telefoongids)
Mediamap
RealPlayer
Met RealPlayer kunt u videoclips of streaming
mediabestanden afspelen zonder dat u deze eerst
in het apparaat hoeft op te slaan.
RealPlayer ondersteunt bestandsindelingen als .
3GP, .MP4 of .RM. RealPlayer ondersteunt echter niet
noodzakelijkerwijs alle bestandsindelingen of alle
variaties van bestandsindelingen.
Wanneer Afspelen actief is, gebruikt u in de modus
Liggend de mediatoetsen om de speler te bedienen.
Videoclips afspelen
Druk op en selecteer Toepass. > Media >
RealPlayer.
Als u een opgeslagen mediabestand wilt afspelen,
selecteert u Videoclips, selecteert u een clip en
selecteert u Afspelen.
Als u eerder afgespeelde bestanden wilt
weergeven, gaat u naar de hoofdweergave van de
toepassing en selecteert u Onlangs afgesp..
Gebruik de volumetoets als u het volume wilt
regelen.
Nadat u een mediabestand hebt geselecteerd,
selecteert u Opties en maakt u uw keuze uit de
volgende opties:
Verzenden — Hiermee verzendt u een bestand
in een multimediabericht, een e-mailbericht of
via andere verbindingsmethoden, zoals een
Bluetooth-verbinding.
Video gebruiken — Hiermee kunt u een
videoclip toewijzen aan een contact of deze clip
instellen als een beltoon.
Markeringen aan/uit — Hiermee kunt u items
in de lijst markeren als u meerdere items tegelijk
wilt verzenden of verwijderen.
Details bekijken — Hiermee geeft u details van
het geselecteerde item weer, zoals de indeling,
resolutie en duur.
Instellingen — Hiermee kunt u de instellingen
voor het afspelen en streamen van video
bewerken.
Streaming inhoud afspelen
Bij veel serviceproviders moet u een
internettoegangspunt gebruiken voor uw
standaardtoegangspunt. Er zijn echter ook
165
Mediamap
serviceproviders bij wie u een WAP-toegangspunt
kunt gebruiken.
In RealPlayer kunt u alleen een webadres van het
type rtsp:// openen. In RealPlayer wordt echter een
RAM-bestand afgespeeld als u in de webbrowser
een HTTP-koppeling naar dat bestand opent.
Als u inhoud via de ether wilt streamen
(netwerkdienst) selecteert u in RealPlayer of Foto's
een koppeling naar streaming-media die is
opgeslagen in de map Streaming kop.. U kunt ook
een koppeling naar streaming-media ontvangen in
een SMS- of MMS-bericht, of een koppeling op een
webpagina openen. Voordat de live streaming
inhoud wordt afgespeeld, wordt verbinding
gemaakt met de site en wordt het laden van de
inhoud gestart. De inhoud wordt niet opgeslagen in
het apparaat.
Instellingen voor RealPlayer
Druk op en selecteer Toepass. > Media >
RealPlayer.
U kunt de instellingen van RealPlayer ontvangen in
een speciaal bericht van de serviceprovider. Neem
voor meer informatie contact op met uw
serviceprovider.
Selecteer Opties > Instellingen en maak een
keuze uit de volgende opties:
Video — Hiermee kunt u opgeven of videoclips
op het volledige scherm of in de normale
weergave moeten worden afgespeeld, en of de
clips automatisch moeten worden herhaald
wanneer zijn afgelopen.
Streaming — Hiermee selecteert u of u een
proxyserver gebruikt, wijzigt u het
standaardtoegangspunt en stelt u het
poortbereik in dat wordt gebruikt wanneer u
verbinding maakt. Neem contact op met uw
serviceprovider voor de juiste instellingen.
Geavanceerde instellingen
Selecteer Streaming > Netwerk > Opties >
Geavanceerde inst. in de weergave Instellingen
als u de geavanceerde instellingen wilt bewerken.
Als u de bandbreedte wilt selecteren die voor een
netwerk wordt gebruikt, selecteert u de
netwerkinstelling en de gewenste waarde.
Selecteer Door gebr. gedef. als u zelf de
bandbreedte wilt bewerken.
Adobe Flash Player
Druk op en selecteer Toepass. > Media >
Flash-speler.
Gebruik Adobe Flash Player als u compatibele Flash-
bestanden, gemaakt voor mobiele apparaten, wilt
weergeven, afspelen en gebruiken.
166
Mediamap
Als u een Flash-bestand wilt openen, selecteert u
het en selecteert u Openen.
Licenties
Druk op en selecteer Toepass. > Media >
Licenties als u licenties voor digitale rechten wilt
bekijken.
Digital Rights Management (DRM)
Content-eigenaren kunnen verschillende soorten
technologieën voor het beheer van digitale rechten
(DRM) gebruiken om hun intellectuele eigendom,
waaronder auteursrechten, te beschermen. Dit
apparaat maakt gebruik van verschillende typen
DRM-software om toegang te krijgen tot DRM-
beveiligde inhoud. Met dit apparaat hebt u toegang
tot inhoud die is beveiligd met WMDRM 10, OMA DRM
1.0 en OMA DRM 2.0. Als bepaalde DRM-software er
niet in slaagt de inhoud te beschermen, kunnen
content-eigenaren verlangen dat de mogelijkheid
om met die DRM-software toegang te krijgen tot
nieuwe DRM-beveiligde inhoud, wordt ingetrokken.
Deze intrekking kan het vernieuwen van dergelijke
DRM-beveiligde inhoud die al in uw apparaat is
opgeslagen verhinderen. Het intrekken van
dergelijke DRM-software heeft geen invloed op het
gebruik van inhoud die is beveiligd met andere
typen DRM of het gebruik van niet door DRM
beveiligde inhoud.
Bij inhoud die is beveiligd met een beheersysteem
voor digitale rechten (DRM) wordt een
bijbehorende activeringssleutel geleverd die uw
rechten om gebruik te maken van de inhoud
definieert.
Als het apparaat OMA DRM-beveiligde inhoud bevat,
kunt u met de back upfunctie van Nokia Nseries PC
Suite een back-up maken van zowel de
activeringssleutels als de inhoud.Andere
overdrachtsmethoden kunnen mogelijk de
activeringssleutels die samen met de inhoud
moeten worden hersteld, niet overdragen,
waardoor u de OMA DRM-beveiligde inhoud niet
meer kunt gebruiken nadat u het
apparaatgeheugen hebt geformatteerd. U moet
mogelijk ook de activeringssleutels herstellen als de
bestanden op uw apparaat beschadigd zijn geraakt.
Als uw apparaat WMDRM-beveiligde inhoud bevat,
zullen zowel de activeringssleutels als de inhoud
verloren gaan als het apparaatgeheugen wordt
geformatteerd. Het is ook mogelijk dat de
activeringssleutels en de inhoud verloren gaan als
de bestanden op uw apparaat beschadigd zijn
geraakt. Het verlies van de activeringssleutels of de
inhoud kan uw mogelijkheden beperken om
dezelfde inhoud op uw apparaat nogmaals te
gebruiken. Neem voor meer informatie contact op
met uw serviceprovider.
167
Mediamap
Toepass. > Agenda > Opties >
Instellingen > Snoozetijd alarm.
Agendaweergaven
Selecteer Opties > Instellingen als u de eerste dag
van de week wilt wijzigen of de weergave wilt
wijzigen die wordt getoond wanneer u de agenda
opent. In de instellingen kunt u ook het geluid van
het alarmsignaal van agendanotities wijzigen
evenals de sluimertijd van het alarmsignaal en de
titel van de weekweergave.
Selecteer Opties > Ga naar datum als u naar een
bepaalde datum wilt gaan. Druk op # als u naar de
huidige datum wilt gaan.
Druk op * als u wilt schakelen tussen de maand-,
week-, dag- en taakweergave.
Selecteer Opties > Verzenden als u een
agendanotitie naar een compatibel apparaat wilt
verzenden.
Als het apparaat niet compatibel is met UTC
(Coordinated Universal Time), worden de
tijdgegevens van ontvangen agenda-items
mogelijk niet correct weergegeven.
Agenda-items beheren
Ga naar de maandweergave en selecteer Opties >
Item verwijderen > Items voor: of Alle items als
u meerdere items tegelijk wilt verwijderen.
Als u een taak als voltooid wilt markeren, ga dan
naar de taak in de taakweergave en selecteer
Opties > Markeer: volbracht.
Met behulp van Nokia Nseries PC Suite kunt u uw
agenda synchroniseren met een compatibele pc.
Stel de gewenste synchronisatieoptie in wanneer u
een agenda-item maakt.
171
Tijdmanagement
Kantoormap
Quickoffice
Met de Quickoffice-toepassingen kunt u DOC-, XLS-,
PPT-, PPS- en TXT-bestanden weergeven en
software downloaden. Niet alle
bestandsindelingen of functies worden
ondersteund. Apple Macintosh wordt niet
ondersteund.
Als u een bestand wilt weergeven, drukt u op
en selecteert u Toepass. > Kantoor >
Quickoffice. Selecteer de locatie vanwaar u
bestanden wilt weergeven, blader naar de
gewenste map en selecteer een bestand.
De bestanden worden, afhankelijk van de
bestandsindeling, in de desbetreffende
toepassingen geopend.
Als u software wilt downloaden met Quickmanager,
gaat u naar de hoofdweergave en selecteert u
Quickmanager. Wanneer u door bestanden
bladert, kunt u ook naar het tabblad Quickmanager
gaan.
Als er problemen zijn met de Quickoffice-
toepassingen, gaat u naar www.quickoffice.com of
stuurt u een e-mailbericht naar
supportS60@quickoffice.com.
Quickword
Met Quickword kunt u Microsoft Word-documenten
weergeven op het apparaat.
Quickword ondersteunt documenten die in de DOC-
en TXT-indeling zijn opgeslagen en die zijn gemaakt
met Microsoft Word 97, 2000, XP en 2003. Niet alle
variaties of functies van de bestandsindelingen
worden ondersteund.
Als u een upgrade wilt uitvoeren naar een versie van
Quickword die bewerken ondersteunt, selecteert u
Opties > Updates en upgrades wanneer u een
bestand hebt geopend. Aan de upgrade zijn kosten
verbonden.
Quicksheet
Met Quicksheet kunt u Microsoft Excel-bestanden
weergeven op het apparaat.
Quicksheet ondersteunt spreadsheetbestanden in
de XLS-indeling die zijn gemaakt met Microsoft
Excel 97, 2000, XP of 2003. Niet alle variaties of
functies van de bestandsindelingen worden
ondersteund.
172
Kantoormap
documenten, instellingen zoals het zoomniveau en
de paginaweergaven wijzigen, en PDF-bestanden
via e-mail verzenden.
Omrekenen
Druk op en selecteer Toepass. > Kantoor >
Omreken..
Met Omrekenen kunt u maateenheden omrekenen.
De functie Omrekenen is niet helemal nauwkeurig
en afrondingsfouten zijn mogelijk.
1. Selecteer in het veld Type de maateenheid die u
wilt gebruiken.
2. Selecteer in het eerste veld Eenheid de eenheid
die u wilt omrekenen.
3. Selecteer in het volgende veld Eenheid de
eenheid waarnaar u wilt omrekenen.
4. Voer in het eerste veld Waarde de waarde in die
u wilt omrekenen. Het andere veld Waarde geeft
automatisch de omgerekende waarde aan.
Valuta omrekenen
Selecteer Type > Valuta. Voordat u valuta's kunt
omrekenen, moet u een basisvaluta kiezen en
wisselkoersen toevoegen. De standaardbasisvaluta
is Eigen. De koers van de basisvaluta is altijd 1.
1. Selecteer Opties > Wisselkoersen.
2. De standaardnaam voor de valuta-items is
Vreemd. Selecteer Opties > Naam valuta
wijzig. als u de naam van een valuta wilt
wijzigen.
3. Voeg de wisselkoersen voor de valuta's toe en
druk op Gereed.
4. Selecteer in het tweede veld Eenheid de valuta
waarnaar u wilt omrekenen.
5. Voer in het eerste veld Waarde de waarde in die
u wilt omrekenen. Het andere veld Waarde geeft
automatisch de omgerekende waarde aan.
Als u de basisvaluta wilt wijzigen, selecteert u
Opties > Wisselkoersen, een valuta en Opties >
Basisvaluta.
Wanneer u de basisvaluta wijzigt, moet u de nieuwe
wisselkoersen invoeren, aangezien alle eerder
ingestelde koersen op nul worden teruggezet.
Zipmanager
Druk op en selecteer Toepass. > Kantoor >
Zip.
Met Zipmanager kunt u nieuwe archiefbestanden
maken om gecomprimeerde ZIP-bestanden op te
slaan; enkel- of meervoudige gecomprimeerde
bestanden of mappen aan een archief toe te
voegen; het archiefwachtwoord voor beveiligde
archieven in te stellen, te wissen of te wijzigen; en
174
Kantoormap
instellingen te wijzigen zoals compressieniveau en
bestandsnaamcodering.
175
Kantoormap
Map Toepassingen
Rekenmachine
Druk op en selecteer Toepass. > Rekenm..
Deze rekenmachine heeft een beperkte
nauwkeurigheid en is ontworpen voor eenvoudige
berekeningen.
Als u een berekening wilt uitvoeren, voert u het
eerste getal in. Selecteer vervolgens een functie in
het overzicht, bijvoorbeeld optellen of aftrekken.
Voer het tweede getal van de berekening in en
selecteer = .
Berekeningen worden uitgevoerd in de volgorde
waarin u deze invoert. De uitkomst van de
berekening blijft in het bewerkingsveld staan en
kan als eerste getal van een nieuwe berekening
worden gebruikt.
Selecteer Opties > Geheugen > Opslaan als u de
uitkomst van een berekening wilt opslaan. De
uitkomst die wordt opgeslagen vervangt de
uitkomst die eerder is opgeslagen in het geheugen.
Selecteer Opties > Geheugen > Oproepen om de
uitkomst van een berekening uit het geheugen op
te halen en in een nieuwe berekening te gebruiken.
Selecteer Opties > Laatste resultaat om de
uitkomst weer te geven die u als laatste hebt
opgeslagen. Wanneer u de toepassing
Rekenmachine afsluit of het apparaat uitschakelt,
wordt het geheugen niet gewist. U kunt de uitkomst
die u als laatste hebt opgeslagen opnieuw ophalen
wanneer u de toepassing Rekenmachine opnieuw
opent.
Toepassingsbeheer
In Toepassingsbeheer kunt u de softwarepakketten
zien die op het apparaat zijn geïnstalleerd. U kunt
details van geïnstalleerde toepassingen bekijken,
toepassingen verwijderen en installatie-
instellingen definiëren.
Druk op en selecteer Toepass. > Toep.beh..
U kunt twee soorten toepassingen en software op
het apparaat installeren:
J2ME-toepassingen op basis van Java-
technologie met de extensie .JAD of .JAR.
Andere toepassingen en software die geschikt
zijn voor het Symbian-besturingssysteem met de
extensie .SIS of .SISX.
176
Map Toepassingen
u Opties > Back-up nu maken. Zorg ervoor dat de
geheugenkaart voldoende vrije ruimte voor de
geselecteerde bestanden bevat.
Spraakopdrachten
Druk op en selecteer Instrumenten >
Hulpprogr. > Spraakopdr..
U kunt het apparaat besturen met behulp van
uitgebreide spraakopdrachten. Zie
'Spraakoproepen', p. 149.
Als u uitgebreide spraakopdrachten wilt activeren
om toepassingen en profielen te starten, houdt u
vanuit de stand-by modus de rechterselectietoets
ingedrukt.
Als u uitgebreide spraakopdrachten wilt gebruiken,
houdt u de rechterselectietoets ingedrukt in de
stand-by modus en spreekt u de spraakopdracht in.
De spraakopdracht is de naam van de toepassing of
het profiel in de lijst.
Als u de spraakopdrachten wilt bewerken, gaat u
naar de toepassing Spraakopdrachten, selecteert u
een item, bijvoorbeeld een toepassing of profiel, en
selecteert u Bewerken.
Selecteer Opties > Afspelen als u het synthesizer-
spraaklabel wilt beluisteren.
Selecteer Opties > Spraakopdr. verwijderen als
u een spraakopdracht wilt verwijderen die u
handmatig hebt toegevoegd.
Selecteer Opties > Instellingen en kies een van de
volgende opties:
Synthesizer — Hiermee kunt u de synthesizer
in- of uitschakelen die herkende spraaklabels en
opdrachten in de geselecteerde taal van het
apparaat afspeelt.
Afspeelvolume — Hiermee kunt u het
afspeelvolume voor de spraakopdrachten
bijstellen.
Gevoeligheid herkenning — Hiermee kun u de
snelheid waarmee de synthesizer de spraak
herkent, aanpassen. Als u de gevoeligheid te
hoog instelt, worden opdrachten mogelijk niet
geaccepteerd als gevolg van
achtergrondgeluiden.
OpdrachtverificatieHiermee kunt u opgeven
of de gesproken opdracht handmatig,
spraakgestuurd of automatisch wordt
geaccepteerd.
Spraakaanp. verwijderen — Hiermee kunt u
het leren van spraakherkenning opnieuw
instellen, bijvoorbeeld wanneer de
hoofdgebruiker van het apparaat is veranderd.
181
Map Instrumenten
Synchronisatie
Druk op en selecteer Instrumenten >
Synchr..
Met Synchronisatie kunt u notities, agenda-items,
SMS- en MMS-berichten, browserbookmarks of
contacten synchroniseren met verschillende
compatibele toepassingen op een compatibele
computer of op internet.
U kunt de synchronisatie-instellingen ontvangen in
een speciaal bericht van de serviceprovider.
Een synchronisatieprofiel bevat de noodzakelijke
instellingen voor synchronisatie.
Wanneer u de toepassing opent, wordt het
standaardsynchronisatieprofiel of eerder gebruikt
sychronisatieprofiel weergegeven. Als u het profiel
wilt wijzigen, gaat u naar een synchronisatie-item
en selecteert u Markeren als u het in het profiel wilt
opnemen of Mrk. ophffn als u het eruit wilt laten.
Als u synchronisatieprofielen wilt beheren,
selecteert u Opties en vervolgens de gewenste
optie.
Selecteer Opties > Synchroniseren om gegevens
te synchroniseren. Selecteer Annuleren om de
synchronisatie tussentijds af te breken.
Apparaatbeheer
Druk op en selecteer Instrumenten >
Hulpprogr. > App.beh..
Gebruik Apparaatbeheer als u verbinding wilt
maken met een server en configuratie-instellingen
voor het apparaat wilt ontvangen om nieuwe
serverprofielen te maken of om bestaande
serverprofielen te bekijken en te beheren.
U ontvangt mogelijk serverprofielen en
verschillende configuratie-instellingen van uw
serviceproviders of afdeling voor informatiebeheer
van uw bedrijf. Deze configuratie-instellingen
kunnen bijvoorbeeld verbindingsinstellingen zijn
die door verschillende toepassingen in het apparaat
worden gebruikt.
Ga naar een serverprofiel, selecteer Opties en maak
een keuze uit de volgende opties:
Configuratie starten — Hiermee maakt u
verbinding met de server en ontvangt u
configuratie-instellingen voor het apparaat.
Nieuw serverprofiel — Hiermee maakt u een
serverprofiel.
Ga naar het profiel en druk op C als u een
serverprofiel wilt verwijderen.
182
Map Instrumenten
Spraak
Met Spraak kunt u de taal, de stem en
spraakeigenschappen voor de berichtlezer
instellen.
Druk op en selecteer Instrumenten >
Hulpprogr. > Spraak.
Selecteer Taal om de taal voor de berichtlezer in te
stellen. Selecteer Opties > Talen downloaden om
meer talen voor het apparaat te downloaden.
Tip: Wanneer u een nieuwe taal downloadt,
moet u minstens één stem voor die taal
downloaden.
Selecteer Stem om de spreekstem in te stellen. De
stem hangt af van de geselecteerde taal.
Selecteer Snelheid om de spreeksnelheid in te
stellen.
Selecteer Volume om het volume van de stem in te
stellen.
Als u details van een stem wilt bekijken, drukt u de
bladertoets naar rechts op het spraaktabblad,
bladert u naar de stem en selecteert u Opties >
Spraakgegevens. Als u een stem wilt beluisteren,
bladert u naar de stem en selecteert u Opties >
Spraak afspelen.
Als u talen of stemmen wilt verwijderen, bladert u
naar het betreffende item en selecteert u Opties >
Verwijderen.
Instellingen voor berichtlezer
Als u de instellingen voor de berichtlezer wilt
wijzigen, bladert u naar het tabblad Instellingen
en geeft u de volgende instellingen op:
Taalherkenning — automatische detectie van
leestaal in- of uitschakelen.
Doorlopend lezen — ononderbroken lezen van
alle geselecteerde berichten in- of uitschakelen.
Spraakprompts — selecteer of berichtlezer
vragen in berichten invoegt.
Geluidsbron — selecteer of u het bericht via de
luidspreker of via het apparaat wilt beluisteren.
183
Map Instrumenten
Snelkopp. — Wijs snelkoppelingen toe aan de
selectietoetsen voor gebruik in de stand-by
modus en selecteer de toepassingen die in de
actieve werkbalk moeten worden weergegeven.
Als de actieve stand-by modus is uitgeschakeld,
kunt u snelkoppelingen via toetsen toewijzen
voor de verschillende drukmogelijkheden van de
bladertoets.
Menuweergave wijzigen — Selecteer
Horizont. pictogr.balk om een horizontale
werkbalk en de inhoud van verschillende
toepassingen op het scherm weer te geven.
Selecteer Vertic. pictogrambalk om een
verticale werkbalk op het scherm weer te geven.
De inhoud uit verschillende toepassingen wordt
verborgen. Selecteer een snelkoppeling en druk
op de bladertoets naar links om de inhoud weer
te geven. Selecteer Standaard om de actieve
werkbalk uit te schakelen.
Operatorlogo — Deze instelling is alleen
beschikbaar als u een operatorlogo hebt
ontvangen en opgeslagen. Selecteer Uit als u het
logo niet wilt weergeven.
Taal
De instellingen voor de scherm- of invoertaal
beïnvloeden elke toepassing op het apparaat en
blijven actief totdat u deze opnieuw wijzigt.
Displaytaal — Hiermee wijzigt u de taal van de
schermtekst op het apparaat. Hierdoor worden
ook de datum- en tijdnotatie en de gebruikte
scheidingstekens in bijvoorbeeld berekeningen
gewijzigd. Met Automatisch wordt de taal
geselecteerd overeenkomstig de informatie op
de SIM-kaart. Nadat u de taal hebt gewijzigd,
wordt het apparaat opnieuw gestart.
Invoertaal — Hiermee wijzigt u de invoertaal.
Hierdoor veranderen de tekens die beschikbaar
zijn bij het invoeren van tekst en wordt een
andere woordenlijst gebruikt voor
tekstvoorspelling.
Tekstvoorspelling — Hiermee schakelt u
tekstvoorspelling in of uit voor alle editors in het
apparaat. Tekstvoorspelling met woordenlijst is
niet voor alle talen beschikbaar.
Instellingen voor toebehoren
Druk op en selecteer Instrumenten >
Instell. > Algemeen > Toebehoren.
Bij sommige connectoren wordt aangegeven welk
type toebehoren is aangesloten op het apparaat.
Zie 'Schermsymbolen', p. 28.
De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het
type toebehoren. Selecteer een toebehoren en
maak een keuze uit de volgende opties:
Standaardprofiel — Hiermee kunt u het profiel
instellen dat moet worden geactiveerd wanneer
u een bepaald compatibel toebehoren aansluit
op het apparaat.
185
Instellingen
Autom. antwoorden — Hiermee kunt u
instellen dat inkomende oproepen na vijf
seconden automatisch worden beantwoord. Als
het beltoontype is ingesteld op Eén piep of Stil,
is automatisch antwoorden uitgeschakeld.
Verlichting — Stel in of lampjes na de time-out
blijven branden.
Tv-out-instellingen
Selecteer Tv-uitvoer als u de instellingen voor een
TV Out-verbinding wilt wijzigen. Maak vervolgens
een keuze uit de volgende opties:
Standaardprofiel — Hiermee stelt u het profiel
in dat moet worden geactiveerd wanneer u een
Nokia Video Connectivity-kabel aansluit op het
apparaat.
Formaat tv-scherm — Hiermee selecteert u de
beeldverhouding van de tv: Normaal of
Breedbeeld voor breedbeeldtelevisies
Tv-systeem — Hiermee selecteert u het analoge
videosignaal dat compatibel is met de tv.
Filter tegen flikkeren — Selecteer Aan als u de
beeldkwaliteit van het tv-scherm wilt
verbeteren. Het filter tegen flikkeren kan
mogelijk niet de beeldflikkering op alle tv-
schermen verminderen.
Schuifinstellingen
Druk op en selecteer Instrumenten >
Instell. > Algemeen > Actie voor schuif.
Selecteer Bij openen van de schuif als u een
oproep wilt beantwoorden door de schuif te
openen.
Selecteer Bij sluiten van de schuif als u een oproep
wilt beëindigen door de schuif te sluiten.
Selecteer Toetsenblokk. activeren als u het
toetsenblok wilt vergrendelen wanneer u de schuif
sluit.
Navi-wheel-instellingen
Druk op en selecteer Instrumenten >
Instell. > Algemeen > Navigatiewieltje.
Navi-wheel
Wanneer het Navi-wheel is ingeschakeld, kunt u in
bepaalde toepassingen door bestanden en lijsten
navigeren door met uw vinger over de rand van de
bladertoets te schuiven. Wanneer het Navi-wheel is
uitgeschakeld, drukt u de bladertoets in de
gewenste richting (naar boven, beneden, links of
rechts).
Ademhaling
De rand van de bladertoets licht langzaam op
wanneer het apparaat zich in de slaapmodus
186
Instellingen
bevindt. Als u de verlichting wilt uitschakelen, drukt
u op en selecteert u Instrumenten >
Instell. > Algemeen > Navigatiewieltje >
Breathing.
Sensorinstellingen
In de meeste toepassingen roteert de weergave
automatisch tussen de modus Staand en Liggend,
afhankelijk van de stand van het apparaat.
Als u de instelling voor automatische
weergaverotatie wilt wijzigen, selecteert u
Instell. > Algemeen > Sensorinstell. >
Draaibediening en geeft u op of u het scherm
automatisch wilt draaien.
Houd het apparaat rechtop als u wilt controleren of
de automatische weergaverotatie functioneert.
Automatische rotatie functioneert niet als u de
instellingen daarvoor handmatig in een toepassing
hebt gewijzigd. Wanneer u de toepassing afsluit,
wordt automatische rotatie weer ingeschakeld.
Beveiligingsinstellingen
Telefoon en SIM
Druk op , selecteer Instrumenten > Instell. >
Algemeen > Beveiliging > Telefoon en SIM-
kaart en maak een keuze uit de volgende opties:
PIN-code vragen — Als deze optie actief is,
moet u bij inschakeling van het apparaat altijd
eerst de PIN-code opgeven. Het kan zijn dat u
deze optie bij sommige SIM-kaarten niet kunt
uitschakelen.
PIN-code, PIN2-code en Blokkeringscode — U
kunt de PIN-code, PIN2-code en blokkeringscode
wijzigen. Deze codes kunnen alleen bestaan uit
cijfers van 0 t/m 9.
Neem contact op met uw serviceprovider als u de
PIN- of PIN2-code bent vergeten. Neem contact
op met een Nokia Care-centrum of uw
serviceprovider als u de blokkeringscode bent
vergeten. Zie 'Toegangscodes', p. 22.
Zorg ervoor dat u toegangscodes gebruikt die
afwijken van de alarmnummers, om te
voorkomen dat u per ongeluk het alarmnummer
kiest.
Per. autom. blokk. ttsnb. — Selecteer of het
toetsenblok wordt vergrendeld wanneer het
apparaat gedurende een bepaalde tijd niet is
gebruikt.
Per. autom . blokk. te lefn — Als u ongeoorloofd
gebruik wilt voorkomen, kunt u een time-out
instellen waarna het apparaat automatisch
wordt vergrendeld. Een vergrendeld apparaat
kan pas weer worden gebruikt nadat de juiste
blokkeringscode is ingevoerd. Selecteer Geen als
187
Instellingen


Specyfikacje produktu

Marka: Nokia
Kategoria: telefon komórkowy
Model: N85
Kolor produktu: Czarny
Wysokość produktu: 16 mm
Szerokość produktu: 103 mm
Głębokość produktu: 50 mm
Waga produktu: 128 g
Bluetooth: Tak
Wersja Bluetooth: 2.0+EDR
Wtyk słuchawek: 3,5 mm
GPS: Tak
Pojemność baterii: 1200 mAh
Technologia baterii: Litowo-jonowa (Li-Ion)
Typ ekranu: OLED
Długość przekątnej ekranu: 2.6 "
Pojemność pamięci wewnętrznej: 74 MB
Układ: Wysuwany
Rozdzielczość: 320 x 240 px
Ekran dotykowy: Nie
Typ aparatu tylnego: Pojedynczy obiektyw
Lampa błyskowa z tyłu aparatu: Tak
Typ przedniej kamery: Pojedynczy obiektyw
Rozdzielczość wideo: 640 x 480 px
Standardy 2G: EDGE, GPRS
MMS: Tak
Zarządzanie informacjami osobistymi: Alarm clock, Calculator, Calendar, Notes, To-do list
Alarm wibracyjny: Tak
Lokalizacja pozycji: Tak
Funkcja Assisted GPS (A-GPS): Tak
Liczba portów USB 2.0: 1
Kolory wyświetlacza: 16.78 millionów kolorów
Wbudowana kamera/aparat: Tak
Nagrywanie głosu: Tak
Radio FM: Tak
Typ dzwonka: Polifoniczny
Technologia Java: Tak
Cyfrowe zbliżenie: 8 x
Typ przetwornika obrazu: CMOS
Pojemność książki telefonicznej: 1500 wejścia
Sieć danych: wcdma
Czas rozmowy (2G): 6.9 h
Czas wygaszacza (2G): 363 h
Nasićnij i mów (NIM): Tak
Czas przeglądania: 5.8 h
Czas grania: 7 h

Potrzebujesz pomocy?

Jeśli potrzebujesz pomocy z Nokia N85, zadaj pytanie poniżej, a inni użytkownicy Ci odpowiedzą




Instrukcje telefon komórkowy Nokia

Instrukcje telefon komórkowy

Najnowsze instrukcje dla telefon komórkowy

Alecto

Alecto PM-790 Instrukcja

2 Kwietnia 2025
InFocus

InFocus A3 Instrukcja

1 Kwietnia 2025
LG

LG UX300 Instrukcja

1 Kwietnia 2025
LG

LG Wine II Instrukcja

1 Kwietnia 2025
LG

LG VX4700 Instrukcja

1 Kwietnia 2025
InFocus

InFocus M330 Instrukcja

1 Kwietnia 2025
ZTE

ZTE MF91D Instrukcja

1 Kwietnia 2025
ZTE

ZTE ZFive 3 LTE Instrukcja

1 Kwietnia 2025
LG

LG LX140 Instrukcja

31 Marca 2025
LG

LG Optimus U Instrukcja

31 Marca 2025